Wim Quist (1930-2022)


Introductie

Wim Quist (Amsterdam 1930 - Amsterdam 2022) ontwierp in Nederland naast musea, kantoorgebouwen en woningen ook civiele bouwwerken en meubels. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een strakke, sobere bouwstijl.
Kleurenfoto van drie witte waterbollen op stalen poten, op verschillende hoogtes, omgeven door groen en blauwe lucht.
Afb. 1. Watertoren (1970) in Eindhoven. Foto: Wikimedia Commons / Lempkesfabriek
De zwart-witfoto toont een groot, modern wit gebouw met strakke lijnen en weinig versiering, op een leeg plein waar in het midden een krachtig bronzen beeld van twee omhoogreikende figuren op een sokkel staat, terwijl een eenzame wandelaar links door het beeld loopt.
Afb. 2. Maritiem Museum (1986) in Rotterdam. Foto: Collectie Nieuwe Instituut
Zwart-witfoto van massief, rechthoekig gebouw in licht beton met drie witte open metalen kubusstructuren op pijlers en als kunstwerk een diagonale mast op het dak.
Afb. 3. Rotterdamse Schouwburg (1988). Foto: Nationaal Archief / Rob Bogaerts / Anefo

Start loopbaan

Vóór het afronden van zijn opleiding aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam won Quist de Prix de Rome, de stimuleringsprijs voor talentvolle beeldende kunstenaars en architecten in Nederland. Na zijn afstuderen in 1960 werkte hij als gemeentearchitect in Rotterdam, waar hij in hetzelfde jaar zijn eigen bureau startte. Zijn eerste ontwerp was het drinkwaterproductiebedrijf Berenplaat (1965) voor Gemeentewerken in Rotterdam. Later volgden opdrachten voor drinkwaterbedrijven in Eindhoven (1970), de Biesbosch (1974) en Rotterdam Kralingen (1977).

Humane beeldende logica

Quist voelde zich verwant met de uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen. Zijn functionele ontwerpen worden getypeerd door een esthetische eenvoud die hij omschreef als 'humane beeldende logica'. Zijn belangstelling voor bouw- en installatietechniek komt daarbij duidelijk tot uiting. Hij streefde ernaar ontwerpen terug te brengen tot hun essentie. Daarbij stonden de wensen van de opdrachtgever stonden voorop en moest de architect zich dienstbaar opstellen. Duurzaamheid, tijdloosheid en vakmanschap waren voor Quist waarden die hij in elk project tot uiting wilde laten komen. Van 1968 tot 1975 bracht hij dit als hoogleraar over aan studenten van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft.

Nieuwe Truttigheid

Eind jaren zeventig verzette Quist zich met Carel Weeber en Jan Hoogstad tegen de 'Nieuwe Truttigheid' in de Nederlandse architectuur en mengde hij zich in het debat. De vermeende vervreemding tussen architect en gebruiker die door kleinschaligheid en inspraak kon worden overbrugd, beantwoordde hij met grootschalige, ‘affe’ gebouwen zonder ruimte voor persoonlijke invulling; een benaderingswijze die hem niet bij iedereen even populair maakte. Toch werd hij in 1975 benoemd tot Rijksbouwmeester en richtte hij zich in deze functie op inspraak en democratisering bij het bouwproces. Ook de verantwoordelijkheid van opdrachtgevers voor de ontwikkeling van goede architectuur vormde een thema. Na vier jaar besloot Quist geen tweede termijn te vervullen. In de jaren tachtig werd hij bijzonder hoogleraar architectuur aan de Universiteit van Amsterdam (1988-1994).

Wit, grijs, zwart of natuurlijke tinten

Kenmerkend voor Quists ontwerpen zijn geometrische doosvormen en zichtbare constructies, waarin diagonalen en andere geometrische versnijdingen vaak terugkomen, evenals platte daken, cilindervormige krommingen en zichtbare constructies. Quist gebruikte natuurlijke materialen als beton, glas, staal, gemoffeld aluminium, schone baksteen en gepolijste of geglazuurde tegels. Kleur speelde in zijn werk een ondergeschikte; hij koos vaak voor wit, grijs, zwart of natuurlijke tinten. Door de combinatie van de strakke vormgeving en het specifieke materiaal- en kleurgebruik worden zijn ontwerpen door sommigen als afstandelijk, koud en streng ervaren. Quist was een groot liefhebber van beeldende kunst en betrok diverse kunstenaars bij zijn projecten, onder wie André Volten en George Rickey. Als Rijksbouwmeester voerde hij een beleid waarin ruimte werd geboden aan de integratie van beeldende kunst in architectuur.

Quist Wintermans Architekten

In 1995 werd zijn bureau Quist samengevoegd met het buro Wintermans en kreeg het de naam Quist Wintermans Architekten. In 2003 stopte Quist als architect bij het bureau. Hij bleef wel actief betrokken bij het aanpassen en onderhouden van zijn ontwerpen. In 2021 is in samenspraak met hem het hoofdkantoor van Suiker Unie in Breda door architectenbureau EVA getransformeerd tot woongebouw. Wim Quist overleed in 2022 op 91-jarige leeftijd.

Objecten

  • Watertoren Eindhoven (1968-1970).
  • Uitbreiding Kröller-Müller Museum, Otterlo (1970-1977).
  • Suiker Unie, Breda (1973-1976).
  • Drinkwaterproductiebedrijf Kralingen (1977).
  • Uitbreiding Laurenskerk (1976-1981).
  • Museon, Den Haag (1980-1985).
  • Marititem Museum, Rotterdam (1981-1986).
  • Gemeentehuis Zeewolde (1987).
  • Omniversum, Den Haag (1983-1985).
  • J.W. Tops-huis, Vrouwenpolder (1987).
  • Kantoorgebouw Willemswerf, Rotterdam (1982-1988).
  • Noord Brabants Museum (1987).
  • Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam (1988).
  • Kantoorgebouw Robeco, Rotterdam (1987-1991).
  • Erasmus Universiteit/M-gebouw, Rotterdam (1990-1992).
  • Museum Beelden aan Zee, Scheveningen (1990-1994).
  • Cobra Museum, Amstelveen (1995).

Bronnenlijst

  • Woud, A. van der, Wim Quist (Rotterdam 1989).
  • Woud, A. van der, Wim Quist, projecten 1992-2000 (Rotterdam 1999).
  • Ibelings, H., Architecten in Nederland. Van Cuypers tot Koolhaas (Amsterdam/Gent 2005).

Dit artikel is geschreven door Eva Villanueva.

Verbeteringen, vragen of opmerkingen?Geef een inhoudelijke verbetering door, stel een vraag of maak een opmerking via het contactformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 okt 2025 om 03:23.