't Zandt - Hoofdstraat 41 - Mariakerk


(40295) monumentenregister Monumentnummer: 40295



Introductie

Romanogotische zaalkerk en vrijstaande toren op kerkhof in 't Zandt. Eigendom Stichting Oude Groninger Kerken.
Zwart-witfoto van de zijgevel van de kerk met groen terrein in de voorgrond.
Afb. 1. Foto door onbekend fotograaf, augustus 1934. Beeldbank RCE, CC BY-SA 4.0
romanogotisch kerkgebouw met vrijstaande toren in het verschiet tussen de bomen
Het kerkgebouw en de vrijstaande toren (achtergrond) uit het westen. Foto: beeldbank RCE / Frans Kabel CC BY-SA 4.0


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 01 juni 1973

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
1200 1300 globaal schip
1400 1500 globaal koor

Bouwtypen

bouwtypetoelichting
zaalkerken zaalkerk met verhoogd koor

Bouwstijlen

bouwstijlzuiverheidtoelichting
Romano-Gotiek stijlzuiver schip
Gotiek stijlzuiver koor


Versterkingsopgave

De kennis op deze pagina is (deels) verzameld in het kader van de versterkingsopgave als gevolg van de aardbevingsproblematiek in de provincie Groningen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) was de opdrachtgever voor deze versterkingsopgave in de periode 2016 t/m 2028.

Totaal omvat de versterkingsopgave ongeveer 360 rijksmonumenten. Deze rijksmonumenten zijn aan de hand van een norm constructief onderzocht op voldoende veiligheid voor de bewoners en gebruikers. De monumenten die constructief niet voldoen aan de norm zijn versterkt. Iedere versterkingsopgave is steeds zo veel mogelijk gecombineerd met een instandhouding-, verduurzamings- en/of herbestemmingsopgave.

De tijdlijn van de Mariakerk

(Bron: Bouwhistorische verkenning, Dijkoraad 2018)

De bouw van een vrijstaande toren in het eerste kwart van de 13e eeuw

De bouw van de kerk in de tweede helft van de 13e eeuw

Het koor in gotische stijl werd toegevoegd in de tweede helft van de 15e eeuw. De hoogte ervan is hoger dan het schip. Het schip van de kerk heeft vier achtdelige koepelgewelven die oorspronkelijk na de bouw, samen met de muren, werden afgewerkt met een schildering van metsel mozaïek.

De Mariakerk als een monument (20e eeuw-heden)

(Bron: restauratiedagboeken RCE)

De urgentie en het wachten op subsidie

In maart 1932 wordt voor het eerst melding gemaakt van scheuren in de ribben van het koorgewelf. De predikant spreekt over “[…]een scheur, zoodat die ribben - van onderen gezien - schijnen door te knikken[…]”. In diezelfde maand meldt het Rijksbureau voor de Monumentenzorg (RVM) dat er een architect komt kijken naar de toestand van de kerk. Hier is geen verslag van bekend. Wel worden er in 1934 uitgebreide schetsopmetingen van de kerk gemaakt. Waarschijnlijk zijn deze schetsen de basis voor de tekeningen die W.A. Hemsing in 1934 maakt. Deze tekeningen bestaan uit doorsneden van de toren, een lengte- en dwarsdoorsnede van de kerk, een plattegrond en details van de profielen.

Op twee momenten worden subsidieaanvragen voor de restauratie van de kerk afgewezen. In maart 1950 onderzoekt predikant Bosch de mogelijkheden voor een restauratie van de kerk. Op dat moment beschrijft hij de toestand van het kerkgebouw nog als redelijk. In april van datzelfde jaar dient de kerkvoogdij een subsidieaanvraag in voor dringende herstelwerkzaamheden. “De gemetselde gewelven zijn zeer kaduk, het metselwerk heeft door inwatering te lijden en vertoont scheuren”. Dhr. R. Offringa wordt genoemd als beoogd architect. De Bouw- en Restauratiecommissie van de NH Kerk schrijft aan de RDMZ dat vallend stucwerk een gevaar vormt voor de kerkgangers. In mei 1950 beschrijft de RDMZ een kort restauratieplan voor de NK Kerk en merkt op dat: “[…]de gewelven zeer vele teekenen van werking in het gebouw vertoonen”. Hoewel een restauratie dringend aan de orde is, zullen de werkzaamheden door gebrek aan financiën op zich laten wachten. Een subsidieaanvraag wordt afgewezen.

In mei 1957 schrijft de kerkvoogdij dat de kerk zeer bouwvallig is. Architect Offringa heeft een restauratieplan gemaakt. Er is onder andere metsel- en betonwerk nodig, dat wil zeggen het herstel van de fundering en het aanbrengen van betonconstructies voor de ring- en trekbalken. Het daarbij behorende rapport noemt een restauratie zeer urgent: “[…]de contreforts van het koor verzakken en scheuren af van het muurwerk; op diverse plaatsen zijn in het muurwerk scheuren aanwezig; de gemetselde bogen en gewelven zijn zeer kaduk en er bestaat gevaar dat loszittende gedeelten zullen vallen[…]”. De subsidieaanvraag wordt opnieuw afgewezen.

Het herstel betrof de toren, de kerk en de schilderingen. Het herstel aan het orgel lijkt niet uitgevoerd. De restauraties stonden onder leiding van architect R. Offringa en werden uitgevoerd door aannemersfirma Bultema.

Het noodherstel en versteviging van de kerk tussen 1932-1958

Het herstel van de kerk in ’t Zandt is uitgevoerd in twee fasen, eerst het noodherstel in 1958, daarna het volledig herstel tussen 1962-1967. In 1958 worden op herhaald verzoek van de kerkvoogdij enkele noodvoorzieningen getroffen in de kerk, uitgevoerd door aannemer H. Bultema. Er wordt onder andere een zolder aangelegd en er worden versterkingen in beton aangebracht.

Herstel en versteviging van de kerk tussen 1962 en 1967

In januari 1961 maakt R. Offringa een herziene begroting voor de restauratie. In datzelfde jaar bezoekt H. van der Wal de kerk in restauratie en merkt op dat de gewelven op instorten staan en dat er beweging in de gewelven zit. De doorgezakte delen worden nu verwijderd en vervangen. In mei 1964 en april 1966 volgt een herziene begroting door Offringa. Tijdens de restauratie worden wat betreft metsel- en betonwerk twee ontbrekende contreforts aangebracht plus gewapend beton voor de ring- en trekbalken.

Herstel van het orgel in 1965

In 1965 corresponderen de kerkvoogdij en de RDMZ over de restauratie van het orgel. In 1967 wordt door orgelmakerij Bakker en Timmenga een prijsopgave gemaakt. Er zijn geen bestanden die wijzen op de afronding van deze restauratie. Waarschijnlijk heeft deze door geldgebrek op zich laten wachten.

Het herstel en versteviging van de toren tussen 1965 en 1967

In een brief van de Provinciale Planologische Dienst aan de RDMZ wordt in september 1950 melding gemaakt van de slechte staat van het metselwerk van zowel de kerk als de toren van ’t Zandt. In augustus 1953 uit de burgemeester van ’t Zandt zijn zorgen over de toestand van de toren: “De muren vertonen aan de binnenzijde grote scheuren”. Hij vervolgt: “Er beginnen stenen uit de westelijke muur te vallen en ook twee andere zijden puilen niet onbelangrijk uit”. In oktober 1960 stelt architect Offringa, die tevens met de restauratie van de kerk is belast, een restauratieplan met begroting op. De geplande werkzaamheden bestaan onder andere uit het herstel van de fundering en het aanbrengen van gewapende betonringbalken. In maart 1965 gaan de werkzaamheden van start. Na een herziene begroting in december 1966 volgt de eindafrekening in juli 1967.

Herstel van de muurschilderingen tussen 1962 en 1966

In oktober en november 1962 spreekt de Rijkscommissie in vergadering over de wijzigingen in het interieur van de kerk door de eeuwen heen en het herstel van de Romaanse vensters. Op basis van tekeningen in kleur wordt bepaald welke perioden gevolgd zullen worden in verschillende delen van de kerk. Met deze tekeningen worden hoogstwaarschijnlijk de zeven documentatiebladen bedoeld die in datzelfde jaar zijn vervaardigd. Hierop staan schetsen van details in de muurschilderingen.

In 1963 wordt restauratieschilder Jelle Otter aangesteld ten behoeve van de restauratie van de wand- en gewelfschilderingen in de kerk. Rond 1963 of 1964 volgt een kort rapport over de bouwkundige toestand van de schilderingen in de kerk met daarin specificaties over welke kleuren gevolgd dienen te worden. In 1964 wordt op verzoek van dhr. Meffert een uitgebreid rapport met informatie over en schetsen van de schilderingen toegezonden aan dhr. Offringa. Wellicht kunnen hier tevens de acht bouwtekeningen bij worden geschaard waarvan zowel jaar als maker onbekend zijn. Hierop zijn de vier zijden van het interieur in kleur en met details van de schilderingen weergegeven.

In 1966 beschrijft Jelle Otter de restauraties aan de schilderingen en in welke perioden deze geplaatst dienen te worden. Uit dat jaar dateren tevens drie tekeningen van Janszen Spitman, waaronder een doorsnede met kleurmarkering. De overschrijding van de budgetten voor de restauratie van de kerk wordt onder andere geweten aan de vele fresco’s die onder witlagen vandaan kwamen en die met zorg moesten worden hersteld.

Nieuw herstel van de muurschilderingen in april 2023

In 2023 begon na 65 jaar opnieuw het herstel van de schilderingen op zowel de muren als de gewelven. Vóór de restauratie werd een rapport opgesteld waarin 121 schadegevallen werden ontdekt, voornamelijk binnenin de kerk. Verschillende soorten schade zijn in toenemende mate gecatalogiseerd: scheuren in het pleisterwerk, scheuren in het metselwerk en diepe scheuren die door het metselwerk heen lopen. Scheuren zijn gedicht met kalk-/mortelinjecties.


Advies omgevings­vergunning

Over dit monument is advies uitgebracht:

Adviezen van voor 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Adviezen vanaf 1 januari 2024 zijn uitgebracht in het kader van de Omgevingswet, rijksmonumentenactiviteit.



Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's Begrippen

zaalkerken, Romano-Gotiek, kerktorens, zadeldaktorens, preekstoelen, orgels, schilderingen en avondmaalstafels

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.





Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 16 mei 2026 om 02:05.