Panorama Landschap - Kop van Noord-Holland en Texel

Introductie

Deze regio is onder invloed van de Noordzee ontstaan en ingepolderd voor grootschalige landbouw en bollenteelt. Texel en Wieringen liggen beide op een keileembult, Den Helder is een marinestad. De duinkust trekt toeristen aan.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Luchtfoto van de Zijpe Polder met een eendenkooi op de voorgrond.
Afb. 1. Zijpe polder met eendenkooi. Foto: Paul Paris
Luchtfoto van de Hoge berg op texel.
Afb. 2. Hoge Berg, Texel. Foto: Paul Paris.
De Haukes. Water met huizen op de achtergrond.
Afb. 3. De Haukes. Foto: Wim van der Ende
Kaartje met de belangrijkste polders van Texel.
Afb. 4. De belangrijkste polders van Texel
Annapaulownapolder met oranje bollenveld.
Afb. 5. Annapaulownapolder. Foto: Paul Paris
Gebouw in Den Helder. In de voorgrond water.
Afb. 6. Den Helder Foto: Beeldbank RCE
Kaart van Kop van Noord-Holland en Texel.
Afb. 7. Kop van Noord-Holland en Texel

Karakteristiek

De regio Kop van Noord-Holland en Texel is gevormd door de Noordzee, die nog steeds bepalend is voor de huidige middelen van bestaan. Duizend jaar geleden was de regio onderdeel van een groot veengebied dat zich uitstrekte tot Friesland. Daar staken de keileembulten van Texel en Wieringen bovenuit. Nadien werden na verschillende stormvloeden grote delen van het veen weggeslagen en ontstond de Zuiderzee. In het westen werden de duinen doorbroken en ontstond een waddengebied. De mens polderde in de eeuwen daarop grote delen land in en bracht ze in cultuur.

De grootste waren de Zijpepolder (1597), het Koegras, de Anna Paulownapolder (19de eeuw). Op Texel is onder meer de Eierlandse polder bij het eiland getrokken. In het kader van de Zuiderzeewerken werd ten slotte de Wieringemeer drooggelegd en de Afsluitdijk aangelegd. Wieringen is sindsdien geen eiland meer.

De rationeel ingerichte en open polders werden allemaal ingericht voor de landbouw. Naarmate de polders jonger zijn, is het landschap grootschaliger. Er liggen in de regio tal van watergerelateerde elementen als dijken, gemalen en sluizen. Meest in het oog springend is de Hondsbossche Zeewering, die in 2015 in het kader van de kustversterking een ander aanzien kreeg. Op Texel zijn de Hoge Berg, de schapenboeten en tuunwallen – lage aarden wallen als perceelsscheiding – heel karakteristiek. Den Hoorn en Oosterend zijn beschermde dorpsgezichten.

Het toerisme is een belangrijke economische pijler van de regio. Er vinden jaarlijkse miljoenen overnachtingen plaats. Den Helder is de grootste nederzetting in de regio. Daar ligt ook de belangrijkste marinehaven van het land. In en om de stad liggen meerdere verdedigingswerken en linies.

Door de regio loopt de A7 van Zaandam via de Afsluitdijk naar Groningen. De N9 tussen Alkmaar en Den Helder, parallel aan het in 1824 geopende Noordhollands Kanaal, is een andere belangrijke verkeersader. Per spoor is de regio verbonden via de lijn Den Helder-Alkmaar-Amsterdam.

De ligging en het open landschap maken dat de regio een bovengemiddeld aantal windmolenparken heeft of nog zal krijgen. In het zuiden van de Wieringermeer, vlak bij Medemblik, staat de 200 meter hoge windturbine ‘Ambtenaar’. In Anna Paulowna staat een transformatorstation en begint een leiding naar het zuiden van Noord-Holland. Agriport A7 in de Wieringermeer is een grootschalig bedrijventerrein en glastuinbouwgebied.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Pleistoceen en holoceen

Texel en Wieringen zijn door het ijs tot lage heuvels opgedrukte bulten. Ze zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote delen van ons land bedekte. Onder het ijs werd een laag keileem – een mengsel van door ijs platgedrukt zand, leem en keien – afgezet. De ligging ervan bepaalde later de hele kustlijn van Noord-Nederland. De stromingen in de Noordzee werden gedwongen westelijk van de huidige kustlijn te blijven. Zo’n 5000 jaar geleden kwam de eerste duinenrij tot stand. De kust lag toen verder naar het westen dan tegenwoordig. Achter die duinen ontstond een uitgestrekt moeras waar veenvorming optrad.

Het veengebied besloeg het grootste deel van het huidige IJsselmeergebied. Vanaf omstreeks het jaar 1000 brak de zee op verschillende plaatsen door de duinenrij en sloeg veel van het veen weg. Het landschap veranderde in een waddengebied met de eilanden Texel, Wieringen, Callandsoog (’t Oge), Huisduinen en Eierland. Huisduinen is uiteindelijk een duingebied ten zuidwesten van Den Helder geworden, van Callantsoog resteert een smalle duingordel en een deel van de bedijkte kwelders. In het gebied tussen de eilanden lagen enkele getijdengeulen zoals de Zijpe en Marsdiep. Achter de eilanden strekte zich een waddengebied uit, waarop door de zeegaten veel zand is afgezet. Deze afzettingen liggen aan de oppervlakte in onder andere de polder Koegras.

In de 16de eeuw verzandden de zeegaten Zijpe en Heersdiep. Het Marsdiep bleef bestaan en werd breder en dieper. Eierland werd in de 18de eeuw met het eiland Texel verbonden. Door aanslibbing kon in de 19de eeuw de Eierlandse Polder worden bedijkt en kreeg het eiland zijn huidige vorm.

Landschapskaart

Op de archeologische landschappenkaart kent de regio de volgende landschappen: Jonge aanwas, Diepe droogmakerijen, Keileemgebied en Duinen en strandwallen. Daarbinnen zijn als landschapszones onderscheiden kwelders, kreken en prielen, voormalige Zuiderzeebodem, keileemruggen, keileemvlakten, droogdalbodems, strandvlakten, hoge duinen en strandwallen en lage duinen.

Bewoningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

De Hoge Berg op Texel is de oudste bewoonde plek in de regio. Verspreide vondsten wijzen op menselijke aanwezigheid in de steentijd. Onder meer mensen van de Vlaardingencultuur (circa 5000 jaar geleden) woonden er. Vanaf de midden bronstijd (1500 v.Chr.) is in het gebied gewoond en vermoedelijk is Texel vanaf die tijd permanent bewoond geweest. De bewoning breidde zich in de late bronstijd en de vroege ijzertijd sterk uit. In de Romeinse tijd was een groot deel van regio met veen bedekt maar was nog steeds sprake van bewoning. Dat geldt ook voor de vroege middeleeuwen toen ter plaatse van Den Burg een versterking werd aangelegd (7de eeuw). Wieringen was in de 9de eeuw een uitvalsbasis van de Vikingen. De eerste veenontginning van West-Nederland vond vermoedelijk plaats in het zogenoemde Texelmore, ten zuiden van Texel. Dit is later in zee verdwenen. Verder oostelijk werd het veengebied onderbroken door het Vlie, een geul die in verbinding stond met het Almere. De bewoning van het veen vond plaats langs het Marsdiep, de Rekere en langs de Middenleek, nabij Medemblik.

Volle en late middeleeuwen en nieuwe tijd

De teloorgang van het veengebied Grote delen van het veen zijn in de middeleeuwen verdwenen. De mens heeft hierbij een actieve rol gespeeld. Tijdens de ontginning werden sloten gegraven om het veen te ontwateren. Daarop klonk het in en kon er zuurstof toetreden tot de bodem (oxidatie). Door voortgaand gebruik van het veen zetten deze processen zich voort, terwijl turfwinning het verdwijnen versnelde. De bodem daalde in de loop van enkele eeuwen en de kans op inbraken door de zee nam toe. Aan het einde van de 12de eeuw sloegen enkele grote stormvloeden grote delen van het veengebied tussen Friesland en Noord-Holland weg, waarna de Zuiderzee ontstond.

Bedijkingen

Voor zover de woongebieden niet werden verlaten, moesten maatregelen worden genomen ter bescherming. Aanvankelijk gebeurde dat door terpen op te werpen, bijvoorbeeld op Texel. Later verschenen de eerste dijken. Weer een fase verder werden opgeslibde kwelders bedijkt en in gebruik genomen.

Oude kweldergeulen werden gebruikt voor de afwatering van de nieuwe polder. We zien deze geulen vaak nog terug als kronkelende waterlopen in een verder rationeel ingericht landschap.

Langs de Noordzeekust werden zeegaten afgesloten met behulp van stuifdijken, die met behulp van onder meer rietschermen zoveel mogelijk zand moesten opvangen om op deze manier een sterke zeewering te krijgen. In de regio liggen er twee: tussen Huisduinen en Callantsoog en op Texel richting Eierland.

Op Texel zijn de eerste dijken voor 1300 aangelegd. Tussen het dekzandgebied van Den Burg en de duinrand aan de westkust liggen enkele van deze bedijkingen. Vanaf het midden van de 15de eeuw zijn successievelijk nieuwe polders aan het eiland toegevoegd. Met name ten noorden van De Waal en Oosterend werd op deze manier veel land gewonnen, terwijl ook tussen Den Burg en De Koog drooggevallen wadgebieden zijn bedijkt. Ook hier werden oude kweldergeulen gebruikt voor de afwatering van de nieuwe polder. Via aanslibbing ontstonden andere polders.

De Zijpe- en Hazepolder uit 1597 was de eerste grote inpoldering. Deze kent een rationele inrichting met vrij grote, rechthoekige percelen. Enkele oost-west wegen, loodrecht op de drie hoofdassen, vormen de verbinding tussen het duingebied en het oude land. Langs de wegen, op de kruispunten met de Groote Sloot en het Noordhollandsch Kanaal, liggen de dorpen. Noordelijk van de Zijpepolder ligt de Polder Het Koegras, bedijkt in 1817. Het Noordhollands Kanaal vormt de grens tussen Het Koegras en de Anna Paulownapolder (1847). De Waard- en Groetpolder stamt uit 1844, terwijl op Wieringen de Polder Waard-Nieuwland uit 1846 dateert. De in 1610 bedijkte Wieringerwaard heeft een strookvormige percelering. De bollenteelt is in alle polders tegenwoordig de dominante vorm van bodemgebruik.

Onregelmatige (blok)percelering treffen we alleen aan op het oude land van Texel en in de polder Callantsoog. Op Texel rond de Hoge berg en op Wieringen is daarbij een unieke manier van perceelsscheiding aangebracht: de tuunwallen: gestapelde gras- of heideplaggen van ongeveer een meter hoog. Ze dateren uit de 17de/ 18de eeuw. Ze zijn op Texel gespaard gebleven, in tegenstelling tot Wieringen, waar de meeste tuunwallen bij een ruilverkaveling in de jaren 1930 zijn verdwenen. Ook op Wieringen zijn vanaf de 13de eeuw wierdijken aangelegd, die in de 19de eeuw vrijwel allemaal zijn verdwenen en vervangen door steviger stenen dijken. Relicten liggen onder meer in de Hoelmerdijk. Het wier werd in matten over de dijk gelegd en met houten beschoeiingen bij elkaar gehouden.

Scheepvaart en visserij

Verschillende plaatsen aan de kust functioneerden als vissersdorpen, zoals Oosterend, Petten, Huisduinen en Den Oever. Op Wieringen kwam visserij op na 1845, vooral vanuit Den Oever, De Haukes en Westerland. In de 16de eeuw was de scheepvaart vooral op Texel belangrijk. De oostzijde van het eiland, de Rede van Texel, was de verzamelplaats voor schepen die wachtten op een gunstige wind om uit te varen naar het oosten. In de 18de eeuw werd in Den Helder een haven aangelegd voor oorlogs- en koopvaardijschepen. De haven werd nog belangrijker toen het Noordhollandsch Kanaal werd geopend.

Het Noordhollandsch Kanaal

Het Noordhollandsch Kanaal werd geopend in 1824 naar ontwerp van Jan Blanken. Het gaf de haven van Amsterdam een betere verbinding met de Noordzee en vermeed de ondiepten in de Zuiderzee. Het doorgraven van de duinen was te riskant, dus koos men voor de route naar het noorden. Sommige delen zijn nieuw gegraven, voor delen werden bestaande waterwegen gebruikt (zoals de ringvaarten van de Beemster en de Schermer). In de Zijpe- en Hazepolder werd de wetering die westelijk van de Groote Sloot loopt, vergraven. Voor het noordelijke deel van het tracé werd Polder het Koegras eerst bedijkt voordat het kanaal gegraven werd. De totale lengte van het kanaal is ruim 80 kilometer. Tot aan de opening van het Noordzeekanaal in 1876 fungeerde het kanaal als toegang tot Amsterdam.

19de- en 20ste-eeuwse ontwikkelingen

De eerste plannen voor de drooglegging van de Zuiderzee stammen uit de 17de eeuw, maar gezien de technische mogelijkheden van die tijd was een en ander niet te realiseren. In de 19de eeuw werden opnieuw plannen gemaakt, toen bleek dat de techniek het mogelijk maakte dergelijke projecten uit te voeren. Belangrijk ijkpunt was in 1886, toen de Zuiderzeecommissie ir. Cornelis Lely een gedegen en goed onderbouwd plan tot drooglegging liet opstellen. Dit is later bijna geheel uitgevoerd.

De eerste grote werken werden in Noord-Holland uitgevoerd, nadat bij Andijk een proefpolder was aangelegd om ervaring met dergelijke werken op te doen. De eerste grote werken betroffen de dijk door het Amsteldiep tussen Wieringen en de Van Ewijksluis, de drooglegging van de eerste grote Zuiderzeepolder, de Wieringermeer, en de Afsluitdijk tussen Den Oever en het Friese Zurich[1]. Wieringen was vanaf dat moment geen eiland meer.

De Wieringermeer viel droog in 1930. De overheid bemoeide zich nadrukkelijk met de inrichting van het nieuwe land, zowel qua percelering en het wegenpatroon, als qua locatie en vormgeving van dorpen en de architectuur van de boerderijen. Doelmatigheid stond voorop. Bijhouwer en de stedenbouwkundige Granpré Moliere tekenden voor het ontwerp. De rechthoekige erfbeplanting en brede singels die de bedrijfsgebouwen aan drie kanten omgeven, hebben model gestaan voor de inrichting van de overige droogmakerijen van het Zuiderzeeproject en voor de erfbeplanting in de ruilverkavelingen na 1945.

Vanaf 1934 werden er boerderijen in pacht uitgegeven. Vlak voor het einde van de oorlog lieten de Duitsers de dijk op twee plaatsen springen en binnen twee dagen stroomde de polder vol water.

Na de bevrijding is de dijk hersteld en zijn de doorbraken als wielen binnengedijkt. Eind 1945 viel de Wieringermeer opnieuw droog en kon de wederopbouw beginnen. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de uitbreidingen van Den Helder en verschillende dorpen een stempel op het landschap gedrukt.

In het buitengebied heeft schaalvergroting van de landbouw bijgedragen tot een betere bedrijfsvoering op de boerenbedrijven. Op Wieringen zijn twee ruilverkavelingen uitgevoerd. Bij de eerste ruilverkaveling zijn de karakteristieke tuunwallen verdwenen en is een rationale verkaveling tot stand gebracht. De tweede ruilverkaveling omvatte ook de Polder Waard-Nieuwland en zorgde voor een verdere nivellering van het onderscheid tussen het oude land en de nieuwe polders. Op Texel is ook een ruilverkaveling uitgevoerd. Het grondeigendom van verschillende eigenaren werd samengevoegd en opnieuw verdeeld om problemen door landversnippering, verspreide ligging van de percelen en ondoelmatige vorm van de percelen op te lossen. Voorts zijn wegen rechtgetrokken, nieuwe boerderijen gebouwd en is de waterhuishouding verbeterd. Tuunwallen zijn hier wel behouden gebleven en in het kader van landschapsherstel zijn ook nieuwe aangelegd.

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Wieringen (A) 1932 1940 - 1953 99,7%
Wieringen (B) 2316 1987 - 2000 99,8%
Texel 8247 1953 - 1971 99,9%

Enkele natuurgebieden in de duinen van de regio zijn aangewezen als Natura 2000-gebied: een op Texel en drie meer zuidelijk. De Duinen van Texel zijn tevens een Nationaal Park.

In het zuiden van de Wieringermeer is sinds enkele jaren ‘Agriport A7’ gelegen, een modern tuinbouw- en logistiek centrum.

Ruim 850 hectare aan glastuinbouw en 100 hectare bedrijventerrein maken dat het landschapsbeeld van de open polder hier flink is veranderd. Het beeld zal nog verder veranderen door de aanleg van nieuwe windparken in de regio. De gehele Wieringermeer is door het Rijk aangewezen als concentratiegebied voor grootschalige windenergie. In de komende jaren zal voor 300-400 MW aan opgesteld vermogen worden gerealiseerd. De – op dit moment – hoogste windturbine van ons land, de Ambtenaar, met bijna 200 meter tiphoogte en 7,5 MW vermogen, staat sinds 2012 in de polder, iets ten noorden van Medemblik. De provincie Noord-Holland heeft hiernaast ook enkele locaties elders in de regio aangewezen als plek voor windparken tot 100 MW.

Toerisme

De regio oefent al decennia lang een grote aantrekkingskracht uit op toeristen. Nabij en aan het Noordzeestrand liggen tal van recreatievoorzieningen als campings en bungalowparken. Ook horeca komt op grote schaal voor. ’s Zomers en bij mooi weer lopen de stranden snel vol. Texel vormt een minstens zo populaire bestemming. De veerverbinding met Den Helder gaat via de haven van Het Horntje, dat in 1962 werd geopend. Jaarlijks gaat het om miljoenen overnachtingen, afkomstig uit binnen- en buitenland. In het landschap zijn campings en bungalowparken opvallende recente toevoegingen, evenals de hoge dichtheid aan fiets- en wandelpaden.

Specifieke items

Stedelijke nederzettingen

Den Helder (45.000 inwoners) ontstond als nederzetting op het eiland Huisduinen. Een voorganger van de huidige stad verdween in 1570 in de golven, waarna het opnieuw werd opgebouwd.

De bevolking leefde vooral van de visvangst. Aan het einde van de 18de eeuw besloot stadhouder Willem V tot de aanleg van een haven in het Nieuwe Diep. Deze functie werd in de Franse tijd krachtig uitgebouwd tot een marinehaven. Tegelijkertijd werd de Rijkswerf Willemsoord aangelegd. De uitbreiding van de marinewerf, groei van de visserij, de komst van het spoor naar Alkmaar en Amsterdam en diverse veerdiensten waren belangrijke ontwikkelingen. Rond 1850 bestond Den Helder uit het Oude Helder en de nieuwe buurt bij Nieuwediep in het oosten. Deze twee woonkernen groeiden naar elkaar toe. De stad groeide door van 22.000 inwoners in 1890 tot ruim 37.000 in 1940.

Dit verliep volgens een uitbreidingsplan uit 1909, waarbij buurten als de Van Galenbuurt verrezen. In de Tweede Wereldoorlog had de stad veel te lijden. Geallieerde bombardementen en de afbraak van buurten voor de aanleg van de Atlantikwall zorgden voor veel schade. Na 1945 werd de stad opnieuw opgebouwd. Den Helder groeide verder, nu ook door de komst van off-shore industrieën. Er werden voor het eerst wijken buiten de voormalige Linie aangelegd. De oude Rijkswerf is begin deze eeuw afgestoten door Defensie en omgevormd tot een nautisch themapark met bezienswaardigheden en uitgaansgelegenheden. Vanaf de haven van Den Helder vertrekt de veerboot richting Texel.

Defensie

Het oudste verdedigingswerk in de regio was de walburcht in

Den Burg, die rond 850 gedateerd is. De contouren ervan zijn nog te herkennen in het stratenpatroon van het dorp.

Ten oosten van Oudeschild ligt de Oude Schans uit 1575. In de Franse tijd werd deze opnieuw in gebruik genomen en voorzien van een ravelijn als onderdeel van de Stelling van Den Helder. Hij diende vooral om de scheepvaart in het Marsdiep te beschermen. In 1922 verloor de schans zijn status. Na een periode van verwaarlozing is hij door Natuurmonumenten aangekocht en gerestaureerd.

Ter verdediging van de marinehaven en de Rijkswerf in Den Helder werd rondom de Linie van Den Helder aangelegd. De forten Erfprins, Kijkduin en Dirks Admiraal zijn de oudste. Nadat het Noordhollandsch Kanaal gereed was gekomen zijn de forten Westoever en Oostoever gebouwd. Tussen de forten werd een liniedijk opgeworpen. In 1880 werd ten slotte het zeefort Harssens bij de haven aangelegd. Enkele forten zijn de laatste decennia gerestaureerd en toegankelijk voor het publiek.

De Afsluitdijk werd via enkele stellingen verdedigd, waaronder die van Den Oever. Hiervan zijn vrijwel alle kazematten nog aanwezig.

De Duitse bezetter heeft versterkingen gebouwd als onderdeel van de Atlantikwall. In de Grafelijkheidsduinen ligt een uitgebreid Duits bunkercomplex. Middenin staat een zeldzaam type commandobunker. Voor zover bekend komt dit type bunker alleen nog voor in St.-Nazaire in Frankrijk.

Ten zuiden van Den Helder ligt vliegveld de Kooy. Van oorsprong is het in gebruik bij de Marine Luchtvaartdienst. Tegenwoordig wordt het ook voor de burgerluchtvaart gebruikt, met name voor helikoptervluchten van en naar boorplatforms op de Noordzee.

Ter nagedachtenis aan de Opstand van de Georgiërs in april 1945 is een monument op de Hoge Berg opgericht bij de begraafplaats Loladse. Hier liggen 476 Georgische soldaten begraven, die aan het eind van de oorlog in opstand waren gekomen tegen de Duitsers.

De Hondsbossche en Pettemer Zeewering

De Hondsbossche dijk heeft een lengte van ruim 4,5 kilometer en sluit aan op de 550 meter lange Pettemer dijk. Samen sloten ze het zeegat van de Zijpe af. De dijk vormde het sluitstuk van enkele eeuwen waarin voorlopers telkens doorbraken of werden opgegeven en verder landinwaarts werden opgebouwd.

De huidige positie van de dijk werd bereikt in 1792. De dijk werd in 2007 als ‘zwakke schakel’ in de Noordhollandse kust aangemerkt. Recent is hij daarom opnieuw verstevigd. Daarbij is in totaal 20 miljoen kubieke meter zand opgespoten voor de bestaande dijk, die hiermee een heel ander aanzien heeft gekregen. Bij Petten is een panoramaduin gecreëerd.

Eendenkooien

Het open, waterrijke landschap van de regio leent zich uitstekend voor eendenkooien. Daarvan zijn er tegenwoordig zijn nog elf in de regio aanwezig: vijf op Texel, twee op Wieringen, één nabij Callantsoog en drie in de Zijpepolder. Die van ’t Zandt is toegankelijk voor het publiek. Een eendenkooi is een vorm van lokjacht, waarbij de kooiker – samen met een kooikerhond en tamme eenden – wilde eenden naar de vangpijpen lokt en vangt. Een kooi bestaat uit een plas water met bos eromheen. Rondom de kooiplas liggen vier tot zes vangpijpen. Het geheel is omgeven door een aarden wal. Omdat de kooien meestal in de open graslandpolders liggen, zijn de kooibossen opvallende en karakteristieke elementen. In de duingebieden vormen ze groene contrasten in de glooiende randen van het duingebied. Eendenkooien zijn zeldzaam en herbergen hoge ecologische waarden.

De Wezenputten

Op Texel liggen vlak bij Huize Brakenstein – een 18de-eeuwse buitenplaats in geometrische stijl – de zogenaamde Wezenputten. Hierin welt ijzerhoudend water op uit de Hoge Berg. Deze putten waren van groot belang voor de watervoorziening van schepen die voor anker gingen op de rede van Texel. Door het hoge ijzergehalte was het water houdbaar, wat van pas kwam tijdens de lange reizen. Om het transport van het water naar de schepen op de rede te vergemakkelijken werd in het begin van de 17de eeuw Skilsloot gegraven, zodat men het water met een roeiboot van de putten naar de schepen kon vervoeren. De naam refereert aan het Texelse weeshuis dat eigenaar was van de putten en het water verkocht.

Literatuurlijst

  • Bremer, J.T., 1985. De Zijpe, bedijking en bewoning tot omstreeks 1800. Schoorl.
  • Haartsen, A. en C. ten Oever-van Dijk, 2002. De cultuurhistorie van de Kop van Noord-Holland en Texel. Haarlem.
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat/Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, 1984. Het Zuiderzeeprojekt in zakformaat.
  • Roos, R. (red.), 2011. Duinen en mensen. Noordkop en Zwanenwater. Amsterdam.
  • Roos, R. en N. van der Wel (red.), 2013. Duinen en mensen. Texel. Amsterdam.
  • Schoorl, H., 1979. ’t Oge. Het Waddeneiland Callensoog onder het bewind van de heren van Brederode en hun erfgenamen, de graven van Holstein-Schaumberg, tot de verkoop aan vier Hollandse heren, ca. 1250-1614. Hillegom.
  • Schoorl, H., 1990. Kust en Kaart, Artikelen over het kaartbeeld van het Noord-Hollandse kustgebied, Pirola, Schoorl.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap Kop van Noord-Holland en Texel
Algemeen Heldere structurering van het landschap duinen – polders – kwelders
Contrast open (polders: droogmakerijen en aandijkingen) - besloten (duinen)
Reliëf in duinen en keileembulten
Landbouw Bollenteelt Kop van Noord-Holland
Polders grootschalig en rationele verkaveling
- Wieringermeer: Zuiderzeepolder, grootschalige akkerbouw
- Overige polders ook vnl akkerbouw
Tuunwallen en schapenboeten
Wonen Havenplaatsen
Keileembulten Texel en Wieringen met archeologische waarden
Stolpenstructuren
Infrastructuur Aanlegplaatsen veerboot
N9 / N99
Spoorlijn Den Helder – Alkmaar
Noordhollandsch Kanaal
Vliegveld De Kooy (marine + burgerluchtvaart voor offshore industrie)
Offshore industrie haven Den Helder
Water Stuifdijken en kwelderdijken
Hondsbossche Zeewering
Noordhollandsch Kanaal, volgt waterpatroon Zijpe (en Rekere)
Ringsloten/-vaarten met gemalen en molens
Relicten getijdengeulen (Oude Veer en zwinnen, ook op Texel)
Amstelmeer
Wielen doorbraak/opgeblazen dijk Wieringermeer
Defensie Den Helder: Marinestad. Stelling Den Helder (Franse Tijd, ook Texel), forten, Atlantikwall (ook Den Oever), Rijkswerf
Den Burg ringwalburg (7e Eeuw)
Landgoederen en bos Robbenoordbos Wieringermeer + brede groenstructuren als deel van inrichtingsplan Wieringermeer
Natuur en recreatie Badtoerisme: campings, vakantieparken en horeca.
Strandopgangen
Eendenkooien
Duinen N2000, delen bebost
Delfstoffenwinning Waterwinning op Texel (Weezenputten)
Grootschalige windparken
Gasbehandelingsinstallatie Den Helder
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

  1. De Afsluitdijk wordt beschreven in het onderdeel Grote Wateren

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:03.