Archeozoölogie - mollusken

Versie door Dvmersbergen (overleg | bijdragen) op 1 okt 2021 om 09:03 (Dvmersbergen heeft de pagina Archeozoölogie - mollusken hernoemd naar Archeozoölogie - mollusken zonder een doorverwijzing achter te laten)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie[bewerken]

De uitwendige skeletdelen van schelpdieren blijven in kalkhoudende grond langdurig bewaard, dit vormt een informatiebron voor onderzoek.

In het kort

Doel: informatie over voedselvoorziening, datering, handel, milieu.
Bruikbaar voor: het vergaren van kennis over de vervaardiging en afkomst van individuele vondsten en de samenstelling van monsters.

Nodig: variërend van één exemplaar tot een monster van meerdere liters, afhankelijk van de vraagstelling.
Schilderij van Willem Claesz. Heda: Stilleven met vergulde bokaal, 1635.
Schelpdieren zijn van oudsher een welkome aanvulling op ons dieet geweest. Willem Claesz. Heda legde dit in 1635 in dit ‘Stilleven met vergulde bokaal’ prachtig vast. Foto: Collectie Rijksmuseum.
Deze schelp werd aangetroffen in de tuin bij een buitenplaats in Kostverloren, Amstelveen.
Ook exotische schelpen vonden vaak hun weg naar onze streken. Deze schelp werd aangetroffen in de tuin bij een buitenplaats in Kostverloren, Amstelveen. Foto: Open Data Provinciaal Depot voor Archeologie Noord-Holland.
Afbeelding van een schelp uit Java, meegenomen door Dubois uit Java.
Dubois nam in 1890 deze schelp samen met tientallen andere vondsten mee uit Java. Recentelijk werd bij nieuw onderzoek ontdekt dat deze Pseudodon vondembuschianus trinilensis waarschijnlijk de oudste inkervingen vertoont die ooit door mensachtigen (Homo erectus) gemaakt zijn. Foto: Collectie Naturalis.

De uitwendige skeletdelen van schelpdieren blijven in kalkhoudende grond langdurig bewaard. Schelpen kunnen informatie bevatten die zeer uiteenlopende vragen kunnen beantwoorden. Zo waren schelpdieren in de prehistorie aan de kust een belangrijke bron van voedsel. Onderzoek naar de aangetroffen schelpen kan verder informatie bieden over bijvoorbeeld seizoenexploitatie, milieu- en klimaatreconstructie en de aanwezigheid van maritieme en zoetwaterstromen.

Kansen en beperkingen

Omdat schelpen uit calciumcarbonaat bestaan blijven zij voornamelijk in kalkhoudende grond bewaard. In kalkarme grond zijn over het algemeen geen schelpresten te verwachten. Schelpen kunnen in archeologische context zowel compleet aangetroffen worden, zoals bij kleine en stevigere schelpen, als ook beschadigd door verschillende post-depositionele processen waar het dunne en of grote exemplaren betreft. Ze zijn op verschillende manieren in archeologische context terecht gekomen: als voedselresten, natuurlijke afzetting, natuurlijke grondstof voor objecten (ornamenten, knopen, betalingsmiddel), maar ook als grondstof voor kleurstoffen, containers, wegverharding, bouwmateriaal, klei-magering en meer. Daarnaast kan het onderzoek naar mollusken ook aanwijzingen geven bij tafonomisch onderzoek, voor het herkennen van lithostratigrafische afzettingen die zich kenmerken door de aanwezigheid van specifieke soorten en inzicht in het milieu.

Hoe neem je een monster?

Geïsoleerde vondsten zijn over het algemeen (geïmporteerde) bij giften in graven of bouwoffers, waarvan het belangrijk is de ligging goed vast te leggen. Het is raadzaam deze vondsten met zorg te behandelen en altijd apart te verpakken in verband met eventueel vervolgonderzoek naar bijvoorbeeld gebruiks- of bewerkingssporen. Meerdere exemplaren bij elkaar kunnen wijzen op voedselafval of mariene/fluviatiele afzettingen. Om deze te bestuderen zijn grondmonsters van minimaal 10 liter nodig. In het geval van afzettingen kan het noodzakelijk zijn de schelpen per laag te bemonsteren. Bij een opvallend grote hoeveelheid voedselschelpresten is het ook raadzaam in lagen te bemonsteren waardoor er bijvoorbeeld inzicht kan worden verkregen in seizoens- of overexploitatie.

Combineren met andere methoden

Naast de soortendeterminatie kan het onderzoek aan schelpen bijdragen aan 14C-datering en de reconstructie van milieu en klimaat. Herkomst van de schelp kan worden vastgesteld door middel van isotopenanalyse. Wanneer schelpen gebruikt zijn als ruw materiaal voor de productie of versiering van artefacten, of als werktuig, kan de combinatie met bijvoorbeeld gebruikssporenonderzoek inzicht geven in het technologisch systeem van een vindplaats.

Hoe interpreteer ik mijn resultaten?

De analyse van soorten zal in de regel uitgevoerd worden door de specialist en resulteren in een rapport met gegevens en de interpretatie daarvan. In sommige gevallen is het naast de soortendeterminatie mogelijk verslag te doen van extra gegevens als de periode van verzamelen (seizoenexploitatie), overbevissing (bij afname gemiddelde afmetingen) en herkomst (bijvoorbeeld bij schelpen als exotische import).

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen in de basisrapportage te worden weergegeven en met alle andere gegevens en primaire data te worden gedeponeerd in het e-depot voor de Nederlandse archeologie: easy.dans.knaw.nl. De gebruikte meet- en kalibratiemethodes, methode van monstername en behandeling, hoeveelheden monsters en metingen, relativering van data-precisie, en eventuele overwegingen/ aanpassingen worden gerapporteerd. Deze zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor de vergelijking met onderzoek op andere sites.

Specialistisch onderzoek wordt bij voorkeur opgezet als onderdeel van interdisciplinair archeologisch onderzoek, waarbij de verschillende deelstudies in samenhang met overkoepelend onderzoek worden uitgevoerd, geïnterpreteerd en gerapporteerd.

Lees verder

  • Allen, M.J. (red.) 2017: Molluscs in Archaeology; Methods, approaches and applications, Oxford (Studying Scientific Archaeology 3).
  • Bakker, H. & W. Kuijper 2019: Molluskeninventarisatie van het Ruigeplaatbos en de Visserijgriend in Hoogvliet, Rotterdam: bijzondere vondsten en een hoge diversiteit, Spirula 421. 9-17.
  • Bakels, C., K. Fennema, W.A. Out & C. Vermeeren (red.) 2010: Van planten en slakken / Of plants and snails, A collection of papers presented to Wim Kuijper in gratitude for forty years of teaching and identifying, Leiden.
  • Lauwerier, R.C.G.M. 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie (www.sikb.nl). Carmiggelt, A. & P.J.W.M. Schulten 2002: Veldhandleiding Archeologie, Leidraad 1 (www.sikb.nl).

Tekst: Yvonne Lammers, Echo information design, met medewerking van Dennis Nieweg (Archaeoconchology), Roel Lauwerier en Bjørn Smit

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 okt 2021 om 09:03.