Registratie van vlakglas
Introductie
Vlakglas is een overkoepelende term voor glas dat als een vlakke plaat wordt vervaardigd. Het kan in verschillende vormen en structuren voorkomen, zoals geribbeld, gebogen, vervormd en gedecoreerd. Het tegenovergestelde van vlakglas is holglas, dat een driedimensionale vorm heeft en een inhoud kan bevatten, zoals vazen en drinkglazen.
Vlakglas wordt op verschillende wijzen toegepast en kan voorkomen in gebouwen, interieurs, kunst en meubelen. Het kan op allerlei manieren worden bewerkt, in lood gezet, gedecoreerd, gebrandschilderd, geëtst, gegraveerd, gekleurd of gecoat. Het beschrijven, registreren en fotograferen van vlakglas, of het nou in een gebouw zit of los in het depot ligt, kan best een uitdaging zijn. Wanneer je gegevens uniform en zorgvuldig registreert, kunnen deze makkelijker worden vergeleken, onderzocht en beheerd. Dit artikel is bedoeld voor de registratie van vlakglas in collecties en verzamelingen.






Terminologie van vlakglas
Het kan voorkomen dat vergelijkbare objecten op verschillende manieren worden beschreven, soms met onjuist toegepaste termen. Het is belangrijk om de juiste termen te gebruiken voor de vindbaarheid. Zo wordt ‘glas-in-loodpaneel’ met koppeltekens geschreven, terwijl ‘glas in lood’ dat niet wordt. En spiegelglas is bijvoorbeeld iets anders dan een spiegel. Door eenduidig en consequent woordgebruik en kennis van vlakglas zorg je voor een correcte registratie.
Kies daarom een term uit een bestaande terminologiebron, zoals een thesaurus, termen- of trefwoordenlijst:
- Gebruik bij voorkeur de Cultuurhistorische Thesaurus (CHT) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Speciaal voor dit artikel is er een termenlijst opgesteld, met zo'n 70 relevante termen. Een alternatief is de Art & Architecture Thesaurus (AAT).
- Bij archeologisch vlakglas wordt gebruik gemaakt van het Archeologisch Basisregister (ABR).
- Je kunt ook kiezen voor een thematische thesaurus, bijvoorbeeld met auteursnamen, geografische locaties, of namen en gebeurtenissen uit WOII.
- Meer termenlijsten zijn te vinden in het Termennetwerk.
- Voor iconografie van afbeeldingen in of op vlakglas kun je gebruikmaken van ICON-CLASS.
Oriëntatie van vlakglas
Twijfel je over welke kant van een stuk vlakglas de boven-, onder-, binnen- of buitenkant is? Hieronder vind je enkele tips die je kunnen helpen bij het bepalen van de juiste oriëntatie:
- Brandschildering: gebrandschilderde decoraties en/of teksten op glas, aangebracht met emaille- en grisailleverf, bevinden zich meestal aan de binnenkant van een gebouw. Dit houdt de teksten en afbeeldingen beschermd en leesbaar (Zie Afb. 1.).
- Markeringen: markeringen zoals signaturen, merken of nummers op het glas kunnen ook een goede aanwijzing zijn. Een signatuur bevindt zich vaak aan de zijde die aan de binnenkant van het gebouw zat, meestal in een hoek onderaan. Merktekens kunnen zowel aan de binnen- als buitenkant voorkomen en kunnen zowel beschilderd als ingekrast zijn.
- Bevestigingssporen: soms zijn er sporen van bevestigingen zichtbaar op het lood of de sponning, zoals restanten van weldorpels of afgeschuinde randen met stopverf op het glas. Vaak zitten deze bevestigingssporen aan de buitenkant van het gebouw (Zie Afb. 2.).
- Oppervlaktevuil: ook roet van kaarsen die binnen in het gebouw werden aangestoken of vogelpoep en hars aan de buitenkant van het gebouw kunnen extra aanwijzingen geven over de blootgestelde kant van het glas.
- Documentatie: archieven, (oud-)collega’s, de kunstenaar of maker, oude foto’s of interne documentatie kunnen worden geraadpleegd voor meer informatie over de oorspronkelijke oriëntatie van het vlakglas.
- Reliëf: soms heeft glas een duidelijk hoogteverschil in het oppervlak, zoals een pontilmerk of figuurglas. Als dit in de gevel geplaatst is, dan is de kant met reliëf meestal aan de binnenkant van een gebouw geplaatst, zodat het glas minder snel bevuilt.
Fotograferen van vlakglas
Het fotograferen van een object is een essentiële stap in het registratieproces. Hoewel de basisprincipes van fotograferen ook van toepassing zijn op vlakglas, zijn er specifieke uitdagingen bij het fotograferen door de unieke eigenschappen van het materiaal glas. Het kan transparant, semi-transparant of niet-transparant zijn, spiegelend, gedecoreerd, ribbelig of gecorrodeerd. Daarnaast kan het in een frame of gebouw geplaatst zijn. Voor het fotograferen van vlakglas is een specifieke handreiking samengesteld.
Basiskennis van registreren
Wat registreer je?
Welke informatie wordt geregistreerd, hangt af van de aard van de verzameling. Niet altijd is alle informatie bekend of volledig te achterhalen. De onderstaande gegevens vormen een veelgebruikt handvat voor een basisregistratie, zoals vaak toegepast in culturele instellingen:
- Inventarisnummer
- Soort voorwerp
- Titel
- Vervaardiger
- Datum van vervaardiging
- Beschrijving
- Materiaal
- Techniek
- Toestand
- Standplaats
- Documentatie
- Eigenaar, verwerving en herkomst
Hoe begin je?
Voordat je begint met het registreren van vlakglas, is het belangrijk om eerst het doel van de registratie te bepalen. Waarvoor ga je de gegevens vastleggen? Gaat het bijvoorbeeld om een inventarisatie, conservering, herbestemming of wil je het online toegankelijk maken voor onderzoek? Afhankelijk van dit doel bepaal je welke informatie je wel of niet registreert en hoeveel tijd en energie je erin investeert.
Daarnaast speelt het type collectie een grote rol. Verschillende soorten glas brengen namelijk eigen uitdagingen met zich mee. Zo vraagt een groot raampartij uit een historisch gebouw om een systematische en zorgvuldige nummering. Archeologisch glas vereist een aanpak waarbij zaken als vindplaats, context en sporen van gebruik of verwering belangrijk zijn om vast te leggen.
Een goede eerste stap is het in kaart brengen van wat al bekend is over de objecten. Zijn er eerdere inventarissen of documentatie beschikbaar? Vervolgens bepaal je een consistente manier van nummeren en registreren, zodat alle informatie op een logische en duurzame manier wordt vastgelegd in het registratiesysteem. Door deze gestructureerde aanpak zorg je ervoor dat de registratie niet alleen nu, maar ook in de toekomst bruikbaar blijft.
Registratiesysteem
Bij het registreren kun je kiezen uit verschillende opties, afhankelijk van je behoeften en budget. Een speciaal aangekocht collectieregistratiesysteem biedt een set aan uitgebreide functies, maar brengt kosten met zich mee. Er is een meer kosteneffectieve oplossing in de vorm van een goed gestructureerde spreadsheet of database . Voor hulp bij het kiezen van een collectieregistratiesysteem kun je terecht bij een digitaal erfgoed coach van Netwerk Digitaal Erfgoed. Een eenvoudig spreadsheet kun je vinden op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Registratie van vlakglas
1. Inventarisnummer
Geef ieder voorwerp een uniek nummer dat zowel voor de identificatie van het voorwerp als voor de koppeling met foto’s van het desbetreffende voorwerp dient. Een helder nummeringssysteem vereenvoudigt de doorzoekbaarheid en het beheer van je verzameling. Bij het toekennen van een nummer kun je kiezen voor cijfers, of je kunt er letters aan toevoegen, bijvoorbeeld om verschillende categorieën of een bepaalde herkomst aan te duiden.
Nummeren van samengestelde raamwerken
Het nummeren van raamwerken met meerdere verdiepingen en raampartijen kan een uitdaging zijn. Een gestructureerde en consequente aanpak is daarom essentieel.
Hieronder volgt een voorbeeld van een nummeringssysteem, toegepast op het negendelige raamwerk van Jacoba van Heemskerck, afkomstig uit de voormalige Marinekazerne in Amsterdam (Zie Afb. 3.).
Voorbeeld nummeringsmethode:
- Moederrecord: Het volledige raamwerk krijgt een uniek hoofdnummer, bijvoorbeeld AB7185.
- Verdiepingen en deelrecords: De verdiepingen en bij elkaar horende raampartijen worden onderverdeeld in deelrecords.
- De bij elkaar horende raampartijen worden per verdieping onderverdeeld in deelrecords. De nummering start linksonder en loopt geleidelijk van links naar rechts en van onder naar boven.
- Elk deelrecord krijgt een hoofdletter als identificatie, bijvoorbeeld:
- Verdieping 1: AB7185-A t/m AB7185-C
- Verdieping 2: AB7185-D t/m AB7185-F
- Verdieping 3: AB7185-G t/m AB7185-I
- Panelen: Elke raampartij bevat meerdere glas-in-loodpanelen die afzonderlijk worden genummerd.
- De nummering binnen deze raampartij volgt een oplopende reeks, bijvoorbeeld: AB7185-E01, AB7185-E02, etc.
Fysiek nummeren
Je kunt het inventarisnummer aanbrengen op het object, bevestigen aan het object door middel van een label of naast het object leggen. Waarvoor je kiest is afhankelijk van het object en het doel van de nummering.
Een veelgebruikte methode om een nummer fysiek aan te brengen op een object is de lak-stift-lakmethode, die geschikt is voor de meeste glasobjecten (Zie Afb. 4.). Eerst wordt een dun laagje lak aangebracht, waarop – zodra het droog is – het nummer wordt geschreven. Dit nummer wordt vervolgens beschermd met een tweede laklaag. Een belangrijk voordeel van deze methode is dat het nummer op het object zit, in tegenstelling tot een los label dat kan kwijtraken. Meer praktische informatie over het fysiek aanbrengen van een inventarisnummer via deze methode kun je hier en hiervinden. Cruciaal is dat deze methode reversibel is, wat betekent dat zowel de lak als het nummer eenvoudig te verwijderen zijn zonder het object te beschadigen.
Bij glas dat gevat is in lood, koper of een ander materiaal, verdient het de voorkeur het nummer daarop aan te brengen zodat het nummer niet zichtbaar is door het glas heen. Bij objecten met een houten frame of achterkant kan het nummer op het hout worden geschreven met een potlood. Kies bij voorkeur een vaste plek of hoek op de objecten, zodat het nummer altijd eenvoudig terug te vinden is.
Aandachtspunten
- Als je twijfelt over de stabiliteit van het glas, of traanvorming op het oppervlak ziet, is het beter om geen nummer op het glas aan te brengen. Een label met het nummer kan dan ook naast het glas bewaard worden.
- Kras, brand of graveer nooit het nummer in het object.
2. Soort voorwerp
Binnen de categorie vlakglas vallen verschillende soorten voorwerpen, bijvoorbeeld glasstukken, ontwerp- en werktekeningen en glas-in-loodpanelen. Door je collectie op te splitsen in soorten voorwerpen maak je deze beter doorzoekbaar en overzichtelijk. Een paar vuistregels bij het noteren van soortnaam:
- Kies één term bij de omschrijving van het soort voorwerp
- Schrijf in kleine letters
- Vermijd verkleinwoorden
- Wees consistent en gebruik een thesaurus
Ontwerp- en werktekeningen
Bij het ontwerpen en vervaardigen van vlakglas, met name gebrandschilderde en glas-in-loodramen, worden verschillende soorten ontwerptekeningen gebruikt. Sommige dienen als werktekening voor de glazeniers, terwijl andere bedoeld zijn om het ontwerp goed te keuren of de plaatsing van onderdelen vast te leggen. Vier veelvoorkomende soorten ontwerp- en werktekeningen zijn:
Vidimus: Door de opdrachtgever of sponsor goedgekeurde tekening waarin het ontwerp voor een (gebrandschilderd) glas-in-loodpaneel op schaal tot in detail uitgewerkt is (Zie Afb. 5.).
Snijtekening: Tekening met loodlijnen op ware grootte, die als voorbeeld dient om de glasstukken te snijden. Het glas wordt op de tekening geplaatst, waarna het gesneden kan worden.
Calque: Tekening voor een glas-in-loodpaneel op (semi-transparant) calquepapier op ware grootte, die als voorbeeld dient voor de op het glas aan te brengen schildering in grisailleverf, emailleverf, sanguineverf en/of zilvergeel. De stukken in model gesneden glas worden op de calque geplaatst, waarna de tekening overgenomen kan worden.
Carton: Ontwerptekening op ware grootte voor een gebrandschilderd raam, waarop de te schilderen lijnen van de voorstelling zijn aangebracht. Soms worden ook de kleuren, de loodlijnen en de plaatsing van de brugstaven aangegeven (Zie Afb. 6.).
3. Titel
Dit kan de originele titel die door de vervaardiger aan het object is gegeven zijn of een populaire titel waaronder het bekend staat. Hieronder volgen richtlijnen en voorbeelden voor het correct invullen van de titel. Het gebruik van de originele titel heeft de voorkeur.
Originele titel
- Dit is de titel die door de vervaardiger aan het object is toegekend.
- Noteer deze titel letterlijk, inclusief eventuele afwijkingen in spelling of interpunctie.
- Gebruik de aanduiding ‘zonder titel’ alleen als dit de originele titel is van het object.
- Voor objecten zonder originele titel kan een streepje worden ingevuld (-).
Populaire titel
- Een informele benaming waaronder het object bekendstaat bij het publiek.
- Indien relevant, kan deze naast de originele titel worden genoteerd.
Schrijfinstructies voor titels
- Begin de titel met een hoofdletter, tenzij expliciet anders vermeld.
- Gebruik geen inleidend lidwoord, tenzij dit deel uitmaakt van de originele of populaire titel.
- Sluit de titel niet af met een punt.
Voorbeeld
- Originele titel: Het geheel wil uitbeelden de wording der dingen van kunstglas.
- Populaire titel: De wording der dingen.
4. Vervaardiger
Vervaardigers zijn de personen die betrokken waren bij het ontwerpen, maken of decoreren van een vlakglasobject. Het kan hierbij gaan om individuele personen, groepen of instellingen. Het is belangrijk om alle relevante vervaardigers en hun individuele rol afzonderlijk te benoemen.
Algemene richtlijnen
- Noteer de officiële of meest gangbare naam van de persoon, groep of instelling.
- Vermeld zowel de achternaam als de voornaam, te beginnen met de achternaam, gevolgd door een komma en de voornaam. Deze volgorde vergemakkelijkt alfabetisch zoeken op achternaam.
- Bij meerdere vervaardigers kun je de namen scheiden met een komma of afzonderlijk invullen in verschillende kolommen/velden.
- In sommige registratiesystemen kan de rol van de vervaardiger in een apart veld worden vastgelegd. Probeer de rol zo specifiek mogelijk te omschrijven indien dit bekend is, bijv. glas-in-loodzetter.
- Als de vervaardiger onbekend is, laat je het veld leeg.
Bij vlakglas kan je allerlei verschillende soorten vervaardigers tegenkomen. Het kan zijn dat het raam een kopie is van een al bestaand ontwerp in een ets of schilderij van een kunstenaar (ontwerper). Het raam kan vervolgens gemaakt zijn door een vakman (glas-in-loodzetter) en weer gebrandschilderd zijn door iemand anders (glasschilder).
Voorbeeld
De glas-in-loodpanelen op afb. 7, zijn ontworpen door Arthur Hennig en uitgevoerd door Gottfried Heinersdorff tijdens zijn werk bij Puhl & Wagner. Hennig, Arthur B.K. (ontwerper) Heinersdorff, Gottfried (vervaardiger) Puhl & Wagner (vervaardiger)
5. Datum van vervaardiging
Indien het exacte jaar van vervaardiging bekend is, noteer dan dit jaartal. Indien ook de maand en/of dag bekend zijn, kan de volledige datum worden genoteerd in de notatie jjjj-mm-dd.
Voorbeelden
- 1948
- 1948-12
- 1948-12-24
Bij collectieregistratiesystemen worden dateringen ‘van en tot’ vaak in aparte velden genoteerd, waarbij ‘van’ de vroegst mogelijk datum is en ‘tot’ de laatst mogelijke datum. Houd hier bij de registratie al rekening mee en gebruik twee aparte kolommen of velden. Het dateren van vlakglas kan uitdagend zijn. De afbeelding, kleuren, technieken en vormen kunnen echter aanwijzingen geven over de periode waarin het glas is vervaardigd. Voor een betrouwbare datering is het raadzaam om een expert te raadplegen.
6. Beschrijving
Omschrijf in dit veld de uiterlijke kenmerken van het vlakglas, zoals vorm, voorstelling, kleur en samenstelling. Vermeld uit hoeveel delen het object bestaat en noteer eventuele etiketten of inscripties. Beperk de beschrijving tot de zichtbare kenmerken van het object. Informatie over het gebruik of de historische context moet onder de velden vindplaats, verwerving en herkomst worden geplaatst. De beschrijving dient puur ter identificatie, en ook zonder afbeelding zou identificatie mogelijk moeten zijn aan de hand van de beschrijving.
Voorbeelden
- Een gebrandschilderd glas-in-loodpaneel bestaande uit vier segmenten, met florale motieven in rood, blauw en geel. De loodprofielen zijn deels geoxideerd.
- Een ronde spiegel met een geslepen facet en een lichte verwering aan de achterzijde.
Houd de tekst helder en gestructureerd, zodat deze door anderen goed begrepen wordt. Bij het beschrijven van vlakglas begin je doorgaans met de grotere elementen en werk je toe naar de kleinere details. Bij complexe of meervoudige voorstellingen kan het echter handiger zijn om van linksonder naar rechtsboven te beschrijven.
7. Materiaal
Onder materiaal verstaan we het materiaal (of de materialen) waaruit het vlakglas is vervaardigd. Gebruik bij voorkeur een termenlijst en scheid meerdere materialen met een komma of gebruik een nieuwe regel of nieuw veld.
- Noteer het gebruikte materiaal van het object of een onderdeel ervan.
- Bij onzekerheid over het exacte materiaal, kies een algemenere term (bijvoorbeeld glas in plaats van loodglas).
- Vermeld de materialen in volgorde van belangrijkheid, beginnend met het dominante materiaal.
- Gebruik zelfstandige naamwoorden, geen bijvoeglijke naamwoorden.
Voorbeelden
- glas
- glas, lood
- glas, koper, emailleverf
8. Techniek
Een belangrijk aspect bij de registratie van vlakglas is de toegepaste techniek. Dit geeft inzicht in de wijze waarop het object is vervaardigd en gedecoreerd en kan helpen bij de datering en conservering. Vermeld de techniek per onderdeel of voor het gehele object en gebruik hierbij termen uit een termenlijst.
- Noteer de techniek waarmee het object, of een deel ervan, is vervaardigd en gedecoreerd.
- Vermeld meerdere technieken in volgorde van belangrijkheid, beginnend met de meest dominante.
- Gebruik bij voorkeur de vorm van een voltooid deelwoord of een zelfstandig naamwoord, afhankelijk van de thesaurusrichtlijnen.
Voorbeelden
- Glas in lood, geslingerd, gebrandschilderd
- Mondgeblazen, geëtst
- Ingelegd, verlijmd
Er is een uitgebreid Kennisbankartikel waarin vlakglastechnieken worden omschreven.
9. Toestand
Het beschrijven van de toestand helpt bij het bepalen van de bewaarcondities en eventuele restauratiebehoeften. Bepaal in welke fysieke staat het vlakglas verkeert:
- Is het vlakglas gaaf of beschadigd?
- Is het vlakglas compleet of ontbreekt er een deel?
- Is het vlakglas gebruikt of ongebruikt?
Noteer bijzonderheden zoals barsten, verkleuringen of ontbrekende stukken.
Als de toestand wijzigt, bijvoorbeeld na restauratie, registreer dan een nieuwe beoordeling met de datum van de herinspectie.
Kies een passende aanduiding op basis van de volgende globale criteria:
- Goed: Het object is stabiel, vereist geen restauratie en kan zonder ingrepen tentoongesteld worden.
- Redelijk: Het object is stabiel, maar heeft conservering nodig voordat het tentoongesteld kan worden.
- Matig: Het object is instabiel en vereist actieve conserveringsmaatregelen om langdurige bewaring te garanderen.
- Slecht: Het object is zeer fragiel, heeft weinig overlevingskansen en kan niet zonder bijkomende schade gehanteerd worden.
Veelvoorkomende schadebeelden vlakglas
Hieronder worden enkele veelvoorkomende schadevormen beschreven. Bij twijfel over de aard van de schade is het raadzaam een specialist te raadplegen.
Breuk
Bij glas is breuk één van de meestvoorkomende schades. Dit kan door-en-door zijn, maar dat hoeft niet. Glasbreuk komt meestal door mechanische belasting, zoals een val, verkeerd hanteren of te strakke bevestiging in een loodprofiel.
Verwering
Verwering bij glas ontstaat door langdurige blootstelling aan vocht en lucht, waardoor chemische reacties optreden tussen de glasoppervlakte en omgevingsfactoren. Dit komt vooral voor bij oude glassoorten met een instabiele samenstelling. Verwering is herkenbaar aan witte of iriserende (regenboogkleurige) aanslag op het oppervlak, soms een poederachtige afzetting die moeilijk te verwijderen is en het verlies van transparantie en een doffe uitstraling.
Verkleuring
Verkleuring van glas kan optreden door chemische veranderingen binnen het materiaal of door externe invloeden zoals UV-straling en verontreinigingen. Het glas kan een paarse, gele, bruine of groene tint krijgen en in sommige gevallen ontstaan onregelmatige vlekken of schaduwen in het glas.
Voor meer voorbeelden van schadebeelden bij glas zie de website van FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed.
10. Standplaats
Voor grotere verzamelingen is het aan te raden de standplaats van elk object in de registratie op te nemen. Bevindt de verzameling zich op één locatie of is deze verspreid over meerdere plekken, zoals een woning, bedrijf of opslagruimte? Specificeer de standplaats per object van algemeen naar gedetailleerd: locatie – ruimte – kast – plank/lade.
11. Documentatie
Documentatie biedt inzicht in de levensloop van het object. Bij vlakglas is het belangrijk om te controleren of er documentatie, zoals een ontwerp- of bouwtekening, van het object aanwezig is en deze informatie zorgvuldig vast te leggen in het collectieregistratiesysteem. Omschrijvingen van de verschillende soorten ontwerptekeningen kun je terugvinden bij het onderdeel 2. soort voorwerp. Andere documentatie kan bestaan uit verwervingsdocumenten, restauratieverslagen en eventuele bruikleenadministratie. Het is goed te noteren wat er allemaal is aan documentatie en waar je die kunt vinden.
12. Herkomst, eigenaar en verwerving
Voor de onderdelen met betrekking tot herkomst, de eigenaar en verwerving kun je meer informatie vinden in de publicatie over het inventariseren en registreren van verzamelingen.
Archeologisch glas
Registratiecriteria voor archeologisch vlakglas wijken op sommige punten af van de algemene richtlijnen. Over het algemeen ontbreekt informatie over de maker, en soms ook de herkomst. Daarnaast betreft het over het algemeen scherfmateriaal waardoor complete glaspanelen of afbeeldingen niet aanwezig of te reconstrueren zijn. De nadruk ligt daarom meestal op uiterlijke kenmerken, zoals beschrijving, afmetingen, de conditie, de datering en natuurlijk de huidige standplaats. Andere belangrijke verschillen worden hieronder toegelicht.
Vondstnummers
Het archeologisch vondstmateriaal wordt per spoor of laag en per materiaalcategorie (in dit geval glas) verzameld en voorzien van een vondstnummer. Zo weten we waar het glas is aangetroffen. Al het vondstmateriaal wordt beschreven en geregistreerd onder het vondstnummer in combinatie met een subnummer. Fragmenten die bij elkaar horen of sterk gelijkend zijn worden als één beschreven, dit hoeft dus niet scherf voor scherf. De voorkeur gaat ernaar uit voor de beschrijving om waar mogelijk eerst alle scherven van hetzelfde vondstnummer bij elkaar te puzzelen, zodat de scherven die samen één geheel vormen wel in één rij kunnen worden benoemd.
Om identificatie te vergemakkelijken, worden scherven opgeborgen in plastic gripzakjes met een bijgevoegd identificatiekaartje of label. Het is beter voor het glas als er geen fysiek nummer op wordt aangebracht.
Registratie in collecties en verzamelingen
In de archeologie verwijst het vondstnummer dus naar de locatie waar een object is gevonden. Het vastleggen van zoveel mogelijk informatie in de registratie van de collectie beherende instelling of verzamelaar over deze plek is cruciaal voor toekomstig onderzoek en beheer. Hieronder staan de belangrijkste gegevens die – indien beschikbaar – moeten worden geregistreerd:
- Vondstnummer: Het unieke nummer of de code die gekoppeld is aan het object en gerelateerd is aan een specifieke vindplaats en vondstcontext.
- Vondstomstandigheden: Beschrijf de context waarin het object werd gevonden (bijvoorbeeld in een afvalkuil, een graf of een ophogingslaag).
- Vinder: De naam van de persoon, groep of instelling die het object heeft ontdekt of onder wiens leiding de vondst is gedaan.
- Projectnaam: De naam en locatie van het archeologisch onderzoek waarbij het object is opgegraven of ontdekt.
- Datum: De datum of periode waarin het object werd gevonden.
- Geografische locatie: Geef een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de vindplaats. Noteer in volgorde:
- Gemeente
- Plaatsnaam
- Toponiem / sitenaam
- Straatnaam
- Eventueel: huisnummer, perceelaanduiding of kadastrale gegevens
Determinatie
Het identificeren en dateren van archeologisch glas is vaak een uitdaging. Uiterlijke kenmerken, zoals beschildering, vorm, randafwerking en oneffenheden, kunnen een indicatie geven, maar bieden niet altijd zekerheid. Voor een zorgvuldige determinatie is het daarom aan te raden om een expert te raadplegen.
Vondstmeldingsformulier
Nieuwe archeologische vondsten dienen te worden gemeld op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Daarbij is het belangrijk o.a. de coördinaten te noemen en foto’s bij te voegen. Zie alle benodigde informatie in dit vondstmeldingsformulier.
Dit artikel is tot stand gekomen met input van de Werkgroep Vlakglas, bestaande uit: Kees Berserik, Kobus Boeke, Prosper de Jong, Annegreet van Lierop-Kalteren, Vilja Marée‑Bemelen, Jacobine Melis, Frans Pegt, Laura Roscam Abbing.
Zie ook
Artikelen- Glas in gebouwen - soorten vlakglas
- Glas in gebouwen - de aard en kleuren van glas
- Glas in gebouwen - soorten glazen bouwelementen
aanvullingen, achterglasschilderingen, afgruizen, appliqué, berijpt glas, bindlood, bindroedes, blank glas, blindlood (glas in lood), boordglas, brandschilderen, breuklood, buigen (glas), Butzenscheiben, calques, cartons, cilinderglas, emailleverf, etsen (techniek), facetglas, favrile, figuurglas, floatglas, fusing, gegoten glas, gekleurd glas, gemarmerd glas, geonduleerd, getrokken glas, gewapende loodprofielen, glas, glas in koper (techniek), glas in lood (techniek), glas-in-loodpanelen, glasjuwelen, glasplaten, glasstukken, graveren (glas), grisaille, grisailleverf, holglas, in het lood zetten, inbranden, iriserend, koudverf, kroonglas, loodnet, loodprofielen, matteren, medaillons (glas), melkglas, mousselineglas, mozaïek, ontwerptekeningen, opaline, pontilijzers, pontilmerken, sanguineverf, schijvenglas, slijpen (glas), snijtekeningen, spiegelglas, stopstukken, Tiffany-glas, Tiffany (techniek), Überfang-glas, vergulden, vidimussen, vlakglas, zandstralen en zilvergeel
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 apr 2026 om 19:56.