's-Gravenhage (Den Haag) - Kerkhoflaan 12 - Gemeentelijke begraafplaats met schijndodenhuis


(17620) monumentenregister Monumentnummer: 17620



Introductie

Gemeentelijke begraafplaats, daterend uit 1830, aangelegd door stadsarchitect Zeger Reijers. Belangrijk aspect is het schijndodenhuis dat centraal op de begraafplaats staat.
Gebouw in grijs, wit en zwarte kleuren met rondom groen en op de voorgrond bestrating.
De aula in 1965 vanaf de voorzijde gezien (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Beeld van veel grijze stenen met op de stenen soms paaltjes en andere voorwerpen.
Op het grafvak ten noorden van de aula liggen oude grafmonumenten, vaak kelders, in een aaneengesloten rij.
Veld met allerlei soorten grafmonumenten in diverse kleuren met op de achtergrond een gebouw met daarvoor nog enig groen.
Blik over het grafvak ten noorden van de aula met de aula en latere aanbouw op de achtergrond.
Centraal een groot wit gebouw met op de voorgrond bestrating met links en rechts groen.
De aula in 2022 gezien vanaf de hoofdlaan aan de Kerkhoflaan.


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 11 januari 1967

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
aanleg 1829 1830 exact
vervaardiging 1829 1830 exact Schijndodenhuis

Bouwstijlen

bouwstijlzuiverheidtoelichting
Neoclassicisme stijlzuiver Schijndodenhuis

Ambachten

vakman/organisatieplaatsberoeptoelichting
Zeger Reijers architect / bouwkundige / constructeur


Historie

Kerken en kerkhoven dienden eeuwenlang de Haagse inwoners tot rustplaats voor hun doden. De Joodse gemeenschap kreeg in 1694 langs de Scheveningseweg een eigen begraafplaats en katholieken lieten bij voorkeur hun doden begraven bij de kapel van Eik en Duinen, ver buiten de bebouwde kom. In 1716 kreeg Den Haag een nieuwe begraafplaats, het Noorderkerkhof. Hier werden vooral armlastigen begraven. In 1779 werd bij Scheveningen een begraafplaats aangelegd als protest tegen de toenmalige gang van zaken rondom het begraven. Dit was Ter Navolging waar met name aanzienlijke families gebruik van maakten. Onder de Fransen die in 1795 aan de macht kwamen, direct een verbod op begraven in de kerken afgekondigd, maar uitstel volgde al snel. Andere plannen voor het begraven werden niet uitgevoerd en na het vertrek van de Fransen was al snel alles weer bij hetzelfde in het Haagse. Pas met de maatregelen van de minister van Binnenlandse Zaken in 1827 diende men maatregelen te gaan nemen. De minister handelde op grond van de beslissing van de Koning om de Franse regelgeving toch weer doorgang te laten vinden. Begraven in kerken werd verboden en grote steden en dorpen dienden een nieuwe begraafplaats aan te leggen, ver buiten de bebouwde kom. Direct in 1827 startte het Haagse gemeentebestuur met plannen voor zo’n nieuwe begraafplaats. Een geschikte locatie was snel gevonden, ten noorden van de stad en hoog gelegen. Stadsarchitect Zeger Reijers (1789-1857) kreeg de opdracht de begraafplaats te ontwerpen.

Reijers had de opdracht om een ruimte te creëren voor 12.000 graven. Daartoe nam hij een functioneel en geometrisch ontwerp met een brede hoofdas. Aan de zijde van de Koninginnengracht kwam de ingang te liggen. Ter weerszijden liet Reijers twee portiersgebouwen neerzetten met daartussen een smeedijzeren hekwerk dat aan hardstenen pijlers werd bevestigd. Rondom werd een ringmuur gebouwd en een van de vakken werd ingericht met gemetselde keldergraven. Aan de andere zijde van de hoofdas werd eenzelfde entree gebouwd en centraal had Reijers een schijndodenhuis gepland. Uitvoering van de plannen liet aanvankelijk op zich wachten. De kosten zouden te hoog zijn en Reijers moest de ringmuur in het ontwerp vervangen door een eenvoudige houten palissade. Twee keer kreeg de gemeente uitstel, maar met ingang van 1 januari 1830 moest de begraafplaats volgens de Koning in gebruik zijn. Tot dat moment kon nog begraven worden in de kerken.

Eind 1829 vingen de werkzaamheden aan waarbij vooral veel zand verzet werd. Het terrein werd ontdaan van bomen en struiken en vervolgens geëgaliseerd, onder andere met zand dat uit de gegraven ruimte voor de kelders kwam. De kelders kwamen op het hoogste deel, vanzelfsprekend 1e klasse en de laagste klassen lagen op de laagste delen van de begraafplaats. Op 2 januari 1830 vond de eerste begrafenis plaats en de begraafplaats is sindsdien in gebruik. Enkele dagen later konden de katholieken van Den Haag hun eigen begraafplaats in gebruik nemen. Met de aanleg van de gemeentelijke begraafplaats was in eerste instantie rekening gehouden met een katholiek gedeelte op de burgerlijke begraafplaats, maar dat bleek niet nodig.

Schijndodenhuis

Gebouwen op begraafplaatsen waren tot deze tijd hoogst ongebruikelijk, maar met de aanleg van nieuwe begraafplaatsen veranderde dat. Poortgebouwen, grafdelvers- en beheerderswoningen met tal van functies werden nu steeds vaker gebouwd. In Den Haag liet Reijers een gebouw optrekken waarbij de ruimte voor het opbaren van lijken een centrale rol speelde. De angst voor een schijndood gaf het gebouw zijn naam. In het gebouw werd op de begane grond een woning voor de opzichter ondergebracht. Op de verdieping kwam de kamer voor de schijndoden met daarnaast een familie-wachtkamer en een kantoor. Het ontwerp van Reijers is een in neoclassicistische stijl opgetrokken gebouw dat bestaat uit twee in elkaar geschoven bouwblokken. Hierdoor ontstond in feite een kruisvorming oppervlak. De lage begane grond werd vanaf de entree aan het oog onttrokken door een brede helling die toegang gaf tot een loggia (inpandig balkon of overdekte buitenruimte die binnen het gevelvlak valt) waarachter de schijndodenkamer lag. Deze zogenaamde cordonata had Reijers ontleend aan de in Italië veel gebruikte flauwe trappen. Alle gebouwen werden wit gepleisterd zodat het contrast met het omringende groen sterk zichtbaar werd.

Uitbreidingen en gebruik

Op de begraafplaats werden in de 19de eeuw tal van bekende Hagenezen begraven waarvan sommige ook landelijke bekendheid genoten. Het schijndodenhuis is waarschijnlijk tot halverwege de 19de eeuw als zodanig in gebruik geweest. Later is er een apart lijkenhuis gebouwd, dat vanaf 1872 voorgeschreven werd in de Wet op de besmettelijke ziekten. Aan de achterzijde van het schijndodenhuis is een lage aanbouw opgetrokken die op het eerste oog nauwelijks opvalt. De kamer voor de schijndoden was ondertussen in gebruik genomen als wachtkamer en de oorspronkelijke wachtkamer als slaapkamer voor het gezin van de opzichter, later directeur.

Rond 1860 bleek dat er nauwelijks nog ruimte was voor nieuwe graven. Een uitbreiding in noordelijke richting moest soelaas bieden, maar rond 1900 werden aan verschillende zijden nog enkele stroken toegevoegd. Ook werden oude gedeelten heringericht zoals duidelijk is aan de westzijde van de begraafplaats waar twintigste-eeuwse ideeën omtrent de inrichting werden doorgevoerd, met veel kenmerkende hagen.

In de Eerste Wereldoorlog werd een klein veld ingericht voor 22 Britse zeelieden die in september waren omgekomen bij de door de Duitsers getorpedeerde kruisers voor de kust van IJmuiden. Enkele elders begraven Britten zijn hier later ook bijgezet.

In 1929 opende de gemeente begraafplaats Westduin, gelegen nabij Kijkduin.

De duizenden moslims in Den Haag, vooral afkomstig uit Nederlands-Indië verenigden zich in 1932 met als doel een eigen gebedsruimte en begraafplaats te krijgen. Die laatste werd daadwerkelijk in 1933 in gebruik genomen aan de westzijde van de begraafplaats. Later zou er nog een uitbreiding volgen.

Op de plek van de cordonata werd in 1938 een nieuwe aula opgetrokken en het oude gebouw werd verbouwd. De benedenverdieping werd bij de aula getrokken met daarbij wachtkamers en een kantoor. Op de bovenverdieping werd een woning gemaakt voor de portier. Het ontwerp van de aula was van gemeentearchitect H.H. Zeggeren (1884-1974). De aula is opgetrokken van zandkleurige baksteen en verhoudt zich in afmetingen goed tot het schijndodenhuis. In de aula zijn twee grote glas-in-lood panelen aangebracht door Pieter A.H. Hofman, gesigneerd en gedateerd (fecit 1938), met voorstellingen van Christus met het Zwaard der Gerechtigheid en de Heilige Michael in gevecht met de draak.

In 1942 werd op de begraafplaats een erehof geopend waar 166 stoffelijke overschotten van Nederlandse militairen begraven zijn. Zij waren alle omgekomen bij de strijd om de residentie in de meiddagen van 1940. Eerst waren de lichamen begraven op Westduin, maar uiteindelijk dus hier. Een monument met de namen van de gevallenen, naar ontwerp van Dirk Bus (1907-1978) siert het erehof. Op het zuidelijke deel van de begraafplaats werden in maart 1945 enkele honderden slachtoffers van een bombardement in een massagraf begraven. Bijzonder wrang was dat het bombardement uitgevoerd was door geallieerde bommenwerpers. Een groot deel van de wijk Bezuidenhout werd weggevaagd met ruim 500 doden als gevolg.

In de jaren vijftig werd de begraafplaats aan de noordoostzijde en langs de zijde van Delistraat uitgebreid. Pas in 1995 kreeg de begraafplaats een urnenmuur, opgebouwd uit stukken natuursteen van oude kelderzerken. Al decennialang waren urnen bijgezet in de graven, maar niet altijd van harte. Omdat nadien geen uitbreidingen meer mogelijk waren, is de begraafplaats vooral gebruik gaan maken van bestaande grafruimte. Met de modernisering van gebouwen en de bouw van een condoleanceruimte met kantoor in 1998 bleef de begraafplaats bij de tijd.

Rijksmonument

Toen het monument ingeschreven werd in het register in 1967, luidde de omschrijving aanvankelijk “Aula op de Algemene begraafplaats. Voormalig jachthuis van Koning Willem I in neo-klassicistische stijl". Later is de omschrijving aangepast waarbij vooral ingegaan wordt op het ontwerp van Reijers' schijndodenhuis. De wachthuisjes met hek bij de ingangen van de begraafplaats zijn in 1984 als aparte monumenten aangewezen (17621 en 17642). Vervolgens zijn de grafmonumenten van de families Van Oordt, Bosboom-Toussaint, Ragay en N.F.E. von Gumoens in 1994 apart aangewezen (476059 tot en met 476062). Het schijndodenhuis is het enige in zijn soort in Nederland. De begraafplaats is met name door zijn geschiedenis, ontwikkeling in de tijd en talloze bekende en onbekende begravenen van grote cultuurhistorische waarde.

Huidige situatie

De begraafplaats is nog steeds in gebruik en niets wijst er meer op dat hier ooit kale duinen lagen. De toegang ligt vandaag de dag aan de zijde van de Kerkhoflaan, waar ook de begraafplaats Sint Petrus Banden te vinden is. Het schijndodenhuis is vanaf de entree nog steeds een opvallend gebouw, met groen omgeven. Het gedeelte rechts van het schijndodenhuis is het grootst en ook zeer afwisselend. Door de hoogteverschillen zijn er her en der trappen aanwezig. Dicht bij het schijndodenhuis liggen de 1e klasse graven en ook de kelders met daartussen veel waardevolle grafmonumenten met tal van verwijzingen naar Nederlands-Indië, de Nederlandse adel en overheidsfunctionarissen. Veel grafmonumenten zijn geïnventariseerd en beschreven.

Er is een gedeelte voor algemene graven waar volop begraven wordt. Mede daardoor is de Kerkhoflaan naast een monumentale, groene begraafplaats ook een actieve plek waar menig Hagenees zijn laatste rustplaats vindt.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema'sBeschermd stads- en dorpsgezicht Begrippen

begraafplaatsen en schijndodenhuisjes

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.


Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 23 mrt 2026 om 09:50.