Begraafplaatsen - financiering voor behoud van funerair erfgoed op begraafplaatsen

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 18 nov 2022 om 14:41

Introductie

Hoe je funerair erfgoed op begraafplaatsen in stand kunt houden, is een grote vraag voor veel beheerders en houders van begraafplaatsen. Op 26 oktober 2022 werd in een webinar van het platform Funerair Erfgoed aandacht besteed aan dit onderwerp. De behandelde onderwerpen kunnen dienen als voorbeeld voor de instandhouding. Hoe zit het met de subsidiemogelijkheden? In dit artikel wordt hier nader op ingegaan.

Detail van de gevel van een rijksmonument in Noord-Brabant
Afb. 1. Wanneer de financiering gelukt is, is dat nog geen garantie voor een goede uitvoering, zoals hier bij een rijksmonument in Noord-Brabant. Het opschuren van monumenten is feitelijk overbodig en zelfs schadelijk.
Monument voor het vermoorde jongentje Frederick Bogaardt in Brummen
Afb. 2. Al enkele jaren probeert men in Brummen het monument voor het vermoorde jongentje Frederick Bogaardt vlot te krijgen. Daarvoor is speciaal een stichting opgericht. Na restauratie doet de gemeente verder het onderhoud.
Mausoleum op Coopersburg in Akkrum
Afb. 3. De restauratie van het mausoleum op Coopersburg in Akkrum werd door diverse partijen, waaronder de provincie Fryslân, gefinancierd waardoor het monument nu weer geheel waterdicht is.
Grafmonument voor Frank Koulen en zijn vrouw op de begraafplaats van Terneuzen
Afb. 4. Het grafmonument voor Frank Koulen en zijn vrouw op de begraafplaats van Terneuzen is aangewezen als bijzonder erfgoed. Koulen geniet nog steeds grote bekendheid vanwege zijn inzet voor de jazzmuziek.
Het ontvangstgebouw bij begraafplaats Bosdrift in Hilversum
Afb. 5. Het ontvangstgebouw bij begraafplaats Bosdrift in Hilversum is nu een multifunctioneel gebouw waar de wijk trots op is en waarmee de begraafplaats weer een nieuw leven kreeg.
Interieur van de Kamer van Springer in het ontvangstgebouw op Bosdrift
Afb. 6. Inkijkje in de Kamer van Springer in het ontvangstgebouw op Bosdrift. Hier kan iedereen terecht voor een bakje troost. Een dergelijk initiatief draagt zorg voor een breder draagvlak voor de begraafplaats.

Wie zorgt voor de financiering?

Instandhouding van funerair erfgoed is primair een zaak van de eigenaar van een begraafplaats. Wanneer een begraafplaats of kerkhof, grafvak of grafmonumenten zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument, dan is er zondermeer sprake van erfgoed. Het gaat niet altijd om hele begraafplaatsen, maar bijvoorbeeld alleen om een aantal te behouden grafmonumenten waarvan aan de hand van een inventarisatie een lijst is opgesteld. Daarnaast kan ook de aanleg in de zin van paden, lanen, bomen en struiken behoren tot de waardevolle onderdelen. Zeker bij een oudere begraafplaats is er vaak sprake van specifieke waarden die per begraafplaats kunnen verschillen. Maar als eigenaar van een begraafplaats speelt ook dat op veel grafmonumenten rechten rusten, waarbij de rechthebbende verplicht is het onderhoud te doen. De basisfinanciering voor funerair erfgoed berust dan ook bij de eigenaar van begraafplaats of grafmonument. De eigenaar zal de paden moeten onderhouden waarmee de toegankelijkheid van de begraafplaats en grafvelden waarborgt. De kosten hiervoor komen vaak uit zogenaamde onderhoudsbijdragen van rechthebbenden. Diezelfde rechthebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van hun grafmonumenten. Dat kunnen soms belangwekkende grafmonumenten zijn en het belang van deze vorm van onderhoud is niet te onderschatten. Blijft een rechthebbende in gebreke, dan biedt de verordening of het reglement doorgans mogelijkheden om als beheerder hier mee om te gaan.

Financieringsmogelijkheden

De overheid heeft via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de provincies en gemeenten een stelsel van maatregelen in het leven geroepen die de instandhouding van ons erfgoed moeten waarborgen en ondersteunen.

Overheidssubsidies

Als een van de belangrijkste subsidies is er de SIM, wat staat voor Subsidie instandhouding rijksmonumenten. Deze subsidie wordt uitgevoerd door de RCE en is in principe voor alle eigenaars van een rijksmonument, mits het geen woonhuis betreft. De subsidie betreft de kosten voor werkzaamheden voor regulier onderhoud op basis van een 6-jarig onderhoudsplan. Voor van rijkswege beschermde begraafplaatsen geldt dat hovenierswerk, mits de groenaanleg mede beschermd is of waarvan onderdelen daadwerkelijk genoemd zijn in de aanwijzing, ook subsidiabel is. Hieronder valt bijvoorbeeld onderhoud aan hagen, beplanting, de padenstructuur, waterlopen en vijvers. Op de website van de RCE staat uitgebreide informatie over de regeling en er zijn bovendien instanties, zoals de Monumentenwacht, die kunnen helpen bij het opstellen van de plannen.

Verschillende provincies kennen een restauratieregeling voor restauratie en herbestemming van rijksmonumenten. Zeker voor grafmonumenten die niet in aanmerking komen voor de SIM omdat ze in te slechte staat verkeren, kan dit een uitkomst zijn. De regels en voorwaarden kunnen per provincie verschillen, maar vaak kan een gesprek met de provinciale monumentenambtenaar uitsluitsel geven over wat wel en niet kan. In sommige provincies worden ook subsidies verstrekt in het geval het om een gemeentelijk monument gaat.

Nagenoeg alle gemeenten hebben een gemeentelijke Erfgoedverordening. Op grond daarvan worden niet alleen gemeentelijke monumenten aangewezen, maar wordt ook geregeld hoe de instandhouding werkt. Voor gemeentelijke monumenten zijn per gemeente regelingen getroffen. Niet alle gemeenten stellen middelen ter beschikking of is er een plafond vastgesteld. Het loont de moeite om bij de eigen gemeente te informeren of er een subsidieregeling is, of hoe de gemeente op andere wijze herstel kan ondersteunen.

Fondsen

Nederland kent een groot aantal fondsen die herstel en instandhouding van monumentale roerende en onroerende goederen tot doel hebben. Een groot landelijk fonds is bijvoorbeeld het Prins Bernhard Cultuurfonds. Met name stichtingen en verenigingen kunnen een beroep doen op een financiële bijdrage. Inmiddels is het doen van een aanvraag online de gewoonste zaak van de wereld, maar daarbij dient de aanvrager wel goed te letten op de algemene richtlijnen. Een van de voorwaarden voor het wel of niet in behandeling nemen is bijvoorbeeld dat een project nog niet op de een of andere wijze gestart mag zijn. Vervolgens zijn er regionaal en lokaal nog tal van fondsen die gelijkluidende doelstellingen kennen. Het verdient aanbeveling om met het oog op financiering vooraf goed onderzoek te doen naar mogelijke fondsen. Bij twijfel is het altijd aan te bevelen contact op te nemen en uit te leggen waarvoor en waarom aanspraak gemaakt wordt op het fonds.

Leningen

Een van de grootste fondsen op het terrein van onderhoud, restauratie, verduurzaming en herbestemming van monumenten is het Nationaal Restauratiefonds (NRF). Nu zullen verduurzaming en herbestemming bij grafmonumenten wat minder snel van toepassing zijn, maar het herbestemmen van een beschermde grafkelder tot een urnenvoorziening is wel degelijk een mogelijkheid. Naast dat het NRF een rol speelt in de uitbetaling van toegekende rijkssubsidies, verstrekt het ook leningen voor restauraties. Dit zijn zogenaamde laagrentende leningen met een vaste looptijd. Door middel van een lening kunnen de lasten van een restauratie over meerdere jaren worden uitgesmeerd, waardoor ook dit een mogelijkheid biedt tot financiering van behoud en herstel van funerair erfgoed.

Waar het op neer komt

Financiering voor behoud van funerair erfgoed kent enerzijds een zeer formeel en theoretisch kader en anderzijds is er ook een praktische kant. Formeel kan een beroep gedaan worden op subsidies, fondsen en leningen, zoals hiervoor beschreven. Dat betekent dat objecten en aanvrager aan regels moeten voldoen. Sommige objecten, bijvoorbeeld zonder monumentale status als rijks- of gemeentelijk monument, kunnen uitgesloten worden van bepaalde regelingen. Anderzijds honoreren bepaalde subsidienten aanvragen van gemeenten niet. Maar wat veel subsidienten wel op prijs stellen is enige creativiteit. Zeker vandaag de dag worden bijzondere oplossingen en ook samenwerking met derden eerder gehonoreerd dan 'platte' voorstellen waar alleen wordt uitgegaan van restauratie. Een speciale dag of juist kennisuitwisseling kunnen ook deel uitmaken van een aanvraag, zodat meer draagvlak wordt gecreëerd voor het erfgoed. Maar naast de gebaande wegen zijn er ook aanvullende of alternatieve financieringsmogelijkheden.

Aanvullende of alternatieve financieringsmogelijkheden

In de praktijk gaan de kosten van de instandhouding van bijzondere waarden, zoals funerair erfgoed vaak die van de normale exploitatie te boven en zal aanvullende financiering nodig zijn. Dat kan door sponsoring, subsidie of reserveringen. Dat laatste is zeker bij gemeentelijke begraafplaatsen een lastig onderdeel, want aan reserveringen wordt daar doorgaans niet gedaan. Maar ook lopen niet alle subsidienten onmiddellijk warm voor een bijdrage aan een gemeentelijke begraafplaats. Wat dan het verschil maakt is hoe de begraafplaats gewaardeerd is, of deze nog gebruikt wordt en hoe de gemeente de plek beheerd of welk beleid er in de gemeente bestaat ten aanzien van behoud van erfgoed. Onderstaande voorbeelden uit Terneuzen en Hilversum illustreren hoe een dergelijke aanpak er in de praktijk uit kan zien.

Gemeente Terneuzen neemt met vrijwilligers het initiatief tot behoud

In de gemeente Terneuzen, met 10 gemeentelijke begraafplaatsen, was al enige jaren sprake van stijgende tarieven op de begraafplaatsen. Dit was onder meer te wijten aan de hogere kosten voor onkruidbestrijding, een inhaalslag om de verschillende administraties op elkaar aan te laten sluiten en het feit dat verlopen graven niet werden geruimd. Ook werden indirecte kosten, waaronder die voor behoud van funerair erfgoed, doorberekend aan nabestaanden terwijl dat eigenlijk breder gedragen zou moeten worden.

Naast heel veel praktische zaken zoals het aanpassen van de beheerverordening, het op orde brengen van en digitaliseren van de administratie heeft de gemeente ook enkele beleidsaanpassingen gedaan. Een daarvan betrof de omgang met cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten. De gemeenteraad had zich eerder al uitgesproken voor het behoud van graven van oorlogsslachtoffers, maar wilde weten wat er nog meer van belang was. Met behulp van burgerparticipatie uit de verschillende dorpen heeft een adviesbureau de gemeentelijke begraafplaatsen geïnventariseerd. Daaruit kwam een lijst van 352 grafmonumenten naar voren. Aan de raad gaf B&W vervolgens de volgende opties:

  • alle grafmonumenten behouden tegen jaarlijkse kosten van 60.000 euro
  • niets doen
  • een selectie van 166 grafmonumenten met hogere waarde tegen jaarlijkse kosten van 17.000 euro.

De gemeenteraad heeft de laatste optie gekozen, maar vervolgens ook B&W de opdracht gegeven eenzelfde inventarisatie te laten uitvoeren op de 8 bijzondere begraafplaatsen in de gemeente. Op grond van dezelfde opties is voor de bijzondere begraafplaatsen een uitwerking gemaakt voor 227 grafmonumenten tegen 10.000 euro aan kosten per jaar. In het beleid is uitgewerkt dat de gemeente rechthebbende wordt van de graven die op de lijst staan, zodra de grafrechten niet verlengd worden of wanneer geen nabestaanden gevonden kunnen worden. De begraafplaatsadministratie stuurt jaarlijks voor die graven een factuur aan de budgethouder cultuur. Hierdoor worden de kosten voor behoud gedragen door de gehele gemeenschap in plaats van alleen rechthebbenden op de begraafplaats. In de beheerverordening is overigens een vergunningplicht opgenomen voor wijzigingen aan grafmonumenten die op de lijst geplaatst zijn.

Ten aanzien van de grafmonumenten op de bijzondere begraafplaatsen sturen de verschillende beheerders jaarlijks de gemeente een factuur, enerzijds voor de grafrechten op begraafplaatsen die nog in gebruik zijn, anderzijds als bijdrage in het onderhoud voor begraafplaatsen die niet meer in gebruik zijn. Het onderhoud wordt met name uitgevoerd door vrijwilligers, die ook hier hebben bijgedragen aan het samenstellen van de lijst.

De Bosdrift in Hilversum herleeft dankzij diversificatie

In de gemeente Hilversum zijn in 2016 de 3 gemeentelijke begraafplaatsen ondergebracht in een stichting. Door op een van de begraafplaatsen een crematorium te openen, zou deze stichting de exploitatie meer succesvol kunnen uitvoeren dan de gemeente, zo was de gedachte. Het ging hier om 3 waardevolle begraafplaatsen, want alle zijn rijksmonument. De Noorderbegraafplaats en Zuiderhof zijn beide ontworpen door Dudok en begraafplaats Bosdrift is ontworpen door de tuinarchitect Springer. De eerste jaren was er weinig aandacht voor de instandhouding van het funeraire erfgoed. De exploitatie had voorrang. In 2019 werd voorzichtig gestart met de revitalisering van de Bosdrift. Die was ernstig vervallen, er werd nauwelijks nog begraven en het monumentale ontvangstgebouw was er slecht aan toe. Door te kijken naar de begraafplaats als een kansengebied, kon ruimte gevonden worden voor de uitgifte van zogenaamde natuurgraven en bovendien werd met behulp van verschillende subsidies het ontvangstgebouw weer teruggebracht in oude glorie. Daarbij werd ingezet op het gebruik van het gebouw voor de begraafplaats, maar ook voor de wijk eromheen. Er werd een huiskamer ingericht en het kantoor van de stichting kreeg een plekje. Op deze wijze krijgen bezoekers aandacht en kunnen ze vragen stellen die meteen beantwoord worden. De huiskamer en ook andere activiteiten op de begraafplaatsen werden vooral mogelijk gemaakt door vrijwilligers, de zogenaamde Vrienden van de Bosdrift.

Inmiddels hebben velen de begraafplaats herontdekt. Er worden weer nieuwe graven uitgegeven en van het ontvangstgebouw wordt door allerlei organisaties gebruik gemaakt. Sommige doen dat in ruil voor een bijdrage aan het herstel van een specifiek grafmonument. Samen met de historische vereniging in Hilversum zijn de meest bijzondere grafmonumenten in kaart gebracht en deze krijgen extra aandacht. Detonerende grafmonumenten worden op den duur verwijderd, zodat het karakter van de begraafplaats weer meer een eenheid gaat uitstralen. Door gebruik te maken van een instandhoudingssubsidie is ook in het onderhoud op langere termijn voorzien. Zo zijn alle grindpaden hersteld en krijgt de beplanting de aandacht die het verdient. Zo is het leven weer terug op de Bosdrift.

Er is meer dan alleen de gebaande subsidiewegen

Naast de formele subsidies zijn er ook tal van andere, meer informele manieren om erfgoed op begraafplaatsen te financieren. Zo kan op informele wijze een beroep gedaan worden op het draagvlak onder de burgers door hen te vragen zich in te zetten voor het erfgoed. Ook het betrekken van andere culturele instellingen of historische organisaties bij een opgave kan betekenen dat behoud gegarandeerd kan worden. Er zijn inmiddels tal van stichtingen in Nederland die een breed netwerk hebben opgebouwd en met behulp van giften kleinere projecten zelf kunnen oppakken op hun begraafplaats. Van elkaar leren door bij elkaar op bezoek te gaan, kan ook bijdragen aan de uiteindelijke instandhouding van funerair erfgoed.

Zie ook[bewerken]

Artikelen

Hoort bij deze thema's

Trefwoorden
Subsidies, Begraafplaatsen
Specialist(en)

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 26 nov 2022 om 03:00.