Registratie van vlakglas - termenlijst
Termen bij het artikel Registratie van vlakglas
Hieronder vindt u de termen en omschrijving.
| Butzenscheiben | Kleine glasschijven die zich kenmerken door parallel lopende gebogen (concentrische) strepen, die zichtbaar zijn door hun dikteverschillen. De rand van een Butzenscheibe is verdikt, net als het centrum waar ook het pontilmerk te zien is. Een Butzenscheibe wordt gemaakt door een klomp vloeibaar glas eerst tot een bol te blazen, open te snijden en vervolgens aan een pontilijzer snel om de lengteas rond te draaien. (Werkgroep Vlakglas) |
| Tiffany (techniek) | Het maken van een object, zoals een lamp of een paneel, waarbij de glasstukken verbonden zijn met koperfolie dat daarna vertind wordt, met name in Jugendstil en Art deco stijlen. |
| Tiffany-glas | Verzamelnaam voor glas dat in veel varianten door Tiffany Studios ontwikkeld en geproduceerd is van 1878 tot 1929–1930. Dit is vooral (gewalst) vlakglas met verschillende kleuren, vaak met een gemarmerd effect, reliëf, textuur en/of andere (oppervlakte)effecten. (Werkgroep Vlakglas) |
| aanvullingen | Aanvulling is een materiaal dat wordt gebruikt om ontbrekende delen van een object te vervangen of na te bootsen. Bijvoorbeeld een (deel van een) glasstuk dat een lacune invult. (Werkgroep Vlakglas) |
| achterglasschilderingen | Niet-ingebrande schilderingen op vlakglas, waarvan de voorstelling door het glas heen te zien is. (Werkgroep Vlakglas) |
| afgruizen | Het bijwerken van de vorm van een glasstuk door kleine stukjes van de rand af te halen met een gruisijzer. (Werkgroep Vlakglas) |
| appliqué | Collage van stukken (gekleurd) glas die op een glazen drager gelijmd zijn of als een sandwich tussen twee lagen helder glas geklemd of geplakt zijn. (Werkgroep Vlakglas) |
| berijpt glas | Glas met een structuur die lijkt op ijsbloemen die in de winter op de ramen vormen. Het wordt gemaakt door een sterk hechtende (beender)lijm op (gematteerd) glas aan te brengen. Na het drogen van de lijm wordt het glas verwarmd, waardoor de lijm krimpt, van het glas springt en daarbij stukjes glas meeneemt. Daardoor ontstaat het ijsbloem-effect. |
| bindlood | Lood of een ander metaal, zoals koper, dat gebruikt wordt voor het vastzetten van de bindroede aan een glas-in-loodpaneel. (Werkgroep Vlakglas) |
| bindroedes | Dunne metalen staaf, waaraan een glas-in-loodpaneel met bindlood vastgebonden zit, om stevigheid te geven. (Werkgroep Vlakglas) |
| blank glas | Glas dat gemaakt is met de bedoeling kleurloos te zijn. Het glas kan door onzuiverheden licht gekleurd zijn. (Werkgroep Vlakglas) |
| blindlood (glas in lood) | Lood dat gebruikt wordt om een breuk in een glasstuk te verstevigen en/of te dichten. Anders dan bij breuklood wordt hierbij geen volledig loodprofiel gebruikt, maar alleen de vleugels. Het blindlood wordt op de breuknaad geplaatst. (Werkgroep Vlakglas) |
| boordglas | Glasstuk als onderdeel van een (decoratieve) rand of boord. (Werkgroep Vlakglas) |
| brandschilderen | Het aanbrengen van grisailleverf, emailleverf, sanguineverf en/of zilvergeel op glas, waarna de verf ingebrand wordt. (Werkgroep Vlakglas) |
| breuklood | Smal loodprofiel dat gebruikt wordt om een breuk in een glasstuk te verstevigen en/of te dichten. Het loodprofiel wordt tussen de randen van de gebroken glasstukken gezet. Daartoe is de breuknaad soms afgegruisd. |
| buigen (glas) | Buigen glas is het vervormen van vlakglas in een oven. (Werkgroep Vlakglas) |
| calques | Tekeningen voor een glas-in-loodpaneel op (semi-transparant) calquepapier op ware grootte, die als voorbeeld dienen voor de op het glas aan te brengen schildering in grisailleverf, emailleverf, sanguineverf en/of zilvergeel. De stukken in model gesneden glas worden op de calque geplaatst, waarna de tekening overgenomen kan worden. (Werkgroep Vlakglas) |
| cartons | Ontwerptekeningen op ware grootte voor een gebrandschilderd raam, waarop de te schilderen lijnen van de voorstelling aangebracht zijn. Soms worden ook de kleuren, de loodlijnen en de plaatsing van de brugstaven aangegeven. (Werkgroep Vlakglas) |
| cilinderglas | Vlakglas dat zich kenmerkt door een geonduleerd oppervlak. Het glas heeft vaak kleine langgerekte luchtbelletjes en de plaat heeft verdikte randen. Cilinderglas wordt gemaakt door het (met de mond) te blazen tot een langgerekte glasbel. Door de bolle uiteinden af te snijden ontstaat een cilinder die vervolgens overlangs wordt doorgesneden. In een strekoven rolt men de cilinder vervolgens uit tot een vlakke, rechthoekige glasplaat. (Werkgroep Vlakglas) |
| emailleverf | Verf die gebruikt wordt bij het brandschilderen, bestaand uit een mengsel van (gekleurd) glaspoeder en water of olie, eventueel met een vulmiddel. Na het brandschilderen is het resultaat meestal (semi-)transparant. (Werkgroep Vlakglas) |
| etsen (techniek) | Etsen is een versieringstechniek waarbij het glasoppervlak (gedeeltelijk) weggeëtst wordt door het zuur waterstoffluoride. Vóór het aanbrengen van het zuur worden de delen afgedekt die niet bewerkt moeten worden, bijvoorbeeld met een zuurbestendige was. |
| facetglas | Vlakglas waarbij door slijpen en polijsten afgeschuinde randen aangebracht worden. |
| favrile | De naam van iriserende glassoorten die door de Tiffany-fabriek ontwikkeld werden. (Werkgroep Vlakglas) |
| figuurglas | Gegoten vlakglas waar (aan één zijde) een patroon in reliëf in gewalst is. Het wordt gemaakt door glas uit te gieten en te walsen op een tafel die voorzien is van een ornament, of door vloeibaar glas door te voeren tussen een gladde rol en een geornamenteerde rol. |
| floatglas | Vlakglas met perfect gladde oppervlakken. Het wordt gemaakt door het uitgieten van vloeibaar glas over een bad met vloeibaar metaal (meestal tin). Het woord floatglas is afgeleid van het Engelse 'to float', omdat het glas op het vloeibare metaal blijft drijven. |
| fusing | Het versmelten van stukken (gekleurd) glas met dezelfde uitzettingscoëfficiënt, vaak op een glasplaat, door verhitting in een oven. (Werkgroep Vlakglas) |
| gegoten glas | (Vlak)glas dat gemaakt wordt door het uitgieten en eventueel walsen van vloeibaar glas op een vlakke metalen plaat, of door het gieten in een mal. (Werkgroep Vlakglas) |
| gekleurd glas | Glas dat gemaakt is met de bedoeling gekleurd te zijn. (Werkgroep Vlakglas) |
| gemarmerd glas | Glas waarbij een gemarmerd effect te zien is, door verschil in kleur en/of transparantie. (Werkgroep Vlakglas) |
| geonduleerd | Een glasoppervlak dat niet geheel vlak is, waardoor een vertekend beeld ontstaat bij doorzicht of reflectie. (Werkgroep Vlakglas) |
| getrokken glas | Vlakglas met onregelmatige strepen, dat gemaakt wordt door een brede band vloeibaar glas omhoog te trekken, via een balk van vuurvaste steen met een lange gleuf (debiteuse), waarna de glasmassa afkoelt. (Werkgroep Vlakglas) |
| gewapende loodprofielen | Loodprofielen waarin een ijzeren, roestvaststalen of messing draad opgenomen is ter versteviging. (Werkgroep Vlakglas) |
| glas | Glas is een amorf (ofwel niet-kristallijn), anorganisch materiaal dat bestaat uit silica (siliciumdioxide), smeltpuntverlagers zoals soda (natriumcarbonaat) of potas (kaliumcarbonaat) en netwerkstabilisatoren zoals kalk. Glas is meestal transparant, maar kan ook semi-transparant of niet-transparant zijn. Kenmerkende eigenschappen zijn de hardheid en stijfheid bij normale temperaturen, de plastische eigenschappen bij verhoogde temperaturen en de weersbestendigheid en bestendigheid tegen de meeste chemische stoffen, behalve waterstoffluoride. Het wordt gebruikt voor zowel gebruiksdoeleinden als decoratieve doeleinden, en kan worden gemaakt in diverse vormen, gekleurd en gedecoreerd. Glas is ontstaan als glazuur in Mesopotamië in ongeveer 3500 v. Chr. De eerste voorwerpen die geheel van glas zijn vervaardigd, dateren van ongeveer 2500 v. Chr. (Project Fotografie; Werkgroep Vlakglas) |
| glas in koper (techniek) | Het in een koperprofiel zetten van glasstukken. (Werkgroep Vlakglas) |
| glas in lood (techniek) | Techniek waarbij glasstukken in een loodprofiel gezet worden. (Werkgroep Vlakglas) |
| glas-in-loodpanelen | Glasstukken die in loodprofielen gevat zijn en zo één object vormen. (Werkgroep Vlakglas) |
| glasjuwelen | (Gefacetteerd) geslepen of geperste stukken dik glas, voornamelijk toegepast in glas-in-loodpanelen. (Werkgroep Vlakglas) |
| glasplaten | Een glasplaat is een plaat vlakglas. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) |
| glasstukken | Een stukje glas dat bewust in een vorm gesneden of afgegruisd is. (Werkgroep Vlakglas) |
| graveren (glas) | Door handmatig of machinaal in glas, of in verf op glas, te krassen kan een tekening, ornament of tekst ontstaan. (Werkgroep Vlakglas) |
| grisaille | Schildertechniek met toepassing van uitsluitend tinten bruin en grijs. Ook gebruikt voor glas-in-loodpanelen van (meestal) blank glas, waarbij met grisailleverf zowel de contour, de achtergrond als de invulling aangebracht kan worden. Gris is Frans voor grijs. |
| grisailleverf | Verf die gebruikt wordt bij het brandschilderen, bestaand uit een mengsel van glaspoeder en verpoederd metaaloxide-pigment (meestal ijzeroxide) en water of azijn, eventueel met een vulmiddel. Na het inbranden kan de kleur variëren van zwart en grijs tot bruintinten. |
| holglas | Overkoepelende term voor glas dat een driedimensionale vorm heeft en een inhoud kan bevatten, in tegenstelling tot vlakglas. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) |
| in het lood zetten | Het in loodprofielen zetten van stukken glas voor het maken van een glas-in-loodpaneel. (Werkgroep Vlakglas) |
| inbranden | Het fixeren van verf die gebruikt wordt bij het brandschilderen op glas door verhitting in een oven. (Werkgroep Vlakglas) |
| iriserend | Iriseren is het verschijnsel waarbij oppervlakken een verlopend kleureffect tonen, zoals bij een regenboog, als de kijkhoek of hoek van lichtinval verandert. Dit is het gevolg van interferentie. Bij glas is dit een veelvoorkomend verschijnsel door corrosie van het oppervlak, bijvoorbeeld door verblijf in de bodem. Een iriserend oppervlak kan ook geïmiteerd worden door een bewuste chemische aantasting van het glasoppervlak, bijvoorbeeld door het glas bloot te stellen aan metaalzouten. |
| koudverf | Verf die op glas aangebracht wordt zonder deze vervolgens in te branden. Koudverven worden door restauratoren gebruikt om verlijmde breuknaden en verweerde brandschilderingen te retoucheren. In het verleden werd koudverf ook gebruikt om extra kleur aan te brengen of om contrastwerking aan te passen. (Werkgroep Vlakglas) |
| kroonglas | Glasschijf die zich vaak kenmerkt door parallel lopende gebogen (concentrische) strepen, die zichtbaar zijn door hun dikteverschillen. De schijf kroonglas is vaak enigszins gewelfd, met een holle en bolle zijde. Het centrum, waar ook het pontilmerk is te zien, is verdikt. Kroonglas wordt gemaakt door een klomp vloeibaar glas eerst tot een bol te blazen, open te snijden en vervolgens aan een pontilijzer snel om de lengteas rond te draaien. Kroonglas is dunner en vlakker dan Butzenscheiben doordat men een grotere bol kon blazen. |
| loodnet | Het geheel van loodprofielen en soldeerpunten dat de diverse glasstukken in een glas-in-loodpaneel bij elkaar houdt. (Werkgroep Vlakglas) |
| loodprofielen | Loodstrippen met een H-vormige dwarsdoorsnede, waarin glasstukken gezet kunnen worden. Het rechtopstaande binnenste gedeelte heet de kern, die onzichtbaar is nadat het glas in het lood gezet is. De buitenste bladen worden vleugels genoemd en deze blijven zichtbaar nadat het glas in het lood gezet is. (Werkgroep Vlakglas) |
| matteren | Een (versierings)techniek waarbij het glasoppervlak semi-transparant en mat wordt door middel van etsen, slijpen of zandstralen. |
| medaillons (glas) | Ronde of ovale glasstukken in een glas-in-loodpaneel, vaak gedetailleerd beschilderd en omgeven door ornamenten. (Werkgroep Vlakglas) |
| melkglas | Door-en-door gekleurd wit glas. De term melkglas wordt zowel gebruikt voor semi-transparant (bijvoorbeeld in lampen) als niet-transparant glas (bijvoorbeeld bij fotografie). |
| mousselineglas | Glas dat gedeeltelijk gematteerd is door etsen of stralen en met behulp van een zinken sjabloon, waar een zich herhalend motief uitgesneden is. (Werkgroep Vlakglas) |
| mozaïek | Schildering of decoratie met behulp van kleine gekleurde blokjes van marmer, gekleurd glas of geglazuurde steen, die in mortel worden vastgezet. (Religieus Erfgoedthesaurus) |
| ontwerptekeningen | Tekeningen waarin de opzet van een project uitgewerkt wordt, ongeacht of het ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt; ze zijn gedetailleerder dan schetsen. Voor (gebrandschilderde) glas-in-loodpanelen wordt een ontwerptekening op schaal gemaakt. (Werkgroep Vlakglas) |
| opaline | Opaline is een verzamelnaam voor semi-transparant witachtig vlakglas dat uit twee lagen bestaat: blank (of gekleurd) glas en een dunne witte laag (die zelf ook semi-transparant kan zijn). Binnen het domein Religieus Erfgoed verstaat men onder opaline een witte glassoort, opaalglas, die op verschillende manieren kan worden gemaakt. Een variant is de ruit met onregelmatig oppervlak uit massief wit glas. De ‘witte’ kleur van dit glas wordt verkregen door het toevoegen van tinoxide aan de glasbatch. Het wordt door glaskunstenaars opalineglas genoemd of kortweg ’opaline’. In de twintigste eeuw werd het veel gebruikt om niet transparante glasmozaïeken of glastegeltableaus te maken met daarop gebrandschilderde taferelen. |
| pontilijzers | Massief ijzeren staven, die een glasblazer gebruikt om glas verder af te werken nadat het geblazen is. (Werkgroep Vlakglas) |
| pontilmerken | Glasrestant op het glas, waar het pontilijzer gezeten heeft. (Werkgroep Vlakglas) |
| sanguineverf | Verf die gebruikt wordt bij het brandschilderen, bestaande uit ijzeroxidepigment en smeltmiddelen. Na het brandschilderen kan de kleur variëren van lichtroze tot donkerrood. (Werkgroep Vlakglas) |
| schijvenglas | Verzamelnaam voor vlakglas dat gemaakt wordt door een klomp vloeibaar glas eerst tot een bol te blazen, open te snijden en vervolgens aan een pontilijzer snel om de lengteas rond te draaien. Voorbeelden zijn Butzenscheiben en kroonglas. (Werkgroep Vlakglas) |
| slijpen (glas) | Glas slijpen is het maken van facetten, groeven en uithollingen door slijpen met draaiende schijven van allerlei materialen, afmetingen en vormen. |
| snijtekeningen | Tekeningen met loodlijnen op ware grootte, die als voorbeeld dienen om de glasstukken te snijden. Het glas wordt op de tekening geplaatst, waarna het gesneden kan worden. (Werkgroep Vlakglas) |
| spiegelglas | Vlakglas dat zich kenmerkt doordat het vlak en transparant is, zonder vertekend beeld bij doorzicht. Spiegelglas wordt gemaakt door vloeibaar glas uit te gieten en het met een wals vlak te maken. Daarna wordt het glas aan beide zijden geschuurd en gepolijst. Spiegelglas kan gebruikt worden om spiegels te maken, maar spiegelglas is niet hetzelfde als een spiegel. (Werkgroep Vlakglas) |
| stopstukken | Hergebruikte glasstukken die gebruikt worden om een glas-in-loodpaneel te repareren. (Werkgroep Vlakglas) |
| vergulden | Het aanbrengen van bladmetaal, metaalpoeder dat meteen op een oppervlak wordt aangebracht, metaalpoeder dat met een bindmiddel wordt gemengd of een andere vorm van metaal op een oppervlak om het op zuiver of ingelegd metaal te laten lijken. (AAT-Ned) Als je een oppervlak van bijvoorbeeld metaal of hout verguldt, breng je er een dun laagje bladgoud op aan. |
| vidimussen | Door de opdrachtgever of sponsor goedgekeurde tekeningen waarin het ontwerp voor een (gebrandschilderd) glas-in-loodpaneel op schaal tot in detail uitgewerkt is. Vidimus is Latijn voor "wij hebben gezien". |
| vlakglas | Overkoepelende term voor glas dat als een vlakke plaat vervaardigd wordt, bijvoorbeeld door te rollen, te trekken of met de mond te blazen, in tegenstelling tot holglas. |
| zandstralen | Op glas kan een voorstelling aangebracht worden door stralen met zand of metaaloxiden. (Werkgroep Vlakglas) |
| zilvergeel | Mengsel van een metaalzout (meestal zilvernitraat) en een bindmiddel, gebruikt bij het brandschilderen. Na het brandschilderen kan de kleur variëren van lichtgeel tot donkeroranje. Zilvergeel wordt doorgaans op de exterieurzijde van het glas aangebracht. (Werkgroep Vlakglas) |
| Überfang-glas | Mondgeblazen glas dat bestaat uit twee (of meer) lagen, waarbij minimaal één laag gekleurd is. Vlakglas wordt gemaakt volgens de techniek waarmee ook cilinderglas gemaakt wordt. Voor holglas wordt vaak opaak wit op gekleurd glas gebruikt. Door de verschillende lagen gedeeltelijk weg te slijpen ontstaat, als bij een camee, een voorstelling in reliëf in verschillende kleuren. Deze techniek was al bekend bij de Egyptenaren en de Romeinen en ook, in de 18de eeuw, bij de Chinezen. De techniek herleefde in de 19de eeuw in Bohemen, Frankrijk en Engeland. |
Zie ook
ArtikelenSpecialist(en)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 2 apr 2026 om 11:27.