Burgum - Schoolstraat bij 105 - Grafkelder familie Ferf


(512581) monumentenregister Monumentnummer: 512581



Introductie

Particuliere grafkelder in een plantsoen.
Een zwart wit foto met veel bomen en een heuvelachtige omgeving met centraal een grote stenen plaat.
De grafkelder in 1968 (foto P. van der Wal, Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
Plaat natuursteen met bakstenen muren te midden van een grote hoeveelheid struiken.
De entree tot de grafkelder i 2022, wederom behoorlijk begroeid en aan het oog ontrokken.


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 14 september 1999

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
vervaardiging 1860 1861 globaal

Bouwtypen

bouwtypetoelichting
grafkelders



Historie

In 1806 werd dominee Horatius Nieubuur Ferf (1776-1859) beroepen in Burgum. Ferf was geboren in Leeuwarden. Hij promoveerde in 1799 in Utrecht en werd daarna beroepen in Molkwerum. In 1805 trouwde hij in Molkwerum met Anna Eldering (1775-1862). Al in Molkwerum werd het eerste kind geboren en daarna in Burgum nog een aantal. Ferf was naast predikant in Burgum ook schoolopziener, functies die hij met gemak combineerde. Hij was ervan overtuigd dat godsdienst en onderwijs niet gescheiden dienden te worden. Een van zijn zoons, Adrianus Eldering Ferf (1812-1887), speelde net als zijn vader een belangrijke rol in Burgum. Adrianus studeerde rechten in Leiden en promoveerde daar in de beide rechten (Romeins en hedendaags recht). Vanaf 1838 was hij griffier bij het kantongerecht in Burgum. Hij trouwde in 1840 met Jillardina Emilia de Kok (1818-1880). Adrianus werd later ook wethouder van de gemeente Tietjerksteradeel en bouwde een aardig bezit op aan landerijen. Broer Abraham studeerde ook rechten en werd later kantonrechter in Burgum.

Adrianus had in 1855 een villa, huize Philalaetheia, laten bouwen aan de Schoolstraat met een flink stuk grond erbij. Die grond zou een rol gaan spelen in een geschil dat Adrianus in 1859 kreeg met een kerkvoogd. Toen in april 1859 zijn dochter stierf wilde Adrianus een aantal graven kopen op het kerkhof, maar de kerkvoogd, tevens beheerder en boer, kwamen er niet uit. Destijds werden de rechten op een graf als een te kopen goed gezien dat voor onbepaalde tijd verworven werd. Dit ondanks uitspraken van verschillende rechters dat het hier slechts om een gebruiksrecht ging en geen registergoed. Adrianus liet het er niet bij zitten en liet in 1860 een grafkelder bouwen, niet geheel toevallig vlak bij de woning van de betreffende kerkvoogd, maar wel op eigen grond. Flinke begroeiing rond de grafkelder zorgde ervoor dat het uitzicht van de kerkvoogd belemmerd werd en zo zat men elkaar dwars.

De grafkelder die Ferf liet bouwen bestaat uit een bakstenen ruimte met een tongewelf met een lengte van 4,50 meter, 2,75 meter breed en 2,00 meter hoog. De kelder is bereikbaar via een trap en de ingang werd afgedekt met een gladde hardstenen dekplaat. Over de kelder is grond aangebracht en er werden struiken en bomen op en bij geplant. De eersten die hier bijgezet werd waren de 17-jarige dochter van Adrianus, Anna Cornelia Eldering Ferf (+ 1859), zijn vader Horatius Nieubuur Ferf (+ 1859) en zijn oudere zus Sjoukje Ferf (+ 1860). Waar de kisten tussentijds begraven waren is niet bekend. Nadat de grafkelder gereed was zijn hier nog de moeder van Adrianus, Anna Eldering (+ 1862), zijn broer Abraham Ferf (+ 1865), zoon Hector Jacob Ferf (+ 1869), schoonzoon Sijbrand Obbo Jan Crommelin baron van Heeckeren (+ 1879), zijn vrouw Jillardina Emila Kok (+ 1880) en tenslotte hijzelf in 1887. Zijn kist is de enige in de kelder zonder naamplaatje.

De grafkelder bleef daarna liggen, terwijl rondom het dorp Burgum groeide en na de Tweede Wereldoorlog nieuwbouwwijken werden gebouwd in de omgeving. In 1968 deed de gemeente Tietjerksteradeel een verzoek tot aanwijzing van de grafkelder. Zij was niet de eigenaar, maar samen met de eigenaar van het omringende perceel wil de gemeente de verwaarloosde toestand opheffen. Het plan daartoe voorzag in het aanbrengen van nieuwe beplanting en een verantwoorde omheining. Foto’s uit datzelfde jaar laten een sterk verwaarloosde omgeving zien. Ook is daarop de omringende muur nog niet zichtbaar. Die is vermoedelijk niet lang na 1968 rond de heuvel gebouwd. Destijds is de kelder niet aangewezen. Dat gebeurde wel in 1999. Het onderhoud nadien verbeterde nauwelijks en de kelder bleef jarenlang aan het oog onttrokken door struiken en bomen.

In 2019 werd op verzoek van de huidige eigenaar de kelder geopend. De negen grafkisten in de kelder waren sterk vervallen. Vijf kisten stonden op de vloer en vier erboven op metalen schragen. Alle overgebleven stoffelijke resten werden uit de kisten gehaald en herkist. De gemeente gaf aan dat de stoffelijke resten niet onder de bescherming vallen en dat herkisting toegestaan was, omdat de resten de kelder niet zouden verlaten. De stoffelijke resten zijn geborgen in gegalvaniseerde kistjes in vervolgens in een houten kist. Voor de sluiting van de kelder is nog een asbus geplaatst van een familielid. Op deze wijze is weer ruimte gemaakt voor een volgende generatie.

Rijksmonument

De reden dat de grafkelder in 1968 niet is aangewezen, is niet bekend. De aanwijzing in 1999 kwam voort uit het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). In een schrijven van de eigenaar stelt deze dat deze geen bezwaar heeft tegen de aanwijzing, mits hieruit geen kosten voortvloeien. Al eerder was overeengekomen dat het onderhoud van de grafkelder door de gemeente gedaan zou worden, tegen een afkoopsom.

Overigens was ten tijde van de aanwijzing de grafkelder en omgeving weer in slechte staat. De grafkelder wordt van algemeen cultuurhistorisch belang geacht vanwege de regionaal-historische waarde, verbonden met een aanzienlijke Friese familie, de bijzondere ligging in een groengebied en de eenheid van ex- en interieur.

Na de werkzaamheden in de grafkelder in 2019 werd de omschrijving aangepast en werd de vermelding van de grafkisten uit de omschrijving gehaald. Dit omdat het hier gaat om roerende zaken waar de Erfgoedwet zich in deze niet op richt.

Huidige situatie

Het stuk grond, 440 m2 groot, waarop de grafkelder ligt, is gelegen nabij de kerk van Burgum. Het ligt op de hoek van de Molenweg en de Schoolstraat en rondom is nooit gebouwd, maar is een plantsoen gemaakt. Inmiddels is de grafkelder niet meer aan het oog onttrokken door overwoekerend groen. Bij de straat staat een informatiebordje over de grafkelder en de familie Ferf. Boven op de kelder groeien wel struiken en erachter is nog steeds een dekking van veel groen.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's Begrippen

grafkelders

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.


Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 mei 2026 om 02:06.