Brandblusmiddelen voor erfgoed

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 14 mei 2022 om 02:01

Introductie

Als er ondanks preventieve maatregelen toch ergens brand uitbreekt, is het in afwachting van de brandweer van belang om op de juiste manier te blussen. Ook is het belangrijk de werking van de verschillende soorten brandblussers te kennen, en te weten welke het meest geschikt zijn om de brand te blussen.

Een man blust een oefenbrand met een brandblusser.
Oefenen met een brandblusser is belangrijk
De branddriehoek is een bord en geeft drie voorwaarden aan, namelijk eenbrandbare stof, voldoende zuurstof en de juiste temperatuur.
De branddriehoek. Tekening IFV Arnhem
Brandklasse A is een rood met wit vierkant, waar brandend hout en een A op staat.
Brandklasse A voor vaste stoffen
Brandklasse B is een rood met wit vierkant, waar een jerrycan en een B op staat.
Brandklasse B voor vloeistoffen en vloeibaar wordende stoffenvaste stoffen
Brandklasse C is een rood met wit vierkant, waar een gaspit en een C op staat.
Brandklasse C voor gassen
Brandklasse D is een rood met wit vierkant, waar een tandwiel en een D op staat.
Brandklasse D voor metaal
Brandklasse F is een rood met wit vierkant, waar een koekenpan en een F op staat.
Brandklasse F voor olie en vet
Een man blust een in de brandgevolgen barbecue met een brandblusser.
Oefenen met een brandblusser is belangrijk
Een rode kooldioxideblusser.
In een museum en in een historisch interieur is een kooldioxideblusser zeer geschikt.
Een rode schuimblusser van Saval.
Schuimblussers met biologisch afbreekbaar schuim zijn een geschikte keuze voor historische interieurs en musea. Foto Saval.
Een rode poederblusser van Saval.
Poederblussers zijn ongeschikt in historische interieurs en musea vanwege de vervolgschade. Foto Saval

Voordat je blust

Bij een brand telt elke seconde. Alarmeer meteen de brandweer bij een brandmelding, maar weet dat het gemiddeld acht minuten duurt voordat deze arriveert. Daarom is het noodzakelijk om voldoende geschikte handbrandblussers in het gebouw te hebben, zodat de bewoners of werknemers in deze tijd zelf al actie kunnen ondernemen. Door een beginnende brand snel te blussen, kun je een cultuurhistorisch waardevol voorwerp of gebouw vaak nog redden. Daarbij is het van belang om er snel achter te komen welk materiaal er brandt, want dat bepaalt welke soort brandblusser je het beste kunt gebruiken. Bluswater kan schade aan cultureel erfgoed veroorzaken, maar met andere blusstoffen kan dat nog veel ernstiger uitpakken. Brandschade is doorgaans ernstiger dan waterschade. Bedenk dat gespecialiseerde bedrijven door water beschadigd erfgoed vaak kunnen herstellen. Maak een afweging welke brandblusser het meest geschikt is om brand te blussen en (waarschijnlijk) de minste vervolgschade te veroorzaken. Zorg dat deze blusser bij de hand is, zodat er snel kan worden gereageerd.

Blusmethoden

Het uitbreken van brand gebeurt onder drie voorwaarden: een brandbare stof, voldoende zuurstof en de juiste temperatuur. Samen vormen deze drie de zogenoemde ‘branddriehoek’. Is één voorwaarde niet aanwezig, dan is er geen brand. Blussen berust dan ook op het weghalen van een van de voorwaarden. Door bijvoorbeeld met water te blussen, verlaag je de temperatuur. En door de gaskraan dicht te draaien, elimineer je de brandbare stof. Blussen met poeder of zand voorkomt dat gassen zich met zuurstof verbinden.

Overzicht blusmethoden

In onderstaande pdf is een overzicht van de blusmethoden opgenomen:

Soorten brandblussers

Er zijn verschillende soorten brandblussers. Pictogrammen op de toestellen geven aan welke brandende materialen je ermee kunt blussen. De blussers zijn verdeeld in de ‘brandklassen’ A, B, C en D:

  • A. Vaste stoffen, zoals hout, papier en stro. Veel museale collecties en historische bouwmaterialen vallen in deze categorie.
  • B. Vloeistoffen en vloeibaar wordende stoffen, zoals olie, vet, benzine en alcohol. Het zijn de dampen en gassen die branden.
  • C. Gassen, zoals propaan, butaan en aardgas. De dampen verbranden snel en explosief. Dit zijn moeilijk te bestrijden branden.
  • D. Branden met metalen als aluminium en magnesium. Hierbij kunnen zich hoge temperaturen ontwikkelen.

Vet en elektriciteit

Een blusser voor de vijfde brandklasse, F, is voor branden die kunnen ontstaan als je vetten verhit. Vetbranden komen in de horeca veelvuldig voor. Zodra de temperatuur van olie of vet oploopt tot boven de 320 graden Celsius vindt er zelfontbranding plaats. Dan ontstaat er brand zonder dat je er een vlam bij houdt. Branden met vet, benzine en olie mag je nooit met water blussen, omdat dit de brand verergert. Tot 1987 kende Nederland brandklasse E: elektriciteitsbranden. Deze klasse is vervallen, omdat elektriciteit wel een oorzaak van brand kan zijn, maar zelf niet brandt. Door kortsluiting gaat bijvoorbeeld een computer branden. Belangrijk is dat de blusstof geen kortsluiting veroorzaakt. Blus daarom een brand die door elektriciteit is teweeggebracht nooit met water.

Blusstoffen

Je kunt blussen met vaste, vloeibare en gasvormige stoffen. Het bekendst is water, maar men gebruikt bijvoorbeeld ook schuim en poeder. Bij een beginnende brand kun je verschillende soorten brandblussers inzetten. Elke soort heeft zijn voor- en nadelen. De keuze is afhankelijk van de situatie, het gebouw, het interieur, de inventaris en de activiteiten die er plaatsvinden. In een museum en in een historisch interieur is een kooldioxideblusser zeer geschikt. Deze geeft weinig tot geen schade. Een andere keus hier is water of een schuimblusser, met bij voorkeur een biologisch afbreekbaar schuim, omdat dat tot de minste vervolgschade leidt. Poederblussers zijn in historische interieurs en musea niet geschikt vanwege de vervolgschade. Een schoorsteenbrand daarentegen kun je wel het beste blussen met een poederblusser, of met zand of zout. Met het eerder genoemde overzichtsschema van blusmethoden kun je voor elke situatie een keuze tussen de brandblussers maken. Zorg altijd voor een inhoud van minimaal twee kilo. Een kleinere blusser is te snel leeg. Ook zand, dekens en een brandslang zijn in het schema opgenomen.

Verboden brandblussers

Sommige oudere typen brandblussers zijn inmiddels verboden. De reden is dat ze de ozonlaag aantasten, funest zijn voor de gezondheid of onverantwoord chemisch afval achterlaten, zoals zouten en zuren. Een vroeger veel gebruikt apparaat is de Halonbrandblusser. Hierin zijn halogeen-koolwaterstoffen verwerkt, die de ozonlaag aantasten. Sinds 2004 zijn deze blusstoffen verboden. Hier en daar is dit soort verouderde blussers nog aanwezig. Vervang deze door goedgekeurde apparaten.

Aantal brandblussers

Het aantal handblussers in een gebouw hangt af van veel factoren: het soort toestel, de grootte ervan en het gebruik. Een richtlijn hiervoor is te vinden in de norm NEN 4001+C1:2008, Brandbeveiliging: Projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen. Een algemene vuistregel is dat de maximale loopafstand tot een blusser twintig meter mag zijn. Hang de apparaten op een duidelijk zichtbare plek en zorg dat ze goed zichtbaar en bereikbaar blijven door er niets voor te plaatsen.

Keuren

Om een optimaal functioneren van de brandblussers te garanderen, is een periodieke keuring noodzakelijk. Hierover is meer te vinden in de norm NEN 2559:2001, Onderhoud van draagbare blustoestellen.

Vast blussysteem en branddetectie

Naast deze handblusmiddelen valt het te overwegen om een vast blussysteem te installeren, zoals een sprinkler- of watermistinstallatie. Branddetectie via bijvoorbeeld rookmelders is een noodzaak in elk gebouw. In een groot monument of in een gebouw met veel waardevol roerend erfgoed is het aan te raden deze detectie aan een brandmeldinstallatie te koppelen.

Oefenen

Brandblussers aanschaffen en ophangen alleen, is zeker niet voldoende. Om ze goed in te kunnen zetten, moeten de potentiële gebruikers ermee om weten te gaan en regelmatig oefenen. Laat zo veel mogelijk mensen in het gebouw een cursus ‘kleine brandblusmiddelen’ volgen. Een dergelijke opleiding is relatief goedkoop en is een effectieve investering. Je leert hoe een brandblusser werkt, welke afstand je ten opzichte van de brand dient te houden, hoe je op de brandhaard richt en welke blusstof je het beste kunt inzetten. Brandblussers kun je slechts korte tijd gebruiken, ongeveer één tot twee minuten, dus geoefende gebruikers hebben bij een brand zeker een voorsprong ten opzichte van ongeoefende gebruikers.

Normen

  • NEN 2559:2001, Onderhoud van draagbare blustoestellen. Om optimaal functionerende brandblussers te garanderen, is periodieke keuring noodzakelijk.
  • NEN 4001+C1:2008, Brandbeveiliging: Projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen. Het aantal handblussers in een gebouw hangt af van: het soort toestel, de grootte ervan en het gebruik.

Zie ook

Artikelen

    Hoort bij deze thema's

    Trefwoorden

    Specialist(en)

    Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
    U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

    Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 29 sep 2022 om 09:45.