Unesco Perskamer van Gerrit Rietveld (1958)

Introductie

Op 3 november 1958 werd het nieuwe hoofdgebouw van De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) in het bijzijn van bewindslieden van alle lidstaten geopend. De architecten van het gebouw waren de Amerikaan Marcel Breuer, de Italiaan Pier-Luigi Nervi en de Fransman Bernard Zehrfuss. Naast deze drie architecten, kreeg elke lidstaat de oproep zich in te schrijven voor het aanleveren van een kunstwerk of het ontwerpen van een ruimte, om het gebouw zo het internationale karakter van de organisatie te laten belichamen. Nederland werd geselecteerd voor het ontwerpen van de perskamer, die aan UNESCO werd geschonken als Nationaal geschenk. Het was een ruimte waar de internationale pers die bij Unesco kwam kon gaan zitten en werken; een flexkantoor avant la lettre. In 1982 werd wegens ruimtegebrek en veranderend gebruik van de ruimte besloten het interieur te ontmantelen. Het grootste deel van de meubelen werd teruggeven aan de Nederlandse Staat en bevinden zich sindsdien in de collectie van (voorgangers van) de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De afgelopen jaren is er veel onderzoek naar het interieur gedaan.

Oude kleurenfoto van de Perskamer van Gerrit Rietveld (1958)
Afb. 1. Unesco Perskamer van Gerrit Rietveld (1958), uit Linoleumnieuws 10 (1958) p.18 ©Erven Rietveld
Oude kleurenfoto van de Perskamer van Gerrit Rietveld (1958)
Afb. 2. Unesco Perskamer van Gerrit Rietveld (1958), uit Linoleumnieuws 10 (1958) p.18 ©Erven Rietveld
Afb. 3. Ontdekking restanten linoleum onder huidige vloer, foto: Dorian Meijnen, januari 2020

Bijzonder interieur

Nederland werd dus halverwege de vorige eeuw door Unesco geselecteerd om de perskamer te ontwerpen voor het nieuw te bouwen hoofdkantoor. Hierbij werd gevraagd een architect te kiezen met een zekere artistieke reputatie in Nederland, die kon dienen als waardige representatie van het land. Halverwege 1957 begon Gerrit Rietveld met het ontwerpen van de ruimte. Dit was nog best een uitdaging, aangezien de ruimte vrij groot was (12 m x 20,5 m), en er veel storende schuine hoeken en pilaren waren waar hij omheen moest werken. Rietveld deed zijn beklag daarover in 1958:

Een van mijn laatste werkjes was juist het interieur van de werkruimte voor de internationale pers in het nieuwe Unesco gebouw in Parijs; een ruimte, die meer een toevallig overschotje was in het souterrain van de verbindingsgang tussen congresgebouw en administratie, dan een vorm van een perskamer. Daar de ruimte juist in een kromming lag, ter weerszijde van een dilatatie voeg, waren er onregelmatig geplaatste kolommen ten dienste van de bovenbouw in, die erg hinderlijk waren ten opzichte van de plaatsing van de vele tafels, stoelen, bureaus en kasten, telefoons en vertaalapparaten enz.. Om aan zo’n interieur een gezicht te geven van een aangename werksfeer, was, behalve goede vorm en plaatsing der installaties, een soort jongleren met lijnen en kleuren nodig. Dit wordt dan een spel op zich zelf, dat niet veel meer met architectuur te maken heeft, maar dat als handig spel een bekoring hebben kan.
— Gerrit Rietveld, Lezing voor SIKA, 1958

Jongleren met lijnen en kleuren voor samenhang

Maar juist dit jongleren met lijnen en kleuren zorgde er uiteindelijk voor dat het een uniek, kleurrijk en bijzonder geheel werd. Rietveld gebruikte niet alleen moderne materialen als linoleum en suwide (vinyl op textiel), hij paste ze ook op unieke wijze toe. Door zowel de vloeren als tafels te bekleden met linoleum en zowel de muren als stoelen met suwide, creëerde hij een bijzonder samenspel. De vloer bestond uit een geometrisch patroon van vierkanten die elk 241,5 cm x 241,5 cm groot waren die weer waren onderverdeeld in driehoeken uitgevoerd in twee kleuren marmoleum en effen Walton linoleum in de kleuren rood, blauw, groen, geel en antraciet. Ditzelfde patroon liep door op de tafels, die daardoor volledig opgingen in de ruimte. Het suwide werd uitgevoerd in eenzelfde kleurstelling van rood, groen, blauw, antraciet en lichtgrijs. Een gele roomdivider completeerde het kleurrijke geheel.

Elk meubel had in het ontwerp van Rietveld een vaste plek binnen het lijnenspel. Zeker de tafels waarbij het vloerpatroon doorliep op het tafelblad hadden maar één juiste plaatsing in de ruimte. Voor de samenhang van de ruimte was het belangrijk dat dit allemaal precies klopte. Om daar aan te voldoen zie je dat diverse meubelen schuin zijn, uitgespaarde hoeken hebben of ter plekke nog zijn aangepast om precies op de lijn te staan. De minutieuze plaatsing van niet alleen de tafels, maar alle elementen in de ruimte zorgden ervoor dat het geheel meer een Gesammtkunstwerk, dan een kantoorruimte was. Flexibel gebruik van de ruimte was niet iets waar Rietveld rekening mee had gehouden.

Ontmanteling van het interieur bij Unesco

De perskamer werd in het begin van de jaren ’70 al verbouwd en veranderd om het toenemende aantal werknemers een werkplek te kunnen bieden. Hierdoor was het toen al niet meer helemaal de ruimte zoals hij ooit door Rietveld ontworpen was, maar de meeste elementen waren nog steeds aanwezig. Op 9 december 1982 ontving de Minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschap echter het verontrustende bericht van de permanente vertegenwoordiger bij Unesco, dat men begonnen was de perskamer zonder aankondiging te verwijderen, om plaats te maken voor een nieuwe telefooncentrale. Er werd uiteindelijk voorkomen dat de meubelen vernietigd of weggegooid werden, door ze elders in een kelder op te slaan, maar er werd niet voorkomen dat de ruimte verder ontmanteld werd. Rietveld expert Frits Bless werd naar Parijs gestuurd om te onderhandelen over de toekomst van de overgebleven meubelen en uiteindelijk werd na lang discussiëren besloten deze terug te geven aan Nederland. In 1984 werden de ruim 30 overgebleven meubelen ingeschreven in de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hier wachtten ze in het depot op betere tijden.

Onderzoeksproject: nieuwe fase voor het interieur

Het is al langer de wens vanuit de RCE om het interieur weer ergens in zijn volle glorie op te bouwen, zodat mensen dit bijzondere, maar toch vrij onbekend gebleven interieur van Rietveld kunnen ervaren. In 2017 werd er een expertmeeting georganiseerd in het Rietveldpaviljoen de Zonnehof in Amersfoort, waar op dat moment een paar meubelen uit het interieur tentoongesteld waren. Daaruit bleek dat de waarde van het ensemble echt zit in de samenhang, en dat er meer onderzoek nodig was om het interieur in te kunnen zetten. Tot dan toe waren er slechts enkele foto’s bekend, waarop ook niet het gehele interieur te zien was. De vloer- en muurbekleding waren niet meegekomen tijdens de ontmanteling in de jaren '80 en ook enkele meubelen ontbraken. Inmiddels zijn er sinds 2017 verschillende onderzoeken opgestart en wordt het verhaal steeds completer. Zo is er kunsthistorisch onderzoek gedaan, materiaaltechnisch onderzoek naar het linoleum, suwide en het kleurenpalet en zijn enkele meubelen uitvoerig bestudeerd en gerestaureerd.

Bijzondere ontdekkingen in het onderzoek

Zie Afb. 3.

In 2019 vond onderzoeker Santje Pander tijdens een bezoek aan UNESCO de oude ingang van de perskamer, waar, geheel onverwacht, na al die jaren nog een stuk van de suwide muurbekleding bleek te hangen. Het vermoeden ontstond dat er wellicht ook nog delen van de vloer bewaard gebleven zouden kunnen zijn, aangezien de huidige kantoorvloer zo’n meter hoger ligt dan de originele. Toen onderzoeker Dorian Meijnen in januari 2020 voor onderzoek bij UNESCO was, werd de vloer geopend. En ook hier was het een schot in de roos, want op sommige plekken was inderdaad nog het oude gekleurde linoleum uit 1958 aanwezig. Dit stukje moderne archeologie zorgt ervoor dat er ook meer kennis kon worden opgedaan over de verloren gegane vloer- en muurbekleding.

Opnieuw opgebouwd

In november 2021 werden alle overgebleven meubelen voor het eerst weer bij elkaar opgebouwd en in samenhang geplaatst in het Collectie Centrum Nederland. Hierbij is ook het vloerpatroon in lijnen uitgezet. Door deze opstelling kon goed gekeken worden naar de onderlinge samenhang tussen de meubelen en de plaatsing ten opzichte van het vloerpatroon. De opbouw heeft veel nieuwe inzichten opgeleverd. Zie hier een filmpje van deze test-opbouw:

Toekomst van het interieur

In de toekomst wordt het interieur hopelijk op een permanente plek weer in zijn geheel opgebouwd en getoond aan het publiek. De meubelen uit het interieur zijn beschikbaar voor bruikleen. Tot er een permanente plek voor het interieur gevonden is, is het interieur toch te bewonderen door middel van een 3D computermodel van het 4D researchlab van de Universiteit van Amsterdam. Het model is te bekijken op 4dresearchlab.nl/perskamer/.


Dorian Meijnen
Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 feb 2024 om 04:00.