Lage Vuursche - Hoge Vuurseweg bij 4


(511728) monumentenregister Monumentnummer: 511728



Introductie

Grafmonument Insinger op het kerkhof van Lage Vuursche.
Groot natuurstenen monument met kleinere monumenten rondom en bomen op de achtergrond.
Het grafmonument voor Insinger in 2017.
Afbeelding van een figuur en bloemen in Egyptische stijl.
Detail op een van de zijwanden van de sarcofaag met verwelkte bloemen, symbool voor de dood.


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 03 september 1999

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
vervaardiging 1919 1919 exact


Ambachten

vakman/organisatieplaatsberoeptoelichting
Insinger, J.H. Utrecht opdrachtgever
Johan Wilhelm Hanrath Utrecht architect / bouwkundige / constructeur


Historie

Kerk en kerkhof van Lage Vuursche zijn sinds 1659 in gebruik. Op het kerkhof staat wellicht een van de meeste opvallende grafmonumenten in Nederland als het gaat om toegepaste symboliek en stijl. Het betreft de graftombe voor de amateurarcheoloog en -egyptoloog Jan Herman Insinger, overleden in 1918 in Caïro.

Op jonge leeftijd kreeg Insinger tuberculose en zijn vader stuurde hem 1879 naar Egypte, waar in die tijd veel tuberculoselijders verbleven. Het klimaat deed Insinger goed, maar de winter in Caïro bleek toch te koud en vochtig voor hem en hij besloot naar Opper-Egypte af te reizen waar het klimaat warmer en droger is. Insinger kwam hierdoor in Egypte op plekken waar weinig Europeanen kwamen en bovendien deed hij goede contacten op, zoals met de directeur van het Caïro Museum en die van de Oudheidkundige Dienst. In 1881 verkreeg Insinger zijn eerste vergunning om zelfstandig opgravingen te verrichten. Uit die periode stammen ook de eerste contacten met het Leidse museum. Insinger was vooral georiënteerd op de Fransen, die destijds een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van de egyptologie.

In de winter van 1888-1889 liet Insinger een huis bouwen in Luxor. Het huis, Palmenburg, had het uiterlijk van een kasteel en de naam was een verwijzing naar het buitenhuis Pijnenburg in Baarn, het zomerverblijf van de familie.

Insinger verdiende zijn geld aan het verstrekken van leningen en als handelaar in antiquiteiten. Door Insinger zou het museum in Leiden tal van antiquiteiten verkrijgen, zonder dat Insinger geld verdiende aan de verkopen. In 1895 kocht Insinger een zes meter lange papyrus van een Franse industrieel. De papyrus bleek zeer waardevol en werd vernoemd naar Insinger: Papyrus Insinger. 

In het begin van de 19de eeuw werd Insinger ziekelijker en uiteindelijk overleed hij op 27 oktober 1918 op 64-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Gezira, een eiland in de Nijl bij Caïro. Zijn lichaam werd gebalsemd en na een tijdelijke begrafenis overgebracht naar Baarn, waar hij in augustus 1919 werd bijgezet in de grafkelder met bovengronds graftombe die de Nederlandse architect J.W. Hanrath had ontworpen.

Het grafmonument bestaat uit een tufstenen sarcofaag met zadeldak met aan de achterzijde een rechthoekige stèle voorzien van een kroonlijst met papyrusmotieven. De stèle wordt geflankeerd door lagere zijvleugels en met een lage reling met banden rond het geheel. De bodemruimte rond de sarcofaag is opgevuld met grof grind. De stèle is zonder tekst, maar er is een korte inscriptie op het voeteneind van de sarcofaag: ‘J.H. Insinger geb. te Amsterdam 12 mei 1854 overl. te Cairo 27 oct. 1918’. De sarcofaag heeft een viertal Egyptische reliëfs op de zijwanden, twee aan elke kant. Elk reliëf toont een knielende figuur voor een blauwe lotusstruik. Aan de linkerzijde staan de bloemen alle vol in bloei, aan de rechterzijde zijn enkele bloemen geknakt. Ook de houding en de gesuggereerde gebaren van de figuren verschillen.

Rijksmonument

Het grafmonument werd geïnventariseerd tijdens het Monumenten Inventarisatie Project en daarna geselecteerd om aangewezen te worden als rijksmonument. Dat gebeurde in 1999. De kerk op het kerkhof is eveneens beschermd, maar de rest van het kerkhof niet.

Huidige situatie

Het grafmonument is vervaardigd van tufsteen, wat een vrij open materiaal is waardoor er gemakkelijk mossen en korstmossen op kunnen groeien. Aan het monument is te zien dat in het verleden de korstmossen bestreden zijn.

Mogelijk was het de bedoeling dat later zijn echtgenote Mariam Insinger hier ook begraven zou worden en wellicht ook zijn kinderen. Mariam Insinger verliet na de dood van haar man Egypte en overleed in 1941 in een instelling in Zwitserland. Vooralsnog is onbekend waar zij is begraven of gecremeerd.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema'sBeschermd stads- en dorpsgezicht Begrippen

grafmonumenten

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 sep 2026 om 02:05.