Wilhelminaoord - Oranjelaan 2 - Grafmonument De Sturler-Van Oosterhoudt


(507334) monumentenregister Monumentnummer: 507334



Introductie

Gietijzeren grafmonument op begraafplaats van Wilhelminaoord
Een zwart rechthoekig object in een omgeving met rechthoekige grafstenen en een grote boom.
Het grafmonument met in de nabijheid een grote treurbeuk en overzicht van de rest van het grafveld.
Deel van een grafmonument, zwart met tekst en een vaas bovenop.
Detail van het gietijzeren grafmonument.


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 25 maart 1997

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
vervaardiging 1829 1829 exact Mogelijk later geplaatst


Ambachten

vakman/organisatieplaatsberoeptoelichting
Nering Bögel Deventer ijzergieter Kopie staat op de Zuiderbegraafplaats in Groningen


Historie

In 1818 liet de jonge generaal Johannes van den Bosch (1780-1844) een verhandeling verschijnen over de vestiging van een landbouwkolonie in Noord-Nederland. De kolonie zou een bijdrage moeten leveren aan de oplossing van een probleem dat destijds grote groepen van de bevolking in de greep had: armoede en de daarmee samenhangende verpaupering. Dit was onder andere het gevolg van een langdurige bezetting door de Fransen. Van den Bosch meende dat een groot deel van de behoeftigen in Nederland in staat moest worden geacht arbeid te verrichten. Daartoe zou hen een woning en wat grond ter beschikking worden gesteld zodat men kon voorzien in zijn eigen bestaan.

Nog in hetzelfde jaar werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht en onmiddellijk daarna werd een proefkolonie gestart. De benodigde grond werd aangekocht in de zuid-westhoek van Drenthe in de vorm van het landgoed Westerbeeksloot. Er werden woningen gebouwd en de kolonie werd zover klaargemaakt dat al in november 1818 de eerste kolonisten ontvangen konden worden. De kolonie bleek een succes en werd al snel uitgebreid met scholen, kerken en andere voorzieningen. De eerste nederzettingen kregen namen als Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord, alle verwijzingen naar het koningshuis. Uiteraard kregen de koloniën ook hun eigen begraafplaats. Bij Wilhelminaoord is de begraafplaats te danken aan de Amsterdammer Philip Bousquet die in zijn testament bepaalde dat hij de Maatschappij 2.000,- gulden zou schenken als men hem aldaar op een algemene begraafplaats zou begraven. Bousquet stierf op 28 januari 1829 en werd op 5 februari op de begraafplaats in Wilhelminaoord begraven.

Gietijzeren grafmonument

Op 11 mei 1829 overleed Daniella Elisabeth van Oosterhoudt, douairière De Sturler. Zij was gehuwd met Rudolph Willem de Sturler (1770-1823) en daar kwam onder meer een dochter uit voort, Rudolphina Wilhelmina Elizabeth de Sturler die in 1823 trouwde met Johannes van Den Bosch. Omdat enkele maanden daarvoor haar vader was overleden werd moeder naar Wilhelminaoord gehaald waar ze woonde tot haar dood. Na haar overlijden werd ze begraven op de begraafplaats van Wilhelminaoord die toen nog maar net aangelegd was. Op het graf richtte haar dochter en schoonzoon een monument op. Het was niet zomaar een monument want er werd gekozen voor gietijzer. Het monument werd geleverd door ijzergieterij Nering Bögel uit Deventer. In Groningen was een jaar daarvoor een identiek monument geplaatst op het graf van Johanna Margaretha de Beveren, weduwe van Wicher van Swinderen (1754-1828).

Het monument staat op een fundering van baksteen die aan het zicht onttrokken is door een hardstenen rand. Daarboven verheft zich het gietijzeren monument, bestaande uit een basis, een schacht van gietijzeren platen en een geprofileerde en uitkragende gietijzeren afdekplaat waarop een gietijzeren vaas geplaatst is. Op een van de zijden van het monument is de naam van de overledene opgenomen, alsmede haar geboorte- en sterfdatum: 16 oktober 1768 en overleden op 11 mei 1829. Ook op de andere zijden zijn teksten opgenomen: "Deze plaats zij heilig want er rust het gebeente, eener liefhebbende moeder", en "Wandelaar aanbid Hem die ook gestorven, begraven en opgestaan is", en "Hare hoop was op God en de onsterfelijkheid".

Rijksmonument

In 1997 werd het monument op grond van de inventarisatie tijdens het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) geselecteerd om rijksmonument te worden. Daarbij is niet gekeken naar de begraafplaats en ook niet naar de staat van het monument. De bakstenen fundering was afgebrokkeld, het grafmonument scheefgezakt en verroest en van de kleine decoratieve vlindertjes op de vaas, was het gros verdwenen. Niet lang daarna heeft de Maatschappij het monument laten opknappen en tegenwoordig wordt het goed onderhouden.

Huidige situatie

De Maatschappij bestaat vandaag de dag nog steeds en de begraafplaats wordt nog steeds gebruikt. Jaarlijks worden hier nog 5 tot 6 mensen begraven die binding hebben met de Maatschappij. Het gietijzeren grafmonument staat voor een treurbeuk en vormt daarmee een focuspunt op de begraafplaats. Opvallend is dat de letters op het monument goud ingeschilderd zijn en enkele details van de vaas met witte verf. Het geheel is verder zwart.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema'sBeschermd stads- en dorpsgezicht Begrippen

grafmonumenten en gietijzer

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.


Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 20 apr 2026 om 02:05.