Panorama Landschap - Duin- en Bollenstreek

Introductie

Dit is overwegend een duinlandschap met strandwallen. Op afgegraven duinen bevinden zich nu bloembollenvelden, de Keukenhof is een belangrijke trekpleister voor bezoekers. Langs de binnenduinrand liggen diverse landgoederen. Het gebied is sterk verstedelijkt, met Leiden als grootste stad.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Luchtfoto van Noordwijkerhout.
Afb. 1. Noordwijkerhout bij Leeuwenhorst. Foto: Paul Paris
Een kaart met daarop De ligging van de strandwallen tussen Den Haag en Alkmaar.
Afb. 2. De ligging van de strandwallen tussen Den Haag en Alkmaar (Zagwijn, 1991)
Duinen bij Noordwijk. Ertussendoor loopt een fietspad waar twee fietsers op fietsen
Afb. 3. Duinen bij Noordwijk. Foto: Paul Paris
Raadhuis met toren in Leiden. Ervoorlangs loopt een voetpad een fietspad.
Afb. 4. Raadhuis in Leiden. Foto: Jos Stöver
Burcht in Leiden. Bomen met muur eromheen. Daaromheen staan gebouwen.
Afb. 5. Burcht in Leiden. Foto: Paul Paris
Kaart van Duin- en Bollenstreek.
Afb. 6. Duin- en Bollenstreek

Karakteristiek

De Duin- en Bollenstreek is een verstedelijkte regio in de Randstad, met als belangrijkste stad Leiden. Kenmerkend is dat op een betrekkelijk klein oppervlakte een grote landschappelijke variatie bestaat. Oude en jonge duinen, strandvlaktes, zanderijen, bloembollenvelden, buitenplaatsen, verstedelijking, oeverwallen, veenweidegebieden en een enkele droogmakerij komen allemaal voor.

De zandgronden vormen al eeuwenlang een aantrekkelijk woongebied. Aanvankelijk omdat het in vergelijking met het achterliggende veengebied droog was, maar in later tijd vooral vanwege het afwisselende landschap. Tussen Leiden en Den Haag ontstond vanaf de 17de eeuw een landschap van buitenplaatsen met parken en tuinen, terwijl Wassenaar zich als villadorp ontwikkelde.

De bollenteelt nam in de 19de eeuw een hoge vlucht en domineerde het landschap van de binnenduinrand tussen Leiden en Haarlem. De teelt heeft zich de laatste decennia grotendeels verplaatst naar de Kop van Noord-Holland. De Keukenhof is echter nog steeds een internationaal bekende toeristische trekpleister in de regio. Het Noordzeestrand is daarnaast een belangrijke bestemming voor dagjesmensen.

De stedelijke druk door de ligging in de Randstad heeft de regio in hoog tempo doen verstedelijken. Leiden is de grootste nederzetting en vormt met omliggende gemeenten als Leiderdorp, Voorschoten, Katwijk, Oegstgeest en Teylingen (Sassenheim) één agglomeratie. De verstedelijking betekent ook dat er tal van snelwegen, provinciale wegen, spoorlijnen en een hoogspanningsleiding door het gebied lopen. De belangrijkste wegen zijn de A4 en A44 en de N206. De Hoge Snelheidslijn en de Schiphollijn zijn de belangrijkste spoorverbindingen. Van oudere datum is de trekvaart Haarlem-Leiden, die nog ongeschonden door het laagste deel van het landschap loopt.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Holoceen

Het landschap van de regio is jong. Door de sterkte zeespiegelstijging liep het Noordzeebekken vol aan het begin van het holoceen (10.000 jaar geleden). Zo’n 5.000 geleden ontstonden enkele reeksen van parallelle strandwallen, waarbij jongere strandwallen gevormd werden ten westen van de oudere. De kustlijn verplaatste zich hierdoor in westelijke richting. Op de strandwallen ontstonden door verstuiving de oude duinen. Dit duurde tot in de Romeinse tijd. Deze duinen waren niet zo hoog als de huidige jonge duinen. Her en der zijn nog resten van de oude duinen te vinden, bijvoorbeeld in de omgeving van de Keukenhof.

Bij Katwijk was de strandwallengordel onderbroken door de monding van de Oude Rijn. Tot in de vroege middeleeuwen mondde de hoofdtak van de Rijn – de huidige Oude Rijn – hier in zee uit. Deze vervoerde geleidelijk minder water en vanaf 1122 stagneerde de aanvoer geheel doordat de Kromme Rijn in Wijk bij Duurstede werd afgedamd.

Op tal van plaatsen zijn de oude strandwallen en duinen afgegraven voor de ophoging van steden of ten bate van de bollenteelt, bijvoorbeeld tussen Lisse en Sassenheim. Nog steeds worden de strandwallen en afgegraven duinterreinen gebruikt voor de tuinbouw, met name bloembollenteelt.

In de strandvlakten, de lagere terreinen tussen de strandwallen, was het zo nat dat er een veenlaag gevormd is. Dit is kenmerkend voor het landschap van de binnenduinrand.

Nadat de eerste reeks strandwallen was gevormd, ontstond aan de oostkant een zeer uitgestrekt moerasgebied waarin op grote schaal veenvorming plaatsvond. Dit Utrechts-Hollandse veenweidegebied bestond uit een aantal veenkussens, onderbroken door meertjes, veenrivieren en de (Oude) Rijn. Aan weerszijden van de Oude Rijn werd klei afgezet. Het overige gedeelte van de bodem achter de duinen bestaat soms uit een metersdikke laag veen.

Tussen 1200 en 1600 n.Chr. werden de strandwallen met oude duinen grotendeels bedekt met jonge duinen, plaatselijk tot een hoogte van 30-50 meter. Aanvankelijk lag de kustlijn ook een stuk westelijker dan nu. Door kustafslag is deze meer landinwaarts verplaatst. Gedurende de 17de en eerste helft van de 18de eeuw was het betrekkelijk rustig in het gebied, waarna een nieuwe fase van verstuivingen begon die tot in de 19de eeuw duurde. Toen werden de duinen door de mens beplant met helmgras om verdere verstuiving zoveel mogelijk tegen te gaan. In de regio Duin- en Bollenstreek vormen de duinen thans een gesloten kust en vertonen een sterk wisselend reliëf met grote paraboolvormen. De jonge duinen zijn de belangrijkste zeewering in het westen van Nederland.

De Kagerplassen liggen in het noorden van de regio. Dit zijn van oorsprong natuurlijke meertjes met daarin een aantal eilanden. Bij de droogmaking van het Haarlemmermeer werden de Kagerplassen buiten de ringdijk gelaten om als boezem te dienen van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Landschappenkaart

Op de archeologische landschappenkaart hoort de regio tot de Duinen en Strandwallen en de Rijn-Maasdelta. In het oosten ligt een klein deel dat tot de Diepe droogmakerijen wordt gerekend. Erbinnen zijn als landschapszones hoge duinen, strandwallen en lage duinen, strandvlakten, estuarium, stroom- en crevasseruggen en veenvlakten onderscheiden.

Bewonings- en ontginningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

De hogere en drogere zandgronden vormden al in de prehistorie een aantrekkelijke woongebied. Ondanks de verstedelijking zijn er talrijke sporen gevonden van bewoning uit die tijd. Bij Ypenburg zijn een nederzetting en een grafveldje uit het middendeel van de jonge steentijd (neolithicum) opgegraven. De toenmalige kustbewoners leefden zowel van de landbouw als van jacht en visvangst.

Gedurende de bronstijd en ijzertijd waren waarschijnlijk vrijwel het gehele strandwallengebied en het mondingsgebied van de Rijn bewoond. In de omgeving van Hillegom is een bronsdepot uit de late bronstijd gevonden. De zandige oeverwallen langs de Rijn waren zowel in de ijzertijd als de Romeinse tijd relatief dicht bevolkt.

In de eerste eeuw n.Chr. werd de Limes, de noordgrens van het Romeinse rijk, langs de Oude Rijn gelegd. De grens bestond uit versterkingen en controleposten op de zuidoever van de Rijn, van Vinxtbach nabij Bonn tot en met Katwijk, die met elkaar werden verbonden door een weg, die vanaf circa 20 n.Chr. werd uitgebreid, verbeterd en verhard. Op strategische locaties langs de Limes bouwden de Romeinen een fort of castellum. Tussen de castella stonden wachttorens. Op Nederlands grondgebied lagen ongeveer twintig castella, waaronder Praetorium Agrippinae bij Valkenburg, Brittenburg bij Katwijk en Matilo bij Leiden. Het fort bij Valkenburg is verscheidene keren verwoest en herbouwd.

De laatste versie was geheel uit steen opgetrokken. Bij het fort lagen ook civiele gebouwen en een grafveld. In het huidige Valkenburg zijn in het straatwerk van het Castellumplein de contouren van dit fort aangegeven. Het castellum Brittenburg werd in de 2de-3de bij de monding van de Oude Rijn aangelegd en is later door erosie in zee verdwenen. Voor de hele zone van de Limes wordt samen met Duitsland een werelderfgoednominatie voorbereid. Ten oosten van de strandwallen werd in de 1ste eeuw n.Chr. in opdracht van de Romeinse veldheer Corbulo een verbinding gegraven tussen de Rijn en het Helinium, de monding van de Maas en de Waal. Deze ‘Fossa Corbulonis’ of Corbulogracht lag op de overgang van de strandwallen naar het veengebied.

Archeologisch onderzoek heeft resten van het kanaal blootgelegd, onder meer bij de aanleg van de wijk Roomburg in Leiden, waar in Park Matilo de beschoeiing is gereconstrueerd. Het kanaal liep deels parallel aan de latere Vliet. In de 3de eeuw liep de Romeinse periode af en liep de bevolking sterk terug.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

Bodemgebruik van de strandwallen en de duinen In de vroege middeleeuwen raakte het gebied weer dichter bevolkt. De bewoning concentreerde zich aanvankelijk op de oeverwallen langs de Rijn, bijvoorbeeld in Valkenburg, Leiden en Rijnsburg. Vervolgens ontstonden nederzettingen op de strandwallen, waaronder Oegstgeest, Wassenaar, Lisse, Noordwijkerhout en Hillegom. Heem-namen, zoals Sassenheim, geven aan dat het ontginningen uit de vroege middeleeuwen zijn. De dorpen op de strandwallen ontwikkelden zich als lintnederzettingen met een bebouwingsconcentratie rond de kerk. De strandwallen werden als bouwland gebruikt – de geesten – waar men onder meer vlas voor de linnennijverheid en hop voor de bierbrouwerijen in Haarlem en Leiden verbouwde. De vlaktes tussen de strandwallen dienden als grasland voor veeteelt (meentgronden). Op de randen van de geesten lagen wegen waaraan de boerderijen stonden, die aan beide uiteinden van de geest in een punt bij elkaar kwamen.

In de oude kernen van bijvoorbeeld Noordwijkerhout is deze structuur nog goed te herkennen aan zijn ovale vorm. Afwatering verliep via vergraven duinbeken of duinrellen. Vanaf de 15de eeuw werd in de duinen zand afgegraven[1]. Aanvankelijk ten behoeve van het dijkonderhoud, maar in de 17de en 19de eeuw vooral als ‘fundament’ voor de alsmaar groeiende Hollandse steden. Om het zand te kunnen vervoeren legde men zandvaarten aan: rechte vaarten loodrecht op de duinen met aan het eind een aantal evenwijdige sloten schuin de duinen in. De grootste zanderijactiviteiten in de regio vonden plaats rond Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout. De zanderijvaarten en afgegraven delen van het landschap zijn karakteristieke elementen in het landschap.

Aan de kust zijn in de middeleeuwen Katwijk aan Zee (14de eeuw) en Noordwijk aan Zee (16de eeuw) als vissersdorpen ontstaan. De bomschuiten van de vissers lagen op het strand; een haven was er niet. Die kwam in 1879 bij Katwijk aan Zee. In de 19de eeuw groeiden deze vissersdorpen uit tot badplaatsen.

Bollenteelt

De meest in het oog springende karakteristiek van de regio is de bollenteelt. Deze begon met de introductie van de tulp in Nederland in de 16de eeuw. De bloem groeit goed op de kalkrijke, geëgaliseerde bodem van de strandwallen. Aanvankelijk was de teelt beperkt tot de hoven van de adel en de kloosters. Vanaf de 19de eeuw werd het grootschalig. De oude Duinen werden afgegraven zodat men dicht genoeg bij het grondwater kwam en kon profiteren van het niet-ontkalkte diepgelegen duinzand.

Het vrijgekomen zand werd gebruikt voor de verhoging van wegen en bouwlocaties in steden. Later breidde de teelt zich uit naar de strandvlakten. In eerste instantie concentreerde de bollenteelt zich rond Haarlem, maar geleidelijk breidde het zich uit in zuidelijke richting. Kwekerswoningen met bollenschuren uit de periode 1890-1920 zijn te vinden in vrijwel alle dorpen.

Bij Hillegom staat een houten bollenschuur uit 1905. Op het 18de-eeuwse buiten Calorama (Noordwijk-Binnen) resteert het 17de-eeuwse, voor de bollenteelt ingerichte, houtwallenlandschap. Lisse werd het centrum van de bloembollenteelt.

De Keukenhof, naar ontwerp van W. van der Lee, opende in 1949 zijn deuren. Op het terrein van de voormalige buitenplaats Zandvliet kwam in dat voorjaar voor het eerst het massatoerisme op gang.

Jacht

De jonge Duinen waren minder geschikt voor bewoning en landbouw. Grote delen waren in de middeleeuwen in bezit van de adel gekomen die er jaagde op wild en gevogelte. Namen als Haasveld en Haesduynen herinneren nog aan de jacht. Veel buitenplaatsen hadden een zogenaamde vinkenbaan.

Dit waren vanglocaties ingericht met grote netten en allerlei lokmiddelen voor het vangen van zangvogels. Denk hierbij aan vinken, maar ook aan lijsters en leeuweriken. Bij Wassenaar kwamen de meeste banen voor, onder meer bij Duinrell en Duindigt. Deze vorm van jacht is intussen verboden.

Enkele toponiemen herinneren nog aan de vinkenjacht, zoals Polder het Vinkeveld, Vinkebaan en Vinkenburg. Ten noordoosten van Warmond ligt de eendenkooi Warmond. Deze is sinds enkele jaren in gebruik en beheer bij een stichting. Een eendenkooi is een vorm van lokjacht, waarbij de kooiker – samen met een kooikerhond en tamme eenden – wilde eenden naar de vangpijpen lokt en vangt. Een kooi bestaat uit een plas water met bos eromheen. Rondom de kooiplas liggen vier tot zes vangpijpen. Het geheel is omgeven door een aarden wal. Omdat de kooien vaak in open graslandpolders liggen, zijn de kooibossen opvallende en karakteristieke elementen. Eendenkooien zijn zeldzame landschapselementen en herbergen hoge ecologische waarden.

Het veengebied

Vanaf de 10de eeuw begon men vanaf de oeverwallen langs de Rijn en vanaf de meest oostelijke strandwallen met de ontginning van het veengebied. In eerste instantie betrof het kleinschalige, onregelmatige ontginningen. Later werden ze grootschaliger en systematischer van aard. Bestaande waterlopen werden uitgediept en verbreed en nieuwe sloten en greppels werden gegraven voor de ontwatering, zoals de Stompwijksche Vaart. Langs de Vaart werd een weg aangelegd waarlangs boerderijen verrezen.

Het werden typische lintdorpen, zoals het oude Leiderdorp (12de eeuw). Het veengebied is nu voor het grootste deel verdwenen, hetzij door turfwinning, hetzij door groei van de stedelijke bebouwing of infrastructuur (A4). In de Meeslouwerpolder, onderdeel van het recreatiegebied Vlietlanden bij Leiden, lag tussen 1968 en 2001 een zand- en grindwinningsplas.

Rond de Kagerplassen ligt een open weidegebied met blokvormige percelen. De boerderijen staan op regelmatige afstand van elkaar langs kaarsrechte wegen. Langs de randen van de polder is het nederzettingspatroon minder regelmatig. In de 20ste eeuw werd de Kaag uitgebreid door in de Zwanburgerpolder de plas ’t Joppe te graven ten behoeve van zandwinning voor wegenaanleg en stadsuitbreidingen van Leiden (Merenwijk).

Infrastructuur

Vanaf de 16de eeuw werden door de hele Republiek trekvaarten gegraven. Door de Duin- en Bollenstreek werd in 1657 de Haarlemmertrekvaart tussen Leiden en Haarlem gegraven. De verbinding tussen Leiden en Utrecht liep langs de Oude Rijn en Leidsche Rijn. Begin 19de eeuw werd begonnen met het verharden van de doorgaande wegen. Vanaf 1840 werden spoorwegen aangelegd en vanaf 1880 werd de stoomtram in gebruik genomen. Snelwegen verschenen vanaf de jaren 1930.

Buitenplaatsen vanaf de 16de eeuw

In de binnenduinrand zijn door de eeuwen veel buitenplaatsen gesticht. Dit begon in de 16de eeuw en werd verder gestimuleerd door de aanleg van trekvaarten in de 17de eeuw. Van Den Haag (Huis ten Bosch) naar Leiden, doorlopend tot in Zuid-Kennemerland is sprake van een landschap van buitenplaatsen.

Een vroeg voorbeeld is De Paauw (midden 16de eeuw) te Wassenaar. Aldaar ligt ook de Horsten, een samenvoeging van de buitenplaatsen Raaphorst, Ter Horst en Eikenhorst. Nu wonen de Koning en zijn gezin wonen hier. Zij zullen na de restauratie van Huis ten Bosch daarheen verhuizen. Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten is een ander bekend voorbeeld in de regio.

De buitens bestaan uit een hoofdgebouw en enkele bijgebouwen. Eromheen werden tuinen en parken aangelegd. De inrichting was onderhevig aan verschillende modes. In de 17de en 18de eeuw was de formele, geometrische stijl uit Frankrijk populair. Rechthoekige tuinen, doorsneden door symmetrische lanen overheersten. In de 19de eeuw werd de Engelse landschapsstijl populair. De tuinen werden geheel of gedeeltelijk omgevormd tot landschapsparken met slingerende paden. Bekende ontwerpers die in de regio werkten waren J.D. Zocher jr. en L.A. Springer.

In de loop der tijd zijn veel buitenplaatsen verdwenen. Ze werden bijvoorbeeld opgekocht en verkaveld door gemeenten en projectontwikkelaars, die er villawijken bouwden. Hierdoor zijn veel dorpen sterk van karakter veranderd van lintdorpen naar villadorpen. Soms kreeg een buiten een nieuwe bestemming.

Landgoed Endegeest te Oegstgeest ging deel uitmaken van een psychiatrische inrichting. Op landgoed Duinrell te Wassenaar werd in 1962 het gelijknamige pretpark gesticht.

Recente ontwikkelingen

Als gevolg van de sterke bevolkingsgroei en een suburbanisatie breidde na de Tweede Wereldoorlog de bewoning flink uit. Dit werd lange tijd strak gepland door de aanleg van nieuwbouwwijken. In de regio is Leiderdorp uitgegroeid tot een forenzendorp en is vastgegroeid aan Leiden. Leiden zelf en plaatsen als Wassenaar, Voorschoten, Katwijk, Sassenheim en Lisse zijn sinds 1950 eveneens sterk uitgebreid, waardoor de oorspronkelijke lineaire structuur van de strandwalnederzettingen grotendeels verdwenen is. De groei van Lisse is verbonden aan de succesvolle bollenteelt. De omgeving van Lisse wordt gekenmerkt door uitgestrekte bloembollenvelden.

Parallel aan deze stedelijke ontwikkelingen vonden veranderingen in de infrastructuur plaats. Vanaf de jaren 1930 zijn verschillende autosnelwegen aangelegd. In 1938 kwam de A4 tussen Amsterdam en Sassenheim gereed. De verlenging tot Wassenaar volgde in 1961 (de huidige A44). Vanaf 1968 is het gedeelte vanaf knooppunt Burgerveen hernoemd in A4. Sinds 2000 is de A4 verbreed en is met name tussen Leiden en Zoeterwoude een hoogstedelijk landschap ontstaan. Opmerkelijk element is het Limesaquaduct bij Leiden. Van het oorspronkelijke landschap is daar vrijwel niets overgebleven.

Tussen Amsterdam en Rotterdam ligt ook de Hoge Snelheidslijn. Het tracé, inclusief de Groene Harttunnel bij Hazerswoude ligt net buiten de regio.

Ten behoeve van de landbouw is de kleine ruilverkaveling Langeveld uitgevoerd. Voor de vanouds aanwezige glastuinbouw rond Rijnsburg heeft een kleine reconstructie plaatsgevonden.

Project Oppervlak (ha) Periode % in regio
Het Langeveld 363 1954 - 1963 100,0%
Rijnsburg1 171 1998 - 2004 100,0%
1.Reconstructie oude glastuinbouw

De jonge duinen waren tot ver in de 19de eeuw een grotendeels niet begroeide zandvlakte. In de loop van de 19de eeuw zijn de duinen vastgelegd door middel van de aanplant van helmgras.

Ook werden er bossen aangeplant. Grote delen van het huidige duingebied zijn na 1950 omgevormd tot beschermd natuurgebied. De Coepelduynen en Meijendel zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Een deel van de duinen in de regio is in gebruik voor drinkwaterwinning (zie verder).

Specifieke thema’s

Leiden (124.000 inwoners) ontstond begin 11de eeuw op de zuidelijke oeverwal van de Oude Rijn, waar deze door een strandwal was gebroken. Een eeuw later werd ten zuidwesten hiervan door Floris II een grafelijk hof gebouwd. Leiden groeide sterk en kreeg in 1266 stadsrechten. De stad breidde nog verder uit en profiteerde volop van de bloei van de Republiek, daarbij geholpen door de stichting van de oudste universiteit van Nederland in 1575. De gevarieerde textielproductie was een belangrijke pijler en Leiden groeide uit tot één van de grootste textielproducenten van Europa. De textielnijverheid was onder meer geconcentreerd aan de noordzijde van het centrum, bijvoorbeeld de Verversstraat en de Blekerskade. De voormalige lakenhal op de Oude Singel resteert (gebouwd 1639-1640). In het midden van de 17de eeuw telde Leiden 70.000 inwoners en was daarmee de tweede stad van de Republiek. De bevolkingsgroei leidde tot stadsuitbreidingen. Uitbreidingen volgden overwegend de structuur van de prestedelijke veenverkaveling. Een nieuw verdedigingsstelsel rond de stad kwam gereed in 1670.

Door de economische teruggang in de 18de eeuw daalde het bevolkingsaantal tot onder de 30.000 inwoners en er werd veel gesloopt. De 19de eeuw kenmerkte zich door de aanleg van spoorlijnen (vanaf 1842), de bouw van (textiel)fabrieken en de uitbreiding van de universiteit. Eind 19de eeuw begon de stad weer te groeien. Dit kon tot kort na 1900 opgevangen worden binnen de oude singels. Na 1907 werden uitbreidingsplannen gemaakt, die nog veelvuldig werden aangepast. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden buiten de singels diverse wijken gerealiseerd, waaronder enkele arbeiderswijken ten noorden van de oude stad, zoals de Vogelwijk en wijken voor beter gesitueerden in het zuiden, zoals de Burgemeesterswijk.

Na 1945 groeide de stad gestaag door, met name door de aanwezigheid van de universiteit. Meerdere grachten werden gedempt. Toch heeft de binnenstad zijn historische karakter goed behouden. Zoals in veel steden, kennen de naoorlogse wijken een orthogonale opzet. Tot in de jaren 1970 werd veel (midden) hoogbouw gerealiseerd. Voorbeelden zijn de Fortuinwijk en Hoge Mors. De laatste grootschalige uitbreiding van de stad betreft Stevenshof. In de loop der jaren is de gemeente Leiden vastgegroeid aan de omliggende gemeenten Leiderdorp, Oegstgeest en Voorschoten. In totaal heeft Groot-Leiden thans ruim 195.000 inwoners. Het centrum van Leiden is een beschermd stadsgezicht. Leiden is een populaire bestemming voor dagjesmensen, zowel vanwege de historische binnenstad als vanwege enkele landelijke bekende musea als Naturalis.

Defensie

Van de oudste verdedigingswerken in de regio, de Romeinse castella, zijn alleen in de ondergrond nog resten te vinden. Van recenter datum en wel zichtbaar is de burcht van Leiden. Deze gaat waarschijnlijk terug tot de 9de eeuw en beschermde de bevolking tegen invallen van Noormannen. De burcht werd in de 13de eeuw omgevormd tot mottekasteel. Aan het einde van de middeleeuwen werden verdedigbare huizen op een omgracht eiland gebouwd, zoals Huis Dever bij Lisse (circa 1375). Ten oosten van Leiden lag een lange rij versterkte huizen en kastelen, waaronder ’t Zijs, Zijlhof en Kasteel Steneveld. Al deze kastelen zijn in de late middeleeuwen of 16de eeuw gebouwd op een kleirug ten noorden van de Rijn en ten oosten van de Zijl. Verschillende kastelen zijn in de 17de eeuw omgebouwd tot buitenplaats, zoals Duivenvoorde en Huis Ter Leede bij Sassenheim.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in de regio verschillende militaire werken gebouwd. Bij Valkenburg werd in 1938-1939 een marine vliegkamp gesticht, dat tot 2006 gefunctioneerd heeft. Tussen 1942 en 1945 werd door het Duitse leger de Atlantikwall aangelegd, een verdedigingslinie langs de westkust van Europa.

Bij Noordwijk aan Zee, Katwijk aan Zee resteren nog waarnemingsposten, geschutsbunkers, batterijen, tankmuren en bunkers. Noordwijk en Katwijk waren samen een zogenaamde Stützpunktgruppe en waren zowel aan de landzijde als aan de zeezijde omgeven door tankversperringen in de vorm van prikkeldraad, anti-tankgrachten, drakentanden en loopgraven. Hier lag ook de observatiepost Koepelduin.

Strandrecreatie

In de 19de eeuw werd de kust populair bij strandtoeristen. Scheveningen groeide uit tot de bekendste badplaats van Zuid-Holland, maar Katwijk aan Zee en Noordwijk aan Zee ontwikkelden zich gedurende de 19de eeuw eveneens tot badplaats. In Katwijk werd in 1845 het kuuroord Badhotel geopend, gevolgd in 1880 door een boulevard waaraan hotels, restaurants en pensions verrezen. Op last van de Duitse bezetters werd in de Tweede Wereldoorlog een groot aantal horecagelegenheden afgebroken voor de aanleg van de Atlantikwall. Na de oorlog werd een groot gedeelte weer opgebouwd en ontwikkelde Katwijk zich verder als badplaats. De wederopbouwarchitectuur aan de boulevard is nog steeds beeldbepalend. Opmerkelijk is het werk dat enkele jaren geleden is uitgevoerd aan de waterkering bij Katwijk. Deze voldeed niet aan de gestelde veiligheidsnormen. Daarom is besloten een dijk in een duin aan te leggen om de zwakke plek te versterken. Het ontwerp is heel bijzonder en bevat naast de waterkering en de duin, ook een parkeergarage.

Bij Noordwijk werd in 1883 een villawijk met een strandboulevard aangelegd. Rondom beide badplaatsen, maar ook verder verspreid in de regio liggen meerdere campings, recreatieparken, hotels en horecavoorzieningen die grote stromen toeristen verwerken.

Waterwinning

De aanwezigheid van een zoetwaterbel onder de duinen betekende dat de bewoners van het gebied konden beschikken over goed drinkwater. Dit zuivere water werd door de bevolking getapt uit de duinrellen en waterputten. Vanaf de 19de eeuw werd het duinwater op grote schaal gewonnen voor de watervoorziening van het westen van het land. Uiteindelijk leidde de waterwinning tot verdroging van het duingebied. Men is daarom in 1954 overgegaan op het infiltreren met rivierwater. In de duinen ten noorden van Den Haag liggen enkele spranken: kunstmatige beken die ondergronds water als kwel naar de oppervlakte leiden.

De waterwinning heeft een grootschalige uitbreiding van steden en dorpen in het Nederlandse duingebied goeddeels tegen kunnen houden. In de 20ste eeuw kwam daar de status van natuur- en Natura 2000-gebied bij.

Literatuurlijst

  • Beenakker J.J.J.M. e.a. (red.) , 1988. Rondom Dever. Opstellen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Stichting Dever. Lisse.
  • Beenakker, J.J.J.M. &R. Rutte, 2003. De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht: landschap, leven en werken omstreeks 1800. Lisse, Leiden.
  • Bultink, M, P. Goemans, P. Nijhof, J. Warmenhoven & J. Zwetsloot 2015. De Bollenstreek: landschap & erfgoed van de bloembollencultuur. Hillegom.
  • Dijkstra, M., 2011. Landschap en bewoning tussen de 3e en 9e eeuw in Zuid-Holland, in het bijzonder de Oude Rijnstreek, Leiden (proefschrift Universiteit van Amsterdam).
  • Heeringen, R.M. van en H.M. van der Velde, z.j. Struinen door de duinen Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het Hollands duingebied op basis van gegevens verzameld in het Malta-tijdperk. RCE, Amersfoort. (Nederlandse Archeologische Rapporten 52)
  • Neefjes, J., 2018. Landschapsbiografie Nationaal Park Hollandse Duinen. RCE, Amersfoort.
  • Oerlemans, H., 1992. Landschappen van Zuid/Holland. Den Haag.
  • Velde, H.M. van der (red.), 2008. Cananefaten en Friezen aan de monding van de Rijn. 10 jaar archeologisch onderzoek op de Zanderij-Westerbaan te Katwijk (1996-2006), Amersfoort (ADC Monografie 5).

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap
Duin- en Bollenstreek
Algemeen Structurering van het landschap in parallel aan de kust lopende zones: duinen – strandwallen – strandvlakten – polders
Contrast open-besloten: reliëfrijke duinen (besloten, deels bebost) en afgegraven oude duinen in binnenduinrand (open én besloten in bossen van landgoederen)
Verstedelijkte Leidse regio
Landbouw Bollenteelt op afgegraven duingrond met bollenschuren, bollenvelden en houtwallen/hagen
Geesten rond Lisse-Noordwijkerhout
Polders strandvlakten: veeteelt op strokenverkaveling
Wonen Historische steden Leiden en Den Haag (=regio Haaglanden) op strandwallen, verbonden door oude Heerwegen (zie infra)
- Universiteit Leiden, oudste van Nederland
Vml. lintdorpen binnenduinrand op strandwallen, bv Oegstgeest en Warmond
Villadorpen binnenduinrand Holland, o.a. Wassenaar
Ziekenhuizen en sanatoria binnenduinrand
Voormalige vissersdorpen Katwijk en Noordwijk, thans badplaatsen
Infrastructuur Herenwegen/Rijksstraatwegen over strandwallen
Trekvaart Leiden-Haarlem door strandvlakte, spoorlijn parallel
A4/A44
Water Oude Rijn, voormalige Limes
Monding Oude Rijn in Katwijk met boezemgemaal Rijnland
Trekvaart Leiden-Haarlem
Diverse molens en gemalen
Defensie Archeologie: sporen Limes, o.a. bij Valkenburg en Leiden
Burcht Leiden
Kastelen en ruïnes in Hollandse binnenduinrand, o.a. Dever, Teylingen (relatie met regio’s in Noord-Holland en samenhang verkeer)
Resten Atlantikwall
Landgoederen Landgoederenzone binnenduinrand, bekendste zijn Keukenhof en Duivenvoorde
Landgoedbossen (ook natuurwaarden)
Natuur en recreatie Badtoerisme in vml. vissersdorpen met bijhorende campings, horeca en boulevards
Duinen: N2000. Grote culturele betekenis kust voor Nederland
De Keukenhof, toeristische ‘hotspot’ te Lisse op gelijknamig landgoed
Recreatiegebied Vlietlanden
Delfstoffenwinning Zandwinning (zanderijen) voor steden in Holland met bijhorende zandvaarten
Duinen met infiltratiekanalen voor waterwinning (Meijendel)
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

  1. Dit vond ook in de regio Zuid-Kennemerland plaats.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:03.