Hoogeloon - Zwartenberg
Monumentnummer: 45713
Introductie
Grafheuvel uit de midden-bronstijd.

Voor de exacte locatie en begrenzing van dit archeologisch rijksmonument: volg de link naar het Monumentenregister rechts bovenaan deze kennisbankpagina, en klik vervolgens daar op het bijbehorende kaartje.
Verhaal over het rijksmonument
De imposante ringwalheuvel De Zwartenberg is met zijn doorsnede van 44 meter een van de grootste grafheuvels uit de bronstijd van Nederland. Door zijn grote omvang en indrukwekkende voorkomen van heuvel, wal en greppel oefende de Zwartenberg al vroeg een grote aantrekkingskracht uit op oudheidkundigen. Halverwege de negentiende eeuw kon schoolmeester Peter Panken uit Westerhoven de verleiding niet weerstaan. Nieuwsgierig als deze toen 27-jarige onderwijzer was, zette hij op 15 september 1846 de schop midden in de heuvel. Hij vond in de ‘Zwartberg’, zoals Panken de heuvel noemde, ‘een soort van metalen werktuig’. Dat bleek een bronzen beitel te zijn, een importstuk uit Midden-Duitsland, weten we nu. Op basis van dit voorwerp dateren we de grafheuvel in de vroege fase van de midden-bronstijd, in de periode van 1800 tot 1500 voor Chr.
Ruim een eeuw later gaf de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek opdracht om de grafheuvel gedeeltelijk op te graven. Archeoloog Hendrik Brunsting werd voor die klus ingehuurd. Hij ontleedde samen met een aantal arbeiders de heuvel. De grote heuvel bleek opgeworpen van heideplaggen die op hun kop – met de begroeide heidekant naar beneden – op elkaar waren gestapeld. De plek lag voor de hand; onder de heideplaggen lag een natuurlijke stuifduin. Dat was het hoogste punt in het landschap. In de randzone van de heuvel troffen de opgravers de restanten van drie boomkistgraven aan, gevuld met verbrande menselijke skeletresten. In de vulling van de grote greppel ontdekten ze verkleuringen van palen, de overblijfselen van een forse paalkrans en in het noordoosten van het opgravingsterrein de resten van een kleine heuvel omringd door een cirkel van houten palen, vreemd genoeg zonder een bijbehorend graf.
Studie aan het stuifmeel dat in en onder de heuvel bewaard was gebleven, wees uit dat de omgeving van de heuvel in de midden-bronstijd een half open heidelandschap was, waar lindes en hazelaars groeiden. Opvallend is dat kruiden nauwelijks voorkomen, zelfs geen weegbree, een tredplantje dat onlosmakelijk verbonden lijkt met de invloed van de prehistorische mens. Uit de donkere kleur van de heideplaggen kunnen we afleiden dat het al eeuwenlang een half open heidelandschap was. Dat betekent dat het door schapen begraasd moet zijn geweest.
Ook voor het bronstijdboeren was de ringwalheuvel een indrukwekkend grafmonument. De heuvel was opgericht over het graf van een overledene die een unieke beitel had meegekregen. Dit bronzen werktuig kwam van verre, uit Midden-Duitsland, en is via uitwisseling in de regio Hoogeloon terechtgekomen. Aangenomen wordt dat deze dode een bijzonder persoon was, iemand die een speciale positie had in de bronstijdsamenleving.
Het opwerpen van een enorme hoeveelheid heideplaggen over het graf van deze overledene moet een tijdrovende bezigheid zijn geweest. Het steken en stapelen van de plaggen, het graven van de greppel en het creëren van een aarden wal was een karwei dat zeker enkele weken in beslag heeft genomen. Wie al die werkzaamheden hebben uitgevoerd, weten we niet precies. We nemen aan dat de familie van de dode en andere leden van de gemeenschap daarbij waren betrokken. De nabestaanden kozen voor de graflocatie een natuurlijke hoogte uit, een stuifduin op de dekzandrug. Uit de latere ‘toevoegingen’ kunnen we afleiden dat de bronstijdmensen regelmatig naar de heuvel terugkeerden. In de flank van de heuvel begroeven ze driemaal een overledene in een uitgeholde boomstam. Later richtten ze een grote cirkel van houten palen in de greppel op en bouwden een kleine heuvel met paalkrans tegen de ringwalheuvel aan. De Zwartenberg heeft lange tijd een centrale plaats in het grafritueel van de bronstijdboeren gehad.
Vrijstellingsdiepte
Bij dit rijksmonument gaat het om een zichtbaar rijksmonument met archeologische resten op of direct onder het maaiveld; er is daarom geen sprake van vrijstellingsdiepte.
Archeologisch rijksmonumentenpaspoort
Nederland kent circa 1500 archeologische rijksmonumenten. Om eigenaren beter te informeren over 'hun' monument heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2023 per monument een archeologisch rijksmonumentenpaspoort uitgegeven. Het bevat informatie over locatie, ouderdom en het type monument, aangevuld met gegevens over bescherming en zorgvuldig gebruik. Deze pagina is (deels) opgesteld en/of aangevuld op basis van dit paspoort. Het is een aanvulling op de monumentgegevens in het Rijksmonumentenregister.
Zie ook
Artikelen- Rijksmonumenten
- Archeologische rijksmonumenten
- Archeologische monumentenzorg
- Archeologie - types complexen
Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 mrt 2024 om 13:50.