Eendenkooi (cultuurhistorisch beheer)

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 24 aug 2023 om 03:02
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Foto van Vangpijp van een eendenkooi. Over het watertje hangt een net en aan weerszijden van het water is riet en ander soort begroeiing te vinden.
Afb 1. De vangpijp van de eendenkooi nabij het Zuidergat in de Biesbosch
Luchtfoto van een eendenkooi bij oudewater.
Afb 2. Eendenkooi bij Oudewater (Utrecht).
Luchtfoto van meerder eendenkooien in het landschap.
Afb 3. In het centrale (en natte) deel van de Krimpenerwaard zien we een groot aantal plassen, waarvan er enkele in gebruik zijn geweest als eendenkooi.
Foto van een eendenkooi van veraf gezien.
Afb 4. Eendenkooi aan de waddendijk bij Ulrum (Groningen).
kinderen zijn herstelwerkzaamheden aan het doen bij een eendenkooi. Door middel van rieten platen maken ze een nieuwe vangpijp.
Afb 5. Herstelwerkzaamheden aan een eendenkooi
Bordje in het water met daarop de naam van een eendenkooi.
Afb 6. Vanouds is aan eendenkooi het zogeheten recht van afpaling verbonden. Dit houdt in dat binnen een cirkel met een bepaalde straal(meestal 1130 meter) alle handelingen verboden zijn die de rust in de kooi kunnen verstoren. Waar het recht van afpaling nog van kracht is, hebben eendenkooien door de aanwezigheid van zo’n omvangrijk rustgebied nog steeds een bijzondere waarde.

Definitie, ouderdom en verspreiding

Een eendenkooi is een vanginrichting voor eenden, die bestaat uit een vijver met vangarmen of pijpen en een om die plas gelegen kooibos. Aan eendenkooien is vanouds het recht van afpaling verbonden. Dat houdt in dat er binnen een straal van enkele honderden tot wel 1500 meter geen activiteiten mogen plaatsvinden die de vangst zouden kunnen verstoren. De vanginrichting moet aan bepaalde eisen voldoen om eendenkooi genoemd te mogen worden. Zo moet de plas in de kooi minstens 200 vierkante meter groot zijn en een halve meter diep. Rond de plas moet een rand van bomen of struiken liggen en er moet minimaal één direct bruikbare vangpijp aanwezig zijn. De gemiddelde oppervlakte van een eendenkooi is 1 tot 2 hectare, maar sommige zijn veel groter. De kooien liggen vooral in de laaggelegen delen van Nederland, en bij voorkeur op de trek - route van vogels.

De eendenkooi bestaat als vanginrichting al zeker 700 jaar. Als er nu nog vogels worden gevangen is dat gewoonlijk om ze te ringen.

Eendenkooien zijn te vinden langs de Waddenkust van Friesland en Groningen, in het lagere binnenland van Friesland, op de Waddeneilanden, in Noordwest-Overijssel, in het rivierengebied (vooral in de komgronden), in het Hollands-Utrechts veenweidegebied en in de polders van Noord-Holland en Zeeland aan de kust.

Aantastingen en bedreigingen

Het verloren gaan van de oorspronkelijke (economische) functie en daarmee de officiële status is de meest directe bedreiging voor dit soort grote en gecompliceerde landschapselementen. Verlanding treedt op door achterstallig onderhoud en dichtgroeien. Dit kan in eerste instantie fraaie natuurwaarden opleveren, maar gaat op lange termijn ten koste van het voortbestaan en ook de ecologische waarde van de kooi als geheel: de ‘natte’ component gaat verloren. Bovendien verliest een eendenkooi daardoor zijn officiële status, wat op langere termijn mogelijk de meest serieuze bedreiging van het voortbestaan is. Bij vernieuwing van bestemmingsplannen wordt het kooirecht vaak niet meer meegenomen.

Beheeropties

Behoud en consolidatie

De cultuurhistorische waarde en de status van een eendenkooi blijft alleen in stand wanneer bij het beheer ook de traditionele elementen zoals vangarmen, schermen en hakhout bewaard blijven. Maar ook vanwege de natuurwaarde heeft het de voorkeur dat het oude beheer wordt voortgezet. Bij een eendenkooi, of een restant van een eendenkooi, is het belangrijk dat de plas open wordt gehouden en liefst ook op diepte. Voorkomen moet worden dat de hele houtopstand zich ontwikkelt tot opgaand hout. Aan de uiteinden van de pijp(en) werd het hout vanouds in hakbeheer gehouden omdat een te donker uiteinde de eenden af zou schrikken. Op de rest van het bos werd eveneens een hakhoutbeheer toegepast, maar met een langere omlooptijd. In de kooi gekapt hout was voor een deel voor eigen gebruik (vooral het dikkere hout) en deels ook voor de verkoop, bijvoorbeeld als takkenbossen. Op die manier zorgde het hout voor een extra bron van inkomsten. Verder werd het takken gebruikt om de oevers te verstevigen en voor vlechtwerkschermen.

Om de registratie als eendenkooi te houden moeten de rietschermen in stand gehouden worden en minimaal een van de vangarmen moet intact blijven. Is er een rietkraag aanwezig, hou die dan vitaal door het riet regelmatig in de winter af te maaien en af te voeren. Als er veel riet staat en er gelegenheid toe is kan dit het beste gefaseerd gebeuren, waarbij in dit geval elk jaar een deel van het riet wordt gemaaid, waardoor er zowel één-, twee - als driejarig riet staat. Voor de rietgroei is het belangrijk dat er geen schaduw op de oever valt. Het groeien van bomen vlakbij de oever moet daarom worden tegengegaan en ook het hangen van takken laag over het water en het riet is nadelig voor de vitaliteit van het riet.

Eventuele struwelen met bramen zijn waardevol voor de natuur, maar door afzetten en snoeien moet voorkomen worden dat er over grote gedeelten van het oppervlakte een overwoekering door bramen plaatsvindt.

Restauratie

Wanneer bepaalde onderdelen van de eendenkooi verwaarloosd zijn of verloren zijn gegaan kan men streven naar herstel daarvan. Belangrijk is dan dat dit op basis van onderzoek naar de oorspronkelijke situatie gebeurt. Hou daarbij uiteraard ook rekening met regionale verschillen. Vooraf moet geïnventariseerd worden welke natuurwaarden aanwezig zijn en welke natuurwaarden kunnen verdwijnen door de restauratie.

Reconstructie

Wanneer een eendenkooi totaal verdwenen is zou reconstructie van de complete kooi een optie kunnen zijn, maar die mogelijkheid zal zich niet vaak voordoen. Meer waarschijnlijk is het dat het om de reconstructie van onderdelen van de kooi gaat, maar dat is dan in feite restauratie. Denk bij- voorbeeld aan het herstel van een vangarm of van een rietscherm. Maak een zorgvuldige afweging over de plaats waar deze ‘reconstructie’ plaatsvindt en de manier waarop. Zorg voor een goede documentatie van de werkzaamheden, waardoor het later ook nog duidelijk is welke delen van de eendenkooi (min of meer) authentiek zijn en welke delen niet.

Behoud door ontwikkeling

Een nieuwe functie van sommige eendenkooien is die van vogelringstation ten behoeve van onderzoek naar bijvoorbeeld de vogeltrek. Eendenkooien bieden daarnaast veel kansen voor natuurontwikkeling en voor educatie, zowel op het terrein van cultuurhistorie als van natuur. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor extensieve vormen van recreatie, die zich goed verdragen met de storingsgevoeligheid van de kooi, denk bijvoorbeeld aan een speciale stiltecamping. Te denken valt ook aan een stilte-, bezinnings- of meditatiecentrum, bijvoorbeeld in kooien die hun oorspronkelijk karakter door infrastructuur of bebouwing al hebben verloren.

Een voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

Iedere kooiker had zo zijn eigen methoden en voorkeuren

De Vereniging Natuurmonumenten heeft in Noord-West-Overijssel een aantal eendenkooien in bezit. Een daarvan is de Grote Otterskooi, de grootste eendenkooi van Europa. Arco Lassche is al 25 jaar betrokken bij het beheer van die kooi.

Sinds wanneer is de kooi eigendom van Natuurmonumenten?

Sinds januari 1940. Het is een opvallende kooi want hij had maar liefst 17 vangpijpen uitkomende op een 5-tal plassen. Nu zijn er hier nog 9 van intact op 3 plassen, de rest is overgelaten aan de natuur.

Een aantal plassen is verland en de kooi bestaat nu voor een groot deel uit waardevol elzen broekbos, dat vanwege de ouderdom een A-locatie is. De oorspronkelijke oppervlakte van de kooi was ongeveer 34 hectare.

Wie zijn verder nog betrokken bij het beheer, hoe verloopt de financiering?

Sinds kort is een groep vrijwilligers ook actief in het beheer. De kooi zit in Programma Beheer, wat voor Natuurmonumenten een verlichting van de financiële last betekent.

Hoe kwam de historische informatie boven tafel?

Ik heb zelf onderzoek gedaan bijvoorbeeld in kooiregisters. In 1807 was de kooi al eigendom van de familie Otter. Diverse leden van deze familie hadden rond 1870- 1899 zeker 5 eendenkooien rond het dorpje Dwarsgracht in hun bezit.

Over de natuurwaarden zijn o.a. al gegevens bekend uit 1936, toen de kooi al "door verwaarloozing welhaast een oer-elzenwoud karakter draagt".

Er staan nu eiken in waarvan de jaarringen teruggaan tot 1809. Er is een luchtfoto van de kooi uit 1931, welke genomen is in de winterperiode en daardoor een goed beeld geeft van de kooi.

Wat gebeurde er na 1940?

Gekozen werd voor het handhaven van het elzen broekbos. Het bos is een referentiebos voor bossen van dit type. Wel is de ringsloot rond de kooi weer uitgebaggerd om de waterhuishouding te verbeteren. Doordat een lage polder vlakbij ligt was er sprake van een enorme wegzijging van water. De bagger die uit de sloot kwam is afgevoerd, waardoor het omringende kooibos niet is verstoord.

Is de oorspronkelijk functie het uitgangspunt geweest bij beheer?

Ja en nee.

Ja: om het afpalingsrecht te behouden welke bij de kooi hoort, dient de kooi vangklaar te blijven en ten tweede werd er gevangen ten dienste van het ringonderzoek. Hierdoor werden de rietschermen en vangpijpen bij de voorste 3 plassen onderhouden. Dus hebben er nog tot in de jaren 90 op heel beperkte schaal nog vangactiviteiten plaatsgevonden, voor het ringen van vogels.

Nee: in het omringende kooibos echter werd niets gedaan. Het betekende ook dat het gedeelte van de kooi dat bij aankoop al verwaarloosd was nooit weer opgeknapt is. Daardoor is de kooi zo verbost, dat nu de natuurfunctie centraal staat. Daarnaast worden er excursies georganiseerd naar de kooi, dus die heeft nu ook een educatieve functie.

Zijn er onverwachte ontwikkelingen geweest?

De otters die recent zijn uitgezet in de Wieden werden vroeger uit de kooi geweerd om de eendvogels niet te verstoren. Nu worden ze in deze eendenkooi waargenomen juist omdat daar de nodige rust heerst.

Zijn er knelpunten?

Het onderhoud is erg duur. Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van natuurmonumenten (in 2005) is er een plan opgesteld om een gedeelte van de kooi weer op te knappen, onder andere om de drie voorste plassen weer baggervrij te maken en de negen bestaande vangpijpen te herstellen. Daar worden nog subsidies of sponsors voor gezocht. De groep vrijwilligers is in maart 2006 begonnen met het herstel van de eerste vangpijp. De kooi staat nog steeds als eendenkooi geregistreerd en er is ook een kooicirkel van 1130 meter.

Hebt u aanbevelingen voor mensen die betrokken zijn bij het beheer van eendenkooien?

Ga niet te veel uit van een standaardbeeld over hoe een eendenkooi er uit hoort te zien. Elke kooi heeft zijn eigen kenmerken. Iedere kooiker had bovendien zijn eigen methoden en voorkeuren. Belangrijk was daarbij ook welke materialen lokaal beschikbaar waren. Behoud die verschillen tussen de kooien.

Bijzonder bij deze kooi was de grote lengte van de vangpijpen, met een deurtje halverwege.

Nader signalement

In Nederland zijn nog 118 geregistreerde eendenkooien. Het moet ooit een veelvoud daarvan zijn geweest. Ze worden nu vooral nog gebruikt om eenden te kunnen ringen. Daarnaast zijn er honderden resten van kooien bewaard gebleven, waarvan op grond van oude kaarten is vast te stellen dat het ooit ‘echte’ kooien zijn geweest. Buiten Nederland komen eendenkooien maar heel weinig voor, ze worden dan ook als een cultuurhistorisch zeer waardevol element beschouwd.

Regionaal zijn er verschillen in kooitype, zo wordt het Friese en het Noord-Hollandse type onderscheiden, waarbij het gaat om aspecten als de vorm van de plas en de hoeveelheid vangarmen. Op grond van de ligging kan een onderscheid gemaakt worden tussen zee-, rivier- en landkooien. Bij de rivieren liggen de kooien vaak in komgebieden. Een kooi kan aangelegd zijn op een plaats waar een wiel lag (een doorbraakplas langs een rivier). Kooien in duingebieden en op de Waddeneilanden worden zeekooien genoemd. Op die eilanden zijn ze een van de weinige groter zoetwateroppervlakken.

Daarnaast wordt wel onderscheid gemaakt tussen winterkooien en zomerkooien, al naar gelang het seizoen waarin de meeste vangsten werden verricht. Eendenkooien zijn een typisch Nederlands fenomeen, maar komen toch ook elders voor. Het bijzondere is echter dat deze kooien met behulp van Nederlandse kooikers en hun ervaring gebouwd zijn. Zo werd in 1665 in Engeland opdracht gegeven tot het bouwen van een eendenkooi naar Hollands model, evenals op de Duitse en Deense Waddeneilanden. In België hebben ook eendenkooien gelegen. Van de vijf kooien die er geweest zijn, zijn er daar nu nog twee overgebleven. In Canada is een kooi gesticht in 1950. Deze wordt slechts gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. In deze kooi is een tijd lang een Nederlandse kooiker werkzaam geweest. In Japan is ook een eendenkooi te vinden. Deze kooi verschilt echter in opzet van de Nederlandse kooien.

Ecologische waarden en potenties

Het recht van afpaling maakt(e) de kooien tot oasen van rust. Bovendien vindt er vaak geen bemesting plaats. Dankzij het kooibos liggen de eendenkooien in veel gebieden als een beschutte enclave in open land. Het bos zorgt voor luwte en voedsel in een omgeving waarin die relatief weinig voor handen zijn. Daardoor komen niet alleen eenden op de kooi af, maar trekt de combinatie van open water en een bosachtige vegetatie een grote variëteit aan dieren, terwijl het bos ook groeiplaats van veel waardevolle plantensoorten is.

In een eendenkooi kunnen zich soorten handhaven, bijvoorbeeld doordat er geen bemesting plaatsvindt, die al lang zijn verdwenen uit het steeds meer open wordende omringende land. Dat betekent dat ze een belangrijke refugium (‘toevluchtsoord’) functie hebben. De soorten kunnen eventueel wanneer de omstandigheden zich buiten de kooi hebben verbeterd (bijvoorbeeld door het terugdringen van kunstmestgebruik of door verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater) zich weer over een groter gebied verspreiden.

De oevers zijn voor veel planten interessant, evenals de rietveldjes, maar ook het hakhout en het wat meer uitgegroeide bos. Die combinatie van deelbiotopen maakt de eendenkooi extra waardevol. De waarden zijn nog toegenomen doordat het terrein al vele jaren op dezelfde manier wordt beheerd. Te vinden zijn er eenden en andere aan water gebonden vogels (bijvoorbeeld waterral en watersnip), maar ook zangvogels, reptielen en amfibieën. De ringslang kan er voorkomen en de heikikker. Vaak is er sprake van een grote rijkdom aan insecten, zoals libellen en nachtvlinders. Het is voor die soorten belangrijk dat zo veel mogelijk wordt gestreefd naar handhaving van de huidige natuurwaarden van de kooi.

Literatuur

  • Burm, P. en A. Haartsen (2003), Boerenland als natuur. Verhalen over historisch landschapsbeheer. Matrijs i.s.m. Landschapsbeheer Nederland, Utrecht.
  • Dort, , B.F.P. van (1993), Historisch onderzoek eendenkooien. SBW, Wageningen.
  • Duinhoven, G. van (z.j.), Het geheim van de eendenkooi. De Eendenkooi Stichting, IJsselstein.
  • Eijgenraam, J.A. (1977), De eendenkooien op de Waddeneilanden. Waddenbulletin 12/3, pp. 344-348,.
  • Heide, G.D. van der en T. Lebret (1944), Achter de schermen; een boek over eendenkooien. Heiloo.
  • Karelse, J.J.H.G.D. & H. van Delden (1981), Eendenkooien in het algemeen en die in het rivierengebied in het bijzonder. Nederlands Bosbouw Tijdschrijft / Groeneveldnummer, pp. 30 – 41.
  • Karelse, J.J.H.G.D. (1983), Eendenkooi en kooibedrijf in Nederland. Nieuwegein.
  • Karelse, J.J.H.G.D. (1987), Overijssel het land van de eendenkooien. Jacht en Natuur, nr. 1/2, pp. 13-20.
  • Karelse, J.J.H.G.D. (1994), Duck decoys in the Netherlands. Wildfowl 45, pp. 261-266.
  • Mast. G. (2003), De eendenkooi van Ternaard. Ministerie van LNV, Directie Noord.
  • Poldervaart, M. (1999), Eendenkooien, een typisch Nederlandse creatie. Historisch-Geografisch Tijdschrift 17, nr. 2, pp. 49-53.
  • Rijksinstituut voor Natuurbeheer (1979), Eendenkooien. Natuurbeheer in Nederland, Levensgemeenschappen. Wageningen, pp. 312 – 323.

Websites en organisaties

  • Veel informatie over eendenkooien is verzameld door de Eendenkooistichting, www.eendenkooi.net.
Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 aug 2023 om 03:02.