Leiden - Groenesteeg 126 - Begraafplaats Groenesteeg
Monumentnummer: 24699
Introductie
Begraafplaats "Groenesteeg" met aula.



Historie
In Leiden werd naast dat er in en rond de kerken werd begraven ook op de bolwerken begraven. Aanvankelijk werden hier met name de minderbedeelden begraven, maar ook de Joodse gemeenschap had een begraafplaats op een bolwerk. Tijdens de Franse overheersing werd het echter per 1 januari 1813 niet meer toegestaan om in de kerken te begraven. Op initiatief van de kerkvoogdij, die haar inkomstenbron zag opdrogen, werd besloten op het Nieuwe Bolwerk aan het einde van de Groenesteeg een begraafplaats in te richten voor de bovenlaag van de bevolking van Leiden. De nieuwe begraafplaats was aan drie zijden omsloten door water. Onder leiding van stadsarchitect Cornelis Mulder werd in januari 1813 begonnen met de voorbereidingen van de inrichting van de begraafplaats, twee maanden later waren de eerste tien graven beschikbaar.
Nadat er nog datzelfde jaar een einde kwam aan de Franse overheersing, werd er weer begraven in de kerken, tot 1828. In de tussentijd bleef het aantal begravingen op de nieuwe begraafplaats beperkt tot slechts 43 personen in 15 jaar. In 1828 werd het beheer van de begraafplaats overgedragen aan de gemeente en in ruil ontving het kerkbestuur een vergoeding voor gederfde inkomsten. Het gemeentebestuur zag de noodzaak wel in om de begraafplaats op te knappen en stadsarchitect Salomon van der Pauw werd gevraagd om een ontwerp voor de grafvelden, de paden, beplanting en de woning te maken. Hij tekende een symmetrisch ontwerp met op de twee achterste vakken keldergraven en op de twee voorste vakken zandgraven. Links van de ingang ontwierp Van der Pauw een aula. Aan het eind van het hoofdpad vanaf de ingang ontwierp hij een keerlus voor de rouwkoets.
In 1838 verzocht de Hervormde Kerk om financiële redenen om het beheer van de begraafplaats weer op zich te mogen nemen. De gemeente stemde toe en zou in 1859 ook het eigendom overdragen aan de zogeheten Gemeentecommissie van de Nederlands Hervormde Kerk. In de daaropvolgende jaren werd de begraafplaats voor het eerst uitgebreid. Ook werd de aula vrijwel geheel vernieuwd en werd op de bovenverdieping een woning voor de beheerder gebouwd. In 1890 werd de begraafplaats nog eens uitgebreid.
Na de aanleg van begraafplaats Rhijnhof in 1908 werd in 1910 besloten dat op Groenesteeg geen nieuwe graven meer uitgegeven mochten worden. Wel werden de stoffelijke resten van de begraafplaatsen bij de Marepoort en de Herenpoort op Groenesteeg herbegraven, nadat deze beide begraafplaatsen geruimd werden. En toen in de Tweede Wereldoorlog Rhijnhof een aantal keren niet gebruikt kon worden, werden de overledenen tijdelijk begraven op Groenesteeg om later alsnog op Rhijnhof te worden herbegraven. Het zou tot 1975 duren voordat Groenesteeg definitief gesloten werd. De laatste begrafenis vond er plaats op 1 augustus 1975. Toch vonden er daarna nog een aantal bijzettingen plaats in graven waarop zogenaamde eeuwigdurende rechten berustten.
Rijksmonument
Bij het samenstellen van de "Voorlopige lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst" van de provincie Zuid-Holland uit 1915 werd de begraafplaats niet genoemd. Bij de eerste aanwijzingen van rijksmonumenten die in de jaren zestig van de vorige eeuw plaatsvonden, lag de nadruk op de oude binnenstad. Gelukkig kwam ook de begraafplaats in beeld en in1978 werd ook deze ingeschreven in het register van beschermde rijksmonumenten. De gevolgen daarvan lieten zich tonen want in 1981 kocht de gemeente Leiden de begraafplaats en de aula van de Hervormde Gemeente. Intussen was de begraafplaats vervallen en vonden er regelmatig vernielingen plaats. In 1989 werd daarom een werkgroep opgericht om de begraafplaats in oude luister te herstellen. De werkgroep werd in 1992 omgezet in de Stichting tot Instandhouding van de begraafplaats Groenesteeg Leiden. In de jaren negentig werd de begraafplaats gerestaureerd, waarbij de aula werd ingericht voor gebruik door de stichting en de bovenverdieping weer geschikt werd gemaakt voor bewoning.
Nadat in 2013 het 200-jarig bestaan van de begraafplaats werd gevierd, werden in de jaren daarna een aantal monumentale grafmonumenten gerestaureerd. Uitgangspunt was om met behoud van het monumentale karakter en de sfeer het verval zo veel mogelijk tegen te gaan. Ook het groen werd aangepakt.
Huidige situatie
Toegang tot de begraafplaats wordt verkregen via een brug met daarachter een smeedijzeren hekwerk tussen hardsteen obeliskvormige pijlers met doodssymboliek. Het aulagebouw is in eclectische trant opgetrokken en in een opvallend lichte kleur geschilderd. Het rechthoekige gebouw met verdieping heeft een flauw hellend zadeldak. Op de hoeken veelhoekige pilasters, waaromheen de cordonlijst en de kroonlijst. De rechthoekige vensters hebben afgeschuinde hoeken zijn voorzien van geprofileerde lijsten op kleine consoles. De vensters, voor zover niet blind, hebben zesruitsschuiframen.
Op de begraafplaats zelf vallen de verhoogd aangelegde vakken op. De hoogte van het bolwerk is onder meer benut om keldergraven aan te leggen met een groot deel aaneengesloten zerken. Op enkele daarvan hebben eenvoudige hekwerken gestaan. Op de later aangelegde vakken liggen de graven aan paden. Op de begraafplaats zijn tal van grafmonumenten te vinden met een klassieke vormgeving zoals de afgebroken zuil en stèles. Vanaf de 20ste eeuw is een ontwikkeling te zien in de toepassing van materialen, zoals keramiek, graniet en marbriet.
Een van de blikvangers op de begraafplaats is een kolossale bruine beuk in de rand van vak B. De boom is aangeplant in 1882. Verder telt de begraafplaats een keur aan bomen, naast de beuk verschillende treurbomen en onder meer ook eik, es, zwarte els, taxus en spar. Het overige groen is eveneens noemenswaardig. Door het terughoudende maairegime groeien en bloeien hier allerlei uitzonderlijke planten.
Ondanks de verschillende restauraties en dankzij de inzet van de stichting is het karakter van de begraafplaats goed bewaard gebleven. Nieuwe toevoegingen als een Dankmonument voor mensen die hun lichaam ter beschikking hebben gesteld aan de wetenschap zijn een passende toevoeging aan de begraafplaats. In samenwerking met het IVN afdeling Leiden worden er regelmatig excursies gehouden op de begraafplaats.
Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.
Bronnen en verwijzingen
- Historische begraafplaats Groenesteeg te Leiden
- Jansen, Rob en Kallenberg, Lodewijk; Parel van het Leidse Singelpark : restauratie van het historische begraafplaats Groensteeg, 2015
- Kallenberg, Lodewijk; Leidse Glorie - Rondleiding over de historische begraafplaats Groenesteeg, 2013
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's BegrippenBegrip:bb70464c-b05e-45f7-a5ef-bfb3c5dcdb8c
Specialist(en)Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 31 jul 2024 om 18:49.