Missie- en zendingscollecties in Nederland


Introductie

In Nederland bevinden zich diverse collecties afkomstig uit missie en zending. Onder missie verstaan we de bekeringsactiviteiten vanuit de Rooms-Katholieke kerk en bij de zending gaat het om het verspreiden van het christelijk geloof vanuit de Protestantse Kerk. In de negentiende en eerste helft twintigste eeuw vonden deze activiteiten met name plaats in een koloniale context.

Door zowel missie als zending is over de hele wereld veel verzameld, met name tussen circa 1800 en 1960. Die verzamelingen bestaan deels uit kunst en kunstnijverheid, maar ook uit religieuze, spirituele en gebruiksvoorwerpen uit de landen waar de missionarissen en zendelingen naar uitgestuurd werden. Voorwerpen die de geschiedenis van de missie en zending zelf documenteren, zoals foto’s, archieven en films vormen eveneens een belangrijk onderdeel van de opgebouwde collecties. In sommige gevallen bestaan de verzamelingen bovendien uit natuurhistorische specimina, inclusief mogelijke menselijke resten.

De kunst- en gebruiksvoorwerpen zijn in de loop der jaren veelal terecht gekomen in musea of in de handel, en via de handel in particuliere verzamelingen. Veel van de musea zijn inmiddels ook weer gesloten en de collecties zijn overgedragen of verkocht. De archieven, foto’s en gebruiksvoorwerpen met betrekking tot de missie en zending zelf bevinden zich vaak nog bij ordes, congregaties, kerkgenootschappen en particuliere stichtingen. Door vergrijzing, financiële druk en veranderende huisvestingssituaties komt het behoud van deze collecties steeds vaker in het geding.

Wat momenteel nog aanwezig is in Nederland aan missie- en zendingscollecties, en waar deze zich bevinden, wordt in dit artikel beschreven.
Lithografie van wereldkaart met Duitse tekst en versierd met afbeeldingen
Wereldkaart van de missie uit circa 1891, Universiteitsbibliotheek VU
Doorkijkje in grote zaal met vitrines vol etnografica.
Vaste tentoonstelling in het Missiemuseum in Steyl.
Gedeelte van een ruimte met groene vitrinekasten, koffers, een stuk van een tapijt en het gewaad van de broeder.
Kantoor van Broeder Berchmans in het Missiemuseum.
Overzicht van vitrines met museale objecten erin en erboven aan de muur bevestigd.
Vaste tentoonstelling in Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum Oudenbosch

Geschiedenis van de missie

De katholieke missie omvat het geheel van activiteiten die vanuit de Rooms-Katholieke Kerk zijn ondernomen om het evangelie te verspreiden onder niet-christelijke volkeren, teruggaand tot de Romeinse tijd. Deze verspreiding vond plaats door middel van woord, sacrament en daad, en had een nadrukkelijk religieus, sociaal en educatief karakter.

De Nederlandse missiegeschiedenis begon rond 1800, toen de Franse revolutie vrijheid en gelijkheid bracht op godsdienstig gebied, en de emancipatie van de katholieke kerk kon starten. De missiebeweging volgde in het kielzog van deze emancipatie en werd gestimuleerd en mogelijk gemaakt door de toenemende kolonisatie van delen van Azië en Afrika, en de groeiende belangstelling van Europa voor deze continenten. In 1807, toen ook in Nederlands-Indië, dat onder Frans-Bataafs bestuur stond, godsdienstvrijheid was afgekondigd, werd hier een apostolische prefectuur opgericht, een missiegebied dat nog geen volledig bisdom is, maar wel een eigen beheerder heeft. Vanaf 1826 werd Batavia het bestuurlijk centrum van de missie in Nederlands-Indië. In 1859 namen de jezuïeten de missie over, vooral buiten Java, en vanaf 1902 vestigden ook andere ordes en congregaties zich in Nederlands-Indië.

In Nederland zijn nog steeds missieordes en congregaties actief. Deze zijn vooral in Brabant en Limburg gevestigd. In grote lijnen kun je zeggen dat ordes gesticht zijn vóór 1600 en congregaties in latere eeuwen. Vroeger bestond er tussen beide vormen een kerkrechtelijk verschil, maar dat is bijna verdwenen. Een orde of een congregatie heeft vaak meerdere vestigingsplaatsen. De hoofdvestiging in Nederland heet dan generalaat of - als het om een internationale gemeenschap gaat - provincialaat. Voor deze vestiging wordt ook de term moederhuis gebruikt. In de afgelopen twee eeuwen zijn er in Nederland ca. 250 ordes en congregaties gevestigd.

Missiecollecties

Missiecollecties vormen een belangrijk onderdeel van het religieus en koloniaal erfgoed in Nederland. Ze bestaan uit uiteenlopende objecten die verbonden zijn aan de katholieke missiegeschiedenis, zoals etnografica, foto’s, films, naturalia en gebruiksvoorwerpen. Daarnaast bevatten ze educatieve materialen die werden ingezet om het Nederlandse publiek te informeren over het werk in de missiegebieden.

Van alle missionaire ordes en congregaties die actief waren, zijn er maar enkele die systematisch en heel bewust ter plekke hebben verzameld. De meeste ordes en congregaties hadden geen verzamelbeleid. Missionarissen en missiezusters brachten af en toe wat objecten mee naar huis als aandenken, vooral als ze definitief terug naar Nederland kwamen. Zo kwamen objecten (vaak speciaal voor hen gemaakt) in de kloostergebouwen van missionaire ordes terecht. Zo staan en stonden alle huidige en voormalige kloostergebouwen vol met relatief recente beelden, prenten en wandkleden uit verschillende delen van de wereld.

Naast de objecten die zijn gerelateerd aan de persoonlijke ervaringen van de missionarissen en missiezusters werd er ook verzameld om mensen in Nederland een beeld te geven van het leven elders in de wereld. Zo werden met de verzamelde voorwerpen vanaf circa 1919 tot de jaren zestig missietentoonstellingen georganiseerd, met daarin verschillende presentaties die het belang van de missie en het werven van inkomsten daarvoor moesten ondersteunen.

Tenslotte waren er ook ordes en congregaties die bewust verzamelden om het land waar ze hun activiteiten ontplooiden te bestuderen en zo beter te leren kennen. Het inventariseren, beschrijven en verzamelen van de taal, cultuur, directe leefomgeving en natuur was bij deze ordes één van de taken waar de missionarissen en missiezusters zich mee bezig hielden. Deze missieordes en congregaties hebben tot op heden omvangrijke historische collecties in bezit.

In Nederland zijn er nog zes collecties in eigendom van een missieorde of congregatie. Hiervan hebben er drie in het verleden het beheer overgedragen aan een museale partner. Dit zijn:

  • Missionarissen van het Goddelijk Woord in Steyl (Missiemuseum)
  • Congregatie van de Heilige Geest in Berg en Dal (Afrika Museum - NB gesloten in afwachting op vervolg)
  • Congregatio Sancti Aloysii in Oudenbosch (Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum Oudenbosch)

De andere drie missieordes/congregaties zijn:

  • Missiezusters dienaressen van de Heilige Geest in Steyl
  • Sociëteit der Afrikaanse Missiën in Cadier en Keer
  • Kruisheren in Sint Agatha.

Missionarissen van het Goddelijk Woord

Een van de congregaties die bijna vanaf haar oprichting wetenschappelijk onderzoek nastreefde was de SVD, Sociëteit van het Goddelijk Woord (Societas Verbi Divini), in Steyl. Het wetenschappelijk instituut van de congregatie, ‘Anthropos’, werd in 1906 opgericht door pater Wilhelm Schmidt, tegelijk met het lanceren van Anthropos als internationaal tijdschrift voor antropologie en taalkunde. Dit werd al snel een bekend tijdschrift en bovendien de naamgever voor de studie van taal en cultuur: antropologie. Met die wetenschappelijke interesse als basis verzamelde elk huis van de SVD waar ook ter wereld een eigen collectie en presenteerde die vaak ook in een eigen museum.

De congregatie zelf is in Nederland opgericht in 1875 door Arnold Janssen (1837-1909). Arnold Janssen heeft paters en zusters altijd gewezen op het belang van onderzoek naar de aanwezige cultuur, taal en gebruiken in de missiegebieden, en gestimuleerd voorwerpen die die cultuur vertegenwoordigen te verzamelen. De missiegebieden van de congregatie waren China (1879), Papoea Nieuw-Guinea (1899), Indonesië (1913), Brazilië (1935), Argentinië, Filipijnen, Congo, Ghana (1940), India en Japan.

De collectie van de SVD, met een omvang van circa 10.000 objecten, is in beheer bij het Missiemuseum in Steyl. Al in 1901 werd Broeder Berchmans verantwoordelijk voor de collectie en toen het museum in 1931 opende werd hij de eerste conservator. De collectie van de SVD omvat natuurhistorische specimina zoals vlinders en volkenkundige objecten. Er is een uitgebreid archief en een foto- en filmcollectie. Het merendeel is gedigitaliseerd, waarbij de originelen in Rome worden bewaard, waar de hoofdzetel van de SVD zich bevindt.

Het beheer en behoud van de collectie is nu in handen van professionele museummedewerkers en er is veel contact met andere musea over onderzoek, identificatie en beheer. In Duitsland zijn nog andere musea van de SVD, zoals het Missionshaus St. Augustin, met museum, Haus Völker und Kulturen, Anthropos-Institut, Hochschulbibliothek. Het museum Haus Völker und Kulturen te Sankt Augustin is al jaren gesloten, maar heeft wel een mooie collectie. Er is internationaal contact, vooral met Duitsland onder andere voor herkomstonderzoek naar missiecollecties in een koloniale context.

Meer informatie over het Missiemuseum:

Congregatie van de Heilige Geest

De congregatie van de Heilige Geest (CSSp) is in 1703 gesticht te Parijs (Frankrijk) door Claude Poullart des Places (1679-1709). In 1849 werd de congregatie samengevoegd met de Congregatie van het Heilig Hart van Maria, gesticht door François Marie Paul Libermann (1802-1852). Begin twintigste eeuw vestigde de congregatie zich in Nederland in onder andere Weert (1904), Gemert (1914), Gennep (1926) en Baarle-Nassau.

De congregatie was vanaf het allereerste begin een missiecongregatie en daarbij lag de focus vooral op Afrika ten zuiden van de Sahara. Er werden missies opgezet in Congo, Congo-Brazzaville en Angola (vanaf 1865), Tanzania (vanaf 1862), Kameroen (vanaf 1922), de Centraal Afrikaanse Republiek (vanaf 1909), Brazilië (vanaf 1885), Haïti, Kenia (vanaf 1917), Ethiopië, Zuid-Afrika, Guadeloupe en Martinique.

In 1949 kochten de paters Huize Oostermeerkerk in Berg en Dal, waarin onder andere een missiemuseum werd opgericht dat vooral was gewijd aan Afrikaanse kunst en cultuur. Hierin werden de door de missionarissen verzamelde voorwerpen getoond. Hier kwam in 1954 het Afrika Museum uit voort. De collectie is daarna uitgebreid met voorwerpen die in Nederland terechtkwamen via missionarissen, missiebisschoppen, Afrikaanse leken en Afrikaanse ambassades, en er werden voorwerpen aangekocht.

In 2014 werd het museum één van de locaties van het Nationaal Museum van Wereldculturen (tegenwoordig: Wereldmuseum), waarvan ook het Tropenmuseum in Amsterdam en het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden deel uitmaken, in partnerschap met het Wereldmuseum in Rotterdam. In 2021 ontstond er onenigheid over de te volgen koers van het museum. Op 18 december 2024 besliste de rechtbank in Arnhem dat het Wereldmuseum de collectie moet teruggeven aan de paters. Het museum in Berg en Dal sloot in november 2023 haar deuren.

In Frankrijk is er bij een van de huizen ook een museum gevestigd met een bijzondere collectie. Of de congregatie in Duitsland ook nog collecties bezit van enige omvang is onbekend.

Meer informatie over het Afrikamuseum:

Congregatie Sancti Aloysii

De Congregatie van de Broeders van Saint-Louis is opgericht in 1840 in Oudenbosch door pastoor Willem Hellemons (1810-1884) en Johannes Huybrechts als de Congregatie Sancti Aloysii (CSAL). De missiegebieden waren Indonesië (1862), Tanzania (1959) en Liberia (1971). De geschatte omvang van de collectie is 5.500 objecten, en de collectie omvat natuurhistorische en volkenkundige objecten. Het archief van de Broeders is ondergebracht bij het West-Brabants Archief.

De Volkenkundige collecties in het museum zijn grotendeels afkomstig van de Broeders van Saint-Louis en inmiddels in eigendom verworven door de stichting Natuurhistorisch en Volkenkundig museum Oudenbosch. Zij werkten sinds 1862 in Nederlands-Indië en brachten veel volkenkundige objecten mee, deels als souvenir, maar vooral bestemd voor het onderwijs in hun instituten. De Broeders onderhielden goede contacten met de Missionarissen van Afrika, beter bekend als de Witte Paters. De Witte Paters schonken allerlei Afrikaanse objecten, o.a. uit de Democratische Republiek Congo. Het museum zit in een oud schoolgebouw met hoge ruimtes. Naast de collectie van het Natuurhistorisch en Volkenkundig museum te Oudenbosch zijn er geen andere grote collecties bij de Congregatie.

Meer informatie over het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum Oudenbosch:

Missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest

De congregatie van de missiezusters Dienaressen van de Heilige Geest (SSpS) is opgericht in 1889 te Steyl door Arnold Janssen, samen met Helena Stollenwerk en Hendrina Stenmanns. De missiegebieden van deze congregatie waren China (1889), Papoea Nieuw-Guinea (1899), Indonesië (1913), India, Brazilië, Argentinië en Chili.

De geschatte omvang van de collectie betreft 150 objecten, en de collectie omvat zowel natuurhistorische als volkenkundige objecten. Er is eveneens een foto- en filmarchief dat goed geïnventariseerd en gedigitaliseerd is. De collectie is in eigendom en in beheer bij de zusters. Er wordt geschat dat deze ergens tussen 1907 en 1910 is ontstaan. De landen die vertegenwoordigd zijn in de collectie: Papoea Nieuw-Guinea, China, Japan, Togo, Filipijnen, India, Brazilië, Argentinië, Paraguay, Chili en Indonesië. Naast volkenkundige objecten zijn er ook verschillende natuurhistorische objecten zoals vogels, een kat en schelpen.

De collectie is in een bijzonder goede staat. Wel zijn er enkele voorwerpen uit Papoea Nieuw-Guinea die de zusters buiten het zicht houden, omdat er menselijke resten in verwerkt zijn. De SSpS-zusters in Duitsland en andere landen hebben ook eigen musea en ook vaak mooie collecties.

Sociëteit der Afrikaanse Missiën

De congregatie (SMA) in Cadier en Keer is oorspronkelijk opgericht in 1856 in Lyon (Frankrijk) door Monseigneur M.M.J. de Marion-Brésillac (1813-1859). Sinds 1923 bestaat een Nederlandse provincie. De missiegebieden van de congregatie waren Ghana (1901), Togo, Ivoorkust, Benin en Nieuw-Zeeland, en de geschatte omvang van de collectie is 3.100 objecten. De collectie omvat volkenkundige objecten.

Al vanaf 1923 vormden de Nederlandse leden een zelfstandige provincie van de SMA, aanvankelijk met een eigen Afrikaans missiegebied, namelijk Goudkust (nu Ghana). In 1959 werd de Stichting Afrikacentrum opgericht, die in Cadier en Keer een Afrikamuseum presenteerde op de eigen locatie. Het Afrikacentrum had een educatieve taak om over het continent Afrika te vertellen inclusief het hedendaags Afrika, waarbij een sterke nadruk lag op Ghana. Sinds de sluiting van het museum in 2012 is de collectie opgeslagen bij de SVD te Steyl en wordt soms tijdelijk getoond in Missiemuseum Steyl.

Kruisheren

De Orde van het Heilig Kruis of de Ordo Sanctae Crucis (OSC) is ontstaan in de 12e eeuw. De Belgisch-Nederlandse tak werd gesticht te Hoei (België) in 1210 door Theodorus van Celles (1166-1236). De orde is sinds 1371 gevestigd in Sint Agatha bij Cuyk. De missiegebieden van de orde waren Congo (1920), Indonesië (1927) en Brazilië (1934). De omvang van de volkenkundige collectie is circa 350 objecten.

De verzameling Afrikaanse objecten in bezit van de Orde der Kruisheren heeft betrekking op de Azande-cultuur in Noordoost Congo. Enkele objecten kunnen worden toegeschreven aan naburige bevolkingsgroepen die tezamen bekend staan als Mangbetu. In het Belgische deel van de Kruisheren-collectie te Diest - in dezelfde tijd en regio opgebouwd als die in Sint Agatha - zijn meer objecten te vinden. Het is de bedoeling om deze deelcollectie in de toekomst bij die in Sint Agatha te voegen. De Stichting St. Aegten, die de eigenaar en beheerder is van het Klooster Sint Agatha, heeft daarom besloten om voorwerpen uit de Diest-collectie in zijn bestandscatalogus op te nemen.

Archieven en fotocollecties van de missie

Naast het beperkte aantal congregaties dat een historische collectie bezit, zijn er meer congregaties die nog een groot archief en een foto-, film- en bibliotheekcollectie bezitten. In deze archieven en collecties bevinden zich unieke bronnen over het leven en werk van kloosterlingen in Nederland en in hun missiegebieden en over de geschiedenis van de afzonderlijke congregaties.

Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven

Stichting Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven is in 2005 opgericht in Sint Agatha voor de ruim 100 kloostergemeenschappen die hier hun archieven, boeken en voorwerpen laten beheren. Het centrum beschikt over een nieuwgebouwd archiefdepot, kantoren, een studiezaal, vergaderzalen en een tentoonstellingsruimte. Het erfgoed kan door belangstellenden worden geraadpleegd in de studiezaal en kan bekeken worden in tentoonstellingen. Het Erfgoedcentrum richt zich op de geschiedenis en de betekenis van kloosterlingen in Nederland. Ongeveer twee derde van de deelnemende kloostergemeenschappen heeft al erfgoed naar Sint Agatha overgebracht. Het centrum beheert inmiddels 5 km archiefmateriaal, circa 30.000 publicaties in de bibliotheek en circa 4.000 historische objecten. Inventarissen en catalogi zijn toegankelijk via de website. Het Erfgoedcentrum is sinds 2015 geregistreerd als museum. Het Erfgoedcentrum is opgericht met een financieringstermijn van 30 jaar vanaf de oprichting in 2005.

Fraters van Tilburg

Een van de congregaties die geen collecties meer bezitten, maar nog wel een uitgebreid belangrijk archief hebben zijn de Fraters van Tilburg. Zij hebben een groot archief over hun missieactiviteiten in Indonesië, Brazilië en Suriname. Daarnaast herbergt hun archief het pionierswerk van de Fraters van Tilburg en de oprichter Johannes Zwijssen in het katholiek onderwijs, doven- en blindeninstituten en daarmee vele ontwikkelingen in de verschillende leermethodes voor verschillende doelgroepen. Het archief herbergt vele films, foto’s en egodocumenten. Het archief wordt op dit moment in hun eigen pand opgeslagen.

SVD Teteringen

De SVD als bakermat van de antropologische wetenschap heeft naast de archieven van de congregaties in Steyl het archief van de Nederlands Belgische provincie van de SVD (sinds 1924) in Teteringen. Deze communiteit van de SVD heeft geen eigen collectie meer, maar nog wel een omvangrijk historisch archief en een foto en filmcollectie die nog maar beperkt geïnventariseerd en ontsloten zijn. De bibliotheek van de Nederlandse provincie is bij St Agatha ondergebracht.

Geschiedenis van de zending

Zending betreft het geheel aan activiteiten die uitgaan van protestantse kerkgenootschappen en is gericht op de verkondiging van het evangelie onder niet-christelijke bevolkingen, met het doel om christelijke gemeenten te stichten. De term zendeling betekent letterlijk: iemand die is uitgezonden om het evangelie te verspreiden in het buitenland.

Bij het ontstaan van de Nederlandse handelsgebieden en koloniën zag de Nederlandse protestantse kerk het als haar taak om de Nederlanders die vertrokken naar het buitenland geestelijk te begeleiden. Daarnaast wilde men het protestantse geloof verspreiden onder de bevolkingsgroepen in de koloniën.

Volgens de toen geldende opvatting mocht er alleen zending plaatsvinden met steun van de overheid. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) ging akkoord met zending in het gebied waar de VOC actief was mits de zendelingen zich hielden aan enkele regels: de overheid plaatste en verplaatste de predikanten naar eigen goeddunken, daarmee tevens uitmakend waar zending was toegestaan en waar niet. De kerkelijke vergaderingen werden bijgewoond door politieke commissarissen, en er werd geen correspondentie gevoerd met Nederlandse kerkelijke organen tenzij onder toezicht en met bemiddeling van de Compagnie.

Overal waar de VOC en de West-Indische Compagnie (WIC) zich vestigden gingen hervormden over tot het stichten van kerken voor de Nederlandse gemeenschap. Compagniebestuurders stemden met deze kerkelijke initiatieven in. Zij bekostigden de bouw en het onderhoud van de kerkgebouwen en betaalden bovendien het salaris van de predikanten en de schoolmeesters. Tegelijkertijd gingen zij ervan uit dat de overzee verrezen kerken de VOC en de WIC krachtig zouden steunen in hun streven naar politieke macht en economisch gewin.

Bij de protestante zending gingen echtgenotes en gezinnen van de zendeling vaak mee op reis. De vrouwen worden vaak niet meegeteld in overzichten van het aantal zendelingen. Velen van hen werkten echter samen met hun mannen, vooral in kringen waartoe deze mannen niet gemakkelijk toegang kregen, zoals die van de vrouwen en meisjes, de zorg en soms ook basisonderwijs.

Zendingscollecties

Zendingscollecties maken deel uit van het protestants-religieus erfgoed in Nederland en omvatten objecten die verzameld zijn in het kader van het zendingswerk in Afrika, Azië en andere delen van de wereld. Het betrof doorgaans etnografica die door zendelingen werden meegebracht, maar ook rituele objecten die in beslag waren genomen.

De Protestantse Kerk gebruikte deze objecten aanvankelijk als onderwijsmateriaal voor kwekelingen in Nederland. Gedurende een groot gedeelte van de 20e eeuw was het heel gebruikelijk dat zending en missie door tentoonstellingen aan hun werk meer bekendheid gaven. De protestantse zending heeft zijn eerste zendelingententoonstelling gemaakt rond 1880.

Zendingstentoonstellingen waren een belangrijk middel om belangstelling bij het thuisfront te wekken, en zo inkomsten te genereren. De maskers en voorouderbeelden kwamen tot leven door de verhalen die zendelingen erover vertelden. Eerst spraken ze over de traditionele cultuur van het gebied, dan over de ontvankelijkheid aldaar voor het evangelie, tenslotte over wat (met steun van het thuisfront) nog bereikt zou kunnen worden. Op de tentoonstellingen waren voorwerpen uit de koloniën te zien zoals modellen van gebouwen, kleding, huisraad, keuken- en eetgerei, vervoermiddelen, landbouwgereedschap, voorwerpen van huisnijverheid, visgerei, muziekinstrumenten, schrijfgerei, speelgoed, houtsoorten, naturalia, religieuze voorwerpen, oudheden en wapens.

In de negentiende eeuw zijn veel volkenkundige musea gesticht. Veel zendingscollecties zijn daar terecht gekomen. Zo ging bijvoorbeeld na de koloniale tentoonstelling in Amsterdam (1883) de etnografische collectie van het Rotterdams Zendelingshuis naar het Museum voor Land- en Volkenkunde (nu het Wereldmuseum Rotterdam), waar de collectie in 1884 als bruikleen werd ingeschreven. Het zendingshuis kon bij tentoonstellingen over de collectie blijven beschikken en tevens een beroep doen op technisch en wetenschappelijk advies van de staf van het museum.

De jaren daarna werden nog enkele tentoonstellingen gehouden, de laatste in 1957. De oude collectie etnografica van de hervormde zending werd in 1955 verkocht aan het Museum voor Land- en Volkenkunde in Rotterdam, waar het eerder in bruikleen was. De overige etnografica gingen naar het Instituut voor de Tropen te Amsterdam (nu Wereldmuseum Amsterdam) of naar het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden (nu Wereldmuseum Leiden).

Er zijn twee plekken waar nu nog een grote zendingscollectie aanwezig is. Dit is bij de Hernhutters in Zeist en bij Stichting Zendingserfgoed in Zuidland.

Evangelische Broedergemeente

De Evangelische Broedergemeente (Unitas Fratrum) of Hernhutters in Zeist is een organisatie met een lange zendingstraditie. Om ook in Indië het Evangelie te kunnen brengen, vestigden de Hernhutters zich in 1734 in Nederland. De stichtingsdatum van de Broedergemeente (EBG) in Zeist was op 12 mei 1746. In 1793 werd het Zeister Zendingsgenootschap (ZZg) opgericht, om het zendingswerk in Suriname te ondersteunen en te organiseren. In de loop van de ruim twee eeuwen werden vele mensen via Zeist naar Suriname uitgezonden om daar in de kerk, de scholen, de bedrijven en de Medische zending van de Broedergemeente te werken. De zendingsgebieden betroffen naast Suriname, Tanzania, Zuid-Afrika, Jamaica, Cuba, Midden-Amerika, Letland en Albanië.

De collectie met een geschatte omvang van 4000 objecten en 1500 foto's is te zien in het in 2007 opgerichte Museum Het Hernhutter Huis. Dit is een museum over de geschiedenis van de Broedergemeente en het zendingswerk. De collecties omvatten naast voorwerpen uit de leefgemeenschap van de Broedergemeente, ook etnografica en andere voorwerpen die zijn verbonden met de zendingsgeschiedenis. De museumstichting Het Hernhutter Huis heeft in opdracht van de Broedergemeente Zeist en het Zeister Zendingsgenootschap de zorg voor de collecties van beide organisaties.

De collecties lijken min of meer toevallig ontstaan. Men bewaarde (gebruiks-)voorwerpen en stelde deze ook ten toon om te laten zien ‘hoe het vroeger was’, en om aan de niet-reizende Zeistenaren te laten zien hoe mensen in de zendingsgebieden leefden. De EBG en ZZg hebben beiden eveneens een bibliotheek en een archief. Een groot aantal stukken is bovendien ondergebracht bij Het Utrechts Archief. Het lopende archief van EBG en ZZg (vanaf respectievelijk 1975 en 1980) wordt bewaard in Zeist en wordt beheerd door Het Hernhutter Huis.

Via het Hernhutter Huis komen van verschillende kanten nog schenkingen binnen ter aanvulling van de museale collectie. Dit zijn onder andere foto’s uit Suriname (uit de jaren ’50) en voorwerpen uit Suriname zoals houtsnijwerk. Alleen objecten die te maken hebben met het Hernhutter Huis worden aangenomen. Samen met het Zeister Zendingsgenootschap steunen zij de samenwerking met andere delen van de Broeder-Uniteit in de hele wereld, met name met de Broedergemeente in Suriname.

Meer over Museum Het Hernutter Huis:

Stichting Zendingserfgoed

Stichting Zendingserfgoed is opgericht in 2011 in Zuidland. De stichting heeft tot doel het beheer en behoud van collecties die tot het erfgoed van protestantse zendingen in Nederland behoren. Deze collecties bestaan onder andere uit kunstvoorwerpen, etnografica, geschenken, voorwerpen afkomstig van tentoonstellingen, films, dia’s, geluiddragers, boeken en andere archivalia. Het beheer omvat tevens het – al dan niet in bruikleen – verwerven, verzorgen, catalogiseren, publiceren, en uitlenen van (delen van) collecties.

De zendingsgebieden betreffen de gehele wereld, of in ieder geval overal waar zendelingen actief waren en de geschatte omvang van de collectie is ongeveer 1516 voorwerpen.

De collectie wordt door een groep vrijwilligers verzorgd, geregistreerd en digitaal toegankelijk gemaakt. De stichting verzamelt gericht voorwerpen die met de protestantse zendingsgeschiedenis te maken hebben.

Meer informatie over de Stichting Zendingserfgoed:

Archieven en fotocollecties van de zending

De archieven en fotocollecties van de meeste genootschappen zijn geborgd bij een aantal grote regionale archieven, zoals het Utrechts Archief en Stadsarchief Amsterdam.

Archieven die in Het Utrechts Archief te vinden zijn:

  • Hernhutters/Evangelische Broedergemeenschap.
  • Raad voor de Zending van de Nederlandse Hervormde Kerk.
  • Zendingsactie van de Nederlandsche Baptisten Jeugd Beweging.
  • Christelijke Gereformeerde Kerken.
  • Gereformeerde Kerken in Nederland.
  • Kerk van de Zevende Dags Adventisten en het Leger des Heils.

Archieven die in Stadsarchief Amsterdam te vinden zijn:

  • Amsterdam Nederlands Lutherse Genootschap.
  • Inventaris van het Archief van de Doopsgezinde Vrouwen Zendingsvereniging.
  • Doopsgezinde Vereeniging ter bevordering der Evangelie-verbreiding in de Nederlandsche Overzeesche Bezittingen.

Daarnaast hebben verschillende zendingsorganisaties het archief ondergebracht bij het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland, zijn de archieven van de Stichting voor de Zending der Gereformeerde Gemeenten ondergebracht bij het Centraal Bureau Gereformeerde Gemeenten te Woerden en hebben de Protestantse Theologische Faculteit in Kampen en Groningen ook zendingsarchieven.

Vele films, dia’s en foto's bevinden zich bij het Landelijk Protestants Dienstencentrum van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) te Utrecht. In het archief van de Raad voor de Zending in het Utrechts Archief bevinden zich diverse (verouderde) inventarisaties van het audiovisuele materiaal. De vele zendingsarchieven zijn dus redelijk verspreid ondergebracht en voor het grootste gedeelte beschikbaar voor onderzoek.


Dit artikel is gebaseerd op onderzoek van RaadSaam Erfgoedprojecten, uitgevoerd in 2023.

Verder lezen

  • Raymond Corbey; Karel Weener, Collecting while converting: missionaries and ethnographics, in: Journal of Art Historiography, vol. 12, no. June 2015.
  • A.C.M. Kappelhof e.a., Repertorium van Nederlandse zendings- en missie-archieven 1800-1960, Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Den Haag 2011.
  • M.E. Monteiro; A.M Derksen, Gedeeld cultureel erfgoed delen. Een locatiegebonden benadering, in: Ex Tempore, 39, 2, (2020), pp. 102-123.
  • Jonas van Mulder; Thomas Coomans; Dries Vanysacker (red.), Cross Cultural Heritage. Critical Approaches to Missionary Legacies, Leuven 2025.
  • A.M.C. van Pesch; H.W. Campbell, Missionaire collecties in beeld. Een onderzoek naar de omvang en herkomst van verspreide volkenkundige collecties van missionaire oorsprong, Maarssen 1992.
  • Marleen Reichgelt, Revisioning Colonial Childhoods. A Photographic History of Papuan Children in Missionary Networks, 1890-1930, Arnhem 2023.
  • Karel Weener, Steinharts biecht: Zielenstrijd op de Batoe-eilanden, Meppel 2020.

Zie ook

Hoort bij deze thema's


Begrippen

religieus erfgoed en koloniën

Specialist(en)


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 10 feb 2026 om 17:42.