Panorama Landschap - IJmond

Introductie

De geïndustrialiseerde regio langs het Noordzeekanaal. Deze industrie, waaronder de Hoogovens, is een katalysator voor de groei van de steden Beverwijk en IJmuiden. Enkele buitenplaatsen en het dorp oud-Velsen herinneren aan de pre-industriële tijd.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Luchtfoto van de sluizen bij IJmuiden.
Afb. 1. Sluizen bij IJmuiden. Foto: Paul Paris
Kaart met locaties van de geesten in de IJmond.
Afb. 2. Locatie van de geesten; ondergrond kaart 1915
Luchtfoto van het Noordzeekanaal en de Velsertunnel.
Afb. 3. Velsertunnel. Foto: Paul Paris
Foto van landgoed Beeckesteijn.
Afb. 4 Beeckesteijn. Foto: Paul Paris
Foto van kweekschool in Beverwijk.
Afb. 5 Bisschoppelijke Kweekschool, Beverwijk. Foto: Wikipedia
Kaart van IJmond.
Afb. 6. IJmond

Karakteristiek

De IJmond is een sterk geïndustrialiseerde en verstedelijkte regio, met het Noordzeekanaal, het bijbehorende sluizencomplex en de aan het kanaal gelegen Hoogovens (Tata Steel) als visueel-ruimtelijke dragers. Het dorp Velsen-Zuid en de daar liggende voormalige buitenplaatsen herinneren aan de tijd van voor de industrialisatie. IJmuiden, Beverwijk en Heemskerk zijn de belangrijkste plaatsen in de regio. Wijk aan Zee is een voormalig vissersdorp, dat thans sterk op de strandrecreatie leunt.

De regio behoorde landschappelijk tot Kennemerland. Door de aanleg van het Noordzeekanaal (1865-1876) en de daaropvolgende industrialisatie in de eerste helft van de 20ste eeuw, raakte Kennemerland zijn eenheid kwijt en IJmond ontstond als regio.

Het Noordzeekanaal en bijhorende haven- en sluisactiviteiten zijn bepalend voor de ontwikkeling. Zowel op het gebied van wonen, als van werken, verkeer, recreatie en defensie was de ligging van het kanaal van doorslaggevende betekenis. De bekendste industrie is de voormalige Hoogovens, thans Tata Steel, die zich begin 20ste eeuw vestigde aan het goed bereikbare, diepe water van het kanaal. In de jaren erna werden nieuwe verbindingen over water, per spoor en over de weg naar het achterland aangelegd. Verderop langs het kanaal vestigden zich tal van andere zware industrieën en elektriciteitscentrales met bijhorende hoogspanningsleidingen. Recent is een 380kV verbindingslijn aangelegd richting het zuiden.

Tijdens de aanleg van het kanaal ontstond de nederzetting IJmuiden, waar zich nadien een grote visserijhaven en off-shore activiteiten ontwikkelden. IJmuiden vormt samen met Beverwijk – een oude marktstad –, Velsen-Noord, -Zuid en Heemskerk een vrijwel aaneengesloten stedelijk gebied, dat door het kanaal in twee delen is gesplitst.

De tot in de middeleeuwen teruggaande landroute door de binnenduinrand van Holland van Den Haag naar Alkmaar is tegenwoordig herkenbaar in de Rijksweg, delen van de N208- Wijkerstraatweg-Breestraat-Alkmaarseweg en Rijksstraatweg.

Enkele buitenplaatsen in de IJmond herinneren aan de tijd dat het gebied geliefd was bij gefortuneerde Amsterdamse kooplui als zomerverblijf, goed bereikbaar via het Wijkermeer. In de drooggelegde IJpolders wordt niet gewoond. Er bevinden zich industrie en bedrijven, waaronder de Zwarte Markt, maar ook het recreatiegebied Spaarnwoude.

Het natuurlijke landschap

Holoceen

Het natuurlijke landschap van Kennemerland en IJmond bestaat uit enkele noord-zuid georiënteerde zones: de zee en het strand, de duinen, de binnenduinrand met strandwallen en ten slotte de strandvlaktes. Daarachter begint het laagveenontginningslandschap, dat voornamelijk tot de Zaanstreek, Waterland en Meerlanden gerekend worden.

De vorming van het huidige landschap begon zo’n 5000 jaar geleden. Het stromingspatroon in de Noordzee veranderde en werd er meer zand aangevoerd. Langs de toenmalige kustvlakte vormde zich een duinenrij. Deze lagen meer landinwaarts dan de huidige duinen. Door klimaatveranderingen steeg de zeespiegel minder snel, terwijl er een voortdurende aanvoer van zand bleef, Zo ontstonden er voor deze eerste duinenrij in de loop van de tijd nieuwe reeksen (oude) duinen. De oude duinenrijen worden strandwallen genoemd, de laaggelegen gebieden ertussen zijn strandvlaktes. De bodem van deze laagten bestaat vaak uit een dunne veen- of kleilaag. De strandwallen vormden geen gesloten barrière en de zee kon het achterland binnendringen. De belangrijkste zeegaten waren het Oer-IJ en het zeegat van Bergen.

Ook langs deze laatste geul werden strandwallen gevormd, die dus niet noord-zuid lopen, maar west-oost. Bergen en Zanegeest liggen op deze strandwal. In de late middeleeuwen ontstond de Zuiderzee en drong het zeewater via het IJ en het Wijkermeer het gebied binnen. Via het zeegat van de Zijpe en de Reker in het noorden was de invloed van de zee merkbaar.

Pas rond 1200 ontstonden de jonge duinen zoals we die nu kennen. Deze liggen deels op de oude duinen, zeker waar de huidige duinenrij heel breed is. Deels liggen ze westelijk van de oude duinen. Vanaf ongeveer 1300 werd het buitenwater door de mens teruggedrongen.

De strandwallen aan de binnenduinrand vormden vanouds de meest aantrekkelijke plaatsen om te wonen. Ook de historische steden Haarlem, Beverwijk en Alkmaar liggen op oude strandwallen. De laagten tussen de strandwallen waren natter en minder geschikt voor bewoning. Ze zijn over het algemeen open gebleven. Aan de oostkant gaat het landschap geleidelijk over in het laagveenontginningslandschap.

In de IJmond lag een grote lage en open duinvlakte, de Breesaap. Hierdoorheen werd later het Noordzeekanaal aangelegd: de doorgraving van de duinen was technisch erg lastig en men zocht de kortste en eenvoudigste manier. Die ging door de Breesaap, waar de duinen ook op zijn smalst waren.

Landschappenkaart

De regio behoort op de archeologische landschappenkaart tot het Noord-Hollands kleigebied, Duinen en strandwallen en Diepe droogmakerijen. Daarbinnen zijn kreken en prielen, kwelders, strandvlakten, strandwallen en lage duinen, hoge duinen, en wadden als landschapszones onderscheiden.

Bewoningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

Kennemerland en IJmond worden al heel lang bewoond, zoals blijkt uit de archeologische opgravingen in het gebied. Verschillende ‘archeologische landschappen’ liggen in lagen over elkaar heen. De dynamiek van zeearmen en duinen maakte dat nu weer het ene en dan weer het andere gebied bewoonbaar was.

Sporen van bewoning gaan terug tot de late steentijd (neolithicum). In Velsen (Velserbroek) zijn vijf grafheuvels bekend (datering 2000-1700 v.Chr.). De bekendste archeologische vindplaatsen zijn de resten van twee Romeinse forten, opgegraven bij de aanleg van de Velser- en Wijkertunnel (Velsen 1 en Velsen 2). De forten lagen aan het zeegat van het Oer-IJ, in de luwte van de zee.

Ze waren in de 1ste eeuw n.Chr. kort in gebruik, maar tonen wel de strategische betekenis van het gebied. De Romeinen vestigden zich bepaald niet in een leeg gebied. In de omgeving bevonden zich tientallen nederzettingen van de lokale ‘Friese’ bevolking. Of het gebied na de Romeinse tijd helemaal ontvolkt raakte, is niet duidelijk. Vanaf ongeveer 500 n.Chr. verschijnen hier en daar in het duingebied nieuwe nederzettingen.

Middeleeuwen, nieuwe tijd en de 19de eeuw

In de vroege middeleeuwen zijn de huidige nederzettingen in de IJmond ontstaan. De oude strandwallen aan de binnenduinrand vormden de meest geschikte plekken om te gaan wonen.

De kerstening van de Lage Landen is mede vanuit deze streek begonnen. De Engelmunduskerk in Velsen-zuid is één van de vijf moederkerken van Holland en zou door Willibrordus zelf zijn gesticht rond 720 n.Chr. Ook de naam Heemskerk, een zogenaamde heem-naam, duidt op een stichting tussen de 8ste en 10de eeuw. Aan de binnenduinrand liep een voor die tijd belangrijke weg, de Heerweg, die het noorden en zuiden van Holland met elkaar verbond. Heemskerk, Beverwijk en Velsen lagen aan deze weg, die tegenwoordig nog aanwezig is onder verschillende namen: Rijksweg (Velsen), Wijkerstraatweg (Velsen), Breestraat (Beverwijk) of Alkmaarseweg (Heemskerk). Deze weg liep ter hoogte van Velsen en Beverwijk vlak langs het toenmalige Wijkermeer, wat dan ook de belangrijkste reden was dat Beverwijk uitgroeide tot een marktstadje en in 1276 stadsrechten kreeg. Het werd echter nooit ommuurd. Wijk aan Zee was een vissersdorp dat later in de middeleeuwen ontstond.

De akkers lagen op de hogere gronden, hooi- en weilanden in de lager gelegen strandvlaktes. Geleidelijk werden ook de minder geschikte gronden ontgonnen, zoals de veengebieden ten oosten van Beverwijk en de grote duinvlakte de Breesaap, waar door de lage ligging, relatief dicht bij het grondwater, nog geakkerd kon worden.


Door de grote inbraken van de zee in de 12de en 13de eeuw werden de woongebieden van Kennemerland vanuit het oosten en het noorden bedreigd. Er werden dijken aangelegd om woonplaatsen en landbouwgronden tegen het hoge buitenwater te beschermen.

Waterstaat

De IJmond is een kustregio, waar de invloed van de zee alom aanwezig was en is. Het Oerij ten noorden van de regio sloot zich rond het begin van de jaartelling. Via de Zuiderzee, het IJ en de Wijkermeer bleef de invloed van de zee altijd voelbaar. Dit duurde tot aan de opening van het Noordzeekanaal en de afsluiting van het IJ met de Oranjesluizen. Tussen het sluiten van de zeegaten en de aanleg van het kanaal zat een periode van 800 jaar, waarin op tal van plekken aan de waterhuishouding is gewerkt.

Toen na het jaar 1000 de invloed van de zee in Kennemerland steeds groter werd, moest men zich tegen het water verdedigen door dijken op te werpen. Sindsdien zijn er veel kaden en dijken aangelegd die de strandwallen verbonden en de lage strandvlakten beschermden. In de 13de eeuw is ten oosten van Heemskerk een dam aangelegd die de verbinding tussen het Alkmaardermeer en het Wijkermeer afsloot. Aan het einde van die eeuw werd de Rekerdam aangelegd, ter hoogte van het huidige Krabbendam (regio West-Friesland). Door de dam werd West-Friesland verbonden met het vasteland van Kennemerland. Daarmee werd ook de zee een halt toegeroepen vanuit het noorden en werd het gebied ten zuiden van de dam beter beschermd.

Het water van het Wijkermeer werd tegengehouden door de St.-Aagtendijk (1295), de Nieuwendijk, die het noordelijke deel van het meer afsloot, en de Assendelver Zeedijk. In de Wijkermeer zelf is de oude zomerkade nog goed te herkennen, die het voorland (de Buitenlanden) van de Assendelver polders scheidde van het voormalige meer. De precieze ligging van het Wijkermeer is tegenwoordig lastig te reconstrueren als gevolg van de aanleg van nieuwe industrieterreinen en snelwegen. De oude dijken daarentegen zijn wel goed herkenbaar aanwezig in het landschap.

In de IJmond zijn in de 19de eeuw de eerste polders drooggelegd. Dat gebeurde ten tijde van de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876. Delen van het IJ en het gehele Wijkermeer werden drooggelegd, opgedeeld in polders en voorzien van zijkanalen genummerd A t/m I. Hierna kwam het nieuwe kanaal in het midden te liggen. De zijkanalen werden benut voor de scheepvaart richting onder andere Beverwijk en Haarlem en dienden tevens voor de afwatering. De polders werden alle ingericht voor de akkerbouw. Na de Tweede Wereldoorlog is die functie deels verdwenen ten gunste van de recreatie (Recreatiegebied Spaarnwoude) en de handel en industrie (rondom Beverwijk).

Landbouw en bodemgebruik

De landschappelijke zonering was ook bepalend voor het grondgebruik. De akkers lagen op de geesten, de hogere delen van de oude strandwallen. Dit is vooral in Noord-Kennemerland in sommige dorpen nog goed herkenbaar. De boerderijen en de andere gebouwen lagen op de rand van de geest en de lager gelegen terreindelen, op een handige plaats tussen de akkers op de geest en de weilanden in de polders en op de strandvlakten.

In de duinen werden in de 19de eeuw experimenten uitgevoerd met de verbouw van aardappelen, maar dit leidde nooit tot een groot succes en bleef marginaal. Het oostelijke deel van de duinen in Heemskerk en Beverwijk werd tot ver in de 20ste eeuw gebruikt voor tuinbouw, met name voor de teelt van aardbeien.

De omstandigheden waren gunstig voor tuinbouw, vanwege de beschutte ligging achter de duinen in combinatie met de goede ligging aan het water en vlak bij steden als Amsterdam, Haarlem en Alkmaar.

Het westelijke deel van de duinen was tot ver in de 19de eeuw niet bebost. De wind had daar vrij spel. Voor de landbouw speelde dit gebied geen rol door de onvruchtbaarheid en de diepe grondwaterspiegel. In de duinen werd wel gejaagd. In de duinvlakte van de Breesaap werd zoals eerder gemeld wel geakkerd.

De buitendijkse gronden langs het Wijkermeer werden benut voor veeteelt en hooiwinning. Na de aanleg van het Noordzeekanaal werden de IJpolders omgezet in akkerland. Na 1945 werden delen van die polders ingericht als bedrijventerrein en recreatiegebied. De bollenteelt zoals die in Kennemerland wel ontstond, heeft zich in de IJmond niet ontwikkeld.

Industrie en infrastructuur: IJmuiden, havens en het Noordzeekanaal

Weinig gebieden in ons land zijn zo van karakter veranderd als de omgeving van IJmuiden. Waar in 1860 nog een ongerept duingebied lag, lag 25 jaar later een kanaal met sluizen, een visserijhaven en een dorp met enkele duizenden mensen.

De aanleg van het Noordzeekanaal had grote ruimtelijke gevolgen voor de streek. Het Noordzeekanaal werd vanuit het IJ door de inmiddels drooggemalen IJpolders en de Wijkermeer naar het westen gegraven. Helemaal recht kon men niet gaan, het kanaal moest noordelijk om Driehuis heen worden gelegd. Dit had met de breedte van de duinen te maken: ter hoogte van Driehuis is de duinstrook meer dan 4 kilometer breed, iets ten noorden daarvan nog geen kilometer. Een grote schutsluis sloot het kanaal af van de Noordzee (de huidige Zuidersluis), in 1887 kwam de Middensluis klaar en in 1921 werd de Noordersluis gebouwd. In 2022 is de nieuwe 'Zeesluis IJmuiden' geopend.

De natuurlijke verbinding tussen de Noordzee en het IJ, die zo’n tweeduizend jaar geleden door de vorming van de duinen was verbroken, was door de mens opnieuw tot stand gebracht. De naam IJmuiden, de monding van het IJ, is bedacht in 1890 en heeft dus de nodige historische zeggingskracht. Bij de sluizen gingen mensen wonen die bij het graven van het kanaal en de aanleg van de sluizen betrokken waren. En al spoedig vestigden zich ook de eerste vissers.

In de jaren 1920 kwam de industriële ontwikkeling goed op gang door de vestiging van de Hoogovens, een bedrijf dat nog steeds het gezicht bepaalt van IJmuiden, Beverwijk, Velsen-Noord, Wijk aan Zee en in mindere mate Heemskerk. De ligging aan diep vaarwater voor de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van producten, vormde een belangrijke overweging voor het bedrijf om zich hier te vestigen. Ten noorden van het Noordzeekanaal strekt het industrielandschap van het staalbedrijf zich uit. Het oude dorp Velsen verdween in de loop der jaren grotendeels in het zich almaar verbredende kanaal.

De buitenplaatsen

De IJmond vormt met het aangrenzende Kennemerland een gebied met een grote concentratie aan buitenplaatsen. Sommige van deze buitenplaatsen gaan terug op een middeleeuws huis of kastelen zoals Assumburg en Marquette in Heemskerk, maar zijn in de loop der eeuwen zo vaak verbouwd dat van het oorspronkelijke huis weinig resteert. De meeste buitenplaatsen dateren uit de 17de eeuw, toen rijk geworden Amsterdamse kooplieden in het gebied huizen lieten bouwen. Het gebied was prima bereikbaar via het IJ en de Wijkermeer, maar ook via de trekvaart Amsterdam-Haarlem (1632). In 1770 werd de rijweg langs de trekvaart sterk verbeterd. Van zuid naar noord treffen we tegenwoordig nog een snoer buitenplaatsen aan: Waterland, Velserbeek, Beeckesteijn, Ackerndam en Scheybeek om er enkele te noemen. Beeckesteijn is bekend geworden omdat hier zowel een formele, 17de-eeuwse Franse, als een 18de-eeuwse Engelse landschapstuin achter elkaar zijn aangelegd. Waterland en Velserbeek werden verbouwd tot landschapstuin. In de 18de en 19de eeuw werden nog nieuwe landgoederen en buitenplaatsen aan de bestaande toegevoegd en werden oudere buitenplaatsen afgebroken en vervangen door nieuwere exemplaren.

Eind 19de eeuw werd het door sterk verbeterde verbindingen in spoor- en tramwegen voor het bemiddelde deel van de bevolking mogelijk om buiten de stad te gaan wonen. Kennemerland en ’t Gooi waren vanuit Amsterdam snel te bereiken en waren, evenals in de 17de eeuw, door hun landschappelijke afwisseling aantrekkelijke woonplekken. Dit gold vooral voor Zuid-Kennemerland, dat vanaf die tijd een afwijkende ontwikkeling doormaakte dan de IJmond, dat zich meer en meer tot arbeidersregio ontwikkelde. Alleen in Velsen-Zuid zijn villa’s gerealiseerd achter Velserbeek. Anders dan in Bloemendaal, bleven de oude landgoederen in de IJmond wel als geheel bewaard en werden er nauwelijks villaparken overheen ontwikkeld. Alleen rond Schoonenberg heeft het een en ander aan ontwikkeling plaatsgevonden.

Defensie

Ten noorden en westen van Beverwijk liggen negen (delen van) lunetten die deel uitmaakten van de Linie van Beverwijk. Deze linie bestond uit 26 lunetten (aarden verdedigingswerken in de vorm van een pijlpunt met een gracht ervoor) die in 1800 zijn aangelegd, om een invasieleger dat vanuit het noorden zou komen, de pas af te snijden in ‘Holland op zijn smalst’. Dat was in het jaar ervoor gebeurd, toen een Engels-Russisch leger ternauwernood bij Castricum tot stand was gebracht.

In 1874 werd de Vestingwet van kracht. Hierin werd onder meer vastgelegd dat rond Amsterdam een kringstelling zou worden aangelegd, bestaande uit forten, inundatiegebieden, batterijen, verbindende dijken en andere militaire werken: de Stelling van Amsterdam. De stelling is 135 kilometer lang en bestaat uit meer dan veertig forten. In de IJmond vormde het Noordzeekanaal een belangrijke doorgang voor de Stelling, omdat het water hier dieper was dan in andere delen. Daarom werd op de monding een extra fort aangelegd, dat na de verbreding als een eiland in het water kwam te liggen. De Stelling is werelderfgoed sinds 1996.

Tussen 1941 en 1945 is door de Duitse bezetter langs de gehele westkust van het vasteland van Europa de Atlantikwall aangelegd, bestaande uit ruim 15.000 grote bunkers, beschermd tegen luchten tankaanvallen en daartussen kleinere bunkers voor maximaal zes soldaten. Er werd extra aandacht besteed aan de verdediging van IJmuiden, dat als ‘Stützpunkt’ extra werd verdedigd (Festung IJmuiden). De Kriegsmarine gebruikte IJmuiden als uitvalsbasis en had daartoe enkele bunkers voor motortorpedoboten gebouwd die tegenwoordig nog steeds gebruikt worden voor de opslag van goederen van de VOMAR-supermarkt. Ook werd Fort IJmuiden – dat onderdeel was van de Stelling van Amsterdam om de uitmonding van het Noordzeekanaal in de Noordzee te verdedigen – opgenomen in de linie en gemoderniseerd. Rondom IJmuiden werd een gordel van tankhindernissen gebouwd: drakentanden, tankgrachten en tankmuren. Op enige afstand, langs de huidige A9, stond een radiopeilstation bij Spaarnwoude dat gebruikt werd om radioberichten af te luisteren.

Recente ontwikkelingen

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de groei van de Hoogovens en van andere industrie langs het Noordzeekanaal verder doorgezet. In de jaren 1960 is het kanaal voor het laatst verbreed. Vanaf 2016 is gewerkt aan de bouw van een nieuwe sluis, welke begin 2022 in gebruik is genomen onder de naam ‘Zeesluis IJmuiden.

De groei van het autoverkeer na de 1945 leidde ertoe dat meerdere snelwegen werden aangelegd. De A22 en bijhorende Velsertunnel onder het Noordzeekanaal waren de eerste in 1956. Tegelijkertijd werd ook een spoortunnel aangelegd. Deze werd 35 jaar later gevolgd door de A9 en de Wijkertunnel. Naar Haarlem is de A208 aangelegd. De groei van de Amsterdamse haven leidde ertoe dat de oude IJpolders tegenwoordig grotendeels zijn ingericht als haven- en bedrijventerrein, met de Bazaar als bekendste grondgebruiker. Ten noordwesten hiervan, aan de andere zijde van de A9 is een golfterrein aangelegd.

Het personenvervoer richting IJmuiden werd door teruglopende passagiersaantallen in 1983 gesloten. Het tracé van het spoor is in zijn geheel navolgbaar.

De groei van de bevolking heeft zich na 1945 doorgezet. In IJmuiden, Beverwijk en Heemskerk zijn hoogbouwflats en eengezinswoningen neergezet. Er werden ook geheel nieuwe woonkernen ontwikkeld zoals Waterakkers en de Broekpolder in Heemskerk, Meerestein in Beverwijk en Zeewijk in IJmuiden (zie verder). Velsen-Noord, Beverwijk, Heemskerk en IJmuiden vormen tegenwoordig één aaneengesloten stedelijk landschap met ruim 100.000 inwoners.

Het strandtoerisme heeft zich in de periode na 1945 flink ontwikkeld. In de IJmond beperkte dit zich aanvankelijk tot Wijk aan Zee, maar sinds enkele decennia ontwikkelt ook IJmuiden zich tot een badplaats van een zekere allure. Door de verlenging van de pieren, bleef er heel veel zand achter op de kust en er ontstond een strand van ruim 1 kilometer breed. Dat is na 1990 opnieuw ingericht en sindsdien groeit het strandtoerisme flink. In de binnenduinrand zijn een camping en hotels verrezen. In het resterende landelijke gebied is veel van het historische karakter bewaard gebleven.

De uitgevoerde ruilverkavelingen hebben het landschap niet wezenlijk veranderd. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, is het oppervlak ruilverkavelingen dat in de regio is uitgevoerd beperkt.

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Velserbroek 445 1948 - 1957 2,8%
Uitgeest 1509 1979 - 1990 4,3%
Limmen-Heiloo 2954 1986 - 2002 5,5%
Assendelft 2662 1969 - 1981 7,9%
Wijkermeer 653 1985 - 1992 46,1%
IJmond-Noord 537 1964 - 1971 100,0%

Specifieke items

Nederzettingen

IJmuiden (30.000 inwoners) is de jongste nederzetting van de regio. Tijdens de aanleg van het Noordzeekanaal vestigden zich arbeiders langs het kanaal, terwijl rond het sluizencomplex zich eveneens een kleine nederzetting ontwikkelde. Die laatste groeide uit tot wat nu Oud-IJmuiden wordt genoemd, mede onder invloed van de komst van de visserij en de aanwezigheid van een garnizoen soldaten op het Kustfort. De komst van Hoogovens na 1918 en de uitbreiding van de visserij, waartoe twee havens werden gegraven, trok veel nieuwe arbeiders naar de regio, waarvan ook beide nederzettingen profiteerden. Ze groeiden naar elkaar toe en werden in 1926 officieel verenigd tot één plaats, die de grootste van de gemeente Velsen werd en bleef. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van de bebouwing in opdracht van de Duitse bezetter vernietigd. Na de oorlog volgde wederopbouw, waarbij de plattegrond gevormd werd door een anker, wat goed herkenbaar is gebleven in de huidige structuur. Zeewijk is een uitbreiding uit de jaren 1960, opgezet volgens modernistische principes, waarbij stroken laagbouw worden afgewisseld door hoogbouw. De ontwikkeling en bloei van IJmuiden kan niet los gezien worden van de ontwikkeling van de visserij en aanverwante industrie en de havenactiviteiten offshore.

Beverwijk (39.000 inwoners) is de enige plaats met stadsrechten in de regio (1298), hoewel het nooit tot omwalling van de stad is gekomen. De eerste vermelding is 11de-eeuws als Agatenkirica, maar snel werd de naam Wijc en Beverwij(c)k gebruikt. De stad groeide uit tot regionaal marktcentrum, vooral door de gunstige ligging aan de noord-zuidroute door Holland en de nabijheid van het Wijkermeer. De Breestraat vormt nog steeds het centrum van Beverwijk en fungeerde als plek waar de markt werd gehouden.

De verbinding met het Wijkermeer maakte de omgeving aantrekkelijk voor rijke kooplieden uit Amsterdam, die in de 17de eeuw buitens stichten, zoals Ackerndam en Scheybeek. In de 18de eeuw had de stad het economisch moeilijk, te meer omdat het Wijkermeer steeds verder dichtslibde. Met de aanleg van het Noorzeekanaal (1876), de drooglegging van de IJpolders en de komst van het spoor (1867) brak voor Beverwijk een nieuwe periode van groei aan. Net als in Heemskerk werd de tuinbouw belangrijk en er kwam industrie in en nabij de stad. De stad groeide met enkele buurten buiten het centrum. Karakteristiek is de zuidwest-noordoostoriëntatie van de stadsplattegrond, die teruggaat op de oude strandwal en nog steeds de loop van de belangrijkste wegen bepaalt. Na de Tweede Wereldoorlog groeide Beverwijk fors, vooral onder invloed van de Hoogovens (thans TaTaSteel), de grootste werkgever in de regio. Wijken als Meerestein en Oosterwijk zijn toen gerealiseerd. De stad is aangesloten op de A22.

Heemskerk (39.000 inwoners) vormt tegenwoordig één geheel met Beverwijk. De oorsprong van Heemskerk gaat terug tot de 11de eeuw. Het middeleeuwse dorp was een agrarische gemeenschap op een geest, waar in de 17de eeuw enkele buitens aan werden toegevoegd. Hiervan resteren thans nog Assumburg en Marquette. De landbouw in en rond Heemskerk bestond vooral uit tuinbouw op de geestgronden, wat op oude kaarten goed te herkennen is. Vanaf begin 20ste eeuw vond bescheiden groei plaats rond de Rijksstraatweg-Kerkweg. De huidige omvang heeft Heemskerk pas in de laatste decennia bereikt. Oosterzij en Poelenburg waren de eerste grote uitbreiding, gevolgd door Assumburg, Kerkbeek en onder meer Waterakkers. De laatste uitbreidingen vonden plaats naar het oosten, waarbij de A9 thans de grens vormt.

Waterwinning

De duinen zijn tegenwoordig voornamelijk in gebruik als natuurgebied. Op verschillende plaatsen worden ze ook gebruikt voor de waterzuivering en -winning. De start hiervan lag in 1853 met de watervoorziening van Amsterdam. Er zijn in de Nederlandse duinen drie grote drinkwatercomplexen: bij Castricum, bij Wassenaar en het terrein van de Amsterdamse Gemeentewater leidingen. Aanvankelijk werd alleen het duinwater benut als drinkwater, maar dit leidde tot verdroging van de duinen.

Daarom wordt tegenwoordig eerste Rijnwater geïnfiltreerd. Dit water wordt op natuurlijke wijze gezuiverd en kan na verloop van enkele werken opgepompt worden als drinkwater. Onder meer in de duinen noordelijk van Wijk aan Zee, liggen infiltratiekanalen die een bijzondere structuur in het duingebied vormen.

Literatuurlijst

  • Arends, G.J., 2001. Sluizen en gemalen in het Noordzeekanaal. Anderhalve eeuw ontwerpen, bouwen en vernieuwen. Utrecht.
  • Bosman, A.V.A.J., 2012. Romeinen en Velsen ” …castello cui nomen Flevum” In: Westerheem, special Kennemerland, No 6, jaargang 61, p. 357-369.
  • Bouwens, B., J. Dankers, Y. van Mil, R. Rutte, K. Sluyterman en
  • Fuchs, H., 1997. Nieuw IJmuiden. Wonen tussen duinen en Noordzeekanaal. Haarlem.
  • Rolle, S. 2001 Velsen - IJmuiden: de doorsnee van Holland, geschiedenis van het Noordzeekanaal en de veelvuldigheid van Velsen. De Vrieseborch, Haarlem.
  • Verheul,J., 2018. Door staal gedreven. Van Hoogovens tot Tata Steel 1918-2018. Bussum.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap IJmond
Algemeen Verstedelijkt gebied, waardoor structurering in duinen – strandwallen – strandvlakten – veenpolders sterk verminderd is
Openheid in veenpolders ten oosten van A9
Archeologische waarden in duinen
Industrie en Landbouw Hoogovencomplex (TaTa Steel)
Havengebonden industrie IJmuiden en Beverwijk
Landbouw in open IJpolders
Zeedorpenflora
De Breesaap
Wonen Aaneengesloten stedelijk gebied
Velsen-Zuid (BSDG), grotendeels in NZK verdwenen
Infrastructuur Herenwegen/Rijksstraatwegen over strandwallen
A9/A22 met tunnels en knooppunten
Pontveer
Water Noordzeekanaal met havens IJmuiden en pieren
Sluiscomplex: 4 sluizen, plus spuisluis en gemaal Rijnland
Zijkanalen A en B
Vuurtorens IJmuiden
Defensie Kastelen binnenduinrand Holland: Assemburg, Marquette (relatie met N- en Z-Kennemerland en samenhang met verkeersfunctie)
Forten Stelling van Amsterdam (Veldhuis, Aagendijk, Velsen), forteiland IJmuiden
Resten Atlantikwall, concentratie bij Stützpunkt IJmuiden
Romeinse forten rond Velsen (archeologie)
Linie van Beverwijk (restanten)
Landgoederen Landgoederen/buitenplaatsen Velsen-Zuid, doorlopend tot Beverwijk
Natuur en recreatie Badtoerisme in vml. vissersdorp Wijk aan Zee en IJmuiden
Beverwijkse Bazar
Noord-Hollands Duinreservaat N2000
Jachthaven IJmuiden (Seaport Marina)
Delfstoffenwinning Waterwinning duinen Wijk aan Zee
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:02.