Cultuurgoederen WOII (1933-1945) - organisaties, commissies en hun taken

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 14 mei 2024 om 03:01
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie

Verschillende organisaties en commissies hebben een rol bij (de teruggave van) cultuurgoederen die in de periode 1933-1945 zijn geroofd, geconfisqueerd, afgestaan of verkocht. Hieronder wordt nader ingegaan op de achtergrond en rollen van de belangrijkste organisaties.

Zwart-witfoto van twee militairen met een aantal schilderijen
Twee Amerikaanse soldaten van de 101st Airborne Division controleren kunst in een Beiers kasteel, mei 1945. Foto Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad / fotograaf onbekend.

Organisaties in Nederland

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft een wettelijke taak en uitvoerende rol in het Nederlandse beleid voor de restitutie van cultuurgoederen die tijdens het naziregime zijn geroofd, geconfisqueerd of onder dwang zijn verkocht. De RCE heeft drie primaire taken:

  • De RCE beheert de Nederlands Kunstbezit (NK)-collectie en maakt deze toegankelijk;
  • De RCE behandelt restitutieverzoeken namens de bewindspersoon van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • De RCE deelt kennis en geeft advies over alles wat te maken heeft met restitutie, cultuurgoederen en de Tweede Wereldoorlog, waaronder restitutieprocedures, de NK-collectie, beleid en herkomstonderzoek. Dat doet zij voor musea en andere collectiebeheerders, onderzoekers, studenten, belanghebbenden en andere geïnteresseerden. Ook coördineert de RCE het Netwerk Museale Herkomstonderzoekers Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast voert de RCE in de periode 2022 t/m 2025 extra herkomstonderzoek uit naar de NK-collectie.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is verantwoordelijk voor het restitutiebeleid en de financiering ervan. De minister draagt de kosten voor het Expertisecentrum Restitutie en de Restitutiecommissie en stelt de diensten daarvan kosteloos ter beschikking, ook als een restitutieverzoek een kunstwerk betreft dat niet tot de rijkscollectie behoort. Bij de rijkscollectie draagt de minister ook de kosten voor de notaris en het vervoer als er sprake is van teruggave. Bij andere collecties zijn de verzoeker en de huidige bezitter verantwoordelijk voor inschakeling van een notaris of een vervoerder en dragen zij de kosten.

Restitutiecommissie

De 'Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog', kortweg Restitutiecommissie, adviseert over restitutieverzoeken met betrekking tot cultuurgoederen die tijdens het naziregime zijn geroofd, geconfisqueerd of onder dwang zijn verkocht. De Restitutiecommissie is in 2002 ingesteld door het ministerie van OCW maar opereert onafhankelijk.

Adviezen van de Restitutiecommissie kunnen betrekking hebben op cultuurgoederen die in het bezit zijn van de Nederlandse Staat (rijkscollectie inclusief NK-collectie) of die zich in andere Nederlandse collecties bevinden, bijvoorbeeld bij een provinciale of gemeentelijke instelling, een stichting of een particulier (niet-rijkscollectie). De commissie kan het Expertisecentrum Restitutie opdracht geven voor uitvoeren van een uitgebreid onderzoek vooraf aan het uitbrengen van een advies.

Expertisecentrum Restitutie

Het Expertisecentrum Restitutie is in 2018 opgericht en ondergebracht bij het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), en verricht onderzoek naar bezitsverlies van cultuurgoederen ten gevolge van het naziregime en naar restitutie. Het Expertisecentrum Restitutie (ECR) heeft drie primaire taken:

  • Het ECR verricht op verzoek van de Restitutiecommissie feitenonderzoek in het kader van individuele restitutieverzoeken, of op verzoek van de RCE in het kader van verzoek tot onderzoek voorafgaand aan een (mogelijk) restitutieverzoek. Onderwerpen die bij vrijwel ieder feitenonderzoek aan de orde komen zijn de eigendom van het werk waarvan destijds het bezit is verloren en de identificatie daarvan als het vandaag de dag geclaimde werk, de omstandigheden van het bezitsverlies, de vraag of een zaak al in een eerder stadium is afgehandeld dan wel compensatie heeft plaats gevonden, de omstandigheden van verwerving van het geclaimde werk door de huidige bezitter.
  • Het ECR doet fundamenteel wetenschappelijk onderzoek op het gebied van roof, restitutie en herkomstonderzoek.
  • Het ECR doet onderzoek op verzoek van de minister van OCW in het kader van diens beleidsverantwoordelijkheid.

Museumvereniging

In 1998-1999 deden Nederlandse musea onderzoek naar de herkomst van objecten die in de periode 1940 - 1948 waren verworven. Dit onderzoek werd bekend onder de naam 'Museale Verwervingen 1940-1948. De Nederlandse Museumvereniging vervulde een spilfunctie bij dit onderzoek. Tussen 2009 en 2018 deden de musea onderzoek naar de herkomstgeschiedenis van objecten die vanaf 1933 waren verworven. Het doel was te komen tot een inventarisatie van voorwerpen, waarvan de herkomstgeschiedenis verwijst naar roof, confiscatie, gedwongen verkoop of naar andere verdachte omstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 1933 tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dit onderzoek werd bekend onder naam 'Museale Verwervingen vanaf 1933', en richtte zich uitsluitend op kunstvoorwerpen en joodse rituele objecten in de Nederlandse musea. De Museumvereniging coördineerde het project, de commissie ‘Museale Verwervingen vanaf 1933’ hield inhoudelijk toezicht en het ministerie van OCW bood financiële ondersteuning.

Tijdens het onderzoek, waar in totaal 163 musea aan deelnamen, is een inventarisatie gemaakt van 173 objecten waarvan het vermoeden bestaat dat ze tussen 1933 tot 1945 geroofd, geconfisqueerd of gedwongen verkocht zijn. Op 31 december 2018 kwam het onderzoeksproject formeel tot een einde. De resultaten zijn in 2023 overdragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die de informatie online beschikbaar stelt.

Bureau Herkomst Gezocht

Het Bureau Herkomst Gezocht (BHG) verrichte sinds 1998 herkomstonderzoek naar de objecten uit de NK-collectie. Het BHG werd formeel per 1 januari 2005 opgeheven. Archieven, databases en website van het BHG zijn overgedragen aan en in beheer bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Internationale organisaties

Netwerk Europese Restitutiecommissies

Naast Nederland hebben ook Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk een restitutiecommissie voor advies inzake nazi-roofkunst. Sinds 2017 werken de vijf Europese restitutiecommissies samen en delen zij hun kennis in het Netwerk Europese Restitutiecommissies. Het netwerk komt geregeld bijeen en geeft een Newsletter uit met bijdragen over restitutiezaken vanuit de deelnemende landen.

Conference on Jewish Material Claims Against Germany

In de Verenigde Staten wordt naoorlogs rechtsherstel voor Joodse slachtoffers en nabestaanden nagestreefd door de Conference on Jewish Material Claims Against Germany.

Art Loss Register

Het Art Loss Register is een particuliere organisatie die op verzoek en tegen betaling (herkomst)onderzoek kan verrichten.

European Holocaust Research Infrastructure (EHRI)

Het samenwerkingsverband European Holocaust Research Infrastructure (EHRI) is in oprichting.

Commissies

Commissie Museale Verwervingen vanaf 1933

Het herkomstonderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933 startte in 2009. Het richtte zich uitsluitend op objecten in de Nederlandse musea. Herkomstonderzoek werd uitgevoerd naar museale collecties in verband met roof, confiscatie of gedwongen verkoop in de periode 1933-1945. Een onafhankelijke commissie van deskundigen zag toe op de uitvoering van het onderzoek. Vanaf januari 2014 tot en met 2018 werden de werkzaamheden uitgevoerd door een kleinere bezetting.

Leden Een onafhankelijke commissie van deskundigen zag toe op de uitvoering van het onderzoek. De negen leden werden geselecteerd vanwege hun gezag in de sector, hun affiniteit met het onderwerp dan wel vanwege hun deskundigheid op het gebied van het recht. Vanaf januari 2014 tot en met 2018 worden de werkzaamheden uitgevoerd door een kleinere bezetting.

  • zitting tijdens de jaren 2014 - 2018

Voorzitter: prof. dr. Rudi E.O. Ekkart

Pauline W. Kruseman*, Oud-directeur Amsterdam Historisch Museum, oud-voorzitter Nationaal Comité 4 en 5 mei, oud-lid Ethische Code Commissie Museumvereniging

Drs. Taco D.W. Dibbits*, Directeur Rijksmuseum

prof. dr. Wouter M.A. Kalkman, Hoofd Legal, Litigation & Compliance van Nationale-Nederlanden en hoogleraar Verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam

mr. dr. René J.Q. Klomp*, Onafhankelijk juridisch adviseur, oud-lid Ethische Code Commissie Museumvereniging

drs. Peter J. Schoon*, Directeur Dordrechts Museum

drs. Helen C.M. Schretlen (sinds 1 oktober 2014), voormalig secretaris en projectmedewerker Museale Verwervingen vanaf 1933

drs. Willem F.M. Terwisscha van Scheltinga, Directiesecretaris Verbond van Verzekeraars

dr. Gerdien Verschoor, Directeur CODART

Agnes Vugts*, Agnes Vugts Erfgoedprojecten

Commissie Museale Verwervingen 1940-1948

Voorzitter: prof. drs. R. de Leeuw Het doel van het onderzoeksproject Museale Verwervingen 1940-1948 was licht te werpen op de verwervingen van de Nederlandse musea in de genoemde periode en te achterhalen of er destijds sprake is geweest van aanwinsten van problematische aard. De nadruk lag op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de oorlog on vrijwillig uit het bezit van de Joodse of andere eigenaars zijn geraakt, met name wanneer hiervoor na de bevrijding geen regeling is getroffen of enige vorm van rechtsherstel heeft plaatsgevonden.

U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 mei 2024 om 03:01.