Dokkum - De Zijl 2 - Stadhuis


(13187) monumentenregister Monumentnummer: 13187



Introductie

De oorsprong van het stadhuis van Dokkum is de vroeg 16e eeuw Mockema-Blauhuisstins. Na aankoop van de stins in 1606 werd het gebouw in opdracht van het stadsbestuur verbouwd. Hierna volgden een reeks verbouwingen en uitbreidingen in de 18e, 19e, 20e en 21e eeuw om het gebouw te laten aansluiten bij de omvang en uitstraling van de gemeente. In de 18e eeuw is een nieuw interieur aangebracht met stucwerk, goudleerbehang en geschilderde behangsels. Dit interieur is nog altijd aanwezig.
Afb. 1. Het stadhuis van Dokkum, juli 2019. Foto door JoachimKohlerBremen, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Afb. 2. Interieur: raadzaal met grote geschilderde behangsels met allegorieën van Daniël Reynes, stucplafond en schouw, mei 2000. Foto door J.P. de Koning, Beeldbank RCE, CC BY-SA 3.0


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 11 januari 1968

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
vervaardiging 1500 1550 globaal Bouw Mockema-Blauhuisstins
verbouwing 1608 1610 exact Verbouwing van de stins tot stadhuis
verbouwing 1717 1717 exact Herstel stadhuistoren
uitbreiding 1761 1763 exact Nieuwe vleugel
verbouwing 1835 1835 exact Nieuwe lijstgevel
restauratie 1938 1941 exact Restauratie en verbouwing
restauratie 1983 1986 exact Restauratie en uitbreiding
restauratie 2026 2027 globaal Restauratie; o.a. gevels inclusief kleurstelling

Bouwtypen

bouwtypetoelichting
raadhuizen



Het stadhuis is een gebouw dat teruggaat tot de vroege 16e eeuw. Het stadhuis is oorspronkelijk gebouwd als stins. In de vroege 17e eeuw (1606) kocht het stadsbestuur de stins en liet dit door stadsmetselaar Jacob Lous verbouwen tot stadhuis. Uit deze tijd resteren nog het beeld Justitia op de gevel en de klok in de toren. Het stadhuis is in de 18e eeuw door stadsmetselaar Jan Nooteboom uitgebreid met een nieuwe vleugel en voorzien van een nieuw interieur met stucwerk, goudleerbehang en geschilderde behangsels. Hiervoor werd het buurtpand aangekocht, tot dan toe in gebruik als herberg. De betrokken ambachtslieden bij de 18e eeuwse verbouwingen waren: Yge Rintjes (houtsnijwerk), Anthoni Castelli (stucwerk), Johannes Hardenberg (steenhouwwerk). In de 19e eeuw kreeg het stadhuis een nieuwe neoclassicistische gevel, waarschijnlijk ontworpen en uitgevoerd door de stadsbouwmeester Andries Tjaarda. Hierna volgden nog een restauratie en verbouwing in 1938 door Doeke Meintema en Jo Vegter, een uitbreiding in 1983 (Broor Adema) en een in 2003 (Gunnar Daan). Het rijksmonument Suupmarkt 2 (13174) maakt sinds 1978 onderdeel uit van het stadhuis. (2026)

Bouwgeschiedenis

  • Eerste helft 16de eeuw: Bouw Mockema-Blauhuisstins: een gewelfde kelder en eiken jukgebinten met gehakte montagemerken, muurfragmenten met bakstenen rooswinkels. Bewoner jonker Carel van Unia en Aldegonda van Achelen.
  • 1608-1610: Verbouwing van de stins tot stadhuis door stadsmetselaar Jacob Lous uit Harlingen: Twee bouwlagen, asymmetrisch geplaatste band- en rolwerkgevel, achtkantige toren, spiltrappenhuis tot de kelder.
  • 1717: Herstel stadhuistoren door Outger Douwes en Foppe Hessels: vernieuwing als koepeltoren, gedenksteen.
  • 1761-1763: Nieuwe vleugel door stadsmetselaar Jan Nooteboom: aankoop herberg om het stadhuis uit te breiden met een vleugel. De verdiepingsbalken van beide panden werden gelijk getrokken en de herberg werd verhoogd voor gelijke nok. Het schilddak werd vernieuwd in naaldhout met spantbenen van muurplaat tot nok. Betrokken ambachtslieden waren Yge Rintjes (houtsnijwerk), Anthoni Castelli (stucwerk), Johannes Hardenberg (steenhouwwerk)
  • 1835: Nieuwe lijstgevel door stadsbouwmeester van Hout of Andries Tjaarda: gevels en 6-ruits ramen in neoclassicistische bouwstijl, lijstgevel, middenrisaliet, fronton empire, Dorische ingang partij, dakkapel, vernieuwing lantaarntoren in achtkantige opzet met koepeldak.
  • 1938-1941: Restauratie en verbouwing door architect Doeke Meintema en Jan Vegter: wegwerken achterstallig onderhoud, wijziging kelder, begane grond en ramen (terug naar 18e eeuwse indeling), kelder gasdichte schuilplaats personeel met stalen deuren en vloerafwerkingen, verlies klokkenspel.
  • 1983-1986: Restauratie en uitbreiding door architect Broor Adema: aanleiding voor de verbouwing was de fusie van de gemeente. Aankoop van de panden aan de Hoogstraat en de hoek Suupmarkt/ Oudemanssteeg. In de oudbouw een toiletgroep op de begane grond (De Zijl 2).
  • 2026: Restauratie van de gevels door Adema Architecten (Siebe van Seijen), inclusief kleurstelling.
  • 2027: Restauratie van De Zijl 2 en Suupmarkt 2 door Wytze Bouma. Vernieuwing uitbreiding uit 1983 door Inbo architecten.

(bronnen: Bouwhistorische verkenning stadhuis Dokkum, stadspand Dokkum, Monumentenadvies Oost, 2024; bericht aan de RCE Infodesk, juni 2026)

Beschrijving uit Monumenten in Nederland (2000)

Het stadhuis van Dokkum is een langgerekt dwars gebouw met opengewerkte klokkenkoepel. In 1606 kocht het stadsbestuur de Mockema-Blauhuisstins op de hoek van de Hoogstraat en De Zijl. Dit vroeg-16de-eeuwse gebouw naar plannen van de Harlinger stadsbouwmeester Jacob Lous werd in 1608-'10 verbouwd en voorzien van een asymmetrisch geplaatste band- en rolwerkgevel. Volgens een gedenksteen werd de stadhuistoren in 1717 hersteld door Outger Douwes en Foppe Hessels. De naastgelegen stadsherberg, die in 1730 verkocht moest worden, kon in 1756 weer worden aangekocht om op die plaats in 1761-'63 naar plannen van Jan Nooteboom een nieuwe vleugel te laten bouwen. Bij een verbouwing in 1835, mogelijk naar plannen van A. Tjaarda, kreeg het stadhuis een nieuwe lijstgevel met middenrisaliet, voorzien van een fronton in empire-vormen en een dorische ingangspartij met daarboven een venster met ionische omlijsting. Het enige restant van de 17de-eeuwse gevel is het door Jacob Lous gemaakte Justitiabeeld (1610) op het fronton. In de ook bewaard gebleven klokkenkoepel hangt een klok uit 1615, die mogelijk werd gegoten door Johan, Frans en Thomas Simonsz.; het carillon is uit 1955. Naar plannen van J.J.M. Vegter is het stadhuis in 1939-'41 gerestaureerd en voorzien van pseudo-18de-eeuwse vensters. In 1967 kwam aan de Hoogstraat een uitbreiding tot stand, gevolgd door verdere uitbreidingen in 1983 en 1987.

Het interieur bevat diverse oude onderdelen. In de Groene Zaal staat een monumentale zandstenen schouw in maniëristische vormen, naar ontwerp van Jacob Lous. De rijk bewerkte schouwbalk met aedicula, voorzien van het stadswapen, wordt ondersteund door op postamenten geplaatste ionische zuilen met beslagwerk. Het goudleer in deze kamer stamt uit circa 1710. De Raadzaal heeft rococo-stucwerk van Anthoni Castelli en rococo-snijwerk van Yge Rintjes uit 1761-'63. De twee schoorsteenmantels zijn gemaakt door Johannes Hardenberg. De schouwstukken en grisailles uit 1757 zijn van Daniël Reynes. Hij vervaardigde verder in 1763 de vier grote geschilderde behangsels met allegorieën op de bloei van de stad Dokkum. In de Burgemeesterskamer bevindt zich een rococo-schouw met Harlinger tegeltableau (gemerkt Pals Karsten 1773), afkomstig uit een pand aan de Ee buiten de stad.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

MonumentenArtikelenHoort bij deze thema'sBeschermd stads- en dorpsgezicht

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.




Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 2 sep 2026 om 02:32.