Panorama Landschap - Brabantse Wal

Introductie

Hier is een opvallend contrast te zien tussen open, vlakke zeekleipolders en een hoge, besloten Wal. Bewoning vindt plaats op de Wal in een mozaïek van dorpen en steden, waarvan Bergen op Zoom de grootste is.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Kerk bij Ossendrecht.
Afb. 1. Brabantse Wal bij Ossendrecht. Foto: Paul Paris
tiestenberg. Zandheuvel met informatiebord ervoor en koeien op het gras.
Afb. 2. Tiestenberg. Foto: Ed Kil
Kaart met Polders aan de westkant van de Brabantse wal.
Afb. 3. Polders aan de westkant van de Brabantse wal
Markiezenhof in bergen op Zoom. Bakstenen gebouw met rode ramen en deuren
Afb. 4. Markiezenhof in bergen op Zoom. Foto: Jos Stöver
Kaart van Brabantse Wal.
Afb. 5. Brabantse Wal

Karakteristiek

De regio Brabantse Wal wordt gekenmerkt door een opvallende afwisseling tussen hoog en laag landschap. Vanuit de vlakke, lage zeekleipolders in het westen van de regio rijzen de zandgronden van de Wal hoog op, met voor Nederlandse begrippen grote hoogteverschillen. De zeekleipolders zijn open en vlak, de Wal is daarentegen besloten en laat een mozaïek zien van steden en dorpen, landbouwgronden, landgoederen, heidevelden en bossen. Ten oosten van deze zone ligt een gebied dat vroeger bedekt is geweest met veen. Dit gedeelte maakt onderdeel uit van de regio Baronie. In haar huidige verschijningsvorm is het zandgedeelte van het landschap gevormd in de periode 1250- 1700, de zeekleipolders zijn tussen 1600 en 1900 ontstaan. Op de hogere gebieden liggen verschillende landgoederen en buitenplaatsen.

Bergen op Zoom is de belangrijkste stad en het economische hart van de regio. De infrastructuur is op deze stad gericht, vooral de A4 en A58 en het spoor. Bergen op Zoom vormt tevens de toegangspoort tot Zeeland. Het Markiezaatsmeer is een afgesloten restant van de Oosterschelde, thans een belangrijk wetland.

Watersport is er verboden; daarvoor zijn de Binnenschelde en het Zoommeer ingericht. Vliegbasis Woensdrecht is nog steeds prominent aanwezig in de regio.

Vanuit de kerncentrale Borssele loopt een 380 kV hoogspanningsleiding door het gebied langs het Schelde-Rijnkanaal om vandaar noordelijk van Bergen op Zoom verder te gaan.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Pleistoceen

De Brabantse Wal is een markante rug op de grens van het Brabants Massief of -Plateau. Het reliëf is veroorzaakt door de Schelde, die het plateau erodeerde, waarop de vrij steile rand ontstond. Later zijn aan de voet van het plateau veenlagen gevormd en is er zeeklei afgezet. De afzettingen op het plateau zijn oude rivierafzettingen, bestaande uit klei en zand, daterend uit het begin en het midden van het pleistoceen (2,5 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden). De klei is gebruikt door de pottenbakkerijen in Bergen op Zoom en de steenbakkerijen in Halsteren, Ossendrecht en Woensdrecht. In latere perioden van het pleistoceen is over de rivierafzettingen dekzand afgezet. Deze werd in de laatste ijstijd door de overwegend westelijke wind aangevoerd vanuit de drooggevallen Noordzee.

Holoceen

Ongeveer 10.000 jaar geleden kwam een einde aan de laatste ijstijd en begon het holoceen, de huidige geologische periode. De temperatuur steeg, het werd vochtiger en de open, vrijwel boomloze vlakte veranderde in een gesloten bos. De zeespiegel steeg en op plaatsen met een slechte afwatering kwamen moerassen tot ontwikkeling waarin veenvorming plaatsvond.

Dit breidde zich over grote oppervlakten uit en bedekte uiteindelijk een groot deel van de huidige regio, met uitzondering van de hoogste delen. Het veen aan de oostkant van de regio is vrijwel geheel door de mens vergraven (zie regio Baronie). Ten westen van de Wal is het land gedaald door klink, oxidatie en moernering.

Hierdoor kwam het land zo laag te liggen dat de zee het gebied overstroomde en bewoning lange tijd niet mogelijk was. Pas na 1700 waren de kwelders zo hoog opgeslibd dat er delen bedijkt konden worden. De bodem in deze jonge polders bestaat uit zeeklei. Ten zuidwesten van Bergen op Zoom werd het verloren gegane land niet opnieuw bedijkt. Hier bleef de vorming van gorzen en schorren doorgaan tot de aanleg van het Zoommeer.

Landschappenkaart

Op de archeologische landschappenkaart behoort de regio tot het Kempisch zandgebied, Jonge zeeinbraken en het Zeeuws-Zuidhollands kleigebied. Daarbinnen zijn dekzandvlakten, dekzandruggen, hellingen, droogdalbodems, kwelders, kreken en prielen als landschapszones onderscheiden.

Bewoningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

Tot ongeveer 1200 was de regio niet dicht bevolkt. Het was een moerasgebied, waar slechts de hoogste delen van het zand bovenuit staken. Wel zijn al vroeg in de prehistorie mensen in het gebied geweest, getuige vondsten uit de middensteentijd.

Toen was het gebied nog veel toegankelijker omdat de veenvorming nog niet was begonnen. Ook zijn er aanwijzingen dat het gebied al aan het einde van de ijzertijd en het begin van de Romeinse tijd bewoond was. Waar nu Bergen op Zoom ligt, bevond zich in de Romeinse tijd een veenmoerasje dat waarschijnlijk dienst deed als offerplaats. Onder de geofferde voorwerpen bevinden zich munten, miniatuuramforen en een enkele barnstenen kraal. De vondsten dateren uit de eerste drie eeuwen n.Chr.

Bewoning was er in die tijd ongetwijfeld ook, op de overgang van Brabantse Wal en Scheldedelta. Ook uit de Frankische tijd (vroege middeleeuwen) zijn enige sporen van bewoning bekend.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

Omstreeks 1200 nam de activiteit van de mens toe. De Schelde had contact gekregen met de Honte en waterde via de Westerschelde af naar de zee. Via De Kreek stond Bergen op Zoom in verbinding met de Oosterschelde. Het veengebied aan weerskanten werd bedijkt in de 13deeeuw, maar was al eerder ontgonnen en bewoond. In de zandgebieden die niet door veen bedekt waren, werden nieuwe ontginningen gerealiseerd vanuit centra als Bergen op Zoom.

Op zandgronden moet flink bemest worden om een goede opbrengst te krijgen. Daartoe gebruikte men stalmest, die vermengd werd met heideplaggen of bosstrooisel. De akkers lagen in een brede strook aan de westkant van de zandrug van de Zoom. Er bestond een evenwicht tussen de hoeveelheid bouwland, de hoeveelheid grasland (weiland en hooiland) en het areaal heide. De heide was belangrijk in het systeem, omdat men er de koeien en schapen liet grazen. Door het eeuwenlange opbrengen van stalmest werden de akkers langzaam maar zeker opgehoogd en kregen de bijeen liggende akkers een enigszins bolle ligging. Op sommige plaatsen zijn deze open, bolle akkercomplexen te zien. De bodem, die soms wel uit meer dan een meter uit opgebracht materiaal bestaat, heet es- of enkeerdgrond.

Er dreigde altijd het gevaar van verstuiving van de heide, die daardoor zelf onbruikbaar zou worden. Dergelijke verstuivingen kennen we op verschillende plaatsen in de regio, zoals de Borgvlietsche Duinen bij Bergen op Zoom en de Kriekelareduinen bij Putte. Om dit te reguleren werden de rechten en plichten van de inwoners binnen de dorpsgemeenschap of gemeynde bepaald: hoeveel schapen men mocht weiden, hoeveel karrenvrachten plaggen er van de grond verwijderd mochten worden, hoeveel turf er gestoken mocht worden, welke bijdrage er geleverd moest worden aan de gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de wegen, waterlopen, enzovoort. Na de Franse tijd kwam het eigendom van de gemeenschappelijk gebruikte gronden bij de gemeente.

De in de regio gelegen dorpen en het omliggende dorpsgebied op de wal hebben alle vergelijkbare ontwikkelingen doorgemaakt. Vanwege de nabijheid van de Schelde vond er ook scheepvaart en handel plaats, vooral in meekrap – een gewas waaruit rode kleurstof werd gewonnen voor het verven van kleding. Woensdrecht was in de middeleeuwen een vrij welvarende plaats.

Selnering en vervening

Belangrijk voor de ontwikkeling van het landschap was de veenwinning. Na het in cultuur brengen van de gronden, trad een onomkeerbaar proces van klink en oxidatie op, waardoor de bodem daalde. Daarnaast werd in de middeleeuwen op grote schaal veen afgegraven voor de zoutwinning (selnering).

Zoutwinning was in de middeleeuwen een belangrijk en rendabel bedrijf. Op plaatsen waar zeewater in contact kwam met veen nam het veen een deel van het zout op. Het veen werd vergraven, gedroogd, nog enkele malen met zeewater overgoten en gedroogd, tot het verzadigd van zout was. Daarna werd het veen verbrand en werd het zout uit de as gewonnen. De zoutwinning had grote landschappelijke gevolgen, omdat door het vergraven ervan de zee steeds makkelijker het land kon binnendringen.

Tal van overstromingsrampen waren het gevolg, waarbij verschillende dorpen verloren gingen. Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw werden delen van het verloren gegane land, ‘het verdronken land van het Markiezaat’ opnieuw ingepolderd. Ten oosten van de regio is op grote schaal turf gewonnen. Hierop wordt in de regio Baronie ingegaan.

De polders

Het laaggelegen landschap aan de westkant van de Brabantse Wal is in de loop der eeuwen aan grote veranderingen onderhevig geweest. Dit kwam doordat de Schelde zijn loop verlegde, maar ook doordat het landschap veranderde door de ontginningen (bodemdaling) en selnering. Overstromingen in 1570 hebben het toenmalige polderlandschap volkomen veranderd. Een groot deel van het herstelde landschap ging opnieuw verloren in 1682.

Alleen de polders van Nieuw-Vossemeer, de polder Oud- en Nieuw Beijmoer bij Halsteren en een kleine Stadspolder bij Bergen op Zoom bleven toen gespaard. Nadien werd de bedijking met succes ter hand genomen en kreeg het polderlandschap langzaam zijn huidige vorm. De geschiedenis van de landwinning is nog heel duidelijk in het landschap te herkennen aan de opeenvolging van polderdijkjes. Door de komst van het spoor over de Kreekrakdam naar Zeeland in de jaren 1860 werd het slikkengebied tussen Woensdrecht en Zuid-Beveland in de decennia daarna ingepolderd. Een aantal van de polderdijkjes is in het begin van de 20ste eeuw verhoogd met zogeheten ‘muraltmuurtjes’, bestaande uit betonnen elementen. Met de opening van de Schelde-Rijnverbinding in 1984 werd de inrichting van dit gebied voltooid.

Landbouw

In de oudere zeekleipolders komt een mozaïek van akkers en weilanden voor, hoewel de akkerbouw overheerst. Grasland ligt in de lagere delen van de regio. Tot diep in de 19de eeuw was de teelt van meekrap van belang. De verfstof werd uit de wortels gewonnen in speciale gebouwen, de meestoven. Hiervan zijn er nog enkele in het gebied bewaard gebleven. Tegenwoordig is meekrap verdwenen als gewas. Het Agro & Foodcluster West-Brabant is in de afgelopen jaren ontwikkeld nabij de suikerfabriek. Ossendrecht was het centrum van de cichoreiteelt (een koffiesurrogaat) en de verwerking daarvan.

Recente ontwikkelingen

Het verschil tussen de Zoom en de polders is goed herkenbaar in het huidige landschap. De Zoom kenmerkt zich door de hooggelegen zandrug met een kleinschalige inrichting, dorpen, bossen en landgoederen. Dit gebied onderscheidt zich van de open zeekleipolders waar verspreide bebouwing en rationele percelering voorkomen. Opmerkelijk is dat in een relatief klein deel van de regio ruilverkavelingen hebben plaatsgevonden, welke voor het grootste deel buiten de regio liggen.

Project Oppervlak (ha) Periode % in regio
Kruisland-Wouw 9607 1978 - 2000 2,1%
Westland 1809 1955 - 1967 28,4%
Auvergnepolder 990 1987 - 1998 33,4%
Ouwervelden 910 1960 - 1966 33,6%

De oude wegdorpen, bestaande uit een langgerekte bebouwingsstrook aan beide zijden van de weg, zijn in de loop van de 20ste eeuw vaak gegroeid, waarbij komvorming optrad. Een forsere groei heeft Bergen op Zoom meegemaakt, dat thans bijna aan Halsteren is vastgegroeid. Ten zuiden van de stad hebben Woensdrecht/Hoogerheide en in mindere mate Ossendrecht uitbreidingen ondergaan. De Kalmthoutse Heide maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal en van het Nationaal Park Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide.

In het poldergebied vormen de A4, die in delen tussen 1976 en 2014 is opengesteld en de Schelde-Rijnverbinding met de Volkeraksluizen, nieuwe en duidelijk zichtbare infrastructurele elementen. Ook de hoogspanningsleidingen die vanuit Borssele en de Amercentrale lopen zijn niet te missen. Het Markiezaatsmeer en enkele daaraan grenzende polders hebben een Natura 2000-bestemming gekregen. Watersporters mogen niet op dit meer komen. Daarvoor zijn vooral de Binnen Schelde en het Zoommeer geschikt gemaakt.

Langs en nabij de Schelde-Rijnverbinding, vooral langs de Kreekraksluizen, bevinden zich twee windmolenparken, waar in de komende jaren nog turbines aan worden toegevoegd. Iets noordelijker hiervan, ter hoogte van de Princesseplaat ligt een ander park. De turbines zijn beeldbepalend in het open polderlandschap.

Specifieke thema’s

De steden

Bergen op Zoom (51.000 inwoners) is al eeuwenlang de belangrijkste plaats van de regio. Het ligt strategisch op de Brabantse Wal. De nederzetting ontstond op de plek waar een kreek in de Schelde uitmondde en enkele wegen samenkwamen. De plaats werd het bestuurlijk centrum van het in 1287 tot afzonderlijke Heerlijkheid geworden Land van Bergen op Zoom. De stad kwam tot bloei in de 13de eeuw, toen de veengebieden ten oosten van de stad werden ontgonnen. Er werd een afwateringskanaal vanuit dit veengebied gegraven, de Grebbe die via Bergen op Zoom afwaterde op de Oosterschelde. De stad ontwikkelde zich tot een handelscentrum waar belangrijke handelsgoederen als wol, laken en meekrap op de markt kwamen. Omstreeks 1330 werd de eerste ommuring gebouwd, waar de Lievevrouwenpoort onderdeel van uitmaakte. Begin 16de eeuw volgde de vergroting van de St.-Gertrudiskerk en de bouw van het Markiezenhof. Het havenkwartier werd ook binnen de vesting getrokken, naar ontwerp van Van Coehoorn. Na 1530 nam de betekenis als handelsstad af, toen de Westerschelde de rol van monding van de rivier overnam en de Oosterschelde ging verzanden. De haven van de stad werd moeilijker bereikbaar. Bergen op Zoom bleef echter een belangrijke stad, door haar strategische ligging en door haar meekrap- en aardewerkindustrie. Er was een uitgebreid stelsel van verdedigingswerken. De vesting werd na 1868 ontmanteld en maakte plaats voor een ruim patroon van straten, wegen en plantsoenen.

In de 19de eeuw vestigden zich onder meer ijzergieterijen en suikerfabrieken in de stad. Tot 1940 volgden uitbreidingen naar het zuiden (Zeekant) en ten oosten van het spoor (Gageldonk). Na 1945 vestigden zich meerdere grote industrieën bij de stad, die voor veel nieuwe werkgelegenheid zorgden. Industriegebieden treffen we aan rondom het knooppunt Zoomland en aan de Theodorushaven in het noordwesten. De stad werd via de A58 en later de A4 aangesloten op het landelijke netwerk van snelwegen en groeide door, nu ook noordwaarts richting Halsteren via de wijk Noordgeest. De laatste uitbreiding betreft de Bergse Plaat, een opgespoten stuk land in de Binnen Schelde. Het centrum van de stad is beschermd stadsgezicht. Vanaf 2018 wordt de oude vesting in kleine delen van de stad weer hersteld.

Landgoederen, bossen en lanen

Al vroeg zijn op initiatief van de heren en later markiezen van Bergen op Zoom bossen aangelegd. De bosaanleg op de Wouwse plantage (zie regio Baronie) begon al in 1504. De bossen zijn voor een deel op voormalige heidevelden en stuifzanden aangelegd, deels gaat het om veel ouder bos. Het grootste deel van de bossen in de regio is aangeplant in de 18de eeuw, zoals de landgoederen Dassenberg, Zoomland, Mattemburgh, Le Pavillon en het Moretusbosch van kasteel Ravenhof. Grote delen van deze landgoederenreeks zijn na de Tweede Wereldoorlog door de uitbreidingen van Bergen op Zoom bebouwd geraakt. De bossen bestaan vaak uit productiebos met naaldhout en eiken. Zoomland kende dit ook en bestond daarnaast uit gras en bouwland met plaatselijk kleinschalige percelering, lanen, houtwallen, struweelbeplanting, relicten met heide, gefixeerde stuifzanduinen en moerassen. Het noordoostelijk deel is een coulisselandschap, bestaande uit natte graslanden en beemdgronden, doorsneden door lanen met eiken, laanbeplantingen en singels.

Op de reliëfrijke landduinen op de randen van de Wal komt oud eikenhakhout met stoven voor, zoals Schoelieberg bij Huijbergen en Vinkenberg bij Woensdrecht. Bossen in het kleigebied zijn onder meer de Maai en het Pottersbos bij Moerstraten.

Naast bossen komen op de Wal ook houtwallen van spaartelgen en voormalig hakhout voor, zoals de Bremberg, de Nieuwe Molen bij Halsteren en het gebied rond de Balse Dreef.

Defensie

De vestingwerken van Bergen op Zoom zijn nog zichtbaar in het verloop van singels en straten. De Waterschans, het Ravelijn op den Zoom en het Anton van Duinkerkenpark zijn herkenbaar gebleven.

Bij Halsteren werden in het midden van de 18de eeuw twee oude forten Roovere en Prinsen opgenomen in een verdedigingslinie die van Bergen op Zoom naar Steenbergen liep: de Zuiderwaterlinie. Hiertoe behoorde ook het geheel verdwenen fort Moermond, dat ten zuiden van fort Pinsen lag. De laaggelegen terreinen aan de oostkant, waaronder de veenontginning De Halsterse Laag, konden als inundatiegebied fungeren. De verdedigingslinie werd in 1827 opgeheven.

Woensdrecht is landelijk bekend vanwege de Vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht. In de jaren 1980 was sprake van de komst van kruisraketten met kernlading die hier zouden worden gestationeerd. Dit is uiteindelijk nooit gebeurd omdat de Koude Oorlog eindigde. De basis is nog steeds in gebruik en is een grote ruimtegebruiker in de regio.

In de bossen van de Brabantse Wal liggen een militair oefenterrein en de voormalige Koningin Wilhelminakazerne. Deze laatste fungeerde na sluiting een tijd als AZC. Delen zijn tegenwoordig in gebruik als politieacademie, de rest is gesloten in afwachting van betere tijden.

Literatuurlijst

  • Henderikx, P.A., 1987. De beneden-delta van Rijn en Maas. Landschap en bewoning van de Romeinse tijd tot ca. 1000. Hollandse Studiën 19.
  • Kluiving, Sj.J., N. Brand en G.J. Borger (red.), 2006. De West-Brabantse Delta: een Verdronken Landschap Vormgegeven. (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies 7). Amsterdam.
  • Leenders, K.A.H.W., 1996. Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde; ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied (400-1350). Zutphen.
  • Renes, J., 1985. West-Brabant. Een cultuurhistorisch landschapsonderzoek. Waalre.
  • Vermunt, M.J.A. en H.L.A. van der Kallen, 2012. Opgravingen in Bergen op Zoom, Utrecht.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap
Brabantse Wal
Algemeen Opvallende landschappelijke overgang polders-Brabantse wal
- Open, rationele zeekleipolders<
- Steilrand westzijde wal, erosie door Schelde
Idem aan oostzijde bij duinvoet
Voor Nederlandse begrippen spectaculaire hoogteverschillen en uitzichten
Paraboolduinen oostzijde wal
Landbouw Vrijwel niet ruilverkaveld, gave percelering
Rationele percelering in zeekleipolders
Her en der voorkomen van essen/bolle akkers met kleinschalige, onregelmatige percelering op Zoom met perceelsrandbegroeiin
Bosbouw en natuur N2000: Brabantse Wal, Grenspark de Zoom – Kalmthoutse Heide
- Oude bossen, veelal bij landgoederen
- Heidevelden en vennen
- Stuifzandrelicten
Wonen Historische stad Bergen op Zoom
Wegdorpen op de Zoom, sommige fors gegroeid
Verspreide bewoning in de polders
Waterstaat Schelde-Rijn kanaal met Kreekraksluizen, Oesterdam en windmolens (zie ook verkeer)
Dijken buitenwateren, her en der Muraltmuurtjes
Sporen achtereenvolgende bedijkingen polders
Defensie Zuiderwaterlinie, o.a.
- Vestingwerken Bergen op Zoom
- Vesting Steenbergen
Vliegbasis Woensdrecht
Scheldevanger, observatieposten voor bommenwerpers
Delfstofwinning Selnering: verloren gaan van land, dat later successievelijk is ingepolderd
Verkeer Spoorlijn Roosendaal-Vlissingen met stationsgebouwen en Kreekrakdam
A4/A58 met knooppunten, N289
Schelde-Rijnkanaal c.a. (zie ook waterstaat)
Markiezaatsmeer
Bestuur Grenspalen op rijksgrens
Recreatie en sport Watersport Markiezaatsmeer met voorzieningen
Landgoederen en buitenplaatsen Landgoederen op hogere gronden (zie ook bosbouw), met bossen, lanen en huizen, bv Mattemburgh
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:01.