Alkmaar - Westerweg 248


(7465) monumentenregister Monumentnummer: 7465



Introductie

Openbare Begraafplaats. Toegangsgebouw. Witgepleisterd gebouw met zware kroonlijsten.
Centraal een groot gebouw in grijs-witte kleuren, omringd met groen.
Gezicht vanaf de straat op het poortgebouw van de gemeentelijke begraafplaats Westerveld in Alkmaar.
Op de voorgrond veel staande grafmonumenten met tussendoor enkele bomen en naar achteren toe ook veel groen.
Overzicht van een van de oude grafvelden op de begraafplaats, gekenmerkt door dicht op elkaar geplaatste grafmonumenten.



Historie

In de middeleeuwen werden de doden van Alkmaar begraven in de Grote Kerk en het kerkhof dat daaromheen lag, later verdeeld in het noorder- en zuiderkerkhof. Het beheer van de graven binnen en buiten de kerk was in handen van het stadsbestuur. De administratie werd bijgehouden door kerkmeesters die betaald werden door de stad.

Met de komst van de Fransen in Nederland in 1795 werd het stadsbestuur opgeroepen het begraven in de kerken te staken. Het stadsbestuur legde deze oproep naast zich neer en ook het verbod van 1810, toen Nederland onder het Frans keizerrijk viel, werd min of meer genegeerd. Zo’n drie jaar later, in juni 1813, viel er toch een besluit om grond aan te kopen voor een begraafplaats buiten de bebouwde kom. Met het vertrek van de Fransen in december 1813 verviel daarvoor de verplichting en het stadsbestuur trok haar besluit weer in. Begraven werd er gewoon als vanouds op het kerkhof en in de kerk. Het College van Kerkvoogden dat vanaf 1821 werd gevormd door zes bestuursleden van de Hervormde Kerk, voerde drastische veranderingen door met een nieuw reglement en fors hogere tarieven.

Toen Koning Willem I in 1827 besloot het oude decreet van 1810 weer in werking te stellen, reageerde de gemeenteraad van Alkmaar snel. Vanaf 1 januari 1829 moest het begraven in de kerk gestaakt worden en ook op het kerkhof kon vanaf dat moment niet meer begraven worden. Door de gemeenteraad werd een commissie ingesteld die zich met de organisatie van de inrichting van een nieuwe begraafplaats bezig moest gaan houden. Uiteindelijk werd gekozen voor het voormalige exercitieveld dat al in het bezit van de gemeente was. Dit terrein lag aan de rand van de Alkmaarder Hout langs de Westerweg en was goed bereikbaar. Eigenaars van graven in de Grote Kerk werden opgeroepen zich te melden wanneer zij als schadeloosstelling voor het wegvallen van de graven in de kerk een graf op de nieuwe begraafplaats wilden hebben. In oktober 1828 besloot de raad een zogeheten schijndodenhuis te bouwen op de begraafplaats.

Voor de aanleg van de begraafplaats werd de bekende Jan David Zocher jr. (1791-1870) ingeschakeld. Helaas is de oorspronkelijke plattegrond van zijn hand van de begraafplaats niet bewaard gebleven, wel de ontwerptekening van het poortgebouw dat ook van zijn hand was. Zocher maakte het ontwerp voor de begraafplaats in 1828, kort nadat hij voor de gemeente Haarlem een vergelijkbaar ontwerp had opgeleverd in de zogenaamde Engelse landschapsstijl. Beide ontwerpen ontlopen elkaar weinig, maar voor de begraafplaats in Alkmaar ontwierp Zocher dus ook een poortgebouw in een sobere Grieks-Dorische stijl. In het gebouw bevond zich aan de rechterzijde een wachtkamer en links een schijndodenhuis. Een muur moest het poortgebouw links verbinden met een woning voor de doodgraver en rechts een woning voor diens knecht. In de muur tussen de gebouwen werd het ontwerp van het poortgebouw doorgezet met in de timpanen allerlei vanitassymboliek, zoals urnen, lauwerkransen, vlinders en zandlopers met en zonder vleugels.

Op 26 juni 1829 werd de eerste steen voor het poortgebouw gelegd. Dat gebeurde door Jhr. Gijsbert Cornelis Fontein Verschuir, de jongste zoon van de burgemeester, die toen 14 jaar oud was. De gedenksteen is nog steeds te zien in de onderdoorgang in het poortgebouw. Een andere steen herinnert aan het feit dat de stedelijke bouwmeester Willem Hamer (1773-1858) in de jaren 1829 en 1830 het toezicht op het werk had.

De grootte van de eerste aanleg was in totaal 2,25 ha. Het terrein zelf werd door Zocher, net als in Haarlem, verdeeld in drie ‘eilanden’. Het grootste eiland, ter rechterzijde van de ingang, had een langgerekte ovale vorm en was bedoeld voor katholieke graven, zowel eigen als algemene graven. Aan de linkerzijde werden twee ronde eilanden aangelegd, beide bedoeld voor protestantse graven. Het voorste eiland, dat eigenlijk een schiereiland vormde, was voor eigen graven en het achterste voor algemene graven. De gegraven waterpartijen leverden de benodige grond op om de eilanden op te hogen.

Welke beplanting Zocher heeft gekozen voor de begraafplaats is niet overgeleverd. Het is waarschijnlijk dat er verschillende treurbomen en groenblijvende bomen werden gekozen zoals cipressen en sparren. Bestellijsten zijn niet bekend en omdat de meeste huidige bomen veel jonger zijn, geven deze geen aanknopingspunten.

In het najaar van 1830 was de aanleg van de nieuwe algemene begraafplaats aan de Westerweg voltooid. Burgemeester Fontein Verschuir kocht als eerste een grafkelder, nabij de ingang aan de rand van vak A. Toen de burgemeester in 1838 overleed, werd hij vervolgens in de kelder bijgezet. Op 15 september 1830 vond de officiële opening van de begraafplaats plaats en een dag later volgde meteen de eerste begrafenis. Dat was voor het meisje Maria Petrolie op het algemene katholieke deel. Op 24 september werd het eerste eigen protestantse graf uitgegeven. Uit de bewaard gebleven stukken blijkt niet dat er in de beginjaren veel grafmonumenten werden geplaatst.

Met name aan het eind van de negentiende eeuw volgden een aantal aanpassingen en uitbreidingen in het ontwerp die veel van Zocher’s plan ongedaan hebben gemaakt. Al in 1860 verkeerde de door Zocher ontworpen muur in gebrekkige staat en werd deze vervangen door een gietijzeren hekwerk op een lage hardstenen plint. Er volgden later in de eeuw nog meer wijzigingen, nu meer ingrijpend.

Zo werd een deel van de waterpartijen gedempt om ruimte te maken voor graven. Ook maakten katholieke graven plaats voor protestantse graven, nadat in 1887 de katholieken een eigen begraafplaats kregen aan de Prins Bernhardlaan.

Stadsarchitect Gerrit Looman liet eind negentiende eeuw oude beplanting uit het ontwerp van Zocher vervangen. In 1917 werd voor het eerst grond aangekocht voor een uitbreiding. Een plan voor de uitbreiding van het poortgebouw ging niet door. Aan de zuidzijde van de begraafplaats zijn voor de Tweede Wereldoorlog twee grote vakken aangelegd die aansloten op de bestaande vakken, maar een beperkt landschappelijk voorkomen kregen en waarbij alle graven aan paden lagen.

In 1950 is de huidige aula in gebruik genomen. Deze werd ter rechterzijde van het poortgebouw gebouwd waarvoor wederom een deel van een waterpartij werd opgeofferd. De aula is gebouwd in een eenvoudige naoorlogse stijl met een terugvallende gevel met zuilen tussen twee naar voren stekende uitbouwen. In de rechter uitbouw is de ingang gesitueerd. Het geheel is onder een met pannen belegd zadeldak gebracht met centraal op het dak een klokkentoren. In 1978 is aan de oostzijde van de aula een kantoor aangebouwd. Het oorspronkelijke poortgebouw heeft men altijd gerespecteerd en staat nog steeds op zichzelf. Eind vorige eeuw zijn ten zuiden van de begraafplaats een drietal nieuwe grafvelden aangelegd met tevens een aantal urnenvoorzieningen. De uitbreiding is enigszins gescheiden van het oude deel van de begraafplaats door een buffer van groen.

In de jaren negentig is een uitgebreide studie gedaan naar de begraafplaats, de ontstaansgeschiedenis en de grafmonumenten. Daaruit is ook een selectie ontstaan van beschermenswaardige grafmonumenten uit de periode 1830-1950. Deze studie is nog steeds van grote waarde voor eenieder die meer wil weten over de totstandkoming van deze begraafplaats.

In 2001 is de begraafplaats uitgebreid met ruimte voor 1.050 eigen graven. Door deze fors opgezette uitbreiding met een nieuwe toegang aan de zuidwestzijde is het mogelijk geworden het oude oorspronkelijke deel van de begraafplaats te reconstrueren. Daar vinden nu alleen nog bijzettingen plaats in bestaande graven. Graven waarvan de rechten zijn verlopen worden geruimd. Incidenteel wordt dan ook een nieuw monument geplaatst of wordt het bestaande voorzien van een extra tekstveld of het wordt in zijn geheel opgeknapt.

Rijksmonument

De bijzondere waarde van de begraafplaats werd al vroeg opgemerkt en bevestigd door de aanwijzing van het poortgebouw en de zijgebouwen als rijksmonument. In 1969 werd het als toegangsgebouw toegevoegd aan het register met een korte feitelijke omschrijving (monumentnummer 7465). In 2002 werd de begraafplaats als geheel aangewezen als rijksmonument. De complexomschrijving (complexnummer 524909) spreekt van het aan de westzijde van de Westerweg gesitueerd begraafplaatsterrein, het reeds beschermde poortgebouw met twee dienstwoningen en het begraafplaatshek. In de omschrijving wordt nog gesproken van een vermoedelijk ontwerp van Zocher. In de omschrijving wordt de nadruk gelegd op het oorspronkelijke gedeelte van pakweg 200 bij 200 meter, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen dit oude gedeelte en de latere uitbreidingen. Daarmee is feitelijk de gehele begraafplaats beschermd, maar ligt de nadruk op het oorspronkelijke deel. De grafmonumenten of een karakteristiek van de grafvelden worden niet genoemd in de omschrijving. De aula daarentegen wordt expliciet uitgezonderd van de bescherming. In de waardering wordt gesproken van een begraafplaatsterrein dat van algemeen belang is wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het complex Algemene Begraafplaats Alkmaar en als kenmerkend voorbeeld van een in Engelse landschapsstijl ontworpen begraafplaats uit het tweede kwart van de negentiende eeuw. In de omschrijving wordt met name gesproken hoe de oorspronkelijke aanleg er uit heeft gezien en dat feitelijk de bescherming rust op hetgeen daarvan nog herkenbaar is.

Ondanks dat de grafmonumenten niet meegenomen zijn in de bescherming zijn er veel interessante monumenten te vinden, niet alleen vanwege de vormgeving maar ook vanwege de personen die er begraven zijn.

Huidige situatie

Het poortgebouw van Zocher is nog steeds de belangrijkste entree van de begraafplaats. Eenmaal door de poort krijgt men enigszins een idee hoe de hele begraafplaats er ooit uitgezien moet hebben. Voor de bezoeker ligt een groene begraafplaats met zicht op een waterpartij die over de begraafplaats helemaal naar achteren slingert. Rechts van het poortgebouw bevindt zich de aula met kantoor. Rondom deze gebouwen is een groenaanleg gerealiseerd die in vorm, beplanting en sfeer sterk afwijkt van de oorspronkelijke opzet, maar toch nog steeds indruk maakt. Wie na de ingang naar links de begraafplaats oploopt, bevindt zich al gauw in een omgeving die qua sfeer redelijk intact lijkt te zijn gebleven. Enige dissonant hier is de moderne kantopsluiting van de paden.


Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.




Bronnen en verwijzingen

Zie ook

Hoort bij deze thema's Begrippen

poortgebouwen

Specialist(en)

Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.

Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.



Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 sep 2025 om 03:34.