Elzensingels (cultuurhistorisch beheer)

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 24 aug 2023 om 03:01
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Bomen en struiken (elzensingel) scheiden twee weilanden. Links staan koeien te grazen.
Afb 1. Een goed ontwikkelde, 25 jarige elzensingel in de Noordelijke Friese wouden. Binnenkort is onderhoud noodzakelijk.
Luchtfoto van akkers die gescheiden zijn door elzensingels en houtwallen.
Afb 2. Kenmerkende structuren van houtwallen en elzensingels bij Zandbulten, Kollumerzwaag (Friesland).
Aan de linkerkant de elzensingel en rechts gras.
Afb 3. Een mooi ontwikkelde elzensingel van ongeveer 8 jaar oud, met een rijke struiklaag en kruidenzoom.
Net geplante struiken en bomen dieuitgroeien tot een elzensingel.
Afb 4. Aangeplante elzensingels ter compensatie van elders verwijderde singels of ter aanvulling van bestaande singels.
Man met felgekleurde jas zaagt een boom om.
Afb 5. Onderhoud aan een elzensingel van 35 jaar. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt misschien achterstallig onderhoud, maar ecologisch gezien bieden oude bomen mogelijkhedenvoor spechten en vleermuizen.
Twee rijen bomen achter een hek. Aan de voet staan struiken.
Afb 6. Een kijkje in een structuurrijke dubbele elzensingel. Een dubbele rij bomen geeft een hogere soorten rijkdom.
Rechts de elzensingel en links het grasveld.
Afb 7. Kenmerkend voor het coulisselandschap zijn de ‘kamers’: smalle percelen omringd door elzensingels.

Definitie, ouderdom en verspreiding

Een elzensingel is een lijnvormig element bestaande uit 1 of 2 rijen beplanting van voornamelijk zwarte elzen. Ze staan vaak aan één of weerszijden van een sloot of greppel. Elzensingels zijn ontstaan langs perceels- en eigendomsgrenzen. De voornaamste functie was het leveren van geriefhout, brandhout en in mindere mate bouwhout. De singels hadden daarnaast een functie als veekering en het vee schaduw geven. In Groningen werden de singels ook ‘wallen’ genoemd, niet te verwarren met houtwallen.

Het ontstaan van elzensingels houdt nauw verband met de ontginning van landbouwgebieden. Als perceelafscheiding in combinatie met de sloten voor ontwatering bestaan de singels net zo lang als de ontginning zelf. De singels zijn dan ontstaan vanaf de volle middeleeuwen, de tijd van de grootschalige ontginningen. Langs de sloten kwamen de elzen vanzelf op als er onder het veen een zandige ondergrond lag. In de 20e eeuw zijn zo vele van de oorspronkelijke ongeveer 100.000 kilometer singels verdwenen door herverkaveling.

Elzensingels komen van oudsher voor in weidegebieden op natte, laag gelegen zandgronden en op de overgangen van veen- of zeeklei naar zandgrond. Na sloten waren het de meest voorkomende landschapselementen in Nederland. Het merendeel van de huidige elzensingels ligt in Friesland: in het oosten van de provincie en in het bijzonder in de Noordelijke Friese Wouden komt 3000 kilometer aan elzensingels voor. Buiten deze provincie zijn overal in Nederland nog restanten te vinden.

Er is weinig bekend over het voorkomen van elzensingels in het buitenland, maar aangezien de landschappen waarin de singels voorkomen ook aanwezig zijn in aangrenzende delen van België en Noordwest-Duitsland, zullen ze daar ook zijn.

Aantastingen en bedreigingen

De belangrijkste aantasting van elzensingels is het simpelweg rooien van deze objecten. Dit is de afgelopen decennia vaak gebeurd in het kader van de schaalvergroting van de landbouw. De reden was dat het gras minder hard groeit in de schaduw van bomen dan in de volle zon. Soms ook werden singels verwijderd om de achterliggende sloten beter op machinale wijze te kunnen onderhouden. Vaak ook verdween in het kader van een herverkaveling de perceelsgrens als geheel, waardoor de singel het veld moest ruimen.

Een tweede bedreiging vormt het achterstallig onderhoud. Het hakhoutbeheer is vaak opgeheven omdat het makkelijker en goedkoper werd om het benodigde hout te kopen. Bij slechte afrastering kunnen de elzen door vraat afsterven en krijgen uitlopers geen kans uit te groeien. Soms is de ondergroei verwijderd om ongewenste planten op de weilanden te voorkomen. Hierdoor verkeren vele stukken elzensingel in slechte staat.

Mest en grote hoeveelheden slootschoningsmateriaal in de singel doen er de rijkdom aan plantensoorten in de ondergroei afnemen. Door bij het uitrijden van mest en het schonen van de sloot daarmee rekening te houden, is schade aan de ecologische waarde van de elzensingel te vermijden.

Beheeropties

Behoud en consolidatie

Om een elzensingel in stand te houden, moet hij in hakhoutbeheer genomen worden. Elzensingels hebben een hakhoutcyclus die tot 25 jaar kan oplopen, afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid. In een 25-jarige cyclus moeten na 7 en 14 jaar overhellende takken worden verwijderd en na 25 jaar de elzen kort bij de grond worden afgezet. Bij kortere cycli van bijvoorbeeld 21 jaar, zijn de termijnen vanzelfsprekend korter, het uit te voeren werk blijft veelal hetzelfde. Singels die uit knotbomen bestaan, hebben een nog kortere cyclus (zie het beheermodel Knotboom).

Waarschijnlijk werden indertijd elzensingels niet aan een rigide hakhoutcyclus onderworpen, maar was het beheer afgestemd op de behoefte en werkdruk van de boer. Had hij dunner hout nodig, dan kapte hij jongere bomen. Had hij dikker hout nodig bijvoorbeeld voor een nieuwe schuur, dan liet hij bomen staan. Het onderhoud van singels was een winterklus wanneer de oogst gedaan was en de koeien op stal stonden. Afhankelijk van de drukte werden dan een aantal singels gekapt of teruggezet. Houd er in het huidige onderhoud rekening mee dat er een dergelijke variatie in beheer altijd heeft bestaan.

Een goed gesloten ondergroei is ecologisch waardevol en kan zo nodig ook als veekering dienen. Bij de ingreep moet de ondergroei zoveel mogelijk intact blijven en de ruigtekruiden die vlak na het afzetten opkomen zo min mogelijk verstoord worden. Braamstruiken leveren in veel gebieden een karakteristieke bijdrage aan de singel. Het is raadzaam ze jaarlijks te snoeien om al te veel woekering over de afrastering te voorkomen. Het onderhoud dient buiten het broedseizoen te gebeuren, het liefst van december tot half maart. Om verruiging met distels en brandnetels te voorkomen, is verwerking van vrijkomende slootbagger in de elzensingel ongewenst.

Om meer variatie en rijkdom te creëren kunnen per 100 meter enkele mooie overstaanders blijven staan. Fraaie oude elzensingels kunnen uit het hakhoutbeheer worden genomen en met relatief weinig moeite toch in conditie blijven.

Restauratie

Als restauratie van een elzensingel in beeld komt, moet allereerst ter plekke de historische situatie wat betreft aanplant en beheer worden vastgesteld. Op grond daarvan dient een plan van aanpak opgesteld te worden. Als er gaten in de singel zitten, kunnen die worden opgevuld met jonge aanplant. Probeer daarvoor als het mogelijk is streekeigen plantmateriaal te gebruiken. Bij te restaureren locaties die via sloten verbonden zijn met intacte elzensingels, is aanplant niet altijd noodzakelijk. Mits er een goede afrastering is en de sloot niet verland, zal er door zaadverspreiding een natuurlijke singel ontstaan. Instructies voor aanplant staan in het beheermodel Geriefhout.

Reconstructie

In sommige gevallen zijn er mogelijkheden om verdwenen elzensingels te reconstrueren. Bijvoorbeeld wanneer een recreatieve herbestemming voor een gebied gekozen wordt, zoals de aanleg van paden. In dat geval moet er naar oude kaarten en documenten gezocht worden die informatie geven over het plaatselijke landschap en de locatie van singels en perceelsgrenzen. Omdat de meeste oude singels nog tot het begin van de 20e eeuw hebben bestaan kunnen deze op oude topografische kaarten nog opgespoord worden. Vaak is er een concreet moment waarop de elzensingels verwijderd zijn, meestal tijdens de uitvoering van een ruilverkaveling. Kijk dus naar documenten van vóór deze gebeurtenis. Let ook bij reconstructie op plaatselijke gebruiken in type beheer en beplanting. Op deze manier worden de historische karakteristieken op een verantwoorde manier weer zichtbaar in het landschap.

Behoud door ontwikkeling

Elzensingels zijn zeldzaam geworden en komen vooral voor in gebieden waar nog altijd een kleinschalig landschap aanwezig is. Veel van deze gebieden staan onder druk om efficiënter ingericht te worden voor agrarische doeleinden. In deze gebieden kunnen de historische, recreatieve en ecologische waarden van elzensingels richting geven aan de herinrichting.

Een nieuwe ontwikkeling is dat het hout dat bij het hakhoutbeheer vrijkomt als energiebron kan dienen voor houtcentrales. Energie uit biomassa kan de elzensingel weer een economische functie geven.

Een voorbeeld van reeds uitgevoerd beheer

“Met een bedrijfslandschapsplan kan je efficiënt beheren”

De Noardlike Fryske Wâlden zijn onlangs aangewezen als Nationaal Landschap. Maar al 18 jaar geleden zijn hier agrarische natuur- en landschapsverenigingen opgericht met als doel het authentieke landschap te herstellen. We spraken met Wopke Veenstra.

Wat is uw relatie met het gebied?

Ik ben voorzitter van de Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer in Achtkarspelen (VANLA), samen met de naburige Vereniging Eastermar’s Lânsdouwede (VEL) de oudste agrarische natuurvereniging van Nederland. Daarnaast ben ik voorzitter van de themagroep Natuur & Landschap van de Noardlike Fryske Wâlden, de koepel van agrarische natuur- en landschapsverenigingen in het Nationaal Landschap. In deze hoedanigheden heb ik intensief te maken met het beheer van elzensingels in dit gebied.

Om wat voor gebied gaat het?

De Noordelijke Friese Wouden is een coulisselandschap. Wallen (dykswâlen genaamd) en elzensingels met ondergroei omgrenzen de weilanden. Deze ondergroei van bramen is typisch voor deze regio. We houden de elzen van oudsher kort, waardoor er bijna geen opgaande bomen staan.

Wie is de eigenaar en de beheerder?

De meeste grond is in handen van agrariërs, maar er zijn ook hobbyisten die bijvoorbeeld 3 ha bezitten. Bij onze agrarische natuur- en landschapsverenigingen zijn in totaal 850 boeren en 1300 overige leden aangesloten, dat zijn er dus heel wat. Zij werken mee aan het beheer en herstel van de singels. Sommige boeren, waaronder ikzelf, besteden het werk uit aan de sociale werkvoorziening. Zijn leveren uitstekend werk. Zo heeft VANLA en het onderhoud ook een sociale functie.

Wat was de aanleiding voor het oprichten van de VANLA?

Begin jaren ´90 heb ik de boerderij van mijn vader overgenomen. Wat me toen opviel was dat er al jarenlang weinig was gedaan aan beheer van ons karakteri - stieke landschap. De singels en daarmee de historische functies leken verloren te gaan, zoals de houtproductie. Daarmee zou ook de kleinschaligheid van het landschap en de soortenrijkdom verdwijnen. Begin jaren negentig waren bijna alle overgebleven elzen dikke opgaande bomen zonder ondergroei. Die ondergroei was weggehaald om plaats te maken voor een afrastering. We hebben toen alles afgezaagd en de elzen weer uit laten lopen. Samen met Landschapsbeheer Friesland hebben we bij alle boeren een bedrijfslandschapsplan opgesteld. Hierin zijn alle elementen opgenomen en de daarbij passende beheercycli. Zo kunnen we efficiënt beheren door een planning te maken met meerdere eigenaren en het gebruik van machines op elkaar af te stemmen.

Wat is de huidige functie van de elzensingels?

Elzensingels hadden veel functies. Ze dienden als afbakening van de percelen en eigendomsgrenzen, als veekering, ze voorzagen in brand- en geriefhout en afrasteringpalen. Het huidige beheer is ook op deze historische functies gericht. Daarom laten we ook braam groeien: het heeft een belangrijke veekerende functie. Ook is houtproductie weer belangrijk geworden. De bedrijflandschapsplannen vormen een goede basis om efficiënt het hout op te halen bij de verschillende eigenaren. We willen het hout gaan gebruiken voor een biomassacentrale. Deze centrale zou gebruikt kunnen worden om in de zomer het zwembad te verwarmen en in de winter het naast gelegen bejaardencentrum. Een historische functie krijgt dus een nieuwe bestemming.

Hoe ziet u de toekomst?

Schaalvergroting in de landbouw moet mogelijk zijn, dus grotere machines moeten over het land kunnen gaan. Maar het moet wel een samenspel zijn tussen ruimtelijke kwaliteit en agrarisch functioneren. Een landschapsarchitect gaat voor ons aan het werk om hiervoor een plan te maken.

Nader signalement

Er bestaan meerdere ideeën over het uiterlijk van elzensingels. De verwarring met houtwallen ligt voor de hand: het zijn beide lijnvormige elementen met houtopstanden. Sporadisch zullen er elzensingels op een laag wallichaam voorkomen, maar dit is een uitzondering. Zo treffen we elzen aan op de ‘schurvelingen’. Dit zijn walletjes van circa 1 meter hoog met aan weerszijde een greppel en begroeid met ondoordringbaar struweel. Ze lagen op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden en dienden als vee- en wildkering (zie ook de beheermodellen Oude akkercomplexen en Houtsingel en Houtwal).

Er bestaat discussie over de vraag of elzensingels ondergroei van struikachtige planten hadden. Bij akkers zou de ondergroei niet wenselijk zijn vanwege de mogelijke woekering over de akker. Bij weiland kan een dichte ondergroei met bijvoorbeeld braam en meidoorn dienst doen als veekering. De aanwezigheid van ondergroei lijkt samen te hangen met het vroegere gebruik van het naastgelegen perceel. Ter beantwoording van de vraag of er ondergroei is geweest, is het dus nuttig om naar de regionale situatie en historie te kijken. Op veel plaatsen zijn bijvoorbeeld de boeren begonnen met akkerbouw en later overgestapt op veeteelt onder invloed van de economie (prijsdalingen van graan) en/of de bodemgesteldheid (bodemdaling en vernatting). Elzensingels zouden daar dan pas later ontstaan zijn en een beperkte ondergroei gehad kunnen hebben.

Elke streek heeft haar eigen kenmerkende soorten bomen. De begroeiing varieert per gebied. In natte gebieden overheerst zwarte els met hier en daar es. Incidenteel komen andere soorten voor zoals populier, meidoorn, lijsterbes, zomereik en berk. Deze soorten zijn typerend voor de wat hoger liggende delen. In de struiklaag staan meidoorn, sleedoorn en bramen. De vegetatie onder de bomen wordt gekenmerkt door soorten die buiten de singels niet of nauwelijks in het gebied voorkomen, zoals kamperfoelie, hop, maagdenpalm, bosandoorn en dauwnetel.

Verschillen in samenstelling van de beplanting markeren vaak verschillen in de bodemgesteldheid. Op drogere plaatsen zijn andere soorten te vinden dan op nattere plaatsen. Op plaatsen met een overgang van nat naar droog gaat een elzensingel vaak bijna naadloos over in een houtwal. Sommige elzensingels bestaan uit vrij opgroeiende bomen, de meeste kennen een beheersvorm die hakhoutbeheer of cyclisch beheer heet. De cyclus kent vier fasen die samen maximaal 25 jaar duren.

De eerste fase bestaat uit het kappen van de singel en het schonen van de sloot. Eventuele gaten worden opgevuld met jonge bomen. In de tweede fase, na 7 jaar zijn de scheuten en afgezette stobben al flink uitgelopen. De overhangende scheuten worden aan de basis verwijderd en de aan de rand voorkomende struiken gemaaid. Er vindt geen dunning plaats in de overblijvende scheuten en staken. De aan de perceelszijde overhangende onderste zijtakken worden gesnoeid tot maximaal een derde van de totale hoogte. In de derde fase, na 14 jaar is opnieuw een deel van de uitgegroeide jonge stammen gaan overhangen en zijn er zijtakken uitgegroeid. Dezelfde ingrepen als in fase 2 zijn in principe noodzakelijk. Tenslotte kan in de vierde fase, na 20 tot 25 jaar de singel weer worden afgezet, al dan niet met behoud van enkele markante bomen, de zogenaamde overstaanders. Doordat er erg veel variatie in elzensingels is geweest, zal het singellandschap er vroeger afwisselend hebben uitgezien. Er waren niet alleen verschillen in begroeiing, al dan niet met ondergroei, maar ook verkeerden nabijgelegen singels in de diverse stadia van de beheerscyclus.

Ecologische waarden en potenties

Elzensingels kunnen hoge ecologische waarden herbergen, afhankelijk van beheer en vorm. Zo vergroot hakhoutbeheer de dynamiek van de aanplant en de ecologische potentie. Een gelaagde structuurrijke singel die bestaat uit een boom-, struik- en kruidlaag, herbergt de meeste ecologische variatie, in het bijzonder van broedvogels. Daarin kunnen vogels voorkomen als ransuil, boomvalk en buizerd, maar ook gekraagde roodstaart, braamsluiper, tuinfluiter, grasmus en verschillende spechtensoorten. Vlinders gebruiken beschutting van houtsingels en de aanwezigheid van bloeiende planten in de rand. Een voorbeeld hiervan is het oranjetipje dat gevonden kan worden wanneer in de singel look-zonder-look groeit. Soorten als de dwergvleermuis en de gewone grootoor vleermuis foerageren langs houtopstanden.

Elzensingels kunnen ook een belangrijke ecologisch en landschappelijk verbindende functie hebben. Dat geldt des te meer wanneer de singels in een verder (grotendeels) open landschap liggen, bijvoorbeeld het veenweidegebied of de nieuwe IJsselmeerpolders. Deze ecologische functie is belangrijk bijvoorbeeld voor vleermuizen en andere zoogdieren zoals egel, das, ree, bunzing. hermelijn en eekhoorn.

Literatuur

  • Alleijn, W.F. (1980), Houtwallen in het boerenland. Ontstaan en onderhoud van houtwallen, -singels en –kaden, heggen en graften. Stichting Natuur en Milieu, Utrecht.
  • Boer, J.J. de (2003), Veldgids landschapselementen Noardlike Fryske Wâlden. Landschapsbeheer Friesland, Beetsterzwaag.
  • Burm, P.P.D. en A. Haartsen (2003), Boerenland als natuur, verhalen over historisch beheer van kleine landschapselementen. Landschapsbeheer Nederland / Matrijs, Utrecht, p. 32-41.
  • Dirkmaat, J. (2005), Nederland weer mooi – Op weg naar een natuurlijk en idyllisch landschap. ANWB, Den Haag. pp. 128-157.
  • Schmitz, H. (1993), Houtwallen, heggen en singels – Lijnvormige houtopstanden in Nederland. Stichting Landelijk overleg Natuur- en landschapsbeheer, Utrecht. In 2007 opnieuw verschenen onder de titel Lijnen in het Landschap, door P. Minkjan, Landschapsbeheer, Utrecht 2007

Websites

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 aug 2023 om 03:01.