Eibergen - Borculoseweg bij 20


(14616) monumentenregister Monumentnummer: 14616



Introductie

Hekpijlers van de begraafplaats. Aan de Borculoseweg ten noord-westen van Eibergen hekpijlers met siervazen (XVIII), die de toegang tot de begraafplaats markeren.
Twee witte palen met daartussen een hek. Aansluitend een haag met daarvoor een stoep en straat. Op de achtergrond veel groen.
De hekpijlers vandaag de dag.



Historie

De pijlers van het toegangshek van de begraafplaats zijn veel ouder dan de begraafplaats zelf, die in 1829 werd aangelegd op de “Hoge Oever” van de Berkel. De hekpijlers zijn namelijk afkomstig van het grotendeels in 1812 gesloopte klooster Bethlehem in het Duitse Zwilbroek, onderdeel van het bisdom Munster.

Rond 1650 werd in Zwilbroek een klooster gesticht dat diende als missiepost voor de katholieke gelovigen in de Heerlijkheid Borculo, waartoe onder andere ook Eibergen met een aantal buurschappen behoorde. In de Republiek was de calvinistische leer de staatsgodsdienst en werd de openbare uitoefening van het katholieke geloof verboden. De katholieken uit de wijde omgeving van de regio Eibergen trokken in die jaren naar Zwilbroek om een mis bij te kunnen wonen. De toestroom van gelovigen was zo groot dat men in 1652 een eenvoudige kapel bouwde. In de loop der jaren groeide het klooster uit tot een zelfstandig convent. In 1713 kon dankzij de giften van vele gelovigen de eerste steen worden gelegd voor een kloostergebouw en in 1717 voor de huidige kerk van Zwilbroek. Toen in 1811 het bisdom Munster werd ingelijfd bij Frankrijk, werd het klooster ontmanteld. De kerk bleef behouden, maar de overige gebouwen werden in 1822 verkocht en in de daaropvolgende jaren gesloopt. De nog bruikbare bouwmaterialen werden verkocht.

De hekpijlers met siervazen die waarschijnlijk toegang boden tot het kloosterterrein verschenen aan de Borculoseweg in Eibergen, als toegangspoort tot de algemene begraafplaats.

De begraafplaats werd op 1 juni 1829 opengesteld voor begraven na de aankoop van grond van verschillende eigenaren, waaronder de Hervormde gemeente. De begraafplaats werd met een beukenhaag verdeeld in twee gelijke delen, waarna via loting werd bepaald dat het westelijke deel voor de protestanten was en het oostelijke deel aan de katholieken werd toegewezen. Aan de noordzijde van beide delen kwam een afzonderlijk vak voor eigen graven. Alleen de eigen graven mocht voorzien worden van graftekens.

In 1877 legden de katholieken een eigen begraafplaats aan ter grootte van 500m2 naast de gemeentelijke begraafplaats. In 1918 werd 500m2 van het katholieke veld op de gemeentelijke begraafplaats door het gemeentebestuur overgenomen en werd een nieuwe scheidingsheg aangeplant en werden hier nieuwe graven uitgegeven met een grafrecht van maximaal 200 jaar. Zowel de gemeentelijke als de katholieke begraafplaats bereikten toen hun huidige omvang.

In 1926 was er alweer ruimtegebrek en werd ver buiten het dorp een nieuwe gemeentelijke begraafplaats aangelegd op grond dat eigendom was van de Hervormde kerk. De laatste bijzetting op de oude begraafplaats vond plaats in 1999.

Rijksmonument

De bijzondere waarde van de hekpijlers zit in de herkomst en daarin in de bijzondere geloofsgeschiedenis van deze regio in zeventiende en achttiende eeuw.

Het eenvoudige smeedijzeren hekwerk is niet meegenomen in de bescherming en stamt uit de negentiende eeuw. De hekken worden beëindigd met gecanneleerde gietijzeren pijlers, die een bekroning hebben in de vorm van een gesluierde urn. De gesluierde urn staat symbool voor het bedekken van het leven. Een typisch vanitassymbool zoals dat werd toegepast op begraafplaatsen in de negentiende eeuw.

Huidige situatie

De hekpijlers fungeren nog steeds als toegangspoort tot de begraafplaats, een rechthoekig terrein dat wordt omgeven door een lage beukenhaag. Een hoofdpad leidt naar de achterzijde van de begraafplaats. De beplanting bestaat uit verschillende beuken en berken. De belangrijkste en oudste grafmonumenten graftekens liggen voornamelijk achter op de begraafplaats. Een aantal grafmonumenten wordt omgeven door ijzeren hekwerken. Het betreft de graven voor een aantal vooraanstaande plaatselijke fabrikanten en andere notabelen, zoals de families Ter Braak. Ten Cate, Prakke en Smits. De begraafplaats zelf is aangewezen als gemeentelijk monument.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

  • Berkelland op de Kaart
  • De algemene begraafplaats aan de Borculoseweg in Eibergen. Met gravenindex. (2025)
  • Wesselink, E.H.; Kerken langs de Grens, deel 1, in: Old Ni-js. Kroniek van Eibergen, Beltrum, Rekken en Zwolle. Jaargang 11, nr. 32, 1997.

Zie ook

Hoort bij deze thema's Begrippen

hekpijlers

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.


Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 16 sep 2025 om 02:01.