Panorama Landschap - Middelzee en het Bildt

Introductie

De regio Middelzee en Het Bildt bevat een vanaf de middeleeuwen ingepolderde zeearm, de voormalige Middelzee. Het Bildt in het noorden is jonger en rationeler van opzet. Het is een open, agrarische regio met dijkdorpen.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Luchtfoto van het verkavelingspatroon in het Bildt
Afb. 1. Het Bildt. Foto: Paul Paris
Luchtfoto van het verkavelingspatroon in het Bildt
Afb. 2. Het Bildt. Foto: Paul Paris
Luchtfoto van de Waddenkust bij Zwarte Haan.
Afb. 3. Waddenkust bij Zwarte Haan. Foto: Paul Paris
Kaart van Middelzee en Het Bildt
Afb. 4. Middelzee en Het Bildt.

Karakteristiek

De Middelzee was een zeearm die waarschijnlijk al omstreeks 500 v.Chr. bestond. Het vormde de scheiding tussen Oostergo en Westergo. De zeearm breidde zich gaandeweg steeds verder in het binnenland uit. Een westelijk tak stond rond het jaar 1000 bij Bolsward in verbinding met een andere zeearm, de Marne (zie regio Westergo). Het noordelijke deel van Westergo was in die tijd geheel door water omsloten. In de 11de eeuw kwamen de dijkringen van Oostergo en Westergo tot stand en begonnen de Middelzee en de Marneboezem dicht te slibben. Stukje bij beetje werd vanaf de 13de eeuw de oude zeearm ingedijkt en omgevormd tot cultuurland. Ten oosten van Bolsward liep de Middelzee uit in een brede kom. Verder naar het noorden was de zee minder breed en werd het aangeslibde en ingepolderde land vanuit de aangrenzende delen van het oude land benut. Door het midden ervan werd de Zwette gegraven, die als grens tussen Oostergo en Westergo zou dienen. Deze is later verbreed tot de Sneeker Trekvaart. Aan het einde van de 13de eeuw was de bedijking gevorderd tot de Bildtdijk/Skrédyk tussen Beetgum en Britsum. Vanaf de 16de eeuw ontstond Het Bildt, gelegen ten noorden van de Skrédyk. Dit gebied is in enkele stappen tot halverwege de 18de eeuw door Hollandse kolonisten en hun nazaten ingepolderd en ontgonnen. Het landschap dat na de inpoldering ontstond, kent een zeer rationeel wegenpatroon, terwijl de percelering overwegend blokvormig en minder rationeel is. In het zuidelijke deel is het onderscheid tussen oud en nieuw land minder goed zichtbaar. De polders zijn in gebruik als akkerland in het noorden en grasland in het zuiden, waarbij de grens globaal op de lijn Sint Jacobiparochie-Vrouwenparochie ligt. De regio is sinds de inpoldering altijd als landbouwgebied in gebruik gebleven. Op het kweldergebied Noorderleeg na werden voor en na de Tweede Wereldoorlog wel landaanwinningswerken uitgevoerd, maar het gebied werd uiteindelijk niet ingepolderd. Het is nu een natuurreservaat, waar enkele dobben liggen (drinkwaterplekken voor het vee). Zie hiervoor ook de regio Oostergo. Grote nederzettingen hebben zich niet ontwikkeld. Leeuwarden is tegenwoordig zo groot geworden, dat flinke delen van de stad in de voormalige Middelzee liggen. Dit komt echter niet in deze beschrijving ter sprake. De belangrijkste wegen zijn de N31/Waldwei om Leeuwarden en de A7 in het uiterste zuidwesten van de regio. Voorts zijn de N354, N383 en N393 van regionaal belang. De A/N32 ligt net buiten de regio. Spoorlijnen lopen weliswaar door de regio, maar de treinen stoppen er niet. Er liggen geen grote windparken in de regio, maar wel vlak erbuiten, zoals bij Marrum. Verspreid door de regio staan vrij veel solitaire windturbines. Deze zullen mogelijk in de komende jaren gesaneerd worden, op het moment dat er elders in Friesland grootschalige nieuwe parken worden aangelegd.

Ten zuidoosten van Leeuwarden beginnen meerdere 110kV en 22kV hoogspanningsleidingen, die uitwaaieren over de provincie en daarbij ook door het zuiden van de regio lopen. Pal ten noordwesten van Leeuwarden ligt de gelijknamige vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Holoceen

Het landschap van de Middelzee en Het Bildt bestond oorspronkelijk uit een zeeboezem, omgeven door hoger gelegen kwelderwallen. De Middelzee ontstond rond 500 v.Chr. en vormde de scheiding tussen Oostergo en Westergo. Deze boezem was het estuarium van de rivier de Boorne (Boorne betekent grens). Rond 1500, toen grote delen van het gebied al waren ingepolderd, raakte de naam Middelzee in gebruik. Rond 1000 bereikte de Middelzee haar grootste uitbreiding. Het water reikte tot dicht bij Bolsward en korte tijd bestond er zelfs een verbinding met het Vlie via de Marneslenk. Westergo was toen een eiland. Door overstromingen en afkalving van de oevers bij stormvloeden werd de Middelzee een steeds grotere bedreiging voor de bewoners van het omringende land. Om hun gebied te beschermen legden de bewoners van Oostergo en Westergo vanaf de 11de eeuw dijken langs de Middelzee aan. Langzaam slibde de Middelzee dicht en werd teruggedrongen. De toevoer van zeewater nam af door de uitbreiding van de Waddenzee en de Zuiderzee. Er brak een periode aan waarin de zee veel sediment, voornamelijk zware klei afzette. Niet lang hierna werd een begin gemaakt met de eerste inpolderingen van het gebied.

Landschappenkaart

De regio behoort op de archeologische landschappenkaart tot de Jonge aanwas en het Fries-Gronings kleigebied. Daarbinnen zijn kwelders en kwelder- en kreekruggen als landschapszones onderscheiden.

Bewoningsgeschiedenis

Eventuele bewoningssporen uit de prehistorie of de Romeinse tijd zijn door het water weggespoeld.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

Inpolderingen

De eerste dijken in het gebied werden vanaf de 10de eeuw opgeworpen langs de Middelzee om het oude cultuurland van Oostergo en Westergo te beschermen. Op die kwelderwallen lagen nederzettingen als Leeuwarden en Stiens. Deze eerste dijken waren lage zomerkaden die geen bescherming boden tegen hoge vloedstanden. De oudste dijken lagen rond twee van de oude moederpolders van Westergo, de polders van HartwerdWitmarsum en Oosterend. Er wordt aangenomen dat de meeste overige dijken langs de Middelzee vanaf de 11de eeuw tot stand zijn gekomen. De verbinding met het Vlie bestond toen nauwelijks meer en de Middelzee slibde dicht. In de loop van de 11de eeuw werd het mogelijk om in het zuidelijke deel gebieden in te polderen. In de brede kom die de Middelzee daar had gevormd, ontstond het dorp Nijland, oostelijk van Bolsward. Meer noordelijk was de Middelzee dermate smal, dat er geen nieuwe nederzettingen ontstonden en vanaf het oudland (Westergo en Oostergo) de nieuwe polders in gebruik werden genomen. Geleidelijk werd steeds meer land op de zee gewonnen. Er werd met inpolderen begonnen wanneer een gebied hoog genoeg was opgeslibd, waarna het land door een dijk werd afgedamd. De dijken van het oudland vormden de basis waarop verschillende afsluitdammen (dwarsdijken) werden gebouwd. Rond 1300 was de Skrédyk het voorlopige slotstuk van deze ontwikkeling. Ten zuiden hiervan waren de zogenaamde Nieuwlanden gevormd en waren Westergo en Oostergo met elkaar verbonden geraakt. Andere dwarsdijken zijn onder meer de Skieppelane bij Nijland en de Nijlandsdijk/ Lage Dijk tussen Grootewierum en Scharnegoutum. Voor de ontwatering van de nieuwe polders zijn verschillende vaarten gegraven. In de Nieuwlanden hebben deze vaarten vaak een onregelmatig verloop, omdat ze oude geulen volgen. De tot nu toe besproken dijken zijn in het huidige landschap niet of nauwelijks meer als dijk(lichaam) te herkennen; mogelijk zijn ze afgegraven of vervormd bij de verbreding van de daarop gelegen wegen. De voormalige Middelzee ten noorden van Leeuwarden is op de kaart goed te herkennen door de opvallende trechtervorm van het gebied, begrensd door de dijken van Oostergo en Westergo. Op maaiveldniveau is dit minder goed te zien.

De opslibbing in het gebied noordelijk van de Skrédyk bleef doorgaan. Deze nieuwe gronden gingen Het Bildt vormen. Onder het bewind van de hertog van Saksen werden ze ingedijkt. Hij had zich rond 1500 de buitendijkse landen toegeëigend en had een overeenkomst gesloten met vier Hollandse edelen om het gebied te ontginnen. In 1505 werd begonnen met de 14 kilometer lange Oude Bildtdijk, die het Oud Bildt omsloot. Er kwam ruim 5.000 hectare landbouwgrond beschikbaar. Dit was zo’n groot gebied, dat het niet gekoloniseerd kon worden door boeren uit de buurt. De kolonisten van Het Bildt waren afkomstig uit Holland, ze arriveerden in het kielzog van de edelen met wie de overeenkomst was gesloten. In de polder verrezen op de Middelweg de lineaire dorpen Sint Jacobiparochie, Sint Annaparochie en (Lieve) Vrouwenparochie. Ook de dijken van Oude en Nieuwe Bildtzijl raakten bebouwd. Typerend is hier het dwarsprofiel: aan de zuidzijde aan de voet van de dijk, liggen de boerderijen, op de dijk de arbeiderswoningen. De dijk van Oude Bildtzijl is een van de langste bebouwingslinten van het land. Daarnaast werden boerderijen langs de wegen gebouwd, die een rechthoekig patroon vormen. Karakteristiek aan de inrichting van Het Bildt is dat ondanks een rechthoekig grid van wegen en waterlopen, de percelering nog steeds sterke gelijkenissen vertoont met die van het aangrenzende oudland: onregelmatig blokvormig.

Na het in cultuur brengen van het Oud Bildt volgde de aanleg van de Nieuwe Bildtdijk (13 kilometer) en de Koedijk (2 kilometer) in 1600, waarna de polder het Nieuw Bildt werd gevormd. Deze twee dijken, in het huidige landschap prominent aanwezig, werden slaperdijken na de aanleg van de Poldijk (1715). De Noorderleegdijk (1754) vormde de laatste fase in de bedijking van de Middelzee. Laatstgenoemde dijken omsloten de Oude Bildtpollen en de Nieuwe Bildtpollen. Ook in de polder het Nieuw Bildt werden langs de hoofdwegen boerderijlinten gebouwd. Op het kruispunt van de Oude Bildtdijk en de Schuringaweg is de bebouwing verder verdicht en ontstond Nij Altoena.

Op plaatsen waar de afwateringskanaaltjes een zeedijk kruisten werd een sluis of ‘zijl’ aangelegd om het water te lozen. Daar ontstonden karakteristieke zijldorpen. Door voortgaande zeewaartse bedijkingen kwamen deze midden in het land te liggen en werd een nieuwe zijl gebouwd. Bij die nieuwe sluis ontstond een nieuw zijldorp. Op deze wijze ontstond in elkaars verlengde Oude Leije, Oude Bildtzijl en Nieuwe Bildtzijl.

De inpoldering van de Middelzee en Het Bildt had grote gevolgen voor de afwatering van het aangrenzende Oostergo en Westergo. Deze waterden voorheen af op de Middelzee. Na de inpoldering werd een nieuwe grens gevormd door de Zwette, waarlangs ook een kade lag. Deze lag aan de Oostergose kant, waardoor Oostergo de afwatering moest verleggen naar de Noordzee. Westergo kon wel afwateren op de Zwette. De Zwette is nog steeds te herkennen vanaf de Skrédijk tot Leeuwarden; van Leeuwarden tot aan Sneek is deze in de 17de eeuw vergraven tot de Sneeker Trekvaart.

Landbouw

Na de inpoldering waren de gronden permanent te gebruiken, waar ze voor die tijd slechts een deel van het jaar als wei- of hooiland werden gebruikt. De Nieuwlanden werden verdeeld onder de bestaande nederzettingen van het oudland. Dit is terug te vinden in namen van polders als Weidumernieuwland en Wijtgaardsternieuwland. De verkaveling van de oudste ontginningen is onregelmatig blokvormig. Dit is te verklaren door de spontane ontginningen vanuit het oudland en door het voorkomen van oude geulen in het gebied. Deze geulen waren belangrijk voor de afwatering en werden aangehouden als kavelscheiding.

Hoe verder we naar het noorden gaan in het voormalige Middelzeegebied, hoe hoger de gronden opgeslibd zijn. Dat is ook te zien aan het bodemgebruik. Ten zuiden van de Boksumerdyk ligt vrijwel alleen grasland, terwijl verder naar het noorden, zoals in het Engelumer en Beetgumer Nieuwland, naast grasland ook bouwlandpercelen voorkomen. Nog noordelijker in Het Bildt overheerst de akkerbouw. In de 16de eeuw gold het gebied als de graanschuur van Friesland. Het Bildt kent een eigen boerdijvorm: kop-hals-rompboerderijen, waarbij het bedrijfsgedeelte haaks op het woongedeelte staat. Hierdoor hebben zij een karakteristieke L-vorm.

Het Bildt werd zwaar getroffen door de landbouwcrisis (1878- 1895). Door concurrentie van goedkoop graan uit de Verenigde Staten en Rusland, had de Nederlandse graanteelt het zwaar. Ook de traditionele afzet van boter naar Groot-Brittannië stagneerde. De boeren schakelden over op (poot)aardappelen (Bildtstar) en de vollegronds groenteteelt kwam op. Rond Sint Annaparochie en Sint Jacobaparochie kwam de fruitteelt op. Deze is na de Tweede Wereldoorlog langzaam verdwenen; er resteert nog één bedrijf.

Recente ontwikkelingen

De dorpen in Het Bildt zijn na de Tweede Wereldoorlog in omvang toegenomen. Vooral Sint Annaparochie is gegroeid, gevolgd door Sint Jacobiparochie. In de overwegend lintvormige dorpen heeft komvorming plaatsgevonden. Nijland heeft een bescheiden groei doorgemaakt en ook in de dorpjes rond Sneek, zoals Scharnegoutum, heeft groei plaatsgevonden. Voor het gebied tussen de Oude en de Nieuwe Bildtdijk – de inpoldering van 1600 – wordt in zijn geheel een beschermd dorpsgezicht voorbereid.

De meest in het oog springende ontwikkeling is de groei van Leeuwarden. Deze stad heeft zich sinds enkele decennia voor een deel over de gronden van het Middelzeegebied uitgebreid. Daarbij behoorde ook een groei van de infrastructuur in de voormalige Middelzee. De aanleg van de zogenaamde Haak om Leeuwarden N31/Walwei en de kruising bij bedrijventerrein Newtonpark hebben sporen van het oude landschap goeddeels uitgewist. Dit was ook het geval met de aanleg van het militaire Vliegveld Leeuwarden, noordwestelijk van de stad, dat de ruimte tussen de beide Middelzeedijken vrijwel geheel opvult. Deze basis is een van de twee F-16-bases in ons land. Het vliegveld werd in 1938 geopend voor de burgerluchtvaart, maar al na enkele jaren kreeg het de militaire bestemming die het nog steeds heeft. De basis heeft twee start- en landingsbanen en biedt aan veel mensen in de omgeving werk.

In de regio en aangrenzende gebieden zijn meerdere ruilverkavelingen uitgevoerd.

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Wommels 8287 1985 - 2001 5,1%
De Sneeker Oudvaart/td> 5517 1965 - 1977 9,5%
Leeuwarderadeel 3991 1979 - 1993 17,5%
De Oude Jokse 6653 1982 - 1997 18,1%
Baarderadeel 10055 1995 - 0 18,5%
Wymbritseradeel 8104 1991 - 2010 31,0%
Berlikum 4388 1968 - 1980 32,6%
Het Bildt 6812 1975 - 1991 99,6%

In Het Bildt zijn de openheid, grootschaligheid en het strakke patroon van de wegen bewaard gebleven. Vooral ten noorden van Sint Jacobiparochie en ten westen van Oude en Nieuwe Bildtzijl werden zeer grote, lange kavels gevormd. Het Bildt kreeg goede recreatieve voorzieningen, terwijl ook 16 hectare bos is aangelegd. Nog steeds neemt het aantal bedrijven af, er resteren nog enkele tientallen.

Specifieke thema’s

Infrastructuur

Tot ver in de 19de eeuw vormden waterwegen de belangrijkste transportroutes in Friesland, ook in de ingepolderde Middelzee. Voor het grotere verkeer werd halverwege de 17de eeuw een aantal vaarten vergraven tot doorgaande trekvaarten. Dit hield in dat zij verbreed en uitgediept werden en voorzien van een of twee jaagpaden of trekwegen. De belangrijkste trekvaart in het gebied was de Zwette/Sneekertrekvaart. Voor de ontsluiting van de afzonderlijke dorpen langs de rand van de Middelzee werden opvaarten gegraven die aansloten op de trekvaart. De Harlingertrekvaart tussen Harlingen en Leeuwarden doorkruiste het Middelzeegebied van oost naar west. Deze trekvaart loopt nog door het gebied onder de naam Zijlsterrak. Even ten zuiden hiervan loopt het in de jaren 1930 aangelegde Van Harinxmakanaal, dat in feite de verbede Harlingertrekvaart is.

De meeste wegen in het gebied zijn aangelegd op bestaande dijken die de hoogste delen in het landschap vormden. Over de dijken die de Middelzee begrenzen lopen vrijwel overal wegen. De Rijksstraatweg Sneek-Leeuwarden loopt voor een groot deel over de Middelzeedijken. De N354 en N357 volgen oude zeedijken. In het zuidwesten van het Middelzeegebied volgen de wegen het onregelmatige patroon van dijken; in het smalle middengedeelte liggen uitsluitend oost-west lopende wegen. Het wegenpatroon in Het Bildt is veel regelmatiger en bestaat uit een aantal rechte, oost-west lopende wegen met dwars hierop een aantal kleinere wegen. In het huidige landschap zijn alleen de Haak om Leeuwarden (N31/Waldwei), De A7 en de N398 volledig nieuw, alle andere wegen gaan terug op oude wegen en zijn in de loop van de tijd verbreed.

Door Het Bildt liep een spoorlijn van Stiens richting Harlingen. Deze lijn werd voornamelijk gebruikt voor het vervoer van aardappelen. De lijn is opgeheven, maar in het landschap zijn nog restanten terug te vinden van de spoordijk, vooral noordelijk van Vrouwenparochie. Voorts zijn enkele tot woning omgebouwde stations te herkennen.

Literatuurlijst

  • Faber, J.A., 1973. Drie eeuwen Friesland. Economische en sociale ontwikkelingen van 1500 tot 1800. Twee delen. Leeuwarden.
  • Kelder, P., 1984. Landschappen rondom de Zuiderzee, Enkhuizen.
  • Rienks, K.A. & G.L. Walther 1954: Binnendiken en slieperdiken yn Fryslân. Boalsert.
  • Schroor, M., 2000. Van Middelzee tot Bildt. Landaanwinning in Fryslân in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Abcoude/ Amersfoort.
  • Vollmer, M., et. al., 2001. Lancewad: landscape and cultural heritage in the Wadden Sea region; project report. Wilhelmshaven.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap
Middelzee en Het Bildt
Algemeen Middeleeuws ingepolderd, open zeekleilandschap
Dorpen en rationeel verkavelings- en wegenpatroon
Landbouw Akkers in het noorden, grasland in het zuiden. Grens ong. Sint Jacobaparochie-Vrouwenparochie
Veel microreliëf en veel kruinige percelen
Door ruilverkavelingen percelen vergroot
Dobben buitendijks
Wonen Geplande, gestichte dorpen.
Nijland oudst, als enige in zuiden
Wegdorpen: Sint Annaparochie, Sint Jacobaparochie, Vrouwenparochie
Zijldorpen: Oude Lije, Oudebildtzijl, Nieuwebildtzijl
Lintbebouwing langs Oude Bildtdijk
Waterstaat Landaanwinningswerken
Opeenvolging van bedijkingen goed te volgen
Belangrijkste dijken:
- Skredyk
- Oude Bildtdijk
- Nieuwe Bildtdijk
- Koedijk
- Poldijk
- Noorderleegdijk
Zijlen of sluizen en gemalen
Defensie Vliegveld Leeuwarden
Verkeer A7, A31
N354/N357 volgen oude zeedijken
Rationeel wegenpatroon
Zwette (tevens grenssloot)/Sneekertrekvaart
Harlingertrekvaart / Van Harinxmakanaal
Opvaarten richting trekvaart
Rijksstraatweg Sneek-Leeuwarden over Middelzeedijk
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:01.