Kerkrade - Rodahal

(Doorverwezen vanaf Kerkrade - Rodahal)


(532552) monumentenregister Monumentnummer: 532552



Introductie

'Een unicum van onbezorgde pret', zo omschreef architectuurcriticus A. Buffinga in 1967 de gloednieuwe Rodahal in Kerkrade. Volgens hem was de hal een toegankelijk multifunctioneel gebouw met een ingenieus constructiesysteem, een sobere materiaalkeuze en ongebruikelijk lage bouwkosten.
Afbeelding van een parkeerplaats met daarachter een grijsachtig gebouw met een bijzonder, golvende dakvorm. Rondom het gebouw staan enkele bomen
Afb. 1. De Rodahal in Kerkrade, 2024
Afbeelding van een modern gebouw met veel glas en een schuine metalen dakconstructie, omringd door bomen. Voor het gebouw staat een opvallend kunstwerk: een metalen constructie met een beeld van een mensfiguur dat omhoog lijkt te klimmen of reiken.
Afb. 2. Kunstwerk Orpheus van kunstenaar Eggen
Afbeelding van een kleurrijk mozaïek op een lange muur met abstracte vormen in rood, blauw, geel, groen en zwart. Op de achtergrond staan hoge, groene bomen en op de voorgrond is een verharde ruimte met wat herfstbladeren te zien.
Afb. 3. Mozaïek van kunstenaar Truijen
Afbeelding van een modern gebouw met grote glazen ramen en een breed overhangend dak van witte betonnen balken. Het open plein ervoor is bestraat en kijkt uit op groene bomen in de achtergrond.
Afb. 4. Overhangend dak
Afbeelding van een moderne gevel met grote glazen ramen, een schuine metalen dakconstructie en schuine stalen steunbalken in een kruispatroon. Voor de ramen is een balkon met een metalen balustrade zichtbaar, met groene bomen op de achtergrond.
Afb. 5. Detail zuidzijde Rodahal
Afbeelding van een zwart-witte ontwerptekening van de architect, waarop een gebouw te zien is met een bijzondere, golvende dakvorm en daarvoor een doosvormige entree
Afb. 6. Ontwerptekening Rodahal door architect Bisscheroux
Kleurenfoto van het interieur waarop een voorstelling te zien is van het Wereld Muziek Concours. De foto is van bovenaf gemaakt en toont het publiek, het podium en het van vierkante lichtspots voorziene plafond
Afb. 7. Foto uit het archief van het Wereld Muziek Concours
De foto toont een bouwplaats met een rode hijskraan tussen betonnen structuren in aanbouw, houten steigers, ladders en bouwmateriaal verspreid over de grond, terwijl een paar arbeiders aan het werk zijn onder een bleke hemel.
Afb. 8. Bouw Rodahal, rond 1965. Foto: familie Bisscheroux
De foto toont een bouwplaats met houten steigers en een gele hijskraan, waar enkele mensen — waaronder een vrouw in een lichtblauw jasje en mannen in pakken en overhemden — tussen het bouwmateriaal staan te praten onder een heldere lucht.
Afb. 9. Bouw Rodahal, rond 1965. Foto: familie Bisscheroux
Op de foto storten een bouwvakker en een man met hoed samen beton uit een grote metalen stortemmer die aan een kraan hangt, terwijl enkele andere mannen in pakken toekijken; op de achtergrond strekt een groen heuvellandschap zich uit onder een heldere lucht.
Afb. 10. Beton storten tijdens de bouw van de Rodahal, rond 1965. Foto: familie Bisscheroux
Zwart-witfoto van een dakconstructie die wordt gebouwd, genomen vanaf het dak. Op de achtergrond staan huizen, gebouwen en landschappen
Afb. 11. Constructie Rodahal (in aanbouw), rond 1965. Foto: familie Bisscheroux



Aanleiding voor de selectie

In het Programma Post 65 (1965 – 1990) zijn om te beginnen vijftien monumenten geselecteerd die in aanmerking komen voor rijksbescherming. De Rodahal is één van deze vijftien. Dit monument past in de Verhaallijn Post 65 Welvaart en Vrijheid.

Het Wereld Muziek Concours

De oorsprong van de Rodahal lag in de wens van de gemeente Kerkrade om voor het vierjaarlijkse Wereld Muziek Concours (WMC) een permanent onderdak te creëren. Kerkrade was de oudste mijngemeente in Nederlands Limburg, bestaande uit een complex van aan elkaar gebouwde kerkdorpen en buurten met ruim vijftigduizend inwoners. De stad was welvarend en telde maar liefst twaalf harmonieën. Mede dankzij de oprichting van een muziekschool in 1949 en de royale bijdrage van mijnbedrijven aan de harmonie, het koor en de carnavalsvereniging, bestond in die jaren een vruchtbaar klimaat voor het verenigingsleven in Kerkrade.

Het WMC was in 1951 ontstaan, nadat de twee voorgaande jaren een brassband uit de Engelse mijnregio Yorkshire Nederland had aangedaan en concerten in Kerkrade had gegeven. Het eerste concert, samen met twee Kerkraadse harmonieorkesten, vond in 1949 in de openlucht plaats en trok meer dan vijfduizend bezoekers. Meteen hierna werden plannen gesmeed voor een meerdaags internationaal muziekconcours. De gemeente was enthousiast over dit idee en om een zo groot mogelijk draagvlak in de gemeenschap te krijgen, werden alle Kerkraadse muziekorkesten bij de organisatie betrokken.

Het 'Wonder van Kerkrade'

Het eerste Internationaal Muziek Concours vond plaats in augustus 1951. Gedurende twee weken waren er concerten en wedstrijden van 72 blaas-, harmonie- en fanfareorkesten en meer dan 20 koren uit 14 Europese landen. De optredens vonden onder grote belangstelling plaats op twee festivalterreinen waarop grote tenten waren opgericht. Het festijn telde ruim 5.000 muzikanten en meer dan 220.000 bezoekers. De buitenlandse muzikanten werden ondergebracht in schoolgebouwen en bij de Kerkraadse bevolking en er heerste een opgetogen sfeer van internationale verbroedering. Na afloop was het enthousiasme groot – men sprak van het 'Wonder van Kerkrade'- en besloot elke vier jaar een dergelijk festival te organiseren. Hiermee werd een stevige impuls gegeven aan de provinciale, nationale en internationale muziekontwikkeling, met name die van de blaasmuziek. In 1954 vond de volgende editie plaats, nu onder de naam Wereld Muziek Concours. Dit was wederom een groot succes. Elke vier jaar werd het WMC groter en nam de kwaliteit van de uitvoeringen toe. Daarbij werd steeds meer de behoefte gevoeld aan een vaste accommodatie.

Een permanent onderkomen

De eerste ideeën voor een permanent onderkomen voor het WMC ontstonden eind jaren vijftig en de hoop was dat deze voor het festival van 1962 zouden zijn gerealiseerd. Een aanvraag voor een bijdrage van het Rijk werd echter niet gehonoreerd, omdat in die naoorlogse jaren dringender behoefte was aan woningen, scholen en utiliteitsbouw dan aan een nieuwe cultuurtempel. De wederopbouw en stadsvernieuwing in Kerkrade boden echter kansen; voor de editie van 1966 zou aan de noordkant van het centrum als vaste plek voor het WMC een hal worden gebouwd. Deze zou ook dienst moeten doen als locatie voor concerten, binnensporten, toneeluitvoeringen, carnavalszittingen, tentoonstellingen en congressen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers. Dit vroeg om een flexibel ontwerp, met een juiste situering van benodigde voorzieningen als ingangen, kassa's, garderobe, circulatieruimten, foyer, restaurant, toiletten, was-, kleed- en kantoorruimten.

Architect Laurens Bisscheroux

Voor het ontwerp van de nieuwe hal vroeg de gemeente de jonge architect Laurens Bisscheroux (1934-1997). Geboren in Eygelshoven, was deze na de MTS in Heerlen aan de slag gegaan in het bouw- en timmerbedrijf van zijn vader. In 1960 begon Bisscheroux in dezelfde stad een eigen architectenbureau. Met een aantal spraakmakende ontwerpen zou hij een toonaangevende architect in de mijnstreek worden. Bisscheroux woonde en werkte in Hof de Doom, een monumentaal herenhuis met bouwhoeve in het dorp Welten in de gemeente Heerlen. Daar vormde hij vanaf medio jaren zeventig het kleurrijke middelpunt van de Doomgroep, een bonte verzameling geestverwante kunstenaars, schrijvers, dichters, ontwerpers, musici en paradijsvogels die samen exposeerden, musiceerden, discussieerden, aten en dronken. Met 'werkprocessen' waaraan ook het publiek deelnam streefden zij ernaar een activerende rol in de regio te spelen. Dat duurde tot eind jaren zeventig. Bisscheroux wilde in het brandpunt van een vernieuwende kunstbeweging staan en raakte in toenemende mate in de ban van het zogenaamde sensualisme als mogelijkheid om de wereld te verbeteren. In combinatie met financiële problemen leidde dit tot het uiteenvallen van de Doomgroep en het opheffen van zijn architectenbureau in 1980. Bisscheroux verliet Hof de Doom en legde zich toe op het maken van schilderijen, gouaches, tekeningen en meubelen. Nadien zou hij op verschillende plaatsen wonen, merendeels in Zuid-Limburg.

Een gemeenschapsgebouw zonder drempelvrees

Met de Rodahal wilde Bisscheroux naar eigen zeggen een ruimte scheppen voor een groot gemeenschapsgebouw zonder drempelvrees. Hij ontwierp een flexibel te gebruiken grote hal met aan weerszijden tribunes voor elk driehonderd personen, brede ingangshallen en op de verdieping foyers met dakterrassen. De pleinbestrating liep door in de traploze ingangshallen en door het overkragen van de opgehangen foyer- en dakterrasvloeren werden de ruimten buiten en binnen bij elkaar getrokken. Aan de zijkanten van deze hal kwamen twee bijgebouwen in de vorm van aangebouwde vleugels: aan de noordoostzijde een 'actief' gedeelte met een gymzaal, was- en kleedruimten en kantoren, aan de zuidwestzijde een 'passief' gedeelte met recreatieve ruimten zoals een restaurant met een capaciteit van honderdvijftig personen, een bar, wintertuin en kegelbanen. De vorm van de hal werd bepaald door de wens om een kolomvrije overspanning van ruim zestig meter te creëren. Bij het vinden van een antwoord hierop speelde constructeur Jules Janssen een belangrijke rol. Hij was in 1963 als civiel ingenieur afgestudeerd aan de TH Delft en werkte vanaf dat moment samen met Bisscheroux. Vier jaar later zou hij het bureau verlaten om te gaan doceren aan de TH Eindhoven en een internationaal gerespecteerd pionier te worden op het gebied van bamboeconstructies.

Het systeem Jawerth

Op voorspraak van Janssen pasten Bisscheroux en hij het systeem Jawerth toe, genoemd naar de Zweedse ingenieur David Jawerth (1920-1998) die het patent op deze hangdakconstructie had. In dit systeem hangt het tentachtige dak aan een kabelvakwerk, waarvan de trekkrachten aan de buitenzijde van het gebouw met staalkabels worden afgetuid. Deze methode was volgens Jawerth bij overspanningen van meer dan dertig meter goedkoper dan traditionele bouwsystemen. Op het moment dat Bisscheroux de opdracht voor de Rodahal kreeg, voorjaar 1964, waren er wereldwijd zeven gebouwen met een dergelijke constructie, merendeels sporthallen. Bisscheroux en Janssen kozen voor het systeem Jawerth vanwege de relatief lage kosten en korte bouwtijd. Bovendien bevond men zich in een zogenaamd mijnschadegebied, waarbinnen bodembewegingen konden plaatsvinden. Ze gaven het systeem in hun ontwerp echter een eigen draai. Waar de kabels gewoonlijk in de grond worden verankerd, fungeerden ze bij de Rodahal als drager van de dakterrassen aan weerszijden van de hal. Dit was niet alleen economisch, maar zorgde ook voor een optimaal vrije doorloop van het omringende plein naar de toegangen van het gebouw.

Jawerths fiat

Voordat dit plan kon worden uitgewerkt moest toestemming van Jawerth worden verkregen om zijn systeem gebruiken. Theo Teeken was in 1960 op het bureau van Bisscheroux begonnen als leerling-medewerker en maakte onder andere alle bestektekeningen voor de Rodahal. Hij herinnert zich dat Jawerth in die tijd naar Nederland zou komen omdat men voor de nieuw te bouwen vrachtterminal op Schiphol ook zijn systeem wilde toepassen. De Zweed reisde bij deze gelegenheid ook naar Limburg af. Het onderhoud op het bureau van Bisscheroux verliep aanvankelijk wat stroef, maar nadat Janssen van de zenuwen per ongeluk dwars door een glazen lamp die in de kamer stond was heengelopen sloeg de stemming om en verleende Jawerth zijn fiat. Volgens Teeken was deze zeer verrast over de oplossing met de balkons en zag je aan zijn blik dat hij zich afvroeg waarom hij zelf nooit op dat idee was gekomen. In 1972 zou Jawerth dit principe inderdaad toepassen in het ontwerp van een multifunctionele hal in het Oostenrijkse Pratteln, dat echter niet werd uitgevoerd.

De Rodahal was in 1966 het eerste gebouw in Nederland - en de Benelux - dat met het systeem Jawerth werd gerealiseerd. Een jaar later volgde een tweede en tevens laatste in ons land: de eveneens nog bestaande vrachtterminal op Schiphol naar ontwerp van E.A. Riphagen. Ontwerpen van Ernest Groosman voor een overdekt schaatsstadion in Delft (1968) en een markthal in Breda (1969) met het systeem Jawerth werden nooit gerealiseerd.

Ontwerp en bouw

De ontwerpfase ging snel. Vanaf maart 1964 werden de eerste schetsen en een maquette gemaakt. In juni van dat jaar kopte het Limburgs Dagblad: 'Project van unieke constructie voor ons land. Sport- en muziekhal wordt modern hart van Kerkraadse gemeenschap'. In december waren de bestektekeningen gereed. Omdat de zijgevels met de gebogen lijnen vaak op het papier moesten worden geprojecteerd, maakte Teeken hiervoor een aluminium mal. Deze mal blijkt anno 2025 ingelijst in het bezit te zijn van Job Bisscheroux, zoon van de architect. De hal werd gebouwd door de Internationale Bouw Compagnie (IBC) uit Best, die begin 1964 de licentierechten voor Benelux en Suriname van het Jawerth-systeem had verkregen. Medio 1965 werd de eerste kolom geplaatst. Nadat de hoofdconstructie er stond en het dak was aangebracht, werd het werk voltooid door de gebroeders Bisscheroux uit Schaesberg. Dit was het aannemersbedrijf van Walter en Huub Bisscheroux, twee neven van de architect. Ook de N.V. Maatschappij voor Projectontwikkeling Empo uit Utrecht was actief betrokken. Voorts waren er onderaannemers voor verschillende onderdelen van het complex, zoals een beweegbare tribune, twee verplaatsbare wanden, drie hydraulische podia, elektrische installaties, verwarming en ventilatie. Als adviseurs waren aangetrokken Victor Peutz voor de akoestiek en David Jawerth voor de constructie van de hal. Het complex kende een sobere uitvoering in staal, beton, hout, vezelcementplaat en aluminium. De leidingen waren niet weggewerkt maar vormden in kleur onderdeel van het interieur. Binnen waren twee wandschilderingen aangebracht: in het kantoorgedeelte van Jos Teeken (1934-1983) uit Heerlen, broer van Bisscheroux's medewerker Theo Teeken, en in het restaurant van Jos Muris (1936-1984) uit Meerssen.

'Rodahal' en 'Ut strikske'

Tijdens de voorbereidingen van de bouw sprak men nog van de 'WMC-hal' of de 'sport- en muziekhal' op het Europaplein. Medio 1965 bogen B en W van Kerkrade zich echter over de naam van het nieuwe bouwwerk en leek het hen een goede gedachte de burgerij deze zelf te laten kiezen. De hal zou immers een grote sociale en culturele functie voor de Kerkraadse gemeenschap gaan vervullen. Op 1 juli 1965 plaatste het Limburgs Dagblad daarom de oproep 'Wie weet naam voor nieuwe muziekhal?'. Suggesties konden worden gestuurd aan de burgemeester. 'Rodahal' kwam als favoriete naam uit de bus, welke vanaf april 1966 werd gehanteerd. Deze naam komt van 'Rode', het Land van Rode, dat na de tijd van Karel de Grote ontstond in de streek waar nu Kerkrade ligt. Rond de kerk van het Land van Rode ontstond Kerk-rode, dat Kerkrade werd. De bijnaam van de nieuwe hal werd al snel 'Ut strikske'. Dit refereerde aan de op een vlinderdas lijkende zijgevels, een profiel dat inherent was aan het constructiesysteem van Jawerth en volgens Bisscheroux de glooiingen van het omringende landschap weerspiegelde. Het complex is zodanig gesitueerd op een hoog plateau aan de rand van de stad dat het dak een bijzonder silhouet vormt wanneer men de stad vanuit het westen nadert. De naam van het restaurant op de verdieping van de vleugel aan de zuidwestkant zou '’t Striksje' gaan heten. De straatnamencommissie hechtte echter aan een 'zuiver Kerkraadse schrijfwijze', en voegde een 'j' toe: '’t Sjtriksje'. Omdat dit voor het internationale publiek moeilijk uit te spreken was, veranderde de nieuwe exploitant die na tien jaar aantrad de naam in 'De Prins'.

Plein en kunst

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe complex was de opzet en inrichting van de openbare ruimte eromheen, ontworpen door tuin- en landschapsarchitect Wil Snelder (1928-2013) uit Heerlen. De Rodahal stond op een groot hellend plein, het Europaplein, met een verval van vier meter, grenzend aan de omliggende straten en achtertuinen van villa's aan de westzijde. Rondom het gebouw was een plateau gecreëerd dat met taluds, trappen en tussenplateaus aansloot op de straten. Hier was gelegenheid tot parkeren en kon men gemoedelijk rondslenteren tussen waterpartijen, groenvoorzieningen, bloembakken en vlaggenmasten en uitrusten op betonnen zitbanken. Om een entourage te scheppen voor de feestelijke gelegenheden in de hal was dit plein ruim gestoffeerd met kunstwerken. De achtertuinen van de villa's aan de noordwestzijde werden aan het zicht onttrokken door een veertig meter lange wand met een felgekleurd mozaïek van de hand van kunstschilder en glazenier Hans Truijen (1928-2005) uit Klimmen, dat de elementen water, vuur en licht uitbeeldde. Voor deze wand bevond zich een vijver met verlichte dansende fonteinen. Niet ver hiervandaan, aan de kant van het restaurant, lag een door Snelder ontworpen vijver met daarin een fontein in de vorm van drie betonconstructies: twee schepen en een zeven met hoge stemvork. Aan de noordoostzijde stond een plastiek van Maastrichtenaar Piet Killaars (1922-2015) getiteld 'Comme une fleur', aangeboden door de bedrijven die aan de bouw hadden meegewerkt. Blikvanger was echter op het voorplein het dertien meter hoge werk 'Orphée' van Gène Eggen (1921-2000) uit Ulestraten. Dit was een geschenk van de Gebroeders Bisscheroux aan 'Klankstad' Kerkrade. De constructie in staal, rood koper en messing verbeeldde een mannelijke figuur met een harp die omhoog klimt en zich door te musiceren bevrijdt van de dagelijkse beslommeringen.

Enthousiaste reacties

De Rodahal was net op tijd gereed voor de lustrumeditie van het WMC, waaraan ruim 125 orkesten uit 19 landen deelnamen. De opening werd op 15 juli 1966 onder grote publieke belangstelling verricht door staatssecretaris Egas van CRM, die daarbij zei: 'Kunst moet diepe wortels in het volk hebben. In Kerkrade liggen zulke wortels, die de sappen aanvoelen.' Het eerste galaconcert werd die avond verzorgd door het Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink, dat de Vijfde van Beethoven speelde. Haitink was vol lof over de akoestiek. Dat de nagalm in de Rodahal, die speciaal was gebouwd voor blaasmuziek, veel korter was dan in andere concertzalen deerde hem niet. 'Dan moeten die violisten maar eens een keer wat harder werken; bij ons moeten de blazers zich altijd inhouden' zou hij naar verluidt hebben gezegd.

'Culturele democratie'

Niet alleen de Kerkraadse bevolking en de musici waren enthousiast over het gebouw, ook de vakpers was complimenteus. De lof betrof zowel de technische prestatie van Bisscheroux en Janssen als de ruimtelijke en plastische kwaliteiten van het complex. Beeldhouwer, architect en criticus Nic. Tummers schreef een uitgebreid stuk in De Nieuwe Limburger. Hij zag in de Rodahal trekken van 'de culturele democratie'; het gebouw was geen prima donna voor de elite, maar toonde de zorg voor vrije tijdsbesteding na gedane arbeid. Architectuurcriticus Karel Wiekart constateerde in Vrij Nederland onder de noemer 'Doodgewoon is vaak het beste' dat Kerkrade in het dorre Nederlandse architectuurklimaat beschikte over een witte raaf; 'maar dan wel een hele mooie!'. Architect Bisscheroux zelf verklaarde: 'De Rodahal is een enorm experiment geweest. Door de materialen zoals beton en hout niet de camoufleren, laat ik iedereen zien hoe de constructie in elkaar zit. Dat zo velen het mooi vinden, geeft mij het vertrouwen om door te gaan en nieuwe bouwvormen te vinden, die in onze moderne samenleving passen.'

Heilige grond

De Rodahal was de eerste, en tot op heden, enige zaal ter wereld die speciaal was gebouwd voor blaasmuziek. Dat gaf het complex grote symbolische betekenis, mede omdat de bouw samenviel met het begin van de voor de regio dramatische mijnsluitingen. In de wereld van de blaasmuziek geldt de hal als heilige grond en internationaal genieten de Rodahal en Kerkrade grote bekendheid. De nieuwe voorziening zorgde voor een emancipatie van de blaasmuziek, die sociaal-maatschappelijk lager wordt aangeslagen dan bijvoorbeeld klassieke muziek. Na de ingebruikname van de Rodahal vonden dit soort concerten en muziekwedstrijden ook elders steeds minder in tenten en meer in zalen plaats. De Rodahal werd als ontmoetingsplek van mensen uit de hele wereld het brandpunt van de internationale verbroedering die het WMC teweegbracht. Alle betrokkenen bij het WMC benadrukken deze sociaal-culturele betekenis voor Kerkrade en zijn wijde omgeving die de Rodahal vanaf het begin heeft gehad. Met als basis het rijke verenigingsleven droeg dit bij aan het identiteitsbesef en de sociale cohesie in het gebied – als referentie aan het mijnverleden waarvan de materiële herinneringen zo goed als zijn verdwenen.

Uiteenlopende activiteiten voor iedereen

De sociaal-culturele betekenis van de Rodahal reikt veel verder dan het vierjaarlijkse WMC. Velen hebben vanaf hun kindertijd in verschillende fasen van hun leven deelgenomen aan activiteiten in de hal en bewaren hieraan levendige herinneringen. Dit geldt voor alle lagen van de bevolking en dat geeft de Rodahal een bijzondere plek in de samenleving van Kerkrade en omstreken. Alle betrokkenen benadrukken dit en wijzen op de verbindende rol die de hal heeft gespeeld en nog steeds speelt. Behalve het WMC vonden in de loop der jaren veel culturele en andere evenementen in de hal plaats. In het begin werd er vooral veel aan sport gedaan, totdat dit teveel ging conflicteren met andere (podium)activiteiten. Jaarlijks terugkerende gebeurtenissen waren of zijn van 1974 tot 2013 het jaarlijkse Schlagerfestival met Freddy Quinn en Dennie Christian, de Southern Bluesnight (1994-2013) en de vele carnavalsbijeenkomsten. De Rodahal als centrale plek maakt het carnaval in Kerkrade speciaal en anders dan elders in ons land. Er waren veel concerten (van Fats Domino tot Bob Dylan, van Nana Mouskouri tot Blondie), operettes, koor- en toneeluitvoeringen, circusvoorstellingen, nationale ziekendagen, kampioensavonden van de Kerkraadse sportverenigingen, kinderactiviteiten, modeshows, kerstevenementen, congressen, cursussen, bedrijfsfeesten, (internationale) tentoonstellingen (kunst, honden, katten, pluimvee, caravans) en beurzen (antiek, huishoud, ski, computer). De hal fungeerde als noodopvanglocatie en als uitwijkmogelijkheid voor scholen met ruimtegebrek, er waren een discotheek en een bibliotheek, voetbalclub Roda JC is enkele keren op het terras gehuldigd, André Rieu beleefde er de start van zijn carrière en op zondagochtenden vonden op het plein openluchtconcerten plaats. Van juli tot en met december 2025 draait in de Rodahal met veel succes de musical 'Het geluk van Limburg' over het Limburgse mijnverleden.

Renovaties en verbouwingen

In de loop der jaren is de Rodahal enkele keren gerenoveerd. In 1993 werd de luchtverversingsinstallatie vernieuwd en kwam de hoofdingang aan de oostzijde te liggen. Ook verdwenen het restaurant en de dienstwoning op de verdieping van de zuidwestelijke vleugel. Vijftien jaar later volgde een ingrijpender modernisering van het complex naar ontwerp van het Maastrichtse bureau O&B. Het belangrijkste probleem dat moest worden verholpen was de akoestiek; de glazen puien en de aluminium gevelbekleding lieten te veel geluid door, zowel naar binnen als naar buiten. Om dit te verhelpen was een pakket van minstens zestig centimeter isolatie nodig. Aanvankelijk was het idee om dit aan de buitenzijde van de hal aan te brengen. Dit was de goedkoopste oplossing, maar hiermee zou het iconische silhouet van het complex flink worden aangetast. Daarom werd op voorspraak van O&B besloten de hal aan de binnenzijde te isoleren. Dit gebeurde met een zogenaamde doos-in-doos constructie, die wel consequenties had voor het interieur van de hal: de transparantie verdween, de tribunes werden deels aan het zicht onttrokken en ook de tentachtige dakvorm met de stalen constructie verdween achter de inbouw. Deze ingreep maakte het mogelijk om ten behoeve van concerten en evenementen zaken boven de zaal of het podium op te hangen, waarvoor de Jawerth-constructie zich niet leende. Bij deze renovatie werd de hoofdingang verplaatst naar de zuidwestzijde, in een nieuw entreegebouw dat voldoende ruimte bood voor de ontvangst van grote aantallen bezoekers. In de vleugel aan de noordoostzijde kwamen de kantoren van het WMC, die later zouden verhuizen naar een nabij gelegen locatie waarna de exploitant van de hal er zijn intrek nam.

Het plein om de hal werd bij deze gelegenheid opnieuw ingericht. De kunsttoepassingen zijn gebleven, met uitzondering van het beeld 'Comme une fleur' dat een plaats kreeg op het Willem Sophiaplein in Kerkrade. De fonteinen zijn buiten werking gesteld en de mozaïekwand is niet meer van dichtbij te bezichtigen doordat de pleinruimte aan de noordwestzijde met hekken is afgescheiden. Op de zuidoosthoek van het plein kwam in 2017 het elf meter hoge beeld 'Viva La Vida' van de Spaanse kunstenaar Juan Ripollés, dat de nieuwe kleurrijke uitstraling van de stad symboliseert. In het kunstwerk zijn muziekinstrumenten verwerkt die verwijzen naar de blaasmuziek, die vijftig jaar eerder aan de wieg stond van de Rodahal.

Waardering en betekenis

  • De Rodahal is van belang als toonbeeld van een ontwikkeling naar meer vrije tijdsbesteding als gevolg van economische groei en welvaart in de jaren zestig.
  • Het gebouw is van belang als architectonische belichaming van het streven naar democratisering van culturele en andere voorzieningen in deze periode.
  • Het gebouw is van belang als internationaal vermaard brandpunt van de blaasmuziek en als multifunctioneel gemeenschapscentrum voor alle lagen van de bevolking.
  • Het gebouw is van belang als hoogtepunt in het oeuvre van architect Laurens Bisscheroux.
  • Het gebouw is van belang vanwege de productieve samenwerking van architect Laurens Bisscheroux met constructeur Jules Janssen, ingenieur David Jawerth en akoesticus Victor Peutz.
  • Het gebouw is van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek als eerste voorbeeld van een constructie volgens het systeem Jawerth en als een van de slechts twee volgens dit systeem gerealiseerde bouwwerken in Nederland.
  • Het gebouw is van belang vanwege zijn situering op het hooggelegen Europaplein in combinatie met zijn bijzondere dakvorm en de bijzondere kunsttoepassingen op het plein.

Bronnen

  • 'Kerkrade bouwt. Sport- en Muziekhal', Stedenbouw 18 (1966) 2, p. 69-74.
  • C.H. Dinkelaar, 'Schiphol 1967. Het luchtvrachtcentrum', Polytechnisch Tijdschrift 17-8-1966, p. 724B-730B.
  • K. Wiekart, 'Muziek- en sporthal te Kerkrade. Doodgewoon is vaak het beste', Vrij Nederland 20-8-1966.
  • Nic. H.M. Tummers, 'Het festival is voorbij, de feesthal blijft over. RODA-HAL te Kerkrade. Sociale architectuur, die de taal spreekt van werkelijkheid der toekomst', De Nieuwe Limburger, 30-8-1966.
  • J.C.B. Thus, 'Sport- en muziekhal te Kerkrade, Polytechnisch Tijdschrift 12-5-1967, p. 380-387.
  • 'De Rodahal te Kerkrade', Bouw 22 (1967) 44, p. 1572-1578.
  • A. Buffinga, 'Informeel', Bouw 22 (1967) 44, p. 1579-1580.
  • M.H.A. Welhuis, Skin is structure and structure is skin: onderzoek naar een pneumatisch voorgespannen kabel-dubbelmembraanconstructie. Het systeem “Jawerth”: idee, ontwikkeling en uitvoering van een voorgespannen kabelvakwerk, masterscriptie TU Eindhoven 1995.
  • 10 jaar Rodahal. Een speciale uitgave van het Limburgs Dagblad, ?-1976.
  • W.K. Coumans en J. Coenen, Laurens Bisscheroux. Architect van verlangen in zijn tijd, Rotterdam 2001.
  • H. Reumkens, Wereldpodium voor de Blaasmuziek. WMC Kerkrade 1951-2021, Kerkrade 2021.
  • T. Teeken, Gaandeweg. Herinneringen, gedachten, werk, z.pl. 2024.
  • Renovatie en Transformatie Rodahal – Projecten O&B – Op 't Root architects & Beerts consultants (ob.nl)
  • Diverse tijdschrift- en krantenartikelen via Delpher en uit de collectie van Job Bisscheroux.
  • Alle beelden van dit monument in de Beeldbank

Interviews met:

  • Job Bisscheroux 14-4-2025;
  • Theo Teeken 7-8-2025;
  • Harrie Reumkens, Bert van de Weyer en Hans Bosch 7-8-2025;
  • Manuel Op 't Root 12-8-2025;
  • Reg van Loo 13-8-2025;
  • Jorrit van Melick 28-8-2025;
  • Guido Dieteren 28-8-2025;
  • Annette Jacquemont, Miriam Habets en Math Schmeitz 28-8-2025;
  • Tine Mücher en Maurice Rijsmus 28-8-2025;
  • Leon Fuchs 28-8-2025.

Dankwoord

Met dank aan Patricia Kruytzer-Kools en Patrick Ypelaar van de gemeente Kerkrade voor hun enthousiaste assistentie. Jo Wachelder van Maastricht University was zo vriendelijk informatie over de naamgeving van de hal te delen.



Besluit

Over dit monument is een besluit gepubliceerd:



Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 dec 2025 om 09:13.