Haarlem - Garenkokerskade 81 - Mons Aurea
Monumentnummer: 532147
Introductie
De school is een voorbeeld van een uit diverse bouwdelen bestaand schoolcomplex dat werd gebouwd als een rooms-katholieke industrie- en huishoudschool (Mons Aurea), waarin zowel jongens als meisjes (zij het afzonderlijk) les kregen.

Kenmerken
Rijksmonument sinds: 24 juli 2015
Bouwactiviteiten
Bouwtypen
Inleiding
Deze school is een van de beste voorbeelden uit de ze periode van een schoolgebouw in de stijl van de Bossche School. In de opzet met een afzonderlijke (voormalige) aula en gymnastiekzaal die door een loopbrug worden verbonden met het hoofdgebouw, weerspiegelen zich de ideeën omtrent scholenbouw zoals die bestonden in de bouwperiode. Ook het interieur vormt hiervan nog een goede illustratie. Het gebouw is verder zowel uitwendig als inwendig grotendeels gaaf bewaard gebleven. De cultuurhistorische waarde wordt versterkt doordat de school in 2012 nog steeds voor onderwijs in gebruik is (Nova College). De architectonische waarde van deze school zit vooral in de schakeling van bouwdelen en de vormgeving daarvan. Het is een gaaf (zowel uitwendig als inwendig) bewaard gebleven voorbeeld van een schoolgebouw, met aan weerskanten van een vaart gelegen bouwdelen die door een verbindingsbrug op elkaar aansluiten, met platte daken en diverse hoogtes, en daterende uit 1958-1960.
Geschiedenis
Op 10 juni 1958 legde de deken van Haarlem, W.N. Zijlstra, de eerste steen voor deze school: (destijds) de rooms-katholieke industrie- en huishoudschool Mons Aurea. In 1960 was de bouw voltooid en kon het complex in gebruik worden genomen. In de loop van de tijd zou het diverse opeenvolgende onderwijsinstellingen herbergen, zoals een gekoppelde opleiding voor kinder- en jeugdverzorging/huishoudonderwijs, het Kennemerpoortlyceum, en sinds 1996 het nu hier gevestigde Nova College (dependance). Naast laatstgenoemd college biedt het pand ook onderdak aan een cursistenbureau (DGO). In de loop van de tijd onderging het gebouw enkele wijzigingen. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw (zuidwestzijde) vond omstreeks 1985- 1990 een uitbreiding plaats die qua stijl aansluit bij de rest van het gebouw. Op de binnenplaats bevindt zich sinds ongeveer 10 jaar een vrijstaand noodlokaal.
Interieur
Het complex werd op een markante wijze gerealiseerd aan beide zijden van de Garenkokersvaart, een uitgangspunt dat blijkens een artikel over de school (Bouw 1964) werd gezien als een bijzondere uitdaging. Aan de noordzijde kwam het hoofdgebouw, met een fietsenberging (souterrain), praktijk- en theorielokalen, directie- en docentenvertrekken. Aan de zuidzijde van de vaart bouwde men een gebouw met aula (tevens overblijfruimte) en gymnastieklokaal. Beide bouwdelen werden over de vaart met elkaar verbonden door een overdekte loopbrug. Het hoofdgebouw bestaat uit een drielaags bouwdeel met rechthoekige plattegrond en plat dak, waarop enkele lagere bouwdelen aansluiten, eveneens met rechthoekige plattegrond en plat dak. Het lagere bouwdeel aan de zuidzijde is tweelaags en springt aan de oostzijde ten opzichte van het hogere bouwdeel naar voren. Aan de achterzijde is dit bouwdeel modern (niet-beschermenswaardig) uitgebreid. De lagere uitbouw aan de noordzijde van het hogere bouwdeel is anderhalflaags en springt aan de oostzijde eveneens naar voren. Er werd gebouwd met een betonstructuur. De gevels zijn gemetseld in geelbruine baksteen in kettingverband, met platvolle voegen. Ze hebben speklagen (dubbele en driedubbele) in witgeglazuurde steen. Aan de bovenzijde van de gevels bevindt zich een betonnen ‘hoofdgestel’/betonnen lijst en siermetselwerk met witgeglazuurde speklagen. De vensters hebben enkelruits stalen ramen (overwegend taats, met enkelruits bovenlicht). Binnen het hogere bouwdeel zijn de ramen voorzien van een betonlatei (in het zicht liggende betonconstructie). Aan de onderzijde van deze vensters een verzonken gevelveld in baksteen en met speklagen als genoemd. De smalle bakstenen dammen tussen deze vensters fungeren als pilasters. Zinken regenwatervergaarbakken zijn aanwezig. In het hoofdgebouw sluit het betonnen hoofdtrappenhuis aan op de hal, met een trap in Solnhofener kalksteen. Sobere ijzeren trapbalustrades. Overige trappenhuizen bevatten eveneens trappen in Solnhofener kalksteen, met sobere ijzeren balustrades. Het interieur van het hoofdgebouw werd opgezet met brede middengangen en aan weerskanten klaslokalen/toiletblokken. Wanden in schoonmetselwerk in kettingverband met platvolle voegen. Tegelvloeren en wandbekleding in Solnhofener kalksteen (vloer- en wandplaten). Op de hoofdingang sluit een vestibule aan, met een houten tochtportaal met arduinen onderdorpel.
Kunstwerken
- J.B. Lambert Simon, Opus sectile (een soort mozaïektoepassing, bestaande uit grotere stukken ingelegd glas) boven de hoofdentree.

- Albert René Jansen, diverse polychrome wandschilderingen p een wand in de aula (niet meer zichtbaar: waarschijnlijk overgeschilderd), op een aantal betonkolommen in het trappenhuis in het hoofdgebouw. En boven het portaal na de hoofdentree. De niet meer zichtbare schildering in de aula droeg de titel ‘Macht der Muziek’. De schilderingen op de kolommen zijn grotendeels abstract.
- Arie Teeuwisse, Bronzen sculptuur genaamd ‘duiventil’ in de voortuin.
Exterieur
Het object vormt een wezenlijk en onlosmakelijk onderdeel van de bebouwing langs het oostelijke deel van de Garenkokerskade, bij de aansluiting op de Pijntorenstraat. Hier neemt het schoolcomplex een markante positie in, vooral door de opmerkelijke opzet met de aan weerskanten van de Garenkokersvaart gelegen bouwdelen die met elkaar worden verbonden door een overdekte loopbrug op betonpijlers, alsmede door de aanwezigheid van een stalen dakruiter met windhaan, en enkele betonnen balkons.
De situeringswaarde wordt versterkt doordat de school vrijstaand is gelegen op een deels door groenelementen bepaald eigen terrein. De tuinaanleg van de hand van P.A.M. Buys, gelegen ten oosten van hoofdgebouw, rechts van de hoofdentree, heeft tuinarchitectonische waarde.
Tuinarchitect P.A.M. Buys uit ’s-Hertogenbosch was verantwoordelijk voor de tuinaanleg. Buys was een vertegenwoordiger van de moderne tuinarchitectuur en landelijk actief. Hij was onder meer bekend met de tuinenaanleg in Scandinavische landen, waar hij lange tijd doorbracht. Met E. Buwalda publiceerde hij een boek over moderne tuinarchitectuur (De tuin van het moderne landhuis, Amsterdam, 1953). De school is gelegen op een ruim eigen terrein, dat wordt doorsneden door de door groentaluds omzoomde Garenkokersvaart. Aan de zuidzijde van de vaart bevindt zich een haag. Aan de oostzijde (voorgevel) van het hoofdgebouw van de school een onder architectuur aangelegde tuin met diverse groenelementen (door P.A.M. Buys). Hier bevinden zich bovendien bakstenen afscheidingsmuren met grindbetonnen dekplaten. In de tuin bevindt zich een bronzen plastiek (‘De Duiventil’, door A. Teeuwisse).
Bronnen en verwijzingen
- Besluit Officieel besluit van de rijksoverheid tot het aanwijzen van dit rijksmonument.
- Besluitmotivering Toelichting van de redenen voor het aanwijzen van dit rijksmonument.
- Bouw. Centraal weekblad voor het Bouwwezen in Nederland en België, jrg. 19 (18 april 1964), nr. 16, pp. 526-528 (artikel over de school Mons Aurea)
- Gemeentelijke registeromschrijving 2002
- Roos, P. e.a. (red.), Architectuurgids Haarlem, Haarlem 1992, p. 126
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's BegrippenMeer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.
" "
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 5 sep 2024 om 02:03.