Ouderkerk aan de Amstel - Kerkstraat 10 - Beth Haim
Monumentnummer: 31967
Introductie
Portugees-Israëlitische begraafplaats, aangelegd in 1614. Met metaheerhuis, aanlegsteiger en grafvelden met zerken uit verschillende perioden. De beheerderswoning is apart beschermd.


Historie
De geschiedenis van deze begraafplaats gaat terug tot in de 15de eeuw. In 1492 kondigde de Spaanse koning Ferdinand II van Aragon een verbanningsdecreet af tegen Joden. Een van de gevolgen was dat veel Joden uit Spanje vertrokken. Een aantal bekeerde zich, maar vaak vertrokken zij later alsnog. In eerste instantie leek Portugal een veilig land, maar toen daar in 1548 ook de inquisitie werd ingesteld, vertrokken Joden naar andere landen rond de Middellandse en Adriatische Zee. En een deel vestigde zich in Antwerpen, dat in die tijd het centrum van de wereldhandel was. Toen de Spanjaarden in 1585 de stad innamen was het gedaan met de welvaart. Nadat tien jaar later ook andere Vlaamse steden te lijden kregen onder een blokkade van de Noordelijke provincies, trokken de kooplieden weg uit Antwerpen.
Zo ontstond begin 17de eeuw een ware kapitaalvlucht plaats naar Nederlandse steden, waaronder Middelburg, Rotterdam en Amsterdam. Sefardische Joden, die hun culturele oorsprong hadden in Portugal en Spanje, vonden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een relatief veilige omgeving. De eerste kooplieden met een Portugese achtergrond vestigden zich in 1595 in Amsterdam. Zij namen uiteraard hun handelscontacten mee en gaven daarmee de stad de wind in de zeilen. Op veel vlakken ondervonden de Joden dat het ware geloof het gereformeerde was, maar juist in Amsterdam konden recent uit Portugal gevluchte Joden terugkeren tot hun geloof. Wel was het belijden van het geloof geen zaak om in de openbaarheid te doen. Zo werd het hebben van een eigen synagoge lange tijd niet toegestaan. Dat gold ook voor andere belangrijke zaken als een eigen begraafplaats.
Eerste begraafplaats
in 1606 was de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam dusdanig gegroeid dat een verzoek bij de burgemeesters werd ingediend om een eigen begraafplaats te mogen hebben. Het verzoek werd niet ingewilligd, maar twee jaar jaar later werd het herhaald, nu met de vraag of men toestemming kreeg om een stuk te land voor dat doel aan te schaffen. Wederom werd het verzoek afgewezen, maar in 1607 had de Portugeesche Natie een stuk grond in Groet, ten noorden van Alkmaar, gekocht. Ondanks de grote afstand en tegenwerkende autoriteiten bleef de begraafplaats in gebruik tot 1616. In 1614 had de Portugese gemeente de hand weten te leggen op een stuk grond in Ouderkerk aan de Amstel. Vanaf dat moment werd die begraafplaats gebruikt en de graven in Groet werden na 1616 overgebracht naar Ouderkerk aan de Amstel.
Beth Haim
Het perceel in Ouderkerk aan de Amstel had een grootte van hooguit 3.000 m2. Het was toen al een stukje grond met geschiedenis, want naar verluid lag hier ooit het huis van de heren Van Amstel.
Hoewel de begraafplaats zo'n twee uur gaans van de stad lag, kon men de doden gemakkelijk via het water van de Bullewijk, die een tiental meters verder in de Amstel uitstroomt, vervoeren vanuit Amsterdam. Met de begrafenis van Joseph, kind van David Senior wordt in april 1614 de begraafplaats in gebruik genomen. Daarmee was het Beth Haim, het Huis des levens, ingewijd.
Het bestuur stelde een reglement op voor de begraafplaats. Er werden zaken vastgelegd rondom financiën en beheer, maar ook dat er een aparte plek gemaakt op de begraafplaats gemaakt moest worden voor slaven en bedienden die wel Joods waren maar niet Portugees. Een dergelijke regel was in Portugal gebruikelijk en is ook hier overgenomen. Een belangrijke regel was dat de beheerder of opzichter Joods moest zijn. Om een plek op de begraafplaats te kunnen krijgen, moesten gemeenteleden een inschrijfgeld betalen, een zogenaamde finta. Van dit geld werd onder andere het onderhoud betaald. Ook na een begrafenis was het gebruikelijk om een bepaald bedrag af te dragen aan de begraafplaats. Overigens werden armen gratis begraven.
Iets wat ook in het reglement geregeld was, was het vervoer van het stoffelijk overschot naar de begraafplaats. Dat mocht over land of met een schuit. Het lichaam mocht door niet meer dan tien personen worden begeleid, belangstellenden mochten een kwartier later volgen. Vrouwen werden niet geacht aanwezig te zijn bij een begrafenis.
De inrichting van de begraafplaats was op zich eenvoudig. Er werd op rij begraven en de nummering volgde navenant. Omdat er langs de Kerklaan nog een huis stond en er tussen begraafplaats en Bullewijk nog een sloot lag, zag de oorspronkelijke begraafplaats er anders uit dan nu. Naast een brug over de sloot was ook een aanlegsteiger nodig voor schuiten. Een kostbaar onderdeel van de begraafplaats was de lage ligging. De opzichter moest het land telkens beschermen tegen overstromingen en er werd voortdurend grond aangevoerd om de begraafplaats op te hogen.
Aanpassingen en vergroting
In 1643 werd de bebouwing die op de begraafplaats stond, de zogenaamde stenen kamer, afgebroken. Er werd een zogenaamd Rodeamentoshuis (Huis der Ommegang) of metaheerhuis gebouwd. Dit huis heeft een ceremoniële functie bij een uitvaart. De kist van een mannelijke overledene wordt in het midden geplaatst en de aanwezige mannen dienen dan zeven keer rond de kist te lopen. Voor vrouwen is er een eenvoudiger ritueel waarbij alleen vrouwen aanwezig zijn.
Een eerste uitbreiding blijkt halverwege de zeventiende eeuw al noodzakelijk. In 1663, 1671, 1690 en 1691 werden voor dit doel omliggende stukken land aangekocht. Halverwege de zeventiende eeuw waren veel Sefardische Joden die nog in Spanje woonden, naar de Nederlanden gekomen en ook uit Brazilië en Portugal volgden nieuwe leden.
Aan het begin van de achttiende eeuw was er sprake van een herinrichting van de begraafplaats. Er werd een nieuw Rodeamentoshuis gebouwd op de plaats van een boerderij die hier nog aan het water stond. De boerderij werd verplaatst naar de noordkant waar ook de bewaarder een nieuw huisje kreeg. Het Rodeamentoshuis kreeg nu een plek direct bij de steiger aan de Bullewijk. Die locatie werd waarschijnlijk ook gekozen om meer privacy te hebben dan op de eerdere locatie die dicht bij het dorp lag. In 1705 was het nieuwe huis gereed. Bij de bouw waren de fundamenten van de boerderij gebruikt, waardoor het huis een flinke kelder kreeg en hoger lag dan de begraafplaats. Bij het huis werd tevens een nieuwe steiger gebouwd.
De laatst verworven gronden werden nu opgehoogd en bij de begraafplaats getrokken. Men koos ervoor meer aan de oostzijde te begraven, dus niet aan de kant van het dorp. Verder werden schuttingen vernieuwd, ook langs de Bullewijk zodat dorpelingen van de begrafenissen geen last hadden.
Grafmonumenten
Veel Portugese Joden verloren in de tweede helft van de 18de eeuw hun vermogen door een beurscrisis. Armoede onder de leden nam toe en niet iedereen kon nog betalen voor een begrafenis op Beth Haim. Dat is ook te merken aan de grafstenen vanaf die tijd. Die werden eenvoudiger en minder rijk gedecoreerd. Het gebruik van duur marmer was rond die tijd ook afgelopen. Steeds vaker werd het goedkopere Belgisch hardsteen gebruikt. Het bestuur zag wel erop toe dat elk graf een steen kreeg. Soms werden reserveringen alleen gemaakt na de belofte dat er snel een steen op het graf zou komen.
De zachte veengrond ter plekke eiste continu ophoging en verzakte stenen moesten om de zoveel jaar omhooggehaald worden. Wanneer dat niet gebeurde verdwenen hele zerken onder de grond.
Na de roerige periode aan het begin van de 19de eeuw, als gevolg van de Franse overheersing, werd in 1815 de Nederlandsche Portugeesche Israëlitische Hoofdsynagoge opgericht dat ook het beheer van de begraafplaats op zich nam. In 1820 werd het bewaardershuis gerepareerd omdat het bouwvallig was geworden. De reparaties waren kennelijk niet afdoende, aangezien het huis in 1836 dreigde in te storten na een zware storm. In 1837 werd een compleet nieuwe woning gebouwd. Deze is apart beschermd.
In de 19de eeuw legde David Henriques de Castro (1826-1898) zich toe op het blootleggen van weggezakte zerken. Hij legde meer dan 2.000 stenen bloot, waaronder dat van de eerste begravene Joseph Senior. David werkte niet alleen aan de blootlegging van de stenen, maar tekende ze ook op en publiceerde erover. De Castro startte ook met de restauratie van enkele grafstenen. In 1887 kocht De Castro een stukje grond van het bestuur om daar eigen familiegraven te kunnen plaatsen. De reden dat het stukje grond hem verkocht werd, was omdat hij de graven wilde onderheien, wat normaal gezien niet toegestaan was. In 1892 overleed zijn vrouw Sara die hier begraven werd. In 1898 werd ook David hier begraven en zoals hij wilde, werd het monument op zijn graf onderheid met palen. Zijn werk ging niet verloren, maar liet hij na aan de Portugese gemeente.
Uitbreiding
In 1889 werd besloten een gedeelte van het tot dan toe verhuurde land aan de noordzijde te bestemmen tot begraafplaats. De uitbreiding bleek niet te volstaan en in 1894 vroeg het bestuur toestemming een stuk grond naast de boerderij te mogen kopen, langs de huidige Julianalaan. De toestemming liet even op zich wachten omdat de gemeente van mening was dat dit stuk grond te dicht bij de bebouwde kom lag. Doordat de boerderij niet tot de bebouwde kom van Ouderkerk werd gerekend kreeg men alsnog toestemming. De grafmonumenten die hier geplaatst zijn, bestaan bijna alle uit een gemetselde roef op houten palen en een afdekking met een hardstenen zerk.
Er werden in 1919 wel plannen gemaakt voor een grootscheepse herinrichting van de begraafplaats, maar uiteindelijk ging dit niet door. Een plan om een stuk grond aan de westzijde, het zogenaamde Kampje, bij de begraafplaats te betrekken, sneuvelde omdat het gemeentebestuur geen toestemming hiervoor gaf. Eerst werd nog geopperd om de boerderij te slopen zodat de bebouwde kom wat verderop zou komen te liggen, maar uiteindelijk besloot men in 1923 een deel van de begraafplaats op te hogen. Op die plek, nabij het Rodeamentoshuis, langs de Bullewijk, was al bijna 200 jaar niet begraven en met een ophoging zou men de bestaande graven ongeroerd laten. Op de ophoging werd in 1924 voor het eerst begraven. Een noviteit was dat er smalle paden tussen de graven werden aangebracht zodat men niet meer over de graven hoefde te lopen.
De Tweede Wereldoorlog
In de eerste jaren ging het begraven op Beth Haim gewoon door als vanouds. In 1941 breiden de maatregelen tegen de Joden zich uit en de eerste transporten naar werkkampen begonnen. In het najaar van 1943 werden de Joodse begrafenisfondsen door de Duitsers opgeheven en eigenden ze zich de gelden zelf toe. Begrafenissen op Beth Haim zouden voortaan via de door de Portugese gemeente opgezette Afdeling Begrafenissen verlopen. Geheel nieuw was het bijzetten van urnen op de begraafplaats. Ondanks protesten werden Joden die in kamp Westerbork stierven, aldaar gecremeerd. De as werd vervolgens overgebracht naar Amsterdam en vandaar naar een van de begraafplaatsen in Muiderberg, Diemen of Ouderkerk.
In december 1944 werd de bewaarderswoning gevorderd door de Duitsers. De beheerder was toen al ondergedoken. Hij zou na de bevrijding de werkzaamheden weer oppakken en deed dat nog heel wat jaren. De bewaarderswoning is later naar deze beheerder Vega genoemd. Het bestuur kon in de jaren daarna zich nauwelijks weren tegen de opdringerige gemeente. De machteloosheid van de Joden blijkt wel uit het feit dat in 1950 het Kampje aan de Kerkstraat kosteloos werd overgedragen aan de gemeente.
In 2020 werd bij de entree van de begraafplaats het Coronelpaviljoen gerealiseerd. Het paviljoen is onderdeel van een plan om de begraafplaats meer toegankelijk te maken. Het paviljoen biedt bezoekers een introductie in de geschiedenis van de begraafplaats. Het paviljoen is genoemd naar oud-bestuurder Jacques Senior Coronel (1948-2017).
Rijksmonument
In 1970 werd de begraafplaats aangewezen als rijksmonument. De omschrijving luidde in eerste instantie: Portugees-Israëlitische BEGRAAFPLAATS, 1614, romantisch kerkhof met oude zerken, gebouwtje op kerkhof, 18e eeuw. Hek aan de oude Amstel, 18e eeuw. In die tijd zag men de begraafplaats niet alleen aan voor een kerkhof, maar ook de Bullewijk voor de Amstel en de grafstenen voor 'oude zerken'. De omschrijving is daarmee zelf een geschiedkundig relict geworden. Inmiddels is de beschrijving aangepast en is de aanduiding van romantisch kerkhof verwijderd. Dit beeld is ontstaan door de tekeningen en schilderijen uit de zeventiende eeuw van onder meer Jacob van Ruisdael.
Er wordt nog steeds begraven op de begraafplaats en de instandhouding is nu in handen van Stichting Cultureel Erfgoed Portugees-Israëlitische Gemeente en het David Henriques de Castrofonds.
In de afgelopen decennia zijn middelen beschikbaar gesteld door Rijk, provincie en de gemeente Amsterdam om de restauratie van de begraafplaats te kunnen bewerkstelligen. De marmeren grafmonumenten waren daar ook onderdeel van. De bijzondere beeltenissen en teksten op de stenen waren door de tijd behoorlijk aangetast en algen en verwering maakten veel stenen onleesbaar. Door de stenen nu regelmatig op een verantwoorde wijze schoon te maken, is de kracht van de steen en de tekst en afbeeldingen veel beter te beleven. De talloze uitbeeldingen van taferelen uit de Thora en funeraire symboliek maken deze plek heel bijzonder. Er zijn zelfs verschillende stenen waarop de hand van God is afgebeeld.
Het terrein heeft archeologische waarde als vermeende locatie van de resten van een kasteel van de heren van Amstel. Bovendien werd het dorp Ouderkerk aan de Amstel in 1990 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De hele begraafplaats valt daar ook onder.
Huidige situatie
Via een moderne entree met het paviljoen, langs het Alvares Vegahuis, kan men op de begraafplaats komen. Achter het paviljoen strekt zich een grasveld uit met hier en daar een boom, maar ook her en der bijzondere grafmonumenten. Sommige lijken wel op stenen doodskisten, nagenoeg alle van wit marmer. Wie in het verleden in de herfst of de winter de begraafplaats betrad zag veel groene plastic hoezen over de monumenten, om ze te beschermen tegen het klimaat. Na uitgebreid onderzoek werd besloten het afdekken in de winter te stoppen. De hoezen bleken meer kwaad te doen voor de stenen dan goed.
Verder op de begraafplaats tonen de grafmonumenten wat meer gelijkenis met tombes op christelijke begraafplaatsen. Die dateren uit de vorige eeuw, toen men niet meer zoveel geld voor opzichtige grafmonumenten had. In 2018 was de zomer zo droog dat het gras op veel plekken op de begraafplaats verdorde. Daardoor werd zichtbaar waar onder de grond zerken lagen en werd ook het keurige patroon van de graven zichtbaar.
Halverwege de begraafplaats, niet ver van het water van de Bullewijk, staat het Rodeamentoshuis met aan het water het poortje waarvoor een aanlegsteiger. Rechts hiervan het opgehoogde deel dat alleen maar meer benadrukt hoe laag andere delen van de begraafplaats liggen. Helemaal achteraan op de begraafplaats staat vooral riet en jonge wilgen, grafzerken zijn niet meer te zien tussen de wildernis. Tussen de velden worden jaarlijks paden in een wisselend patroon gemaaid zodat hier gelopen kan worden.
Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.
Bronnen en verwijzingen
- Hagoort, Lydia; Het Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel. De begraafplaats van de Portugese Joden in Amsterdam 1614-1945, Hilversum 2005
- Toegangshek bij de steiger langs de Bullewijk in 1965.
Zie ook
Monumentenbegraafplaatsen en metaheirhuizen
Specialist(en)Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 apr 2025 om 02:01.