Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar het menu
Aanmelden
Kennisbank
Thema's
Artikelen
Monumenten
Zoeken
Lezen
Formulier bekijken
Geschiedenis weergeven
Pagina exporteren
Vernieuwen
Sluiten
Navigatie
Kennisbank
Thema's
Artikelen
Monumenten
Begrip bewerken: Begrip:Db54f43e-b640-45fc-9292-8b14ea9ca9ab
U hebt geen toestemming om deze pagina te bewerken, want:
De gevraagde handeling is voorbehouden aan gebruikers in een van de volgende groepen:
Gebruikers
,
Bots
,
Beheerders
.
U hebt geen rechten om de gevraagde handeling te verrichten.
Let op
Bij voorkeur het begrip niet bewerken!
Elementtype
Begrip
Status
*
Publiceren
Voorkeurslabel
*
Definitie
*
Wijze van bouwen waarbij uitsluitend hout als bouwmateriaal wordt gebruikt, ev. op enige steen voor fundamenten na. Binnen Europa vindt men de houtbouw in en ten noorden van de Alpen en in het noordelijk deel van Frankrijk. De meest primitieve vorm is die van de blokbouw, met wanden van op elkaar gestapelde boomstammen. Deze bouwwijze is verwant aan de steenbouw, wat ook blijkt uit de flauwe dakhelling. Andere vormen van houtbouw gaan doorgaans uit van een scheiding tussen dragende elementen en wandvullingen, vloeren en dakbedekking. Bij de oudste vormen zijn draagstijlen en wanden in de bodem ingegraven. Later worden deze elementen op houten of stenen ondersteuningen geplaatst. Daartoe moet de constructie zelf enige stijfheid hebben; ze is daarom voorzien van schoren en andere verstijvingen. De staafkerk in Scandinavië behoort tot de oudste vormen van deze staanderbouw. Hieruit ontwikkelt zich de vorm die vooral in houtarmere streken is toegepast. Daarbij is het (zie) houtskelet bekleed met planken of zijn de overblijvende vakken gevuld met een vlechtwerk van dunne takken, bestreken met leem, het vakwerk. Bij oude vormen gaan de stijlen door over meer bouwlagen of het hele bouwlichaam. Bij gebrek aan lang hout en ter wille van doelmatiger constructiewijzen wordt later een opbouw in bouwlagen toegepast. De dakhelling is vrijwel steeds steil, aangepast aan het klimaat met veel neerslag en wind. De gotiek met haar hoge daken en omhoogstrevende constructieve elementen is geënt op de houtbouw.In de steden vormden de houten huizen een voortdurende zorg wegens hun grote brandbaarheid. Daarom bepaalden de stadsbesturen sedert de late M.e. in toenemende mate dat stookplaatsen en buitenmuren van steen moesten zijn. Eerst betrof dit de zijmuren, later ook de gevels. Houten stijlen bleven nog een tijd lang de dragende functie vervullen. Op het Nederlandse platteland is de houtbouw nog zeer lang in gebruik gebleven, o.a. in Noord-Holland, waar tot XIX nog voorn. in hout is gebouwd. Ook door de Kringenwet, die rond bepaalde vestingwerken het optrekken van stenen gebouwen verbood, zijn elders in Nederland nog rond 1900 houten huizen opgetrokken.Opvallend is dat de koloniale architectuur in Noord-Amerika zich lang van de houtbouw heeft bediend.Tot de houtbouw dienen ook gerekend te worden houten molens, kapconstructies, torenspitsen en klokkenstoelen. (Haslinghuis)
Synoniem
Breder
bouwen (vervaardigen) (Begrip:78d5dd61-14cc-43ff-b191-e4507d7622e0)
Smaller
blokbouw (Begrip:60cf07fb-d5d4-4b89-ad76-cc3db8e349c0)
In kader
Cultuurhistorische Thesaurus (Begrippenkader:B532325c-dc08-49db-b4f1-15e53b037ec3)
Lid van
Heeft topbegrip
Is topbegrip van
Occurs in import
RdfUri
Kleine bewerking
Opslaan
Wijzigingen bekijken
Annuleren