aalfuiken
Fuik voor de vangst van aal/paling. Bestaande uit een rond hoepels gespannen toelopend net met een maaswijdte van maximaal 35mm, waarin zich trechtervormige delen, de inkels, bevinden en eindigend in een soort van dichtgesnoerde zak, de kruik. Vaak voorzien van uitstaande vleugelnetten aan de eerste hoepel. De hoepels hebben een maximale doorsnede van 110 cm. (De Binnenvaart)
- Synoniem: palingfuiken,aalfuik,palingfuik
- Breder: fuiken
- Begrippenkader: Cultuurhistorische Thesaurus
- Thesaurus: aalfuiken
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 16 jan 2026 om 01:27.