Cultuurgoederen WOII (1933-1945) - recuperatiebeleid

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 14 mei 2024 om 03:02
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie

Recuperatie betekent in dit verband het streven naar het opsporen en terugbrengen naar Nederland van kunstwerken die tijdens of als gevolg van de Tweede Wereldoorlog het land verlieten. Het Nederlandse recuperatiebeleid bestaat sinds 2000. Het gaat om voorwerpen die zich buiten Nederland bevinden en waarop de Nederlandse Staat of een particulier rechten kan doen gelden.

Zwart-witfoto van een aantal soldaten met een vrachtwagen met daarop een groot schilderij
Een schilderij van Adam en Eva wordt op een vrachtwagen geladen om naar het hoofdkwartier van de 101st Airborne Division te worden vervoerd. Foto Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad / fotograaf onbekend.

Uitgangspunt van de Nederlandse recuperatiebeleid is het internationale recht en met name de Inter-Allied Declaration against Acts of Dispossession committed in Territories under Enemy Occupation or Control die op 5 januari 1943 in Londen werd ondertekend.

Niet in alle gevallen wordt een verzoek tot recuperatie in behandeling genomen. Dit gebeurt slechts wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Voorwaarden voor recuperatie ter verkrijging door de Nederlandse Staat

Aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden dient voldaan te worden .

Cultuurhistorische waarde

Bij recuperatie ter verkrijging door de Staat wordt een groot gewicht toegekend aan de cultuurhistorische waarde van een object. Bij het beoordelen van deze cultuurhistorische waarde worden de criteria gehanteerd die ook gelden voor de aanwijzing als beschermd cultuurgoed zoals bepaald in artikel 3.7 van de Erfgoedwet. Slechts voorwerpen die onmisbaar en onvervangbaar zijn voor het Nederlandse cultuurbezit komen voor recuperatie ter verkrijging door de Staat in aanmerking.

Toegankelijkheid en zichtbaarheid

Een ander element dat mede bepalend is bij de besluitvorming over recuperatie is de mate van toegankelijkheid en zichtbaarheid van het cultuurgoed. Als een object in het land waar het zich nu bevindt voldoende toegankelijk is voor onderzoek en voor het grote publiek is er minder reden om het naar Nederland terug te halen. Dit kunnen zowel cultuurgoederen in publiek als in privé-bezit betreffen. Gezocht zou kunnen worden, samen met het land waar het object zich bevindt, naar andere mogelijkheden om tot uitwisseling te komen, buiten een formele recuperatieprocedure om. Langdurige bruikleen zou daar onderdeel van kunnen uitmaken. Dit sluit aan bij het beleid inzake het beheersbaar houden van collecties en het bevorderen van uitwisseling ook over de grenzen heen.

Politieke of financieel-economische overwegingen

In bepaalde gevallen zullen ook (buitenlands-)politieke of financieel-economische overwegingen (kosten/baten) een rol spelen bij de beslissing om al of niet een recuperatieverzoek bij een andere Staat in te dienen.

Voorwaarden voor recuperatie ter verkrijging door een particulier

De Nederlandse Staat kan ook voor particulieren recupereren. Bij de beslissing of de Staat zal overgaan tot steun aan particulieren zullen zowel individuele als cultuurhistorische, buitenlands-politieke en financiële (kosten/baten) overwegingen een rol spelen.

Op de particulier rust een informatieplicht ten aanzien van de feitelijkheden en verblijfplaats van het betreffende voorwerp. Tevens dient de particulier zijn individuele belang bij recuperatie voldoende te onderbouwen, waarbij de grote directe historische betekenis van het betreffende voorwerp voor de betrokken persoon moet worden aangegeven. De Nederlandse Staat zal vervolgens bepalen of ondersteuning zal worden verleend. Bovendien zal de Staat slechts overwegen een particulier te ondersteunen indien de wetgeving van het land waar het voorwerp zich bevindt recuperatie door particulieren in de weg staat.

In elk individueel geval zullen afspraken gemaakt moeten worden met de betrokkenen over de verdeling van de kosten van de recuperatie en over de mogelijke toegankelijkheid van het object na recuperatie.

Claims van andere staten op cultuurgoederen uit de NK-collectie

Claims van andere staten op werken uit de NK-collectie die wellicht ten onrechte naar Nederland zijn gerecupereerd, worden niet voorgelegd aan de Restitutiecommissie, maar in bilateraal overleg met de regering van het betreffende land afgehandeld. Dit is aanbevolen door de commissie Herkomst Gezocht in de vierde aanbeveling van het advies van 14 december 2004. De regering heeft deze aanbeveling om in dergelijke gevallen de diplomatieke weg te volgen, onderschreven.

Bronnen

  • Kamerstuk 25839, nr. 16 - Brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Tweede Kamer, 14 juli 2000
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 mei 2024 om 03:02.