Keileemheuvels Geesteren

< Aardkundig erfgoed - inleiding
Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 23 nov 2023 om 03:02
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)


Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed

Samenvatting

Gelselaar en Geesteren liggen beiden op kleine langgerekte stuwwalresten van ongeveer 1 km, die met een dikke laag keileem zijn bedekt. Hun noord-zuidrichting laat zien dat ze gevormd zijn door het oprukkend landijs vanuit het noorden. Dit gebeurde tijdens de voorlaatste ijstijd, het Laat-Saalien (ongeveer 150.000 jaar geleden). Deze heuvels waren door het overrijden van het landijs als één langwerpige rug gevormd, maar deze is later door erosie onderbroken. Kenmerkende gordeldekzandruggen uit de laatste ijstijd (het Weichselien, ongeveer 110.000-11.700 jaar geleden) liggen rondom de keileemheuvels. Deze zijn door bemesting met plaggen opgehoogd, zoals de Boerenesch en de Geesterensche Esch.

Aardkundig fenomeen (primair)

keileemrug, stuwwal

Overige aardkundige fenomenen

gordeldekzandrug, landduin

Periode(s)

  • Pleistoceen - Laat-Saalien
  • Pleistoceen - Weichselien
  • Holoceen

Gevormd door

landijs, mens, smeltwater

Kenmerkendheid

  • Een lange, lage en uitgerekte kleine stuwwal
  • Glooiende vorm is kenmerkend voor het overreden van het ijs (gedrumliniseerde rug).
  • Gordeldekzandruggen met enkeerdgronden.
Fragment van de geomorfologische kaart met schaduwreliëf van het AHN-hoogtebeeld
Afb.1. Fragment van de geomorfologische kaart met schaduwreliëf van het AHN-hoogtebeeld. Te zien zijn drie restanten van een grondmorene (rood) met daar omheen gordeldekzandruggen (geel). (klik voor vergroting)
Fragment van de Militair Topografische kaart rond 1925
Afb.2. Fragment van de Militair Topografische kaart rond 1925 voor hetzelfde gebied als in Afb.1.: De drie keileemheuvels zijn duidelijk te zien aan de verbreiding van de akkergronden, de omringende nattere gebieden zijn vooral als grasland in gebruik. (klik voor vergroting)

Ontstaansgeschiedenis

Opstuwing en keileem in de voorlaatste ijstijd

Langgerekte stuwwalrestanten van ongeveer 1 km (Afb.1), die maximaal 3 meter boven de omgeving uitsteken. Deze drie stuwwalkernen vormden samen één complex dat gevormd werd door het oprukkend landijs uit het noorden tijdens de voorlaatste ijstijd, het Laat-Saalien (ongeveer 150.000 jaar geleden). Vrij snel na hun vorming zijn de stuwwallen door het landijs overreden, waarbij ze afgevlakt zijn en werden bedekt met een dikke laag keileem. Plaatselijk is deze keileem wel 5 meter dik, deze stuwwallen zijn daarom ook wel beschreven als keileemheuvels. Toen het landijs over de stuwwallen met keileem heen bewoog, werden de heuvels met de stromingsrichting van noord naar zuid gevormd, als een aaneengesloten langwerpige rug (‘gedrumliniseerd’).

Stuwwalerosie en vorming gordeldekzandruggen

Na de ijsbedekking in het Saalien, is de stuwwal met keileem geërodeerd, waardoor hij onderbroken is. Deze erosie heeft vermoedelijk grotendeels tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, 110.000-11.700 jaar geleden) plaatsgevonden. Tijdens deze ijstijd bereikte het landijs Nederland niet, maar was het zeer koud. Door een afwisselend toendra en poolklimaat was de vegetatie tijdens deze ijstijd spaarzaam. De bodem was voor lange periodes geheel bevroren (permafrost), waardoor smeltwater over het oppervlakte stroomde en veel erosie plaats kon vinden.

Ook vormen de kenmerkende gordeldekzandruggen van 2 – 3 meter hoog rondom de stuwwal. Deze vormden doordat het landschap tijdens de laatste ijstijd spaarzaam begroeid was en de wind makkelijk zand kon opblazen. De exacte ontstaanswijze van gordeldekzandruggen is onbekend. De hoger gelegen dekzanden en keileemheuvels waren geschikt voor bouwlanden, waardoor ze zijn opgehoogd met een plaggendek. Dit heeft hun hoge positie in het landschap versterkt (Afb. 2). Voorbeelden van deze bouwlanden zijn de Boerenesch en de Geesterensche Esch.

Huidige aardkundige processen

Geen

Bodems en waterhuishouding

Op de hoger gelegen gordeldekzandruggen en keileemheuvels zijn enkeerdgronden te vinden. In de laagtes tussen deze delen, namelijk ten zuiden van Oosterveld, liggen laarpodzols en veldpodzols. Tussen de keileemheuvels van Geesteren en Gelselaar liggen kalkloze poldervaaggronden op de oude beekafzettingen van de Bolksbeek.

Relatie met cultuurhistorie en archeologie

  • Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden die zijn ontstaan door eeuwenlange bemesting van een dik humushoudend dek, het zogenaamde potstalmest dat gevormd werd met behulp van plaggen. Deze zijn te vinden rond de oude woonkernen. Bouwlanden werden hoog op de heuvel bij Geesteren aangelegd, omdat deze door klei in de bodem vochthoudend was.
  • Duidelijke relatie historisch landgebruik en de hogere ligging van de dekzandrug (Afb 1 en 2).

Verder lezen

Overlap met eerder benoemd aardkundig erfgoed

  • GEA-object: 34W8 Gelselaar - Geesteren
  • Van Beusekom (2007): GL 106

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema'sTrefwoorden
Stuwwal, keileemheuvel
Specialist(en)
Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 23 nov 2023 om 03:02.