Ria Rettich (1939-2006)

Introductie[bewerken]

Ria Rettich werd in 1939 geboren in een behoudend rooms-katholiek gezin. Al jong schreef ze toneelstukjes en tekende ze in een schuurtje in de achtertuin dat dienst deed als atelier. Toen ze op haar zestiende niet langer naar de mulo wilde, stuurde haar moeder haar naar een hoedenatelier aan de Keizersgracht. In hetzelfde pand bleken kunstenaars te huizen die haar tijdens de pauzes haar eerste tekenlessen gaven.

Portret van zittende vrouw met kat
Ria Rettich, Illusie, 1979, olieverf op doek, , 122 x 152cm, invnr. BK87987

Snelle schetsen naar bewegende modellen

In 1956 bezocht Rettich de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijs en een jaar later vervolgde ze haar studie aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. Buiten de academie nam ze schilderlessen bij Rudi Bierman. In 1958 volgde ze de zesweekse zomercursus ’Schule des Sehens’ in Salzburg, onder leiding van Oskar Kokoschka. Kokoschka herkende Rettichs talent en bood haar de cursus kosteloos aan.

In deze periode leerde ze de verf heel direct en vanuit haar gevoel op te brengen en snelle schetsen in waterverf te maken naar bewegende modellen. Hierop doorwerkend maakte ze vanaf eind jaren zestig gebruik van een combinatie van expressief getekende lijnen en duidelijk met de kwast aangebrachte felle popart-kleuren. Haar onderwerpen bij uitstek werden de spanningen en conflicten tussen man en vrouw, vaak geïnspireerd op situaties uit haar eigen omgeving. In eerste instantie gebruikte Rettich hiervoor beeltenissen van kennissen en fictieve portretten, later maakte zij ook associaties met figuren uit de literatuur, de mythologie en de bijbel en citeerde zij de kunstgeschiedenis. Rettich voorzag haar werk altijd van puntige titels als Haiku, Illusie en Come-Back.

Jeanne Oosting Prijs voor de schilderkunst

In 1965 ontmoette Rettich de cineast Wim Verstappen, met wie zij enkele jaren samenleefde. Ze maakte gretig deel uit van het progressieve, provocerende culturele leven in het Amsterdam van de jaren zestig en zeventig. Tussen 1983 en 1985 was ze docente schilderkunst aan de Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede. In het besef dat zij hiermee een voorbeeldfunctie had voor andere vrouwen deed ze dit werk graag. Voor het grote publiek was het werk van Rettich voor het laatst te zien in 2005 in de Haagse Pulchri Studio, toen zij de *Jeanne Oosting Prijs voor de (figuratieve) schilderkunst ontving.

Popart

Rettich bleef altijd trouw aan haar kleurrijke, figuratieve, expressieve stijl. Haar werk kan deels worden geschaard onder de Vlaams-Nederlandse interpretatie van Popart (de Nieuwe Figuratie). Hoewel Rettich door vele recensenten als schildertalent werd gezien maakte zij –uit eigen keuze – slechts in beperkte mate deel uit van de gevestigde kunstcircuits. Rettich trok zich het liefst terug en organiseerde bij voorkeur zelf ateliertentoonstellingen. Zij overleed op 11 augustus 2006 op 67-jarige leeftijd in haar geboorteplaats Amsterdam. In de Rijkscollectie RCE bevinden zich 22 schilderijen van Rettich.

Tekst: Nathalie Menke

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 mrt 2022 om 10:21.