's-Graveland - Bij Zuidereinde 49 - Historische park- en tuinaanleg


(521479) monumentenregister Monumentnummer: 521479



Introductie

Park- en tuinaanleg van de historische buitenplaats Gooilust.
Foto van de vijver in het kale bos met het landhuis zichtbaar in de verte. Rechts in de voorgrond is een hoek van een houten brug over de vijver te zien.
Parkaanleg. Foto door Friesburg, CC BY 3.0 via Wikimedia Commons


Kenmerken

Rijksmonument sinds: 04 november 2002

Bouwactiviteiten

werkzaamheidvantotnauwkeurigheidtoelichting
aanleg 1600 1700 globaal Vanaf de 17de eeuw
wijziging 1820 1830 globaal Modernisering

Bouwtypen

bouwtypetoelichting
historische tuinen

Ambachten

vakmanplaatsberoeptoelichting
Johan David Zocher (jr.) tuinarchitect / landschapsarchitect Modernisering jaren twintig van de negentiende eeuw


Onderdeel van complex

Dit monument is onderdeel van een rijksmonumentencomplex: 's-Graveland - Corverslaan, Zuidereinde - Complex Gooilust.

Kennis

De historische parkaanleg van Gooilust is historisch gelaagd en bevat de volgende elementen:

  • brug met smeedijzeren toegangshek (omstreeks 1780, monumentnummer 521480)
  • een ensemble met moestuinbebouwing: schuur, tuinmuur, oranjerie en koude bak (negentiende eeuw, monumentnummer 521481)
  • een prieel (omstreeks 1900, monumentnummer 521482)
  • een ensemble van dierverblijven (1895-1909, monumentnummer 521483)

Daarnaast bevinden zich de volgende bijgebouwen in de parkaanleg:

  • een boswachterswoning (omstreeks 1890, monumentnummer 521484)
  • een portierswoning (omstreeks 1850, monumentnummer 521485)
  • een boerderij genaamd Bouwzicht (eind negentiende eeuw, monumentnummer 521486)

Van de oorspronkelijke kavels die verloot werden tijdens de ontginning van ’s-Graveland beslaat Gooilust kavel 21, 22 en 23. Verder lezen over de historische ontwikkeling van deze complex historische buitenplaats kan op de kennispagina over Gooilust.

In 1778 verwierf Gerrit Corver Hooft (1744-1807), bewindhebber van de West-Indische Compagnie, de buitenplaats. Vervolgens bleef het bezit bijna 120 jaar in de familie. Gerrit Corver Hooft deed enkele ingrijpende aanpassingen aan de parkaanleg. Zo kocht hij in 1786 het zuidelijk gelegen kavel 23 Bousigt; hierdoor werd de geometrische compositie van de eerste parkaanleg verstoord. Om de parken met elkaar te verbinden, werd een aanleg met slingerpaden gerealiseerd en rondom het nieuwgebouwde hoofdhuis (1778-1786) en werd er een geometrische tuin aangelegd. Van deze tuin zijn heden geen onderdelen meer aanwezig. In 1780 liet Corver Hooft bij dit geheel aan de westzijde van het park een gemetselde boogbrug plaatsen met smeedijzeren toegangshek. Het hekwerk, uitgevoerd in Lodewijk XIV-stijl, draagt in de bovenrand de naam GOOI-LUST.

In de jaren twintig van de negentiende eeuw werd landschapsarchitect Jan David Zocher jr. (1791-1870) gevraagd om het park te moderniseren. Hij legde slingerpaden, waterpartijen en heuvels aan. Hierbij behield hij een aantal elementen uit de laat achttiende eeuw, zoals enkele lanen en het sterrenbos. Rond 1850 liet het laatste telg uit de familie Hooft, Margaretha Corver Hooft (1818-1895), waarschijnlijk een eenvoudige stenen portierswoning in het uiterste oosten van Gooilust bouwen. Rond 1890 werd ten zuidwesten van het hoofdhuis het boswachtershuis gebouwd in een landelijke bouwstijl. In de late negentiende eeuw werd eveneens boerderij Bouwzicht gebouwd op de fundamenten van een ouderere achttiende-eeuwse boerderij.

Periode Blaauw-Six (1895-1936)

Bij haar overlijden in 1895 liet Margaretha Corver Hooft Gooilust na aan haar verre nicht Louise Digna Catherina Blaauw-Six (1862-1934). Louise was getrouwd met Frans Ernst Blaauw (1860-1936). Samen woonden zij op het naastgelegen Westerveld. Frans had een grote passie voor het verzamelen en fokken van exotische dieren en had hiermee een internationale reputatie. Gooilust bood meer ruimte voor deze verzameling. Nog hetzelfde jaar verhuisde het echtpaar naar Gooilust. Frans legde op Gooilust een wereldvermaarde menagerie aan en breidde zijn collectie uit met exotische planten en gewassen, waardoor een arboretum ontstond. Uiteindelijk zou het in totaal om meer dan 400 dieren gaan en meer dan 100 soorten.

Zijn menagerie en arboretum moesten een belangrijke plaats krijgen in het ontwerp van het park. Hiervoor liet hij diverse gebouwen en aanpassingen in het park uitvoeren. Vanuit het hoofdhuis creëerde Frans een ontwerp waarin hij uitzicht had op de trots van zijn verzameling: de witstaartgnoes. Door middel van een ‘aha’ werd het terras met bloemperken voor het huis visueel verbonden met de daarachter liggende gnoeweide. De weide loopt bij het terras af als talud, aan de terraszijde bestaat de kant uit een stenen muur. De greppel met de steile kant is onoverbrugbaar voor de dieren in de weide. Vanuit het huis is de greppel niet zichtbaar; hierdoor lijkt het terras in de weide over te lopen en lijken de dieren vrij rond te lopen. De dierverblijven, gebouwd tussen 1895 en 1909, bevinden zich in de noordoosthoek van de gnoeweide. De verblijven bestaan uit een grote houten stal met daarnaast kleinere stallen, plus nog twee identieke stallen in de buurt. Ten zuidoosten van het hoofdhuis liet Frans rond 1900 een eenvoudig rustiek prieel bouwen, open aan één zijde met uitzicht op de grote dierweide. Het park werd verder verrijkt met een bizonkamp en een rododendronvallei.

Frans richtte de oude moestuin, ten zuiden van het hoofdhuis, in als arboretum. De tuinmuur rondom de moestuin bestaat uit twee muren langs de noord- en westzijde; samen vormen zij een haakse hoek. De noordmuur dateert uit 1823. De westmuur dateert uit de periode Blaauw-Six. In de hoek van de tuinmuren bevindt zich de bijbehorende bebouwing van de moestuin: een eenvoudige stenen werkschuur (eerste decennia negentiende eeuw) en de voormalige oranjerie (gebouwd na 1828). Frans Blaauw liet tegen de zijgevels van de oranjerie een halfcirkelvormige met koepel bedekte aanbouw plaatsen. Waarschijnlijk waren dit de voormalige volières voor de vogelverzameling van Frans. Voor de oranjerie ligt een vrij grote koude bak uit de negentiende eeuw.

In 1934 werd Gooilust eigendom van Natuurmonumenten. Hoe deze afwikkeling verliep, is te lezen op de kennispagina van Gooilust.




Bronnen en verwijzingen


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.




Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 apr 2026 om 03:03.