Programma Faro


Introductie

De rijksoverheid startte in 2019 het Programma Faro om de betekenis en gevolgen van het Verdrag van Faro voor Nederland te onderzoeken. Nederland wil dit erfgoedverdrag (Raad van Europa, 2005) in de toekomst ratificeren. Ieder land dat zijn handtekening zet, moet de uitgangspunten van het verdrag vertalen in beleid en regelgeving. Het verdrag schrijft niet precies voor hoe dat moet en laat ruimte voor een eigen invulling. Nederland is hierover eerst in gesprek én aan de slag gegaan met het erfgoedveld, voordat het ratificatieproces werd gestart. Daardoor bepaalt het erfgoedveld zelf waar de accenten liggen, wat nodig is en waarvoor Nederland uiteindelijk tekent. Dat past bij de aard van het verdrag dat mens en samenleving centraal stelt.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed coördineert het Programma Faro, waaraan in de loop der jaren veel verschillende organisaties en gemeenschappen hebben deelgenomen. Het programma doorloopt verschillende fases met verschillende accenten en uitkomsten:

  • Verkenningsfase
  • Uitvoeringsfase
  • Versterkingsfase

Verkenningsfase

In de verkenningsfase heeft het erfgoedveld onderzocht hoe het Verdrag van Faro aansluit bij de eigen praktijk en waar ruimte ligt voor verbetering. De verkenningsfase begon met een tweedaagse Faro Convention Meeting in Maastricht in mei 2019. In deze fase stond de dagelijkse erfgoedpraktijk voorop. Hoe was Faro daarin al zichtbaar en tot welke vernieuwingen in denken en doen nodigde het verdrag uit? Voor meer begrip werden tal van praktijkvoorbeelden beschreven. Binnen het Programma Faro organiseerden deelnemers webinars en andere ontmoetingen, werden discussies gevoerd en werd onderzoek gedaan. Speciale Faro-verbinders trokken het veld in om erfgoedpraktijken te onderzoeken of te ondersteunen en vernieuwende praktijken te initiëren. Het Cultuurparticipatiefonds opende bovendien de subsidieregeling: Vind elkaar in erfgoed. Verken de Faro-werkwijze. In totaal 54 praktijkprojecten ontvingen een financiële bijdrage.

In 2022 werd de balans opgemaakt. Het erfgoedveld benoemde drie richtinggevende principes. Vooral op deze drie punten zag het erfgoedveld kansen om de erfgoedzorg in Nederland te verrijken met het Faro-denken. De richtinggevende principes zijn:

  1. Meedoen en meebeslissen meer gemeengoed in de erfgoedpraktijk maken;
  2. Openstaan voor veranderende erfgoedopvattingen en meer ruimte bieden aan kennis van burgers;
  3. Verbinden van cultureel erfgoed aan sociaal-maatschappelijke doelen.

Het erfgoedveld gaf aan dat er wel structurele veranderingen nodig zijn om deze principes toe te kunnen passen: in regelgeving, professionele opvattingen en criteria, werkwijzen, voorzieningen, onderwijs, etc. Ook hierover werd uitgebreid gediscussieerd. Soms gericht op een specifieke erfgoedvorm, zoals archeologie, archieven en oral history. Soms gericht op meer generieke thema’s, zoals ondersteuning van erfgoedgemeenschappen, onderwijs, democratische vernieuwing en financiering. Per onderwerp werd opgeschreven waarom verandering nodig is, wat de ambitie van het erfgoedveld is en waar vooral op ingezet moet worden.

De visie van het erfgoedveld op het Verdrag van Faro en de opgave voor Nederland werden opgetekend in een agenda: Onderweg naar Faro - Uitvoeringsagenda Faro (deel I). In deze agenda staan de drie richtinggevende principes omschreven en worden 16 thema’s benoemd waarop verbetering mogelijk is. Een kleine 100 organisaties stelden bovendien een intentieverklaring op: Erfgoedveld onderweg naar Faro. Met deze verklaring gaven zij aan dat er veel draagvlak is voor het Verdrag van Faro.

Lees hier de Uitvoeringsagenda.

Uitvoeringsfase

De door het erfgoedveld opgestelde uitvoeringsagenda vormt de basis voor een volgende fase. De toenmalige bewindspersoon van OCW, Gunay Uslu, stelde 6 miljoen euro beschikbaar om met de agenda aan de slag te gaan. Een deel werd gebruikt voor ondersteuning van erfgoedgemeenschappen door participatiecoaches van de provinciale erfgoedhuizen. Een deel werd gebruikt voor het Knooppunt Sprekende Geschiedenis. Dit kenniscentrum zet zich in voor oral history als erfgoedvorm. 4,8 miljoen landde in de Subsidieregeling Faro waarop iedereen een beroep kon doen die wilde bijdragen aan structurele veranderingen op één van de 16 thema’s in de agenda.

De uitvoering van de financiële regeling werd verzorgd door het Programma Faro. Hiervoor werd een proces ingericht waarin belangstellenden in dialoog met elkaar aan voorstellen werkten. Het hele proces was te volgen en te bevragen op een interactieve website: Platform Faro (inmiddels non-actief). Drie jaar achter elkaar werden uitvraagrondes georganiseerd. De laatste ronde was in 2025. In totaal zijn 67/68 projecten financieel ondersteund.

In deze fase van het Programma Faro lag veel nadruk op kennisdeling. Er werden tal van symposia en workshops georganiseerd en publicaties verzorgd rond thema’s in de Uitvoeringsagenda Faro of rond opbrengsten van de gesubsidieerde projecten. De ErfgoedAcademie organiseerde daarnaast meerdere labs. De RCE, Faro Vlaanderen en de Reinwardt Academie faciliteerden een lerend netwerk voor musea over co-creatie. En instellingen in het hoger onderwijs realiseerden samen een minor Erfgoedparticipatie die in 2026 van start is gegaan, evenals een handboek voor studenten dat bruikbaar is voor alle opleidingen.

Ook steeds meer gemeenten meldden zich bij het Faro Programma, op zoek naar meer informatie en goede voorbeelden. In 2023 zei 81% van de gemeenten in Nederland, die hebben meegewerkt aan de Monitor monumenten en archeologie, inmiddels bekend te zijn met het Verdrag van Faro en de drie kerndoelen. 38% gaf aan dat er in beleidsnota’s ook al aandacht is voor een of meer van de Faro-principes (meedoen, openstaan en verbinden). Andere gemeenten gaven aan Faro mee te nemen in de eerstvolgende update van omgevingsvisies, erfgoedvisies en beleidsnota’s. Om gemeenten te ondersteunen werd zoveel mogelijk relevante kennis verzameld en gedeeld (zie ook: Faro voor gemeenten).

Versterkingsfase

In januari 2024 ondertekende de rijksministerraad het Verdrag van Faro. Voor de formele ratificatie is ook goedkeuring van het parlement nodig. Dit gebeurt op zijn vroegst in 2027. Als Nederland het verdrag ratificeert, moet ze ook kunnen aangeven hoe ze de verdragsbepalingen heeft vertaald of nog gaat vertalen in haar beleid. In een volgende fase is het daarom van belang dat overheden en daaraan verbonden organisaties samen beleid maken en samen vormgeven aan hun ondersteuning van de erfgoedpraktijk. In 2026 en 2027 bouwen overheden en ondersteunende organisaties aan een netwerkagenda voor de komende periode die zij willen voorleggen aan de bewindspersoon van OCW. Wederom is ook aan het brede erfgoedveld gevraagd wat zij belangrijk vinden: waar moeten we de komende jaren samen op inzetten?

Wordt vervolgd…

Meer weten

Meer weten? Blader eens door de publicaties van het programma op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 jul 2026 om 02:07.