Piet Zanstra (1905-2003)


Introductie

Piet Zanstra (Leeuwarden 1905 – Amsterdam 2003) was een invloedrijk architect binnen de Nederlandse modernistische traditie. Als zelfstandig architect en als medeoprichter van het bureau dat tegenwoordig bekendstaat als ZZDP bouwde hij een omvangrijk en veelzijdig oeuvre op dat zich uitstrekt van het Nieuwe Bouwen tot het brutalisme.
Gebouw met afgeronde hoekgevel, repeterend raster van ramen en lichte natuurstenen bekleding op kolomvormige plint.
Afb. 1. Kantoorpand Aurora (1966) in Amsterdam. Foto: Wikimedia Commons / Milleped
Zwart-witfoto van modernistisch gebouw met twee cilindrische volumes op pijlers, horizontale betonbanden en ligging aan het water.
Afb. 2. Europarking (1971) in Amsterdam. Foto: Stadsarchief Amsterdam / J.M. Arsath Roïs
Brutalistisch kantoorgebouw met repetitief raamraster, betonstructuur in zandtint en metalen ventilatie-elementen
Afb. 3. Rijkspostspaarbank 'Leeuwenburg' (1977) in Amsterdam. Foto: Wikimedia Commons / Choinowski

Start loopbaan

Na de opleiding HTS-Waterbouw in Leeuwarden werkte Zanstra als tekenaar bij Dick Greiner. Daarna was hij als assistent van Willem Dudok betrokken bij de bouw van de Bijenkorf in Rotterdam. Begin jaren dertig assisteerde hij Jan Piet Kloos bij het tekenwerk aan Dudoks Collège Néerlandais in Parijs. In 1932 startte hij met Karel Sijmons en Jan Giesen het bureau Zanstra, Giesen en Sijmons. Zij maakten deel uit van ‘Groep ’32’, een vereniging van gematigde modernisten die zich wilden losmaken van de Nieuwe Zakelijkheid, de functionalistische architectuurstroming die onder meer werd uitgedragen door de architectenkern ‘de 8’. Geïnspireerd door Le Corbusier streefden zij naar een architectuur waarin, naast functionaliteit, ruimte was voor schoonheid en monumentaliteit. “Form follows function is waar, maar niet helemaal waar,” aldus Zanstra. In 1934 realiseerde het drietal atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat in Amsterdam, een opvallend project binnen het Nieuwe Bouwen dat het bureau direct op de kaart zette.

Eigen bureau

Na ruim twintig jaar samenwerking werd het bureau in 1954 opgeheven. Zanstra zette zijn praktijk voort als zelfstandig architect en realiseerde met name in Den Haag een aantal omvangrijke woningbouwprojecten. Hiermee gaf hij een antwoord op maatschappelijke ontwikkelingen zoals groei van de bevolking en de economie en de opkomst van de auto. In deze projecten ontwierp Zanstra meerlaagse woonblokken met inpandige balkons aan de voorgevel, kerken, winkelcentra en andere voorzieningen.

Cityvorming

In 1966 associeerde Zanstra zich met Ab Gmelig Meyling en Peter de Clercq Zubli. Dit samenwerkingsverband groeide uit tot een van de grootste architectenbureaus van Nederland en stond bekend om zijn zakelijke en pragmatische aanpak. In het kader van cityvorming ontwierp het bureau gebouwen die de stedelijke transitie verbeeldden en bedoeld waren als de toekomstige monumenten. Het bureau realiseerde in heel Nederland robuuste, brutalistische gebouwen, zoals in Amsterdam de Leeuwenburg, de Europarking en het Burgemeester Tellegenhuis — beter bekend als het ‘Maupoleum’ — dat lange tijd gold als het lelijkste gebouw van de hoofdstad en in 1994 werd gesloopt.

Architectuurvisie

Zanstra had een uitgesproken geloof in nieuwe bouwmethodes als systeembouw en prefab-beton en stond bekend om zijn flexibele samenwerking met aannemers en ontwikkelaars. Zijn houding was optimistisch en toekomstgericht: architectuur moest ruimte bieden aan groei, beweging en economie. Zanstra maakte grootschalige, monumentale betonnen gebouwen en grote glazen raamstroken. Hij paste vaak modulaire opbouw en hoogbouw toe, met strakke, functionele vormen. Hij was van mening dat nieuwbouw zich niet hoefde te voegen naar het historische stadsweefsel — oud en nieuw konden zelfstandig naast elkaar bestaan. Jarenlang actief als commissielid bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg toonde hij een paradoxale combinatie van vernieuwingsdrang en behoud.

Hernieuwde waardering

In 1980 trok Zanstra zich terug uit het bureau, op het moment dat cityvorming op zijn retour was en kleinschaligheid de voorkeur kreeg. Inmiddels groeit het besef dat zijn werk — ook zijn verguisde brutalistische gebouwen — een onmisbaar onderdeel vormt van het naoorlogse erfgoed. Zelfs de gesloopte projecten van zijn hand krijgen in dat licht een hernieuwde waardering als onderdeel van het architectonisch geheugen van de stad.

Objecten

  • Atelierwoningen Zomerdijkstraat Amsterdam (1934).
  • Panoramaflat, Den Haag (1962).
  • Hervormde kerk De Hoeksteen (1963).
  • Kantoorpand Aurora, Amsterdam (1961 én 1966).
  • Point 7, Amsterdam (1969).
  • Vivaldi-gebouw, voorheen kantoor en magazijn Philips-Duphar, Amsterdam (1968).
  • Kantoor Belastingdienst, Leeuwarden (1970).
  • Caransa Hotel, Amsterdam (1970).
  • Burgemeester Tellegen-huis, ‘Maupoleum’, Amsterdam (1971). Gesloopt in 1994.
  • Europarking, Amsterdam (1971).
  • Promenade Hotel, Den Haag (1971).
  • Walterbos Complex/kantoor Belastingdienst Apeldoorn (1973).
  • Kantoorgebouwen Jan Evertsenstraat, Amsterdam (1973).
  • Landbouwcentrum Leeuwarden (1973).
  • Raadszaal, ontvangst- en informatiecentrum bij het oude stadhuis Den Haag (1973), gesloopt in 1996
  • Winkelcentrum De Gordiaan, Lelystad (1975). Deels gesloopt.
  • Kantoorgebouw Shell II (Hofpoort), Rotterdam (1976).
  • Rijkspostspaarbank Leeuwenburg, Amsterdam (1977).
  • Gemeentehuis Leiderdorp (1979).
  • Kantoorgebouw Randstad, Diemen (1979).

Bronnenlijst


Dit artikel is geschreven door Eva Villanueva.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 okt 2025 om 02:22.