Katwijk aan den Rijn - Rijnstraat 151 - Joodse begraafplaats van Leiden


(23527) monumentenregister Monumentnummer: 23527



Introductie

Joodse begraafplaats uit 1758 met aan drie zijden een muur en bij de entree een beheerderswoning met metaheerhuis.
Talloze staande stenen, grijs en andere donkere kleuren in het gras met op de achtergrond bomen.
Overzicht van het zuidelijke deel van de begraafplaats met links de beheerderswoning en nog net zichtbaar de katholieke kerk van Katwijk aan den Rijn.
Een bouwwerk met muren in baksteen in het gras met rondom stenen en op de achtergrond groen.
Het bakstenen herdenkingsmonument midden op de begraafplaats.
Een rode muur met verkleuringen waar de muur slecht is en veel bakstenen beschadigd zijn.
Aan de buitenzijde, links van de beheerderswoning is goed te zien dat de muur in niet al te beste staat verkeerd (situatie 2023).



Historie

De Joodse begraafplaats in Katwijk is in 1758 aangelegd door de Joodse gemeente Leiden. De uit 1719 daterende Joodse begraafplaats op het Blauwe Bolwerk in Leiden werd nog in datzelfde jaar ontmanteld en de stoffelijke resten werden overgebracht naar Katwijk. In eerste instantie werd de grond gepacht, maar in 1835 werd het perceel gekocht. De begraafplaats lag net op de rand van de hogere zandgronden niet ver van de hervormde kerk van Katwijk aan den Rijn. Vanuit Leiden was de begraafplaats gemakkelijk bereikbaar over Rijnsburg of Valkenburg, gelegen langs de doorgaande weg naar Katwijk aan Zee.

In eerste instantie ging het om een rechthoekig stuk grond ter grootte van zo’n 1.400 m2. Rond 1830 is er voor de begraafplaats een (nieuw) metaheirhuis met ontvangstruimte en een woning voor de beheerder opgetrokken. Mogelijk dat toen ook de begraafplaats vergroot is, met name aan de oostzijde tot de huidige grootte van zo’n 3.300 m2.

In 1807 vond in Leiden een ramp plaats waarbij een Joodse school getroffen werd en veel kinderen en hun leraar omkwamen. Een kruitschip was in de gracht ontploft en vaagde een gedeelte van Leiden van de kaart. Naast de school werden ook anderen getroffen en het archief in de synagoge ging verloren zodat over de gemeente voor die tijd weinig bekend is. De doden werden in de noordwestelijke hoek van de begraafplaats begraven en rondom werd een muur opgetrokken met daarvoor een herdenkingsplaquette.

Voor armen en jonggestorven kinderen bleek de begraafplaats toch wat te ver weg en in 1869 werd daarom een kleine begraafplaats aangelegd nabij molen De Valk, naast de algemene begraafplaats (ook wel Lammermarkt genoemd). Door een herinrichting en ruiming van de begraafplaatsen werden in 1961 de stoffelijke resten van begraafplaats De Valk overgebracht naar Katwijk.

Al aan het begin van de twintigste eeuw was sprake van een afname van het aantal Joodse inwoners in Leiden. Op het hoogtepunt telde de gemeenschap meer dan 500 leden, maar rond 1930 was dat afgenomen tot ongeveer 300. Leiden was wel de plaats waar veel Joodse studenten een opleiding genoten aan de Universiteit. Een aantal hoogleraren waren ook van Joodse afkomst. In 1927 werd de Joodse gemeente van Wassenaar zelfstandig waardoor de Leidse gemeente een stuk kleiner werd. In Wassenaar was in 1906 een eigen begraafplaats aangelegd waar ook veel Joden in Leiden gebruik van maakten. De afname van het aantal Joden in Leiden kwam ook doordat sommige gezinnen naar grotere steden trokken of naar omringende gemeenten wanneer hun welvaart toenam. Net voor de oorlog groeide de gemeente met name door Duitse vluchtelingen. Slechts een klein gedeelte van de gemeenschap keerde na de oorlog terug en hervatte het leven. Een aantal voorzieningen in de stad werden afgestoten, maar de begraafplaats bleef in gebruik. In de jaren zestig werden niet alleen de resten van de Joodse begraafplaats in Leiden hierheen overgebracht maar ook die van Alphen aan den Rijn. Daar lag aan de Aarkade een kleine joodse begraafplaats die in 1963 geruimd is. Daarbij zijn ook alle stèles overgebracht. Ze zijn vlak neergelegd achteraan op het oude gedeelte van de begraafplaats in Katwijk.

Rijksmonument

In 1978 werd de begraafplaats aangewezen als rijksmonument. Huis, ommuring en de verzameling grafmonumenten werden daarmee beschermd. In eerdere inventarisaties, zoals de Voorloopige lijst was de begraafplaats niet genoemd. Begin jaren tachtig en daarna nog eens rond 2006, vonden restauraties plaats van zowel huis als grafmonumenten. Sporen van het herstel zijn nog te vinden op tal van grafstenen.

Huidige situatie

De begraafplaats is nog steeds in gebruik. De omgeving is wel sterk veranderd. Na de Tweede Wereldoorlog werd ten westen van de begraafplaats de N206 aangelegd waarvan het de bedoeling was dat dit een rijksweg tussen Den Haag en Haarlem zou worden. De bebouwing in de omgeving nam toe en met name begin twintigste eeuw is het gedeelte ten noorden van de begraafplaats omgevormd tot woonwijk. De begraafplaats is aan drie zijden omgeven door een hoge bakstenen muur. Aan de noordzijde is een haag van coniferen (thuja) geplaatst, maar mogelijk heeft hier ooit ook een muur gestaan. Aan deze zijde is goed te zien dat de begraafplaats hoger ligt dan de omgeving.

Centraal voor de begraafplaats ligt het metaheirhuis met ruimte voor een beheerder, de kohaniem (in een lage aanbouw) en opslag. Aan beide zijden van het gebouw is een smalle ingang in de muur aangebracht die toegang geeft tot de begraafplaats. Eenmaal op de begraafplaats is goed te zien dat op het westelijke deel minder stèles staan dan aan de oostelijke zijde. Op het westelijke deel staan her en der bomen en de blik stuit op de muur of op de hoge coniferenhaag. Alle grafmonumenten staan of liggen in het gras. Centraal op de begraafplaats staat een herdenkingsmonument in baksteen voor de leden van de gemeenschap die nimmer zijn gekeerd door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

De honderden stèles op de begraafplaats zijn er in diverse varianten, grootte en materiaal, maar de meeste zijn van Belgisch hardsteen. De meeste jongere stenen zijn van graniet. Sommige grafmonumenten zijn omgeven door een smeedijzeren hekwerk. Het is duidelijk dat de staat van de grafmonumenten niet overal even goed is, maar er is ook te zien dat gebroken stenen gelijmd zijn of anderszins hersteld. In sommige gevallen is een steen hersteld met een vlakke steen erachter, maar veel stenen zijn ook professioneel voorzien van koperen of messing krammen. Dit laatste vaak om te voorkomen dat steken in de steen leiden tot breuk. Toch zijn her en der ook verwaarloosde grafmonumenten zichtbaar en opvallend is dat op sommige plekken de begroeiing de stenen en hekwerken overwoekerd. De Joodse gemeente Leiden doet haar uiterste best om de begraafplaats te onderhouden, maar er zijn onvoldoende middelen.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's Begrippen

begraafplaatsen

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.



Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 31 jan 2025 om 03:01.