Verlaten geulen van beken en rivieren


Introductie

Overzicht aardkundig erfgoed

Als een rivier of beekloop verlaten raakt ontstaat een restgeul. Soms zijn deze geulen nog watervoerend, in veel gevallen zijn de geulen met sediment opgevuld en nog als een geulvormige depressie in het landschap te zien. Vaak zijn deze depressies ook kleiiger en natter dan de omgeving.

Oude meanders van beken en rivieren in het kort

Kenmerkendheid

  • Voormalige rivier- en beeklopen kunnen (stilstaand) water bevatten, of als opgevulde depressies in het reliëf te zien zijn.
  • De geulen kunnen boogvormig (vaak van een afgesneden meander) of juist vrij recht zijn.
  • Als de verlanding verregaand is voortgeschreden zijn oude lopen te herkennen als relatief lage, drassige plekken in het land. Hun opvulling is vaak vrij kleiig of venig en kan enkele meters dik zijn.
  • Oude rivierlopen in de uiterwaarden kunnen periodiek nog worden overstroomd.

Materiaal

Als gevolg van verlandingsprocessen kunnen voormalige rivier- en beeklopen met zand, klei of veen zijn opgevuld. Vooral veen is van grote waarde omdat het informatie verschaft over de vegetatieontwikkeling in vroeger tijden. Op basis van een pollenanalyse kan tevens de vroegste klimaatgeschiedenis worden gereconstrueerd. Het water in de beek- en rivierlopen is zoet en over het algemeen voedselrijk.

Huidige aardkundige processen

Als gevolg van het op grote schaal aan banden leggen van rivier- en beekprocessen worden meanders niet meer gevormd en dus ook niet meer afgesneden. Bij min of meer natuurlijke beken en rivieren, zoals de Geul en de Dinkel, kunnen bochtafsnijdingen echter nog wel plaatsvinden.

Zicht op de restgeul van de Oude Rijn richting het westen, gezien vanaf de Burgemeester Brunsbrug bij Herwen. Links is een oude dijk te zien
Afb. 1. Zicht op de watervoerende restgeul van de Oude Rijn in de Rijnstrangen. Links is een oude dijk te zien (Foto: Bert van As, RCE kennisbank, CC BY-SA 3.0) .
Afb. 2. AHN-afbeelding van de rivierterrassen langs de Roer in Limburg. Vooral bij II zijn restgeulen van afgesneden meanderbochten te zien.
Oude geul op het Junner Koeland
Afb. 3. Oude Vechtarm in het Junnerkoeland (Ov). Deze geul was actief tot de IJzertijd en is duidelijk in het reliëf te zien als een kromme en natte depressie. Foto: Harm Jan Pierik. (klik voor een vergroting)

Achtergrond

Ontstaan en voorkomen

Voormalige waterlopen liggen met name in het rivierengebied en op de hogere zandgronden. In het kustgebied spreken we van kreken. Als een rivier of beekloop verlaten raakt ontstaat een restgeul. Soms zijn deze geulen nog watervoerend (zoals de Kromme Rijn), in veel gevallen zijn de geulen echter grotendeels met sediment opgevuld. Ze zijn dan nog als een geulvormige depressie in het landschap te zien. Vaak zijn deze depressies ook kleiiger en natter dan de omgeving.

Meanderbochtafsnijdingen vinden plaats doordat erosie in de buitenbocht en de sedimentatie in de binnenbocht doorgaat, waarbij uiteindelijk de meander bij de hals kan worden afgesneden. Zo ontstaan een boogvormige restgeul, vaak ook met kronkelwaardreliëf in de binnenbocht.

Daarnaast kunnen hele rivierlopen verlaten raken bij een rivierverlegging (avulsie). Dit komt vooral in het rivierengebied voor. Een fraai voorbeeld is de watervoerende Kromme Rijn, die in de middeleeuwen verlaten is geraakt en in 1122 is afgedamd bij Wijk bij Duurstede. Daarnaast zijn er voormalige beek- en rivierlopen die ontstaan zijn als gevolg van normalisatie- en kanalisatiewerkzaamheden.

Op het moment dat waterlopen geïsoleerd raakten van het buitenwater kwamen verlandingsprocessen op gang. Als het water nog relatief snel stroomt vult de geul zich met zand, naarmate de stroomsnelheid door de verlegging afneemt wordt de opvulling kleiiger. Als de geul geïsoleerd komt te liggen kan uiteindelijk ook veenvorming optreden.

Bodems en waterhuishouding

Niet-watervoerende restgeulen hebben vaak kleiige of venige bodems. Ze vormen vaak wat nattere depressies in het landschap. Watervoerende restgeulen staan grotendeels niet meer in verbinding met hun oorspronkelijke beek- of riviersysteem, ze worden soms gevoed door kwel en voeren vaak water af van meer lokale oorsprong.

Relaties met landschappelijke waarden

Cultuurhistorie en archeologie

In de voormalige rivier- en beekbeddingen kunnen archeologisch waardevolle voorwerpen worden aangetroffen. Ook kunnen ze samenhangen met oude bewoningsplaatsen of verkavelingen. Een meer kronkelend karakter van depressies of waterlopen draagt bij aan een relatief kleinschaliger landschap.

Ecologie en biodiversiteit

De ecologische waarde van oude rivier- en beeklopen is gebaseerd op de aanwezigheid van gradiënten. Oude waterlopen worden biologisch dan ook gekenmerkt door een rijke flora en fauna.

Beheer

Aantastingen en bedreigingen

Egalisatie zorgt ervoor dat de depressies minder goed herkenbaar worden. Voormalige waterlopen kunnen zijn of worden aangetast als gevolg van het illegaal storten van materiaal en puin. Ook vertrapping van de oevers door recreanten (zwemmers) vormt een reëel gevaar. Ontwikkelingsprojecten in de uiterwaarden tasten de zichtbaarheid van voormalige waterlopen vaak aan. In het kader van natuurontwikkeling worden oeverprofielen aangetast. Vaak vindt er afvlakking plaats of krijgen de oevers een getrapt profiel. Ten behoeve van het vergroten van de waterberging worden beddingprofielen verbreed en / of verdiept. Bij het opschonen van de oude loop verwijdert men soms oude veenlagen en tast men de minerale ondergrond aan.

Beheeropties

Bij het beheer van afgesneden waterlopen kunnen de volgende strategieën worden toegepast:

Behoud

De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:

  • Niets doen. Vanuit aardkundig oogpunt is het niet gewenst lopen die op natuurlijke wijze zijn afgesneden en opgevuld uit te graven. In dergelijke fenomenen bevinden zich immers veelal oude veenlagen met een hoge informatiewaarde omtrent het vroegere vegetatieontwikkeling en dus het klimaat.
  • Het periodiek verwijderen van de sliblaag. Omdat afsnijdingen vrijwel nergens meer op natuurlijke wijze kunnen plaatsvinden is het vanuit aardkundig en ecologisch oogpunt van belang enkele oude lopen te fixeren door middel van onderhoudsbeheer. Het periodiek verwijderen van de bovenste sliblaag vormt daartoe een mogelijkheid. Door vooraf de dikte van de sliblaag te peilen kan worden voorkomen dat eventueel aanwezig veen en de minerale ondergrond worden aangetast. Het beste kan gebaggerd worden met zuigmachines in plaats van met graafmachines. Het opgebaggerde slib dient te worden afgevoerd en niet te worden uitgespreid over de omgeving, omdat anders een onnatuurlijk reliëf ontstaat.

Herstel

De beheerwerkzaamheden kunnen bestaan uit:

  • Het weer aan de waterloop koppelen van op kunstmatige wijze afgesneden meanders. Het eventueel vrijgekomen materiaal kan men, indien het geen puin betreft, gebruiken om de gegraven loop op te vullen. Bij graafwerkzaamheden dient men het beddingprofiel in z’n oorspronkelijke staat (breedte & diepte) terug te brengen. Het uitgraven van op natuurlijke wijze afgesneden, verlande meanders kan beter niet plaatsvinden (zie ‘niets doen’). Indien men hier echter toch toe besluit, bijvoorbeeld in het kader van waterberging en natuurontwikkeling, kies dan voor de jongste oude loop. Ook hier geldt dat aantasting van de minerale ondergrond moet worden voorkomen. De exacte loop en afmetingen van oude meanders kan bepaald worden aan de hand van oude kaarten en grondboringen.
  • Het gedeeltelijk uitgraven van dichtgegooide meanders indien koppeling aan de waterloop niet mogelijk is. Op deze manier blijft de oorspronkelijke meanderende loop zichtbaar in het landschap. Ook hier geldt dat overdimensionering moet worden voorkomen.
  • Het rondom oude lopen aanwijzen van bufferzones waar bemesting achterwege wordt gelaten. Zo kunnen waardevolle vegetaties tot ontwikkeling komen en verbetert de waterkwaliteit. Bovendien vindt verlanding minder snel plaats waardoor het object beter behouden blijft.
  • Bij herstel van oude beeklopen is het vak belang naar de ondergrond te kijken en de dynamiek van het gehele stroomgebied. Deze factoren bepalen de geuldynamiek en kunnen sinds de laatste eeuwen ook veranderd zijn, waardoor het herstellen van oude lopen niet altijd zinvol is.

Voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

  • Op initiatief van de Kempense vliegvisvereniging is de oorspronkelijke loop van de Keersop (NB) hersteld. Met behulp van oude kaarten en boringen in het veld is de oude beekloop gereconstrueerd, waarna deze is uitgegraven. De gekanaliseerde delen worden bij hoge afvoeren als overloop gebruikt. De verdeling van het water over de oude beekloop en de gekanaliseerde delen wordt door middel van stuwtjes geregeld. De aardkundige en ecologische processen en ontwikkelingen worden bestudeerd. Het project vond plaats in samenwerking met het Waterschap de Dommel, de Provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, LNV en de landbouworganisaties.
  • In het kader van een natuurontwikkelingsproject langs de Regge heeft het Landschap Overijssel in samenwerking met het waterschap Regge en Dinkel de jongste oude, in het verleden dichtgegooide, meanders uitgegraven. Op basis van oude kaarten (eind 1800) en veldwaarnemingen is de ligging van de oude beeklopen bepaald.

Zie ook ‘Beken'.

Knelpunten in de praktijk

Het waterschap bepaalt welke beheerwerkzaamheden wel en niet aan waterlopen kunnen worden uitgevoerd. De afvoerfunctie staat daarbij voorop en niet de ecologische en aardkundige waarden. Het waterschapsbeleid kan het opnieuw aan de waterloop koppelen van op antropogene wijze afgesneden meanders in de weg staan.

Verder lezen

Oorspronkelijke tekst afkomstig uit het Handboek Aardkundig Landschapsbeheer

Gebiedsbeschrijvingen

De volgende gebiedsbeschrijvingen horen bij dit landschapselement:

 ProvincieAardkundig fenomeen (primair)Aardkundig fenomeen (overige)
Beekdalen Heythuysen-ThornLimburgbeekdallandduin, restgeul
Dekzandrug SchiphorstGelderlanddekzandrug, rivierduinrestgeul, rivierduin
Donken en geulen langs het Zwarte WaterOverijsselgetijkreek, restgeul, rivierduindoorbraakgeul
Geulen IJsseldeltaOverijsselrestgeul 
Meanderbocht AmmerzodenGelderlandmeanderruggen en -geulen, restgeul 
Restgeul Drielsche WeteringGelderlandrestgeulstroomrug
Rivierterras Gaanderen - GendringenGelderlandterrasvlaktemeanderruggen en -geulen, restgeul
Rivierterras Oude IJsselGelderlandterrasvlakterestgeul
Rivierterras WijchenGelderlandterrasvlakterestgeul
Rivierterrassen Maas (Born - Cuijk)Limburg, Noord-Brabantterrasvlaktekronkelwaardreliëf, restgeul, rivierduin
Rivierterrassen van de RoerLimburgterrasvlaktelandduin, restgeul



Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 15 jul 2026 om 02:05.