Apeldoorn - Zilvense heide - IJkbasis

< Rijksmonumenten

(532512) monumentenregisterMonumentnummer: 532512

Introductie

De IJkbasis Loenermark is een landmeetkundig instrument op de Zilvense heide bij Apeldoorn waarmee meetkundige instrumenten konden worden geijkt. De IJkbasis is aangewezen als rijksmonument omdat het een uniek toonbeeld is van de landmeetkunde in Nederland.

Zicht op gerestaureerde ijkbasis. Omgeven heidelandschap.
Afb. 1. De IJkbasis na restauratie in 2019. Bron: Wikimedia Commons. Foto: Peter Donker. Licentie: CC BY-SA 4.0

Kenmerken

  • Oorspronkelijke functie: IJkbasis
  • Ontwerper: Yrjö Väisälä (Fins natuur- en sterrenkundige) concept interferentiebasis
  • Architect bij de bouw: T.J.Kukkamäki en T. Honkasalo
  • Opdrachtgever: Rijkscommissie voor Geodesie
  • Datering: 1957
  • Rijksmonument sinds: 6 juni 2017

Aanleiding voor de bescherming

Op 4 juni 2015 ontving de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de suggestie van de Stichting Het Geldersch Landschap en Kastelen om de ijkbasis op de Zilvense heide in het natuurgebied Loenermark te beschermen en in te schrijven in het rijksmonumentenregister. De Stichting is beheerder van het gebied. De gemeente Apeldoorn is de eigenaar. Ook de gemeente onderschreef deze suggestie. Na onderzoek is gebleken dat het hier om een uniek object gaat met hoge monumentale waarden. Gezien de toenmalig geldende beleidsregel heeft de minister het besluit tot aanwijzing onder andere genomen vanwege het feit dat de ijksbasis een essentiële aanvulling op het bestand is en daarvoor van onmiskenbare meerwaarde is.

De ijkbasis valt gezien het bouwjaar binnen de eerste tranche van bescherming van de monumenten uit de Wederopbouwperiode tot 1958. Door zijn geïsoleerde ligging is het object destijds niet opgemerkt in het Wederopbouwprogramma.

Beschrijving, een ijsberg

De ijkbasis bestaat feitelijk uit twee bases. De hoofdbasis, of interferentiebasis, met de grote objecten uit 1957 en evenwijdig daarnaast een basis van kleine betonnen pijlers bedoeld voor het ijken van invardraden, aangelegd in 1960. Invardraden zijn draden van een vaste lengte, meestal 24 m. en gemaakt van een specifieke metaallegering. Deze (invar)legering zorgt ervoor dat het metaal zeer stabiel is en nauwelijks krimpt of uitzet. Daardoor kunnen met behulp van deze draden nauwkeurige metingen worden uitgevoerd.

De hoofdbasis strekt zich uit over een lengte van ruim 576 m. en is 20 m. breed. Deze strip ligt ongeveer in oost-west richting. Bovengronds bevinden zich acht betonnen pijlers en zes betonnen platforms. Dit zichtbare deel is echter het topje van de ijsberg. Ondergronds ligt een zware eveneens betonnen constructie van pijlers, palen en cilinders met klein kelders waarin zich het eigenlijke meetpunt bevindt. Dit alles was erop gericht een zo nauwkeurig en stabiel mogelijke wijze van meten mogelijk te maken. Om de constructie te begrijpen kan het best de publicatie van G.J. Bruins (ed.) bekeken worden op pagina 18 en 19 resp. figuur 3 en 4. Zie hieronder bij bronnen als PDF on line te vinden.

Geschiedenis

De geschiedenis van de ijkbasis heeft alles te maken met de geschiedenis van de landmeetkunde of geodesie in Nederland en in internationaal perspectief. Om het hele land nauwkeurig te kunnen opmeten was al in de 19de eeuw een zogeheten driehoeksnet uitgelegd. In de loop van de jaren werd deze meting verbeterd en verfijnd en zo ontstond in 1928 het net van de Rijksdriehoeksmeting (RD). Hiervan maakte onder andere het Kadaster, de gemeentes en Rijkswaterstaat gebruik. Het opzetten van een driehoeksmeting was al in de 16de beschreven door de Nederlandse wis- en natuurkundige Gemma Frisius (1508-1555). In de vroege 17de eeuw operationaliseerde de eveneens Nederlandse wis- en natuurkundigen Snellius (Willebrord Snel van Royen 1580-1626) dit systeem door gebruik te maken van de kerktorens als vaste, hoge en daardoor goed zichtbare meetpunten.

Europese samenwerking

Ook in de ons omringende landen bestonden dergelijk soort meetnetten. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstond het idee om de landelijke driehoeksnetten onderling te verbinden tot een inter-Europees net, een vroege vorm van Europese samenwerking dus. En voor het vervolg werd gedacht aan een wereldomspannend net. Er waren echter zorgen over het correct op elkaar aansluiten van de verschillende bestaande netten. In principe gebruikte ieder land de Parijse standaardmeter, maar er bestond geen zekerheid over de juiste en eenduidige afgeleiden of toepassing hiervan. Zo werd in 1954 door internationaal samenwerkende geodeten de aanbeveling gedaan, dat elk land op eigen grondgebied een ijkbasis zou aanleggen. Deze zouden van een precieze lengte moeten zijn en het meten zou op een afgesproken nauwkeurige standaardmanier moeten plaatsvinden. Het idee van de ijkbasis was geboren. Het ideaal om in ieder land een dergelijke basis op te richten, is echter nooit van de grond gekomen. Behalve in Nederland zijn bases volgens de principes van Väisälä gebouwd in, Finland, Argentinië en Duitsland.

Hulp uit Finland

Voorgesteld werd om deze bases op te zetten volgens de, al in 1923 door de Finse natuur- en sterrenkundige Y. Väisälä (1891-1971) gepubliceerde, 'lichtinterferentiemethode'. Professor Väisälä had een techniek bedacht om, met gebruikmaking van wit licht, het interferentieverschijnsel in het open veld te benutten voor het meten van afstanden tot enkele honderden meters. Deze methode was nauwkeurig, maar vroeg in de praktijk om een precieze en accurate toepassing waarvoor kennis van zaken en ervaring nodig was. De Rijkscommissie voor Geodesie (RCG) maakte in 1955 dan ook graag gebruik van het aanbod van het Finse geodetisch instituut te Helsinki om de specialistische metingen met de Väisälä-‘comparator’ in Nederland te komen verzorgen. Men zocht een afgelegen locatie met een stabiele ondergrond. Onderzoek wees uit dat dit het best gevonden werd in de Loenermark bij Apeldoorn. In 1956 werd begonnen met de aanleg in 1957 was de ijkbasis gereed.

Einde van de ijkbasis

De opkomst van nieuwe elektronische afstandsmeettechnieken in de geodesie maakte het gebruik van de ijkbasis overbodig. Ook de invardraden raakten in onbruik. Daarmee dreigde de ijkbasis in de vergetelheid te raken. Het initiatief van de Stichting Het Geldersch Landschap en Kastelen heeft verlies van dit unieke monument voorkomen.

Monumentale waarde

De ijkbasis Loenermark is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en ensemble waarde. Tevens is is de ijkbasis gaaf bewaard en goed herkenbaar. In Nederland is de ijkbasis uniek en wereldwijd gaat het om een zeldzaam object. De ijkbasis staat in de traditie van de Nederlandse geschiedenis van de landmeetkunde en is een uitdrukking van de zich ontwikkelende internationale wetenschappelijke samenwerking op het terrein van de geodesie. Er is sprake van een hoog innovatief en pioniers gehalte in het streven om te komen tot internationaal aanvaarde standaard meetmethoden. De samenhang van alle objecten tot elkaar en tot de locatie is van belang. Voor de interferentiebasis geldt ook het wezenlijke belang van de relatie tussen de bovengronds zichtbare delen en de ondergrondse delen met het interieur van de meetkelders.

Bronnen en verwijzingen

Meer informatie
Meer over het monumentenregister en de pagina's in deze kennisbank is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister.
Meer over wat er is beschermd is te vinden in de leeswijzer.

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 mei 2024 om 03:00.