Panorama Landschap - Noord-Kennemerland

Introductie

De regio wordt gekenmerkt door duinen, polders en strandwallen die een lange bewoningsgeschiedenis kennen. De duinen zijn Natura-2000- en waterwinningsgebied. Er wonen veel forensen en de regio is flink verstedelijkt met Alkmaar als grootste stad.


Deze regiobeschrijving maakt deel uit van Panorama Landschap - Karakterisering van het Nederlandse landschap in 78 regio’s.
Op de interactieve kaart van Panorama Landschap zijn alle regio's terug te vinden.

Luchtfoto van oude strandwal bij Akersloot en Schermer.
Afb. 1. Oude strandwal bij Akersloot en Schermer. Foto: Paul Paris
Kaart van geesten in Noord-Kennemerland.
Afb. 2. Geesten in Noord-Kennemerland; ondergrond kaart 1915.
Foto waarbij de duin bij Schoorl in de achtergrond staat. In de voorgrond weilanden met huizen.
Afb. 3. Schoorl. Foto: Paul Paris
Kaartje met Geesterambacht erop.
Afb. 4. Duinlandje bij Egmond aan den Hoef. Foto: Wim van der Ende
Rondvaart die door Alkmaar vaart.
Afb. 5. Rondvaart in Alkmaar. Foto: Wim van der Ende
Kaart van Noord-Kennemerland.
Afb. 6. Noord-Kennemerland

Karakteristiek

Het landschap van Noord-Kennemerland bestaat uit duinen, polders en oude strandwallen. Deze laatste hebben de ligging bepaald van veel dorpen en de stad Alkmaar. Egmond aan Zee en Bergen aan Zee vormen hierop uitzonderingen. De nederzettingen vormen een vrijwel aaneengesloten stedelijk gebied, op enkele plaatsen onderbroken door open polders. De dorpen zijn al sinds de middeleeuwen met elkaar verbonden door de oude Herenweg die door Holland loopt van Alkmaar via Haarlem naar Den Haag.

Vrijwel de gehele regio is al sinds het einde van de 19de eeuw woongebied van beter gesitueerde forensen die werken in Amsterdam. Alkmaar was vanaf de jaren 1970 een groeikern en is uitgegroeid tot een stad met ruim 94.000 inwoners. De andere dorpen zijn meer autonoom gegroeid langs de spoorlijn en de A9.

Het duingebied is tegenwoordig vrijwel geheel beschermd Natura 2000-gebied. Er vindt waterwinning plaats en er zijn meerdere stranden en campings. In het oostelijke, lager gelegen deel van de regio komt veeteelt voor. De binnenduinrand kent akkerbouw, onder meer in de vorm van bollenteelt.

In de regio wordt al sedert de prehistorie gewoond, zoals blijkt uit tal van opgravingen. In de bodem liggen de verschillende bewoningssporen boven elkaar. In de middeleeuwen was vooral de binnenduinrand van strategisch belang. Bij Alkmaar lagen kastelen die het gebied beschermden tegen de West-Friezen. In de 19de eeuw was het zuidoosten van de regio opgenomen in de Stelling van Amsterdam.

De belangrijkste ontsluitingswegen zijn de A9, N8/203 en de Herenweg/N512 van Castricum naar Egmond. Daarnaast is het spoor Alkmaar-Amsterdam, dat vanaf Uitgeest aftakt richting Haarlem voor de regio van belang. Door het zuidoosten van de regio loopt een 150kV hoogspanningsleiding, die door de Schermer verder gaat richting Alkmaar. In het industriegebied Boekelermeer bij Alkmaar staan windturbines.

Ontstaan van het natuurlijke landschap

Holoceen

Het natuurlijke landschap van Kennemerland bestaat uit enkele noord-zuid georiënteerde zones: de zee en het strand, de duinen, de binnenduinrand met strandwallen en ten slotte de strandvlaktes. Daarachter begint het laagveenontginningslandschap. De vorming van het huidige landschap begon zo’n 5000 jaar geleden. Het stromingspatroon in de Noordzee veranderde en voerde meer zand aan. Langs de toenmalige kustvlakte vormde zich een duinenrij. Door klimaatveranderingen steeg de zeespiegel minder snel, terwijl de voortdurende aanvoer van zand bleef.

Zo ontstonden voor de eerste duinenrij in de loop van de tijd nieuwe reeksen (oude) duinen. De oude duinenrijen worden strandwallen en de laaggelegen gebieden ertussen strandvlaktes genoemd. De strandwallen vormden geen gesloten barrière en de zee kon het achterland binnendringen. De belangrijkste zeegaten waren het Oer-IJ en het zeegat van Bergen. Ook langs deze laatste geul werden strandwallen gevormd, die west-oost verlopen.

Bergen en Zanegeest liggen op deze strandwal. In de late middeleeuwen ontstond de Zuiderzee en drong zeewater via het IJ en het Wijkermeer het gebied binnen. Via het zeegat van de Zijpe en de Reker stond de regio ook onder invloed van de zee.

Rond 1200 ontstonden de jonge duinen zoals we die nu kennen. Deze liggen deels op de oude duinen, zeker waar de huidige duinenrij heel breed is, tot zo’n vijf kilometer bij Bergen. Voor een deel zijn de oude duinen door de jonge duinen overdekt geraakt. Dat is onder meer te zien bij Bakkum-Noord, waar de duinen zich over de oude Herenweg hebben uitgebreid. Met een vrij scherpe overgang gaan de jonge duinen over in een veel vlakker, lager gelegen gebied. Dit zijn oudere strandwallen. Deze vormden de meest aantrekkelijke plaatsen om te gaan wonen, zoals Bakkum, Limmen, Uitgeest en Alkmaar. De laagten tussen de strandwallen – de strandvlakten – waren natter, minder geschikt voor bewoning en zijn over het algemeen open gebleven. Aan de oostkant gaat het landschap geleidelijk over in een veenlandschap, waar het grote Alkmaardermeer en enkele kleinere meren liggen.

Landschappenkaart

De regio behoort op de archeologische landschappenkaart tot het Noord-Hollands kleigebied, Duinen en strandwallen en Diepe droogmakerijen. Daarbinnen zijn kreken en prielen, kwelders, strandvlakten, strandwallen en lage duinen, hoge duinen en wadden als landschapszones onderscheiden.

Bewonings- en ontginningsgeschiedenis

Prehistorie en Romeinse tijd

Kennemerland wordt al heel lang bewoond, met bewoningssporen die 4000 jaar terug gaan. Verschillende archeologische landschappen liggen als lagen over elkaar heen. Door de diepe ligging en de hoge grondwaterstand zijn de archeologische sporen in de regel goed bewaard gebleven. De dynamiek van zeearmen en duinen maakte dat nu weer het ene en dan weer het andere gebied bewoond kon worden. Castricum lag omstreeks het begin van de jaartelling in het zeegat van het Oer-IJ. Bij opgravingen werden hier onder meer bewoningssporen uit de ijzertijd en Romeinse tijd gevonden. In de Krommenieër Woudpolder, die deel uitmaakte van het Oer-IJ-estuarium, zijn sporen uit de Romeinse tijd aangetroffen. Het gebied werd later weer verlaten. Bij graafwerkzaamheden in de duinen zijn op diverse plaatsen sporen van oude bewoning op de oude strandwallen gevonden. Deze zijn door de jonge duinen bedekt.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

De oude strandwallen achter de duinenrijen langs de kust bleven de meest geschikte plekken om te wonen. Hier zijn in de vroege middeleeuwen de meeste nederzettingen in de regio ontstaan.

Bij Bloemendaal-Groot Olmen zijn de archeologische resten onderzocht van een nederzetting uit de 5de tot de 9de eeuw. Vlak bij de bewoning lagen de akkers die in Kennemerland de naam ‘geest’ dragen. Hooi- en weilanden lagen in de lagere strandvlaktes. Geleidelijk werden ook de minder geschikte laagste gronden ontgonnen, zoals de Uitgeester Broekpolder. Door grote inbraken van de zee in de 12de en 13de eeuw werd Noord- Kennemerland vanuit het oosten en het noorden bedreigd. Daarom werden dijken aangelegd. Door afdamming van de zeegaten verloren ze hun waterkerende functie en werden het landwegen.

Het huidige landschap tussen de jonge duinen en de strandwal van Uitgeest, Heiloo, Limmen en Alkmaar geeft een goed beeld van de geleding van de diverse delen van het landschap.

Het gebied vormt de overgang van de duinen naar de veenweidegebieden verder naar het oosten. Er liggen kleine polders met kades, kronkelige sloten en onregelmatige percelen. Het is een afwisseling van kleine strandwallen, laaggelegen strandvlakten en voormalige meertjes. De meertjes zijn in de loop van de 16de eeuw drooggemalen en vormen de oudste droogmakerijen in ons land. Enkele duinrellen lopen vanaf de duinen de polders in.

De overgang van de duinen naar de strandvlakten is heel karakteristiek. Dat vindt plaats ten zuiden van Bergen, waar de duinen een boog landinwaarts maken. De Philistijnse polder en Damlanderpolder liggen in de oksel van deze duinenrij en vormen de overgang tussen het duingebied en het Bergermeer en Egmondermeer.

Bedijking

Toen na het jaar 1000 de invloed van de zee steeds groter werd moest men zich tegen het water verdedigen door dijken aan de leggen. Sindsdien werden veel kaden en dijken aangelegd die de strandwallen verbonden en de lage strandvlakten beschermden. Ze zijn als zodanig soms moeilijk te herkennen. Vele zijn aangelegd door het klooster Egmond. Bij Schoorl, Groet en Hargen werd in de 12de eeuw de Oudedijk (Oude Schoorlse Zeedijk) aangelegd.

Meer zuidelijk zijn omstreeks 1250 de Evendijk en de Klaassendijk aangelegd tegen het water van de Rekere. Langs de Rekere werden vermoedelijk ook in de 13de eeuw dijken gelegd.

Ten zuiden van Bergen lag de Nes- of Wiertdijk, die het dorp beschermde tegen het Bergermeer. Parallel aan de strandwal van Wimmenum, Egmond aan den Hoef en Egmond-Binnen werd de Kromme Dijk/Kromme Hoge Dijk/Hoge Dijk opgeworpen.

Het Zomerdijkje verbond de Kromme Hoge Dijk met de geest van Heiloo. De Zanddijk loopt van de geest van Noord-Bakkum naar de geest van Limmen. Tussen Castricum lag de Maer- of Korendijk, de verbinding tussen de binnenduinrand en de geest van Uitgeest. De Lagendijk beschermt de Polder de Uitgeester- en Heemskerkerbroek. De grootste bedijking in de regio betreft de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, waardoor de Zijpe en de Rekere werden afgesloten (1597).

Droogmakerijen

In Noord-Kennemerland liggen de oudste droogmakerijen van ons land en werd ook in 1408 bij Alkmaar de eerste poldermolen gebouwd. Tussen 1533 en 1565 werden de kleine meertjes drooggelegd. De oudste is de Achtermeer, (35 hectare), gevolgd door onder andere Dergmeer, Kromwater, Daalmeer, Mare en Vronermeer. Hierna, tussen 1564 en 1566 werden de Egmondermeerpolder (686 hectare) en de Bergermeerpolder (620 hectare) drooggemalen op initiatief van de plaatselijke heren. Dit vormde de aanzet tot de periode van de grote 17de-eeuwse droogmakerijen, zoals de Beemster (1612), de Heerhugowaard (1630) en de Schermer (1635). De inpoldering van het IJ en Wijkermeer ten tijde van de aanleg van het Noordzeekanaal is 19de-eeuws.

Bodemgebruik

De akkers lagen op de geesten. Ze werden gebruikt als akker- en bollenland. De strandvlaktes en de veengebieden in het oosten van de regio waren in gebruik als grasland. In de plattegrond van Limmen en Akersloot is de structuur van een geestdorp goed te zien. De boerderijen lagen op de rand van de geest, op de overgang naar de lager gelegen weilanden in de polders.

De bewoning is geconcentreerd in buurtschappen als Westerzij, Oosterzij, Bollendorp, Zanegeest en Dorregeest. De strandwal van Limmen wordt doorsneden door de omstreeks 1830 aangelegde straatweg van Haarlem naar Alkmaar.

De jonge duinen konden agrarisch nauwelijks gebruikt worden. Het grondwater lag doorgaans te diep en het zand was te onvruchtbaar. Alleen op lage duintjes in de binnenduinrand lagen graslanden (het mientenlandschap), terwijl midden in de duinen de kleine akkers van het zogenaamde zeedorpenlandschap lagen. Bij Wimmenum zijn enkele van deze akkers overgebleven, waar aardappelen geteeld werden.

In de duinen bij Bakkum hebben eind 18de- begin 19de eeuw diverse ontginningen plaatsgevonden. Hiervan getuigen nog enkele oude boerderijen, zoals de in 1770 gestichte boerderij ‘De Brabantse Landbouw’ bij Castricum en Zeeveld in Bakkum-Noord. Ook is toen de waterbeheersing verbeterd door de Hoepbeek te vergraven en het Koningskanaal aan te leggen.

Aan het einde van de 19de eeuw was het gedaan met de ontginningen in de duinen omdat men het niet kon bolwerken.

De duinen zijn tegenwoordig voornamelijk in gebruik als natuurgebied. Op verschillende plaatsen worden ze ook gebruikt voor de waterzuivering en -winning. Er zijn in de Nederlandse duinen drie grote drinkwatercomplexen: bij Castricum, bij Wassenaar en het terrein van de Amsterdamse Gemeentewaterleidingen. Doordat er zoveel water uit de duinen wordt onttrokken, wordt tegenwoordig eerst Rijnwater geïnfiltreerd, dat na verloop van enkele weken gezuiverd is en opgepompt wordt. Onder meer in de duinen bij Castricum liggen infiltratiekanalen, die in het duingebied een bijzondere structuur vormen. Door de drinkwaterfunctie van de duinen – later in combinatie met natuurbescherming – is het gebied grotendeels gevrijwaard gebleven van ontwikkelingen als stads-en dorpsuitbreiding en aanleg van bedrijventerreinen.

De geestgronden bleken van goede kwaliteit voor de bollenteelt in ons land. De combinatie van de zandige grond en een mild klimaat vlakbij zee vormden de basis. De teelt is in de loop der tijden sterk veranderd en heeft een meer industrieel karakter gekregen.

De kleine bollenakkers hebben plaatsgemaakt voor grote, goed bewerkbare percelen en veel van de karakteristieke houten bollenschuren zijn verdwenen.

Op verschillende plaatsen liggen oude schelpwegen of vaarten die gebruikt werden om schelpen te transporteren, zoals de Schulpvaart bij Castricum. Vanaf de stranden werden schelpen aangevoerd en via de Schulpvaart naar Akersloot getransporteerd. Van daar werden ze in naar kalkbranderijen getransporteerd, zoals in Zwartsluis en Huizen.

In de regio hebben twee eendenkooien gelegen. Die bij Heiloo is verdwenen, maar die bij Uitgeest (Van der Eng) is nog aanwezig. Eendenkooien zijn zeldzaam en herbergen veel ecologische waarden.

Buitenplaatsen, villaparken, forenzendorpen

Kennemerland is een gebied met een grote concentratie van buitenplaatsen. Sommige van deze buitenplaatsen gaan terug op een middeleeuws huis of kasteel, zoals Ter Coulster in Heiloo en ’t Oude Hof in Bergen. De huidige gebouwen herinneren echter niet meer aan de middeleeuwse gebouwen van weleer.

Eind 19de eeuw kreeg het wonen buiten de grote stad een impuls door de sterk verbeterde verbindingen na de komst van het spoor (Alkmaar-Amsterdam: 1865-1878, Alkmaar-Haarlem: 1867).

Buitenplaatsen maakten plaats voor villaparken. In deze ontwikkeling is een duidelijk verschil te herkennen in Noord- en Zuid-Kennemerland. Vooral in het zuiden kwamen veel villaparken tot ontwikkeling, in het noorden waren dat er veel minder: Blockhove in Heiloo en in Castricum de buurt rond de Van Oldenbarneveldtweg.

De villaparken werden over het algemeen ontwikkeld door exploitatiemaatschappijen. Een architect schiep eenheid in de bestaande en nog te ontwikkelen natuur en ontwierp een wegenplan. Particulieren lieten daarop hun eigen villa bouwen.

In de jaren 1930 kwam het forensisme op, waarbij minder grote, maar nog steeds aanzienlijke woningen tot ontwikkeling kwamen. Opnieuw in Castricum en Heiloo kwamen enkele middenstandswijken tot stand. Bergen ontwikkelde zich vanaf 1900 tot een kunstenaarsdorp. De Bergense School ontleent er zijn naam aan. Ook hier kwamen villa- en middenstandswijken tot ontwikkeling.

Ziekenhuizen en koloniehuizen

In de duinen van Noord-Kennemerland werden in de 19de eeuw verschillende psychiatrische ziekenhuiscomplexen gebouwd. Ze lagen vaak buiten de dorpen en functioneerden als zelfstandige eenheden. Naast het eigenlijke ziekenhuis lagen dienstgebouwen en woonhuizen. Bij Castricum ligt het Provinciale Ziekenhuis Duin en Bosch, met beschermde gebouwen van de hand van F.W.M. Poggenbroek.

Het wordt niet meer als ziekenhuis gebruikt, een deel is ingericht als appartementencomplex. Naast ziekenhuizen bestonden koloniehuizen: vakantiehuizen voor jongens en meisjes uit de oudere stadswijken. Onder meer koloniehuis Jong Nederland (met lighal) in Bergen aan Zee is bekend.

Defensie

In 1874 werd de Vestingwet van kracht. Hierin werd onder meer vastgelegd dat rond Amsterdam een kringstelling zou worden aangelegd bestaande uit forten, inundatiegebieden, batterijen, verbindende dijken en andere militaire werken: de Stelling van Amsterdam. De stelling is 135 kilometer lang en bestaat uit meer dan veertig forten. In de regio Noord-Kennemerland liggen de forten Aan den Ham en Krommeniedijk. Dit deel van de regio vormde ook een inundatiegebied. De Stelling is Werelderfgoed sinds 1996.

Tussen 1941 en 1945 is langs de gehele westkust van Europa door de Duitse bezetter de Atlantikwall aangelegd, bestaande uit ruim 15.000 grote bunkers met daartussen kleinere bunkers. Ook in de regio kwamen deze voor. Extra aandacht kreeg IJmuiden, dat als ‘Stützpunkt’ of ‘Festung’ werd aangewezen. Bij Castricum en Schoorl lagen concentraties van bunkers, omdat Castricum een Stützpunktgruppe was en bij Schoorl een vliegveld lag. In de duinen werden zo’n honderd bunkers gebouwd. Ten zuidwesten van het dorp stonden twee radarstations, Freya en Grosse Elefant genaamd. Om deze radarposten te beschermen werden achter de duinenrij een tankgracht en tankmuren gebouwd. In de Vereenigde Harger en Pettemerpolder ligt een groot aantal bunkers rondom het voormalige militaire vliegveld in de Bergermeerpolder.

Recente ontwikkelingen

Al voor de Tweede Wereldoorlog begon de groei van Alkmaar, Castricum, Bergen en Heiloo, wat nadien doorzette. De laatste drie hebben hun status van forenzendorp behouden. De tot stand gekomen nieuwbouwwijken zijn ruim opgezet met over het algemeen grote eengezinswoningen. De overige dorpen bleven tot 1960 bescheiden van omvang. Meest in het oog springend zijn Uitgeest, Schoorl en Egmond aan Zee. Uitgeest groeide dankzij de gunstige ligging aan de snelweg A9 (geopend in 1957, tegelijk met de Velsertunnel) en het spoor. Tegenwoordig is het centrale deel van de regio een vrijwel aaneengesloten stedelijk gebied dat van Uitgeest via Castricum, Limmen en Heiloo naar Alkmaar loopt. Incuslief Bergen wonen er zo’n 200.000 mensen. Veel forensen reizen dagelijks van en naar Amsterdam en maken gebruik van de A9/A22 of reizen per spoor. Het traject Alkmaar-Amsterdam is een van de drukste van ons land.

Het toegenomen recreatieve belang van de kustzone komt tot uiting in de recreatieve ontwikkelingen van Egmond aan Zee en de omgeving van Schoorl en Bergen aan Zee. Op zomerse dagen is het een komen en gaan van dagjesmensen en de horeca in de dorpen puilen dan uit. Verblijfsrecreatie vindt plaats in de duinen en in de binnenduinrand. In de binnenduinrand zijn tal van campings en complexen met vakantiehuizen ingericht, waarbij vooral Bakkum bekendheid geniet. Dit geldt in mindere mate voor Castricum aan Zee.

Het grootste deel van de duinen heeft tegenwoordig en natuurfunctie en is beschermd. Het Noordhollands Duinreservaat, in bezit bij PWN (Provinciale Waterleidingmaatschappij Noord-Holland), en de Schoorlse Duinen zijn aangewezen als Natura 2000-gebied.

In het landelijke gebied zijn voorts enkele ruilverkavelingen uitgevoerd, veelal bescheiden van omvang. Deze resulteerden vooral in een vergroting van de onregelmatige blokverkaveling, zonder dat deze verloren is gegaan. Ook de ontsluiting van de kavels is verbeterd. Het resterende landelijke gebied heeft zijn karakter goeddeels behouden.

Ruilverkaveling Oppervlak (ha) Periode % in regio
Assendelft 2662 1969 - 1981 1,0%
Polder Het Woud 401 1952 - 1958 13,4%
Geestmerambacht 4970 1964 - 1980 18,9%
Uitgeest 1509 1979 - 1990 66,5%
Limmen-Heiloo 2954 1986 - 2002 94,5%


Specifieke items

Nederzettingen

Alkmaar (94.000 inwoners) ontstond op de rand van een strandwal, waar een landweg naar het zuiden het water van de Rekere kruiste. De nederzetting ontwikkelde zich tot een handelsplaats en was van strategisch belang door de ligging in het grensgebied van Kennemerland en West-Friesland. In 1254 volgden stadsrechten.

In de middeleeuwen groeide de stad voornamelijk in oostelijke richting en Alkmaar werd de belangrijkste handelsplaats van Noord-Kennemerland. In de 14de eeuw werden verdedigingswerken aangelegd. In 1573 werd de stad belegerd door Spaanse troepen, maar viel uiteindelijk niet. Rond 1600 volgde een nieuwe uitbreiding aan de zuidkant en kreeg het huidige centrum zijn typische langgerekte plattegrond.

Door de opkomst van Amsterdam kon de stad niet meedraaien in de internationale handel. Het werd een regionaal centrum van handel en in- en doorvoer van agrarische producten, in het bijzonder kaas uit de drooggelegde meren ten oosten van de stad.

De kaasmarkt trekt nog steeds duizenden toeristen uit binnen- en buitenland. Aan de westkant liggen de Alkmaarderhout en de Berger- of Geesterhout. Deze zijn in de 17de eeuw door de stad aangelegd als wandelgebied en voor houtproductie. Na de vestingwet van 1874 werden de overgebleven bolwerken in het westen van de stad door L.A. Springer omgevormd tot park.

In 1824 werd het Noord-Hollands Kanaal geopend, maar dit leidde tot weinig nieuwe impulsen, omdat de schepen niet aanlegden.

De komst van het spoor vanaf 1867 betekende wel een verandering. Er kwam meer industrie, waarop groei volgde; vooral naar het noordwesten, richting het spoor. De ondergrond bepaalde nadien het type uitbreiding: op het zand vooral middenstandswijken (bijvoorbeeld langs de Kennemerstraatweg en Westerweg), in het gebied noordelijk van het Noordhollands Kanaal en het veen industrie en arbeiderswijken. De groei bleef tot 1960 bescheiden, waarna in hoog tempo nieuwe wijken werden gebouwd aan de zuid- en westkant van de stad, zoals De Hoef.

Nadat de stad in 1972 officieel tot groeikern was benoemd, nam het tempo toe en werd vooral in het noorden en oosten gebouwd. Een typische bloemkoolwijk uit die tijd is Huiswaard. Rond de stad is een rondweg aangelegd, die onder meer gevormd wordt door de N9 en N242.

De Abdij van Egmond

In 922 werd door graaf Dirk I van Holland de Benedictijner abdij van Egmond gesticht. Het was een belangrijk klooster, onder meer door de aanwezigheid van een scriptorium (schrijfzaal) waar oude manuscripten werden gekopieerd en nieuwe boeken verschenen, zoals de Egmondse annalen, één van de belangrijkste geschiedenisboeken van de middeleeuwen. Het klooster speelde daarnaast een belangrijke rol bij de waterbeheersing in de regio.

De abdijgebouwen en de kerk zijn in 1573 door de Geuzen verwoest. In Egmond resteren enkele ruïnes. Het klooster zelf kreeg een nieuwe start in de 20ste eeuw met een nieuw gebouw in de stijl van de Delftse School.

Literatuurlijst

  • Haartsen, A., J. Lenten en C. ten Oever-van Dijk, 2000. De cultuurhistorie van Kennemerland. Haarlem.
  • Komen, H., 2002. Droge voeten op vrije grond: de geschiedenis van West-Friesland en Kennemerland in vogelvlucht. Heerhugowaard.
  • Roos, R., 1995. Bewogen Kustlandschap. Duinen en polders van Noord-Kennemerland. Haarlem.
  • Thurkow, A.J., 1987/1988. Aardappellandjes en duinbeheer in de 19de eeuw. Duin 10, 72-72, 108-110; 11, 27-28.
  • Westenberg, J., 1974. Kennemer dijkgeschiedenis. Amsterdam/ Londen.

Structuurdragers

Landschapsvormende functie Elementen en structuren in het huidige landschap Kop van Noord-Holland en Texel
Algemeen Heldere structurering van het landschap in parallel aan de kust lopende zones: duinen – strandwallen – strandvlakten overgaand in polders
Contrast open-besloten, goed waarneembare overgang duinen- binnenduinrand
Reliefrijke duinen en strandwallen (minder uitgesproken dan in duinen)
Archeologische waarden in duinen
Landbouw Oude akkers of geesten op strandwallen; besloten landschap
Weidegronden op strandvlakten met onregelmatige blokverkaveling; open landschap
Bollenteelt op afgegraven duingrond
Zeedorpenlandschap Kennemerland; besloten
Stolpen + stolpenstructuren
Wonen Steden op strandwallen, verbonden door oude Heerwegen (zie infra)
Alkmaar historische handelsstad op strandwal bij Rekere
Villadorpen binnenduinrand
Vml. psychiatrische ziekenhuizen en sanatoria
Vml. visserdorp Egmond aan Zee en nieuwe badplaatsen
Infrastructuur Herenweg/Rijksstraatweg over strandwallen
Spoorlijn Uitgeest-Alkmaar, motor suburbanisatie 19de/20ste eeuw
A9
Water Uitgeestermeer
Droogmakerijen Egmonder en Bergermeer (en enkele oudere in stedelijk gebied Alkmaar)
Duinrellen
Dijken (oost-west) tussen strandwallen
Relicten Oer-IJ
Defensie Kastelen binnenduinrand Holland: Alkmaar, Egmond ad Hoef (relatie met IJmond en Z-Kennemerland en samenhang met verkeersfunctie)
Resten Atlantikwall, vliegveld Bergermeerpolder
Inundatievelden Stelling van Amsterdam/forten Aan den Ham - Krommeniedijk
Landgoederen en bos Landgoederen Heiloo, Wimmenum, Bergen
Bossen Schoorlse duinen, Noordhollands Duinreservaat
Religie Abdij Egmond, initiator van ontginningen en dijkaanleg in regio
Bedevaartsoorden Onze Lieve Vrouw ter Noord Heiloo, Willibrordusput, Moederkerk Holland Adelbertusakker Egmond
Natuur en recreatie Badtoerisme in vml. vissersdorp Egmond aan Zee en nieuwe dorpen
met bijhorende strandopgangen, campings
Hoge natuurwaarden duinen (N2000)
Delfstoffenwinning Zandwinning voor steden in Holland met bijhorende zandvaarten
Waterleidingduinen met infiltratiekanalen
Over Panorama Landschap

Panorama Landschap beschrijft het karakter van het Nederlandse landschap in 78 regio’s en biedt hiermee inspiratie voor ruimtelijke ontwikkelingen. Panorama Landschap geeft voor heel Nederland -in 78 regio’s en een apart artikel over de grote wateren- een korte karakterschets van de geschiedenis van het landschap, vanuit het perspectief van eeuwenlange veranderingen. Deze landschapskarakteriseringen bevatten geen waardering voor het landschappelijke erfgoed, of een uitputtende inventarisatie van allerlei elementen en patronen. Het zijn kleine biografieën, gericht op de genese (wordingsgeschiedenis) van het landschap: van de prehistorie tot het heden.

Tekst: Edwin Raap. Foto’s: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, tenzij anders vermeld.
Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 3 nov 2022 om 03:03.