UNESCO hoofdkantoor in Parijs
Introductie
De United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) werd in 1945 in Londen opgericht. Doel van deze VN-organisatie was het bevorderen van de wereldvrede door internationale samenwerking op het gebied van onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. Nadat de hoofdzetel was verplaatst naar Parijs, werd in 1949 besloten tot de oprichting van een permanent gebouw. UNESCO had toen als leden 81 landen, 76 nationale commissies en 150 internationale organisaties.






Een nieuw hoofdkantoor
De locatie van het nieuwe hoofdkantoor was een groot rechthoekig terrein aan het zuidoosteinde van de as Palais de Chaillot - Eiffeltoren – Champ de Mars – École Militaire. Deze as eindigt op de Place de Fontenoy, die toen aan één zijde een halve cirkelvorm had. Eén helft hiervan werd begrensd door monumentale overheidsgebouwen, de andere helft wachtte nog op een passende invulling. Dit zou de nieuwe UNESCO zetel worden.
De bouw van dit complex had een grote symbolische betekenis: het moest een creatieve en overtuigende manifestatie zijn van de collectieve waarden die de Verenigde Naties met elkaar verbonden en tevens een uitdrukking van de kracht van internationale samenwerking. De ontwerpers kwamen uit verschillende landen. Architecten van de nieuwbouw waren Marcel Breuer (VS), Pierre Luigi Nervi (Italië) en Bernard Zehrfuss (Frankrijk). Zij werden terzijde gestaan door Lucio Costa (Brazilië), Walter Gropius (VS), Le Corbusier (Frankrijk), Sven Markelius (Zweden) en Ernesto Rogers (Italië). De dagelijkse leiding had Eugène H. Callison (VS).
Het complex
Het resultaat van hun gezamenlijke ontwerpproces was een complex dat bestaat uit drie componenten. Het grootste hiervan is een secretariaatsgebouw met een Y-vormige plattegrond. De gevels hiervan zijn zodanig vloeiend gebogen dat twee van de drie vleugels de ontbrekende kwartcirkel aan de Place de Fontenoy vormen. De begane grond is een vijf meter hoge, grotendeels open ruimte met de entree, ontvangst van delegaties, bibliotheek, reisbureau, kiosken en dergelijke. Plastisch vormgegeven pilotis dragen de zes verdiepingen voor het secretariaat. De werkvertrekken aan beide zijden van de gangen worden op natuurlijke wijze verlicht en geventileerd. Hierboven bevindt zich een laag met onder meer een cafetaria, een restaurant en een bar.
Aan één zijde verbonden met dit secretariaatsgebouw bevindt zich aan de zuidzijde van het terrein een conferentiegebouw. Dit is een gesloten volume in de vorm van een gelijkbenig trapezium, met daarin een vergaderzaal voor 900 personen, een grote zaal voor commissiezittingen voor 350 personen, 5 commissiekamers en op de onderverdieping aan een verdiepte tuin werkkamers en een persruimte. Met het oog op de akoestiek gaven de architecten de voor- en achtergevels geplooide betonschalen, die zich doorzetten over het gewigde dak. Tot slot kwam er een onderkomen voor de permanente delegaties, waarvoor de opdracht twee jaar pas na de eerste steenlegging van de andere twee gebouwen werd gegeven. Dit is een vrijstaand vierkant blok van vier lagen op een van de hoeken van het terrein.
Kunsttoepassingen
De internationale samenwerking tijdens het ontwerp en de bouw moest ook resulteren in een synthese van architectuur en kunst. Hiervoor werden een aantal gerenommeerde kunstenaars geselecteerd: Afro Basaldella (Italië), Karel Appel (Nederland), Roberto Matta (Chili), Brassaï (Hongarije/Frankrijk), Pablo Picasso (Spanje), Rufino Tamayo (Mexico), Henri Moore (Engeland), Alexander Calder (VS), Joan Miró (Spanje), Jean Arp (Duitsland/Frankrijk). Zij ontwierpen monumentale wandschilderingen, tegeltableaus, composities en sculpturen in en rond de gebouwen. De Japanse tuinarchitect Isamu Noguchi ontwierp een Garden of Peace bestaande uit vegetatie, steen en water.
Een groot aantal landen droeg bij aan de totstandkoming van het complex, in de vorm van schenkingen voor de inrichting van diverse ruimten. Zo verzorgde Nederland de inrichting van de perskamer onder in het conferentiegebouw, die werd ontworpen door Gerrit Rietveld.
Wisselende reacties
Na de oplevering en ingebruikname van het UNESCO complex in 1958 waren de reacties wisselend. Naast lovende woorden waren er kritische geluiden: de verschillende bouwdelen vormden geen eenheid en veel van de kunstwerken waren niet werkelijk in de architectuur geïntegreerd. Architectuurcriticus Albert Buffinga sprak in het tijdschrift Bouw van een droevige mislukking
. Niettemin ontwaarde hij een aantal positieve elementen, waaronder de perskamer van Rietveld, een der weldadigste ruimten van het complex
.
Literatuur
- A.M. Key, ‘UNESCO-gebouw te Parijs geopend’, Bouwkundig Weekblad 76 (1958) 49, p. 569-580.
- A. Buffinga, ‘Het hoofdkwartier van de Unesco te Parijs’, Bouw 14 (1959) 40, p. 1130-1141.
- B. Bergdol en J. Massey (red.), Marcel Breuer. Building Global Institutions, Zürich 2018.
Rijksmonumenten gelinkt aan persoon
Deze rijksmonumenten zijn gelinkt aan Gerrit Rietveld:
Deze rijksmonumenten zijn gelinkt aan Marcel Breuer:
| Monumentnummer | |
|---|---|
| 's-Gravenhage (Den Haag) - Lange Voorhout 102/Korte Voorhout 2 - Amerikaanse Ambassade | 532222 |
| Amstelveen - Amsterdamseweg 204 - Kantoorgebouw | 530961 |
Deze rijksmonumenten zijn gelinkt aan Karel Appel:
| Monumentnummer |
|---|
Zie ook
Artikelen- Unesco Perskamer van Gerrit Rietveld (1958)
- UNESCO perskamer van Gerrit Rietveld (1958) - linoleum (bestaat nog niet)
gebouwen, kantoorgebouwen en monumentale kunst
PersonenGerrit Rietveld, Marcel Breuer en Karel Appel
Specialist(en)Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 19 feb 2026 om 04:02.