Panorama Landschap - Maasvallei

Introductie

Dit is een gezoneerd landschap van de Maas met een overstromingsvlakte (Maasheggen), de bewoning concentreert zich voornamelijk op de Maasterrassen. Akkers en hogere zandgronden met heideontginngen. Het gebied is flink ruilverkaveld. Venlo en Roermond zijn de grootste steden.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Een kerkje in Elsloo. Voor het land stroomt de Maas.
Afb. 1. Elsloo. Foto: Paul Paris
Luchtfoto van het Heggenlandschap bij de Maas.
Afb. 2 . Heggenlandschap. Foto: Top 100 Historische Geografie
De markt in Roermond. Aan de randen van het plein staan terrassen.
Afb. 3. Roermond. Foto: Paul Paris.
Het stadhuis in venlo. Ervoor een terras.
Afb. 4. Stadhuis Venlo. Foto: Paul Paris
Samenvloeiing Niers en Maas. Aan de oever staat een boom. In het water vaart een schip.
Afb. 5. Samenvloeiing Niers en Maas. Foto: Wim van der Ende
Luchtfoto van zand-grindwinning bij Maasbracht.
Afb. 6. Zand-grindwinning bij Maasbracht. Foto: Paul Paris
Kaart van Maasvallei.
Afb. 7. Maasvallei

Karakteristiek

De Maasvallei is een grote regio die in enkele smalle, langgerekte zones kan worden onderverdeeld. In de eerste plaats de Maas zelf, met de overstromingsvlakte langs de rivier. Verder oostelijk liggen de Maasterrassen. Deze bestaan uit oude meanders van de Maas, die hier en daar doorsneden worden door zijrivieren en kleinere beken. De derde zone betreft de hogere zandgronden, die vroeger bestonden uit heidevelden, moerassen en veengebieden.

De inrichting en het gebruik van het gebied door de mens sluiten aan op deze oorspronkelijke terreingesteldheid. In de overstromingsvlakte vinden we graslanden, met op sommige plaatsen de Maasheggen als perceelsscheidingen. De dorpen en steden liggen in een rij op enige afstand van de rivier op de hogere terrassen die in het verleden zijn gevormd. Deze zone werd vanouds gebruikt als akkerland. Vaak liggen de oude akkers in grotere complexen bij elkaar. De beekdalen, die het terrassenlandschap doorsnijden, zijn vaak als grasland in gebruik. Op de hogere gronden lagen tot diep in de 19de eeuw heidevelden en natte broekgebieden. De grootste verandering heeft plaatsgevonden in deze woeste gronden, toen ze in de loop van de 19de en 20ste eeuw zijn ontgonnen tot landbouwgrond of bos. Daarnaast hebben de ontwikkeling van de infrastructuur, de uitgevoerde ruilverkavelingen en de uitbreiding van de dorpen en steden tot gevolg gehad dat de verschillende landschapseenheden minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

De regio is al heel lang heel goed ontsloten. In de Romeinse tijd liep er minstens één weg langs de Maasoever. Tegenwoordig vormen de snelwegen A2 en A67, A73 en A77 de doorgaande verbindingen. Het spoor verscheen vanaf de jaren 1860 met lijnen van Venlo naar Eindhoven en Maastricht, waarna meer lijnen volgden.

Venlo en Roermond zijn de grootste plaatsen in de regio. In Maasbracht staan twee grote elektriciteitscentrales. Ze voorzien grote delen van Zuid-Nederland van stroom. Meerdere 380kV- en 150 kV- hoogspanningsleidingen beginnen bij de centrales. Bij Neer staat een windpark van vijf windmolens.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Tektoniek

Door de regio loopt een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuklijnen. Aan weerszijden daarvan beweegt de aardkorst met een andere snelheid of in een andere richting, waardoor gebieden omhoog komen (horsten) of dalen (slenken). De belangrijkste breuklijn in de regio is de Peelrandbreuk, op de grens van de Peelhorst en de Centrale Slenk. Ten oosten van de Peelhorst ligt de Slenk van Venlo. Deze is in de loop der tijden gedaald, maar telkens door afzettingen van de Maas opgevuld. Alleen door de bijna haakse hoek van een aantal beken is de slenk te herkennen.

De dynamiek in de ondergrond zorgde er ook voor dat de Maas zo’n 400.000 jaar geleden naar het oosten opschoof tot ongeveer de huidige plek. In de Centrale Slenk kende de Maas een grote dynamiek. De rivier meanderde over een brede zone, waarbij ze vaak haar loop veranderde en de slenk opvulde met zand- en grindafzettingen. De grindpakketten leidden tot de grindwinning rond Roermond.

Pleistoceen

Toen de Maas in haar huidige dal ging stromen was dit plateau waarin ze een bochtige bedding uitsleep. Door de opheffing van de Ardennen en de Eifel werden ook Zuid- en Midden-Limburg opgetild, waarna de Maas zich in het plateau insneed.

Dit gebeurde niet geleidelijk, maar in enkele stappen, waardoor de rivier terrassen vormde die op verschillende hoogten boven de huidige bedding liggen. Op tal van plaatsen liggen fossiele meanders, zoals ten noorden van Elsteren en Well, tussen Broekhuizen en Wanssum en in het gebied van Ohé, Laak en Stevensweert. In het laatstgenoemde gebied liggen de dorpen tussen de Oude Maas en de huidige Maas in een zogenaamde weerd: land dat is ingesloten door twee rivierarmen.

Het Maasdal kent aldus drie niveaus: het hoogterras (het oude plateau van vóór de opheffing en insnijding), het middenterras (de oude pleistocene meanders) en het laagterras (de huidige overstromingsvlakte). De overgangen tussen de verschillende niveaus hebben soms tamelijk steile randen. Doordat de Maas op een lager niveau kwam te liggen konden ook de zijrivieren en -beken zich insnijden. Vandaar dat het middenterras van de Maas door de zijbeekjes als de Thornerbeek, de Swalm, de Roer, de Oeffeltsche Raam en de Vierlingsbeek is aangesneden.

Gedurende de voorlaatste ijstijd drong Scandinavisch landijs tot in Midden-Nederland door, maar bereikte de regio niet. Tijdens de laatste ijstijd bereikte het landijs ons land helemaal niet. Wel heerste een toendraklimaat. De wind had vrij spel en in het Maasdal ontstonden zandverstuivingen, die rivierduinen opbliezen. Deze liggen aan weerszijden van de Maas, zoals de Groeningse Bergen en de Vortumsche Bergen. Behalve zand werd ook het fijnere löss afgezet.

Holoceen

Ongeveer 10.000 jaar geleden kwam een einde aan de laatste ijstijd. De temperatuur steeg en de open, vrijwel boomloze vlakte veranderde in een gesloten bos. De Maas veranderde van een vlechtende rivier in een meanderende. In de overstromingsvlakte van de Maas en in de dalen van de zijrivieren werden leem- en kleilagen afgezet. Westelijk van het gebied vormde zich op plaatsen met een slechte afwatering een groot veengebied. Dit werd uiteindelijk het hoogveengebied van de Peel.

Landschappenkaart

Op de archeologische landschappenkaart hoort de regio tot de Lage Maasterrassen, het Maasdal, Hoge Rijnterrassen, Lage Rijnterrassen, de Peelhorst en een heel klein stuk tot het Noordelijk lössgebied.[1] Daarbinnen zijn als landschapszones onderscheiden terrassen, overstromingsvlakten, uiterwaarden, hoge grindkoppen, rivierduinen, beekdalbodems, hellingen, plateaus en dekzandvlakten.

Bewoningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

De hoge gronden langs de Maas zijn al sinds de prehistorie relatief dicht bevolkt. Op de Maasterrassen zijn op tal van plaatsen bewoningssporen en grafvelden gevonden uit verschillende archeologische perioden. Bij St. Odiliënberg zijn sporen ontdekt van een nederzetting van de eerste boeren in ons land (Lineaire Bandkeramiek circa 4300 v.Chr.). Ook uit andere fasen van de jonge steentijd zijn bewoningsporen gevonden, zoals grafheuvels bij Swalmen. Het landschap was in de tijd nog erg bosrijk. Kleine nederzettingen en akkers vormden open eilandjes in een zee van bos. In de Maasvallei liggen ook grafheuvels uit de bronstijd en ijzertijd, bijvoorbeeld bij Grubbenvorst, Haps en Venlo.

In de Romeinse tijd verschenen nederzettingen bij Heel (Catualium), Blerick (Blariaco), Cuijk (Ceuclum), Tegelen (Tegula), Melick (Mederiacum) en Venlo. Er werden interregionale wegen aangelegd. Zo liep een belangrijke weg ten westen van de Maas van Tongeren naar Cuijk, waar via een oversteekplaats en later zelfs een stenen brug, de Maas richting Nijmegen werd overgestoken. De huidige N610 volgt voor een belangrijk deel de Romeinse weg. Op beide Maasoevers zal ook een Romeinse weg gelopen hebben. Bij Swalmen ligt het enige nog zichtbare stukje van zo’n weg; een deel van de verbinding Xanten-Heerlen-Aken. In de Romeinse tijd werden ook grote agrarische bedrijven (villa’s) gesticht, die graan produceerden voor de steden en garnizoenen.

De meeste villa’s zijn gevonden in een smalle strook aan weerszijden van de Maas, bijvoorbeeld bij Venray-Hoogriebroek. In het midden van de 3de eeuw bereikte de bevolkingsomvang een hoogtepunt. Begin 5de eeuw verlieten de laatste Romeinen de regio en raakte veel cultuurland weer bebost. Geheel onbewoond raakte de regio zeker niet. Gedurende de Merovingische tijd (vroege middeleeuwen) nam de bevolking geleidelijk weer toe.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

In de late middeleeuwen (1000-1500) werd de basis gelegd voor het huidige cultuurlandschap. Plaatsnamen eindigend op -broek, -hout, -ooi, -laar en -rade of -rode stammen uit deze tijd. Dorpen en steden als Roermond, Maasbracht, Venlo, Grubbenvorst en Stevensweert ontstonden dicht bij de rivier, veelal op hoger gelegen zandruggen. Enkele dorpen liggen in de dalen van zijbeken, die uit het Peelgebied naar de Maas lopen (Vortum-Mullem, Groeningen).

De overige nederzettingen liggen op enige afstand van de rivier op de grens van de Maasterrassen met de overstromingsvlakte, zodat zowel de gronden langs de rivier als de hogere gronden dichtbij lagen. De terrassen werden gebruikt als bouwland. De akkers lagen in complexen rond de dorpen bij elkaar.

De beekdalen die het terrassenlandschap doorsnijden waren als grasland in gebruik. De beken tussen Boxmeer en Vierlingsbeek hebben dalen uitgesleten die enkele meters lager liggen dan de terrassen. De beken zelf werden vanaf de middeleeuwen gebruikt om watermolens aan te drijven voor het malen van graan. Voorbeelden zijn de molens bij Kasteel Arcen (1677), op de Kwistbeek (vóór 1700), in Hout-Blerick (19de-eeuws) en de Kraekermolen in Thorn (13de-eeuws). Behalve waterkracht leverden de beken ook water voor wasserijen, papierindustrie, grachten, waterpartijen bij landgoederen en viskwekerijen.

De lage gronden bij de rivier waren voor bouwland niet geschikt vanwege het risico op overstromingen. Deze gronden dienden als wei- en hooiland en zijn dat nog steeds (naast locaties voor grindwinning).

Het Maasheggengebied in de uiterwaarden bij Boxmeer is een herkenbaar en karakteristiek deel van het landschap. Kenmerkend zijn de kleinschalige graslandpercelen, gescheiden door dichte houtsingels en heggen (veelal meidoorn). Waarschijnlijk gaan ze terug tot de 14de eeuw. Ze dienden als veekering, maar leverden ook brandhout en geriefhout. Tevens dienden ze om de stroomsnelheid van het overstromingswater van de Maas te vertragen, zodat er zoveel mogelijk slib kon neerslaan. De heggen behielden hun functie tot de komst van het prikkeldraad in de jaren 1920. Daarna is het onderhoud vaak achterwege gebleven en groeiden ze sterk uit. Veel heggen werden vervangen door een raster. Naast het gebied rond Boxmeer, liggen verspreid door de regio relicten van het vroegere heggenlandschap.

Op de hogere gronden lagen woeste gronden: heidevelden, bossen en vennen. In het westen ging dit over in het veengebied van de Peel. Enkele kleinere dorpen als Overloon, Sint-Anthonis en Haps lagen als kleine cultuureilanden in de wildernis. De boeren gebruikten de gronden om schapen te weiden en om strooisel te winnen. De heide had tot de komst van de kunstmest aan het einde van de 19de eeuw een belangrijke functie in het landbouwbedrijf. De vruchtbaarheid van de akkers werd op peil gehouden door koeien- en schapenmest te mengen met bosstrooisel en heideplaggen.

Vanaf eind 19de eeuw verloor de heide deze functie, waarop grootscheepse heideontginningen volgden. Er kwam sindsdien nieuwe landbouwgrond en vooral nieuw bos bij, zoals de Linnerheide, de Ven-Zelderheide, de Beegder- en Melickerheide. Het hout uit de bossen, voornamelijk naaldhout, werd onder meer gebruikt in de kolenmijnen van Zuid-Limburg.

In de ontginningsgebieden ontstonden nieuwe dorpen als Kelpen, Oler en Koningsbosch. Naarmate de ontginningen van de broekgebieden en heidevelden ten oosten van de Peel vorderden, werden verschillende nieuwe waterlopen aangelegd, zoals de Samsbeeksche Uitwatering. Op andere plaatsen werden bestaande beken rechtgetrokken, zoals de Molenbeek en de Oeffeltsche Raam.

Waterstaat

Vanwege de Maasterrassen liggen in grote delen van de regio geen aangesloten dijken. Wel komen lokale dijken en kaden voor, die een laag deel afsluiten of bebouwing beschermen. De doorgaande bedijking langs de Maas begint bij Boxmeer in het westen en bij Middelaar in het oosten. Tussen Boxmeer en Cuijk lag tot 1942 de Beerse overlaat, een systeem van waterwerken om water van de Maas via laaggelegen gronden parallel aan de rivier naar het westen te laten stromen, zodat dijkdoorbraken en overstromingen verder stroomafwaarts werden voorkomen[2].

De Maas ten zuiden van Roermond was ongeschikt voor grotere schepen uit Holland. Venlo fungeerde als overslagplaats, waar goederen uit de grotere schepen overgeslagen werden op kleinere schepen. In de 19de eeuw werd werk gemaakt van de bevaarbaarheid van de Maas, maar het duurde tot 1919 voordat werd besloten om de Maas aan te pakken. Omdat de samenwerking met België stroef verliep, koos Nederland voor de aanleg van het Julianakanaal in plaats van normalisatie van de rivier. Het kanaal werd vooral aangelegd voor de afvoer van de Zuid-Limburgse steenkool. Tussen Linne en Buggenum werden tussen 1920 en 1926 sluizen aangelegd voor het Lateraalkanaal, dat in 1972 zou worden gerealiseerd. In het kader van de later uitgevoerde Maaskanalisatie werden stuwen en schutsluiscomplexen gebouwd, onder meer bij Wessem, Roermond, Afferden, Belfeld, Maasbracht en Heel. Het Julianakanaal maakte van Maasbracht een belangrijke binnenscheepvaarthaven.

Recente ontwikkelingen

De Maasvallei behoorde tot de zwaarst getroffen gebieden in de Tweede Wereldoorlog. Er werd zowel in 1940 als in 1944 gevochten. Veel woningen, kerken en kastelen werden beschadigd of verwoest, zoals de Keverberg te Kessel. Hier wordt sinds enkele jaren door een lokale stichting een nieuw kasteeldeel opgebouwd.

Bij de wederopbouw zijn veel kerken op een grotere afstand van de Maas geplaatst. Na de oorlog hebben de grindwinning in de omgeving van Roermond en verschillende ruilverkavelingen het landelijke gebied ingrijpend veranderd. Door de grindwinning is het Maasdal bij Roermond omgevormd tot een aaneenschakeling van plassen die voor een deel een recreatieve bestemming hebben gekregen. Bij Maasbracht werden langs de Maasplassen twee elektriciteitscentrales gebouwd.

Om de productieomstandigheden in de landbouw te verbeteren zijn heel veel ruilverkavelingen uitgevoerd. Delen van de regio zijn nadien nogmaals op de schop gegaan in het kader van Aanpassingsinrichting (API) of Reconstructie van oude glastuinbouwgebieden (ROG).

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Everlose Beek 11193 1976 - 2000 7,7%
Oploo 4622 1974 - 1990 9,5%
Midden-Limburg 8161 1963 - 1976 28,6%
Wanroy 4574 1966 - 1979 32,8%
Overloon-Merselo 8150 1972 - 1991 33,1%
Land van Cuijk 10759 1981 - 2001 42,2%
Land van Swentibold 4842 1968 - 1982 45,3%
Weert-Stramproy 5572 1979 - 1997 46,7%
Melderslo 6823 1990 - 2003 50,6%
Nieuwstadt 861 1955 - 1965 55,8%
Neer 2219 1956 - 1969 80,0%
Maasheezer Veld en Holtheezer Broek 806 1959 - 1967 90,5%
Dubbroek 735 1975 - 1984 97,5%
Mook-Middelaar 702 1949 - 1959 98,5%
Kessel 2014 1978 - 1989 99,1%
Ottersum 2737 1951 - 1960 99,5%
Land van Thorn 4530 1995 - 2006 100,0%
Meinweg 630 1950 - 1957 100,0%
Rijnbeek 317 1984 - 1995 100,0%
Vlodrop 670 1952 - 1961 100,0%
Voorst, De 133 1952 - 1958 100,0%
Bergen 7809 1968 - 1984 100,0%
Velden 1309 1981 - 1993 100,0%
Echt 6400 1970 - 1986 100,0%
Beesel-Swalmen 2805 1984 - 1999 100,0%
Posterholt 604 1941 - 1953 100,0%
Beeselsche Broek 108 1938 - 1947 100,0%
Bax-Hoeve 146 1941 - 1952 100,0%
Meerlo 286 1941 - 1953 100,0%
Montfort 1524 1954 - 1962 100,0%
Arcen 222 1953 - 1959 100,0%
Blitterswijk 677 1949 - 1958 100,0%
Linne 163 1948 - 1957 100,0%
Broekhuizen 856 1957 - 1965 100,0%
Vuilbemden 431 1954 - 1961 100,0%
Roerstreek 2296 1980 - 1996 100,0%
Stevol1 478 1997 - 2000 100,0%
Buggenumse Veld2 409 1999 - 2000 100,0%
‘t Ven3 113 1984 - 1990 100,0%
Groenstraat3 17 1989 - 1993 100,0%
1.Ruilverkaveling met een administratief karakter
2.Ruilverkaveling met administratief karakter
3.Ruilverkaveling met administratief karakter

De steden en dorpen hebben de nodige ontwikkelingen doorgemaakt. De steden Roermond en Venlo zijn na de Tweede Wereldoorlog sterk gegroeid, evenals tal van kleinere stadjes en dorpen, zoals Cuijk en Boxmeer.

Sinds de jaren 1990 wordt opnieuw aan de Maas gewerkt. Dit keer wel samen met België onder de naam Grensmaas. Doel is om de rivier meer ruimte te geven via verbreding van de stroomgeul en verlaging van de uiterwaarden, zodat bij hoogwater de waterstanden tot een meter lager worden. Bij het uitvoeren van de maatregelen komt veel grond vrij, die gebruikt wordt in onder meer de bouw.

Voorafgaand aan de woningbouwprojecten en de grindwinning, is op grote schaal archeologisch onderzoek gedaan. De archeologische kennis over de regio is sindsdien flink gegroeid.

Specifieke thema’s

Steden

Roermond (57.000 inwoners) ontstond in de 12de eeuw als handelsnederzetting. Gedurende de 13de eeuw werd de nederzetting op planmatige wijze uitgebreid met een groot rechthoekig marktplein en een regelmatig stratenplan. Aan de zuidrand hiervan stichtten de Gelderse graven in 1218 de Munsterabdij. In 1232 volgden stadsrechten en vervolgens werd een eerste ommuring gebouwd. In het midden van de 14de eeuw werd een ruimere tweede ommuring aangelegd met poorten (Zwartbroek-, Maasnielder- en Venlose Poort), muurtorens (Ratten- en Cattentoren) en een dubbele droge gracht. In 1342 werd de Maas verlegd en langs de stad geleid. In 1441 trad Roermond toe tot het Hanzeverbond. Sinds 1559 is Roermond een bisschopsstad, behalve in de periode 1801-1853. Dankzij de spoorlijn Venlo-Maastricht (1865), de brug over de Maas (1867) en de ‘IJzeren Rijn’ (1879) kwam de stad in de 19de eeuw tot bloei en kwam de industrialisatie op gang; na Maastricht was het de belangrijkste industriestad van Limburg. De stad ging zich meer richten op het spoor en breidde met name in oostelijke richting uit. Gedurende de Tweede Wereldoorlog liep de stad beperkte schade op. Na de oorlog zette de groei door en bleef Roermond van belang als regionaal woon-, bedrijfs-, bestuurlijk, verzorgend en religieus centrum. Aansluiting op snelweg A73 volgde in 2007. Ten zuiden van de stad ligt de 2,5 kilometer lange Roertunnel. Sinds enkele jaren is de grote outletstore in het noorden van de stad een grote trekpleister. In de Maas ter hoogte van Roermond is de laatste decennia veel grind gewonnen, wat leidde tot het ontstaan van diverse grote plassen. In het noorden heeft zich tussen het water en het spoor een bedrijventerrein ontwikkeld. De binnenstad van Roermond is beschermd stadsgezicht.

Venlo (stad 68.000 inwoners; gemeente 100.000 inwoners) Op een zandopduiking aan de oostelijke Maasoever stichtten de Romeinen in de 1ste eeuw een eerste nederzetting ter plaatse van het huidige Venlo. In het laatste kwart van de 3de eeuw werd deze militair versterkte Maasovergang verlaten. In de vroege middeleeuwen werd het gebied wederom bewoond. De nederzetting Venlo, die voor het eerst rond 1000 werd vermeld, bestond uit twee kernen. Eén landelijke kern lag rond de St. Martinuskerk, terwijl een tweede kern aan de Maas lag. Halverwege de 14deeeuw groeiden ze aan elkaar en werden ze omwald. Ten zuidoosten van de St. Martinuskerk bouwden de Gelderse graven rond 1275 een stadskasteel. Nadat Venlo in 1343 stadsrechten kreeg, volgde een ommuring. In de 15de eeuw groeide de stad uit tot een bloeiend handelscentrum en trad in 1481 toe tot het Hanzeverbod.

Gedurende de 16de en 17de eeuw werd Venlo diverse malen versterkt. De stad kreeg onder meer een dubbele omgrachting, vijf bastions en het vijfhoekige fort St. Michiel. In de 18de eeuw werden drie forten, waaronder Fort Ginkel, kazernes en een arsenaal aangelegd. Nadat de vestingstatus in 1867 was opgeheven werden grote delen van de vestingwerken ontmanteld. Gedurende de 19de eeuw ontwikkelde de stad zich tot een spoorwegknooppunt met spoorlijnen naar Breda en Maastricht (1865-66), Viersen (1866), Wesel (1875) en Nijmegen (1883). In 1940-1945 liep Venlo zware oorlogsschade op en in 1945 kreeg J.H.J. Kayser, en later M.P.J.H. Klijnen, opdracht tot herbouw van de binnenstad. In de jaren 1960 en 1970 breidde Venlo in flink tempo uit, onder meer aan de westoever van de Maas. De wijken bestonden vooral uit rijtjeshuizen en lage flatgebouwen, ruim opgezet en met veel groen. In het oosten van de stad verrees een modernistische wijk met veel hoogbouw. Venlo heeft en houdt een centrale positie in het (spoor)wegennet richting Duitsland. Door annexaties groeide de gemeente Venlo flink door. Tegenwoordig is sprake van één agglomeratie Venlo-Blerick-Tegelen met samen ongeveer 83.000 inwoners.

Defensie

Gedurende de middeleeuwen zijn veel kastelen gebouwd in de regio, die veelal de kern vormden van de grotere heerlijkheden. In Gennep liggen de restanten van de 11de-eeuwse waterburcht Genneperhuis aan de Niers. Voorts zijn te noemen Huis Heijen (11de-eeuws). Kasteel d’Erp in Baarlo (1326), Kasteel Aldengoor te Haelen (1212), het mottekasteel Millen in Nieuwstadt (13de-eeuws) en Kasteel Holtmühlen te Tegelen (1326). Ten zuiden van Vierlingsbeek ligt het kasteelterrein van Makken. De grachten en de 17de-eeuwse voorburcht herinneren nog aan het middeleeuwse kasteel. Ten noordoosten van Boxmeer ligt kasteel Boxmeer dat zijn huidige barokke karakter kreeg in 1782 barokstijl, maar teruggaat tot de 13de eeuw.

Ten oosten van Arcen ligt de Fossa Eugenia, een restant van wat een kanaal van de Maas tot de Rijn bij Rheinberg moest worden. Het werd gegraven door de Spanjaarden in 1626-1627, die het noemden naar Isabella Clara Eugenia, dochter van Philips II. Bij de Duitse grens is het tracé goed herkenbaar. Aan weerszijden van het kanaal zijn de resten van Fort Hazepoot zichtbaar gemaakt. Dit fort werd aangelegd voor de beveiliging van een – nooit gebouwde – schutsluis. Het kanaal is nooit afgegraven.

In 1633 werd de bebouwing van Stevensweert omgevormd tot vesting en de stad kreeg een stervormig stratenpatroon. In 1702 werd het Staats gebied. In 1874 zijn de vestingwerken geslecht en herinnert allen de stervormige aanleg, het karakteristieke stratenpatroon en de verhogingen waar voorheen de wallen lagen aan het verleden als vestingstad.

Bij Montfort en Posterholt staan luchtwachttorens van prefabbeton die in 1953 zijn gebouwd. Dit zijn militaire elementen uit de Koude Oorlog om laagvliegende vliegtuigen op te merken. Het einde van de Koude Oorlog betekende dat de luchtwachttorens hun functie verloren. Veel zijn afgebroken.

Langs het Maas-Waalkanaal en verder langs de Maas werd in 1939 de Maaslinie aangelegd, bestaande uit een lange keten van kazematten. Die langs het kanaal zijn alle verdwenen na een verbreding. Langs de Brabantse zijde van de Maas tussen Cuijk en Maasbracht zijn er ongeveer twintig overgebleven.

Delfstofwinning

In de Romeinse tijd werd in de omgeving van Tegelen – Latijn ‘Tegula’ of dakpan – hoogwaardige klei in veldovens gebakken. Vanaf de 18de eeuw bloeide de kleiwarenindustrie weer op. Aan de oostkant van het dorp kwamen veel fabrieken. Hier vinden we nog veel kleiputten en kleigroeven in het landschap. De bloeiende kleiwarenindustrie rond Tegelen leidde tevens tot de vestiging van metaalnijverheid, die kon voorzien in de nodige machines. Ook bij Venlo, Swalmen en Reuver vinden we nog gebouwen die herinneren aan de lokale dakpannen- en greswarenindustrie. Behalve klei wordt in Midden-Limburg ook grind gewonnen.

De Maas heeft in het pleistoceen dikke grindlagen afgezet, die worden afgegraven voor gebruik in de bouw. De grote behoefte aan bouwmaterialen leidde tot een aaneenschakeling van grindwinningsplassen, die het landschap van de omgeving van Roermond een totaal ander aanzien hebben gegeven. Nog steeds vindt op grote schaal grindwinning langs de Maas plaats, vaak als onderdeel van de Maaswerken. Na de winning worden de grindplassen vaak ingericht voor de watersport en dagrecreatie.

In het kader van de Maaswerken, zorgt het Rijk er met 55 projecten voor dat de kans dat de Maas overstroomt tot een minimum wordt beperkt. Tegelijk zorgen de werken aan de Zandmaas ervoor dat naast meer ruimte voor de rivier er nieuwe natuur wordt gecreëerd (onder meer het Natura 2000-gebied Grensmaas). De nieuwe ruimte ontstaat onder meer door de grindwinning, maar ook door het aanleggen van hoogwatergeulen en het versterken van kades.

Er liggen meerdere Natura 2000-gebieden. Het grootste gebied vormt het Nationaal Park De Maasduinen, op de oostoever van de Maas. De andere gebieden zijn Oeffelter Meent, Leudal, Zeldersche Driessen, Swlamdal, Nationaal Park De Meinweg, Roerdal en de Abdij Lilbosch, het voormalige klooster Mariahoop.

Monumenten van devotie

De regio herbergt veel religieuze (katholieke) monumenten als kloosters, kapellen, wegkruisen, Lourdesgrotten en statiegangen. Kapellen staan vaak op kruispunten van wegen. Kruisen staan verspreid door de hele regio. Ze zijn opgericht om uiteenlopende redenen: als devotiekruis, grenskruis, missiekruis, ongelukskruis of hagelkruis. Deze liggen midden in het land om het gewas te beschermen tegen natuurrampen zoals hagel.

In de regio liggen processieparken in Oostrum (1912-1913), Roermond (1920), Steijl (vanaf 1890) en Thorn (1911). Bij het Missiehuis St. Michaël te Steijl ligt een kloosterpark met Calvarieberg, Mariagrotten, een Olijfberggrot, Heilig Hartheuvel en kruiswegstaties. Lourdesgrotten liggen in Kessel en Montfort. Dit zijn replica’s van de aan Maria gewijde grot te Lourdes in Frankrijk.

Rond een in 975 gesticht benedictinessenklooster, ontwikkelde zich het witte stadje Thorn. Kloosternederzettingen als Thorn zijn zeldzaam in Nederland. Het is een beschermd stadsgezicht met 107 rijksmonumenten.

Literatuurlijst

  • Ball, E.A.G. , L.A. Tebbens en C.M. van der Linde, 2018. Het Maasdal tussen Eijsden en Mook. De bewonings- en gebruiksgeschiedenis van het Maasdal op basis van archeologisch onderzoek in het Malta-tijdperk. RCE, Amersfoort. (Nederlandse Archeologische Rapporten 60)
  • Gruters, M., 2011. De Maasheggen: parel van mens en natuur: verleden, heden en toekomst van een uniek heggenlandschap. Vierlingsbeek.
  • Hupperetz, W., B. Olde Meierink en R. Rommes, 2005. Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800). Utrecht.
  • Renes, J., 1999. Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Leeuwarden/Maastricht. (diss. Utrecht)
  • Vos, K. de (red.), 2018. Limburgse kasteellandschappen in verandering. Utrecht.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap
Maasvallei
Algemeen Nog herkenbare zonering landschap in stroomgebied Maas, Maasterrassen met meanders en beken en hogere zandgronden
- Door ruilverkavelingen is dit verminderd
Steilranden tussen de terrassen
Rivierduinen op overgang naar Maasterras met bos
Landbouw Graslanden in overstromingsvlakte Maas
Maasheggen
- Concentratie Boxmeer/Vierlingsbeek (Unesco Biosphere)
Akkers op hoog gelegen Maasterrassen
Heideontginningen met rationele inrichting op hogere gronden in westen aansluitend op de Peel
Bosbouw en natuur Bebossingen hogere zandgronden en terrassen
N2000 Oeffeltermeent in stroomgebied Maas
Oude Maasmeanders
Wonen Oudste bewoning, overwegend in lintdorpen op Maasterrassen
- Flinke groei na 1970
Veel sporen Romeinse aanwezigheid langs Maas (weg, brug en castellum Cuijk)
Roermond
Venlo
Thorn
Waterstaat (Grens)Maas en bijhorende werken als sluizen
Bakenbomen
Lokale Maasdijken, i.p.v. aaneengesloten dijk
Maasdijk vanaf Boxmeer (sinds 1995)
Oude Maasmeanders
Beerse Overlaat met bijhorende werken
Genormaliseerde beken in oude Maasgeulen, ingesneden in de Maasterrassen, met hermeanderingsprojecten (beekherstel)
Defensie Kastelen langs de Maas, o.a. Gennep
Fossa Eugenia met Fort Hazepoot
Vesting Stevensweert
Luchtwachttorens
Kazematten Maaslinie
Delfstofwinning Zand- en grindwinning Maas
Kleiputten omgeving Tegelen
Bedrijvigheid Logistiek knooppunt Venlo
Verkeer A2, A73, thv Venlo A67
Vml. Straatweg [Venray-]Boxmeer-Cuijk-Grave, N610 oude Romeinse weg
Spoorlijnen en stationsgebouwen
- Venlo-Eindhoven
- Nijmegen-Venlo-Roermond-Maastricht
Julianakanaal
Binnenscheepvaarthaven Maasbracht
Bestuur Grenspalen rijksgrens Duitsland
Recreatie en sport Watersport op de Maas en de
Religie Sporen Rooms Katholicisme: vml kloosters, kerken, kappellen, wegkruizen e.d.
Kloosternederzetting Thorn (zie wonen)
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

  1. Het kleine oppervlak lössgronden bij Koningsbosch laten we hier buiten beschouwing.
  2. Zie verder regio Maaskant

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:03.