Zonwering
Introductie
Zonwering heeft tot doel de lichtval te doseren en de binnentemperatuur te temperen. Het gebruik van binnenluiken was rond 1940 geheel verdwenen. Persiennes aan de buitenzijde, in de vorm van houten raamwerken met daarin verstelbare houten lamellen, kwamen nog wel voor. Begin twintigste eeuw verschenen gespecialiseerde bedrijven op de markt voor het maken van rolluiken en zonneschermen. Zonwering kan worden geplaatst aan de buitenzijde of aan de binnenzijde van het raam en kent verschillende varianten.




Rolluiken en jaloezieën
Rolluiken
Rolluiken bestaan uit houten latten of strips van staal en aluminium die in een rolluikkast om een as of rol worden opgetrokken. Deze kast kan in de constructie worden weggewerkt of aan de buitenzijde boven het venster worden opgebouwd. Het rolluik wordt opgetrokken door een aan de as verbonden windwerk. De firma W. Kortryck uit Groningen leverde de houten rolluiken voor de kampcommandantswoning in Westerbork (L. Bok, 1939). Rolluiken werden nog tot 1984 gemaakt door de Amsterdamse Heineken Rolluikenfabriek. In ons land komen rolluiken minder voor dan in de ons omringende landen; wel vonden ze veel toepassing bij winkelpuien.
Jaloezieën
Minder gesloten dan rolluiken zijn buitenjaloezieën, ook zonneblinden of Venetian blinds genoemd. Ze bestaan uit beweegbare schoepen van latwerk of lamellen, verbonden door textiele (ladder)banden. In eerste instantie ging het om houten lamellen, maar na 1950 vonden ook aluminium lamellen ingang. Jaloezieën kunnen met behulp van een trekband of trekkoord worden opgehaald en neergelaten. In opgetrokken vorm gaan ze bij voorkeur schuil achter een jaloeziekap van hout of metaal. Naast een trekkoord is ook een tuimelkoord nodig om de lamellen te kunnen draaien.
Het meest efficiënt is om de jaloezieën aan de buitenzijde te plaatsen om daar de warmte te weren, maar in de praktijk werden ze ook vaak aan de binnenzijde aangebracht, zeker bij toepassing in flatgebouwen. Midden jaren vijftig verscheen er een variant waarbij de jaloezieën tussen de beide ruiten van een tuimelraam werden geplaatst. De in 1900 gestichte Deense firma Chr. Faber adverteerde daarmee in 1955 als een stofvrije oplossing.
Luxaflex
De joodse Duitser Henry Sonnenberg verhuisde in 1933 naar Rotterdam om daar een machinefabriek te stichten, maar reisde in 1940 door naar de Verenigde Staten. Samen met John Hunter richtte hij daar in 1946 de firma Hunter Douglas op. Zij brachten lichtgewicht aluminium jaloezieën op de markt onder de naam Flexalum. Deze werden in 1951 voor de Europese markt herdoopt tot Luxaflex en sindsdien vervaardigd in een met geld uit het Marshallplan gestichte fabriek aan de Piekstraat in Rotterdam. Vanaf 1953 werd het merk Luxaflex verkocht door firma’s als J.P. Senft & zonen uit Haarlem, D. Bonset & Co. uit Amsterdam, W.A. Hamel uit Rotterdam en Bingham & Co. uit Schiedam. Luxaflex kwam in 1962 op de markt met het ‘monocommando’, waarbij het trekkoord tevens kon worden gebruikt en om de stand van de lamellen te wijzigen.
Andere producten
Een derde fabrikant van jaloezieën was de Amsterdamse firma Eland-Brandt. Deze adverteerde in 1954 met aluminium zonnefilters met ladderbanden van terylene (een polyestergaren). Bonset & Co produceerde vanaf 1964 de elektrisch aangedreven Alumatic buitenzonwering, gemaakt van aluminium strips met aan beide langszijden een kraal. Deze werd onder meer toegepast aan de gebouwen van de TH in Enschede.
Vanaf 1966 verschenen er buitenzonweringen in de vorm van vlakke verticale rolscreens van het merk Sunmaster. Deze waren ingebouwd in de gevelconstructie en bestonden uit een open weefsel gemaakt van fiberglasdraden overtrokken met een gekleurde laag weerbestendige kunststof. Ook zonwering van andere fabrikanten gingen het gevelbeeld van overwegen utilitaire gebouwen bepalen. Een goedkopere variant van jaloezieën aan de binnenzijde waren papieren zongordijnen. Die waren er in de vorm van optrekbare tot smalle horizontale banen plissé gevouwen zongordijnen, gemaakt van pvc-versterkt papier dat was voorzien van sleufjes. Balatum in Huizen bracht ze op de markt als Balastore (afb. 3). In latere varianten kwamen ze ook in de vorm van duettes (ruggelings aan elkaar gezette plissés). In 1969 werd in Enschede de firma Internova opgericht. Die produceerde onder meer zonwering in de vorm van verticale lamellen of jaloezieën onder de naam Sundrape. Ook de firma Sunway uit Spijkenisse (later Nieuwegein) bracht dit product rond die tijd op de markt. Sindsdien zijn verticale jaloezieën gemaakt van textiel, aluminium of kunststof niet meer weg te denken.
Zonneschermen
Uitvalschermen
In gesloten toestand bemoeilijken jaloezieën het zicht naar buiten. Daarom gebruikte men ook zonne- of uitvalschermen. Deze bestaan uit een met textiel gespannen metalen raamwerk en kunnen worden opgetrokken of opgerold. Het uitzetten gebeurt met aan de gevel bevestigde kinkarmen, schaararmen of telescooparmen. Voor het schermdoek benutte men vanaf de jaren vijftig polyacrylaat-, polyester- of glasvezeldoek. Een nadeel van een zonnescherm is de ‘hoekzon’, die bij bepaalde zonnestanden schuin onder het scherm naar binnen kan vallen. Daarom is er ook de zogeheten markisolette, met een verticaal scherm en aan de onderzijde een uitstaand deel. Het euvel van hoekzon wordt hiermee beperkt en het uitstekende deel steekt minder ver uit dan bij een zonnescherm. Markisoletten worden doorgaans opgerold in een metalen kastje boven het kozijn en van binnen af bediend (afb. 4).
Markiezen
Dominanter aanwezig in het gevelbeeld is de markies. Dat is een kwartronde zonwering die bestaat uit een aantal portaalvormige raamwerken van hout of metaal waaraan het schermdoek ook aan de zijkant is bevestigd. Markiezen komen voor in de vorm van een vast afdakje, maar zijn meestal opvouwbaar en vallen in opgetrokken toestand binnen een aan de gevel bevestigde randomlijsting. Naast de standaardoplossing bestaat er ook een petmodel, waarbij het laatste raamframe iets hoger op het voorlaatste frame wordt bevestigd om zo een hogere doorloophoogte te krijgen.
Zowel markiezen als zonneschermen kunnen zijn voorzien van een extra verticaal hangende strook schermdoek die een volant wordt genoemd. Bij zonneschermen op terrassen staat daar vaak een naam of reclame op afgedrukt. Een laatste variant is het zonnerooster, een structurele horizontale zonwering in de vorm van een opengewerkte luifel met daarin vaste of beweegbare lamellen of schoepen. Dit systeem is onder meer toegepast aan de zuidzijde van de Bodonvleugel van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (A. Bodon, 1972) (afb. 5).
Literatuur
- P.J. Verschuyl en O. Jelsma, Catalogus voor de Bouwwereld 1955, ’s-Gravenhage 1955, p. 518-519.
- J.J. Hagenaars, ‘Buitenzonwering’, Bouw 22 (1966) 30, p. 1152-1155.
- J. Nijs, ‘Buitenjaloezieën’, Bouw 22 (1966) 26, p. 982-987.
- F.W. den Dulk, Vat op de zon. Zonwering in de woningbouw, Rotterdam 2008.
- B. Kooij, Moderne zonwering voor historische gebouwen, RCE Gids Cultuurhistorie 25, Amersfoort 2012.
- B. Kooij, Historische zonwering, RCE Gids Cultuurhistorie 17, Amersfoort 2013.
Dit is een bewerking van: Ronald Stenvert, ‘Gevelelementen - Zonwering’, in: Kees Somer en Ronald Stenvert (red.), Bouwmaterialen 1940-1990. Vernieuwing, constructie, toepassing, Rotterdam 2024, p. 199-201.
Rijksmonumenten bij dit artikel
Dit artikel maakt deel uit van Moderne bouwmaterialen.
Zie Bouwmaterialen 1940 - 1990 Vernieuwing, constructie, toepassing (nai010) voor meer informatie over dit boek.
Zie Bouwmaterialen 1940 - 1990 Vernieuwing, constructie, toepassing (nai010) voor meer informatie over dit boek.
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's
zonneweringen, blinden (zonwering), screens (zonwering), markiezen (zonwering) en zonweringonderdelen
Specialist(en)
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 feb 2026 om 21:37.