Bouwhistorisch onderzoek (in de archeologie)

Introductie

Bouwhistorisch onderzoek is een discipline die voor archeologisch onderzoek van toegevoegde waarde kan zijn, zeker in geval van de bebouwde omgeving, stads- en dorpskernen, boerderij- en kasteelsites, kerkenKerken zijn gebouwen waar de christelijke godsdienstoefening wordt gehouden. Aanvankelijk was de altaarruimte het belangrijkste onderdeel. In de verschillende katholieke liturgieën is deze dat nog. Sinds de Hervorming ook als preekkerk. Een parochie wordt bediend door een parochie- of kerspelkerk. Als aan de kerk een kapittel van kanunniken is verbonden, spreekt men van een collegiale of kapittelkerk. Een stifts-, abdij- of kloosterkerk behoort bij een kloostergemeenschap. De hoogste rang bezit een kathedraal of dom. (Haslinghuis)/kerkhoven, etc.

In het kort

DoelGewenste verandering in de organisatie, een doelgroep of de samenleving waar voor een gerichte inspanning geleverd moet worden.: kennis van het bouwen en de bouwpraktijk in het verleden vergroten om zo nog beter duiding te kunnen geven aan bouw- en gebruiksaspecten van historische bebouwing en bebouwingsrestanten.
Bruikbaar voor: het verwerven van inzicht in bouwconstructies en -tradities.
Nodig: integrale aanpak onderzoek boven- en ondergrondse bebouwing(sresten), sporen en vondsten.
Archieven zijn een dankbare bron voor bouwhistorische informatie. Hier zien we aantekeningen van Adolf Mulder, die hij maakte in 1886 over de Mariakerk in Nisse, Borsele. Hij beschrijft onder andere de grafzerken die in latere jaren verder vervaagd zijn. Collectie RCE.
Archieven zijn een dankbare bron voor bouwhistorische informatie. Hier zien we aantekeningen van Adolf Mulder, die hij maakte in 1886 over de Mariakerk in Nisse, Borsele. Hij beschrijft onder andere de grafzerkenGrafzerken zijn platte natuurstenen platen ter afdekking van een graf, al dan niet versierd met tekst en afbeelding.(Funerair Lexicon) die in latere jaren verder vervaagd zijn. Collectie RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed..
Binnen het stedelijk gebied komen archeologisch graafwerk en bouwhistorisch onderzoek vaak samen, zoals hier in een kelder in 's-Hertogenbosch. Foto: RCE.
BinnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. het stedelijk gebied komen archeologisch graafwerk en bouwhistorisch onderzoek vaak samen, zoals hier in een kelder in 's-Hertogenbosch. Foto: RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed..
Schoorsteen in het stadhuis van Schiedam waarin duidelijk diverse reparaties zichtbaar zijn in het metselwerk, waarschijnlijk steeds uitgevoerd in nieuwe (ver)bouwfases. Foto: RCE.
Schoorsteen in het stadhuis van Schiedam waarin duidelijk diverse reparaties zichtbaar zijn in het metselwerk, waarschijnlijk steeds uitgevoerd in nieuwe (ver)bouwfases. Foto: RCEDe Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We werken onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de minister en voeren wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie en de dienst samen maken. Ook ontwikkelen we praktisch toepasbare kennis en geven we advies over rijksmonumenten, landschap & leefomgeving, archeologie en roerend erfgoed..

Te denken valt aan vragen over funderingsmethoden, een typologie en chronologie van constructietechnieken en -methoden en het ontstaan van stratenplannen en percelering. Primair kan het een bijdrage leveren aan het onderscheiden van bouwfaseringen in metselwerk, doordat de bouwhistoricus, meer dan de archeoloog, bedreven is in het duiden van sporen in opstanden/bouwwerken.

De bouwhistoricus gebruikt de aangetroffen bouwelementen als primaire bron. Die bouwelementen zijn dan voor de bouwhistoricus wat een archiefstuk is voor een historicus. De waarde van fysiek onderzoek aan gebouwenvrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijke met wanden omsloten toegankelijke ruimte, die direct of indirect met de grond is verbonden. wordt vaak onderschat. De ervaring leert dat wat we in geschreven bronnen kunnen achterhalen, lang niet altijd in overeenstemming is met hoe er in het verleden gebouwd en verbouwd is. Alleen een combinatie van archeologisch, bouwhistorisch en bronnenonderzoek kan een zo getrouw mogelijk beeld van de biografie van historische bebouwing en bebouwingsrestanten weergeven.

Kansen en beperkingen

Onderzoek naar percelering, bouwconstructies en functionaliteit van gebouwenvrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijke met wanden omsloten toegankelijke ruimte, die direct of indirect met de grond is verbonden. is sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw op individueel huisniveau en bouwblokniveau in diverse middeleeuwse steden uitgevoerd. Onlangs is een belangrijke studie Bouwhistorisch onderzoek verschenen waarbij een synthese is gemaakt van de diverse onderzoeken1. Het nauwkeurig onderzoeken van een situatie of voorwerp, meestal om de aard of huidige staat ervan vast te stellen (AAT-Ned). 2. Het (voor)onderzoek van een object is het materiële onderzoek dat voor en tijdens een behandeling wordt uitgevoerd om informatie te verkrijgen, voor documentatiedoeleinden en om beslissingen te kunnen nemen. Onderzoek is een studie die wordt ondernomen om nieuwe gegevens en inzichten op een bepaald wetenschapsgebied te verwerven. in de grote steden met een voorstel voor een chronologie en typologie van huisconstructies. Op basis daarvan is het nu mogelijk onderzoeksresultaten in dezelfde lijn te beschrijven, waardoor ze te vergelijken zijn en het zicht op veranderingen door de tijd heen beter wordt. Ook de integratie van bouwhistorisch en archeologisch onderzoek wordt in steeds meer stadsarcheologisch onderzoek toegepast, wat door de kruisbestuiving een positief effect heeft op de resultaten en de inhoudelijke kwaliteit van het stadskernonderzoek.

Wanneer er, voorafgaand aan archeologisch onderzoek, een bouwhistorische opname verricht wordt (zeker in geval van sloop) zijn archeologische vraagstellingen regelmatig vóór aanvang van de werkzaamheden al (deels) te beantwoorden door informatie die aan de bovengrondse restanten is af te lezen.

Hoe ga je te werk?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen, in volgorde van toenemende diepgang/invloed, een bouwhistorische inventarisatie (beoordeling op mogelijk monumentale status vanaf de openbare weg), verkenning (beoordeling exterieur en interieur zichtbare onderdelen), opname (bureau-onderzoek in combinatie met diepgaandere verkenning) en ontleding (in geval van sloop wordt meegekeken naar vooraf onzichtbare bouwsporen).

Voor de combinatie met archeologisch onderzoek zal het in veel gevallen gaan om onderzoek bij sloop (ontleding), waarbij met name de funderingsresten onderzocht en gedocumenteerd worden. Er worden echter ook opgravingen uitgevoerd in keldersWordt gebruikt voor ruimten die geheel of voor het grootste deel ondergronds liggen en die worden gebruikt voor opslag, vooral van voedsel. Voor soortgelijke ruimten die als woonruimte dienen of voor andere gebruiksdoeleinden wordt 'souterrains (verdiepingen)' gebruikt. van bestaande gebouwenvrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijke met wanden omsloten toegankelijke ruimte, die direct of indirect met de grond is verbonden. die niet ontleed zullen worden. Door de inzet van een bouwhistoricus wordt de archeologische vraagstelling van een andere kantVerwijst naar fijn, decoratief ajourwerk in textiel, gemaakt door draden van linnen, katoen, zijde, haar, metaal of een andere vezel in lussen te leggen, in te rijgen, samen te draaien of te vervlechten om ontwerpen of patronen te vormen. Bij het maken van kant wordt gewerkt met een naald of met klossen. Het toevoegen van borduursels is niet ongewoon. Modern kant kan machinaal zijn vervaardigd. Ajourstoffen die op een weefgetouw zijn gemaakt en decoratief ajourbreiwerk worden doorgaans niet als kant geclassificeerd. Kant is vaak wit of effen van kleur. Echt kant ontstond in de veertiende eeuw in Europa en het Midden-Oosten, hoewel oude culturen bekend waren met gedecoreerde ajourstoffen, waaronder de Egyptische cultuur. Kant is te gebruiken als rand, boord of inzetstuk voor linnengoed of apparels. Ook wordt het samengevoegd tot grotere stukken textiel en dan gebruikt als voorhang, draperie, apparel of iets anders. (Toegepaste Kunst Project, RKD) benaderd.

Combineren met andere methoden

In combinatie met historisch, architectuurBouwkunst, kunst van het scheppen van (zie) ruimtevormen en het omvatten en overdekken hiervan, kortom de gehele ontwikkeling en vormgeving van de inwendige ruimten en de omhulling ervan.-historisch en dendrochronologisch onderzoek en bijvoorbeeld onderzoek naar kleurgebruik door de tijd heen (kleurKleur is de gewaarwording van licht die verschilt van wit licht zoals dat wordt uitgezonden door een natuurlijke lichtbron. Het gekleurde licht kan van een lamp komen of gereflecteerd door een voorwerp. Kleur kan worden gemeten in een aantal systemen, zoals CIE, Munsell, Natural Colour System, die alle een verschillende methode hebben om een kleur aan te duiden.Een kleur is de sensatie die veroorzaakt wordt door licht van een bepaalde golflengte. Geel en groen bijvoorbeeld zijn verschillende kleuren. Het Munsell kleursysteem en dergelijke systemen hebben dit als uitgangspunt.-historisch onderzoek), kan het bouwhistorisch onderzoek binnenHet binnenmilieu is wat men binnen in een gebouw ervaart. de archeologie op een nog hoger niveau getild worden. Voor archeologische vraagstukken uit met name de latere perioden is dit zeker relevant.

Hoe interpreteer ik mijn resultaten?

Een bouwhistoricus kijkt in principe met de blik van een bouwer naar (de resten) van een pand. In het kaderEen kader is het geheel van begrippen gebruikt bij de organisatie van informatie met betrekking tot collectiemanagement. van archeologisch onderzoek wordt er specifiek gekeken naar faseringen, constructie- en funderingsmethoden, perceleringsvraagstukken, de toegepaste materialenEen materiaal is een natuurlijke of kunstmatig geproduceerde stof, grondstof of ingrediënt die bestemd is om verwerkt te worden tot het maken van objecten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de wijze waarop deze zijn gebruikt en de biografie van een gebouw. In combinatie met archeologische sporen en vondsten uit de bodemNULL onder het gebouw of uit de directe omgeving kan dit leiden tot extra antwoorden maar ook tot nieuwe vragen. Waarom werd een werkvertrek bijvoorbeeld niet verwarmd met een haard als er op basis van spinsteentjes wordt aangenomen dat er gesponnen werd?

Resultaten delen

Alle onderzoeksresultaten, verkregen bij de specialist, dienen in de basisrapportage te worden weergegeven en met alle andere gegevensEen losstaand feit of symbool zonder betekenis voor de ontvanger of opsteller. en primaire data te worden gedeponeerd in het e-depot voor de Nederlandse archeologie. De gebruikte meet- en kalibratiemethodes, methode van monstername en behandeling, hoeveelheden monstersEen monster is een stukje van een voorwerp dat eraf is genomen voor onderzoek, analyse of voor het archief. Men moet erop letten dat het monster representatief is voor het materiaal dat men wil onderzoeken. (Conservation Dictionary) en metingen, relativering van data-precisie, en eventuele overwegingen/aanpassingen worden gerapporteerd. Deze zijn van belang voor vervolgonderzoek, maar ook voor de vergelijking met onderzoek op andere sites. Specialistisch onderzoek wordt bij voorkeur opgezet als onderdeel van interdisciplinair archeologisch onderzoek, waarbij de verschillende deelstudies in samenhang met overkoepelend onderzoek worden uitgevoerd, geïnterpreteerd en gerapporteerd.

Lees verder

  • Cleijne, I.J., A.M.J.H. Huijbers, A.D. Brand & R.J.W.M. Gruben 2017: Huizenbouw en percelering in de late middeleeuwen en nieuwe tijd, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 59).
  • Dijk, X.C.C. van & A. Viersen 2019: Archeologische en bouwhistorische waarneming Kasteel de Keverberg in Kessel, gemeente Peel en Maas, Weert.
  • Kort, J.W. de, D.J.K. Zweers & O. Brinkkemper 2016: Rijke oogst van een armenhoef, Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg 234).

Tekst: Yvonne Lammers, Echo information design, met medewerking van Rob Gruben en Geert Oldenmenger (BAAC Bouwhistorisch en archeologisch onderzoek), Roel Lauwerier en Bjørn Smit.