Erfgoed en ruimte - duurzame transities

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 8 nov 2023 om 12:02

Introductie

In de zoektocht naar verduurzaming en energiebesparing speelt erfgoed ook een rol. En daarbij gaat het niet alleen over de verduurzaming van monumentale gebouwen als onderdeel van het bestaand vastgoed, maar ook over de bijdrage die erfgoed kan leveren aan de inrichting van een duurzame leefomgeving. Juist rondom gebouwen en gebieden die ons dierbaar zijn worden momenteel vernieuwende stappen gezet die duurzaamheid naar een volgend niveau tillen. Daarbij bieden de ervaringen rondom energiewinning uit het verleden bovendien waardevolle lessen voor de toekomst.

Een monumentale ja-knikker op een plein tussen de woningen en een winkelcentrum in Schoonebeek.
Afb. 1. Een van de drie resterende ja-knikkers in Schoonebeek, Drenthe.
De Meester van der Heijdengroeve in Hulst met in het midden het wandelplateau.
Afb. 2. Het project om de erosie van de Meester van der Heijdengroeve in Hulst te stoppen, moet ook een katalysator zijn voor verbinding, nieuwe energie en toerisme.
De opening van het pilotproject in Nagele: het aardgasvrij maken van acht wo­ningen aan De Ring en het voormalig schoolgebouw De Acht.
Afb. 3. Nagele wordt getransformeerd tot het eerste aardgasvrije dorp van Neder­land. Coöperatie Energiek Nagele voerde het eerste pilotproject uit: het aardgasvrij maken van acht wo­ningen aan De Ring en het voormalig schoolgebouw De Acht.

Energiebesparing

Dat we inmiddels duurzaamheidsmaatregelen moeten nemen om de planeet te redden en maatregelen willen nemen om de energierekening te beteugelen hoeft geen betoog meer. Dat monumenten net zo duurzaam kunnen zijn als niet-monumenten evenmin. Monumenten hebben een lage ecologische footprint omdat ze energie vasthouden (embedded energy) en hebben een lange levensduur. Bovendien kunnen ze net als ander vastgoed een uitmuntend duurzaamheidslabel hebben. En dat materialen hergebruikt worden is bij monumenten eerder regel dan uitzondering, dus qua circulariteit zitten monumenten vaak ook aan de goede kant van de streep. Er zijn dan ook honderden voorbeelden van monumenten waarbij eigenaren zich met hart en ziel inzetten voor duurzaamheid. Voor hun gebouw en voor hun landschap. Vanuit al die invalshoeken is het interessant om een aantal bijzondere voorbeelden nader te bekijken die stappen zetten met de nieuwste inzichten. Tegelijkertijd is het zaak om te blijven zoeken naar mogelijkheden om nog verder te verduurzamen.

Technisch omdenken

Er zijn voorbeelden waarbij de techniek naar een hoger plan getild wordt. Zo wordt steeds meer stilgestaan bij het feit dat niet voor elk deel van een gebouw dezelfde klimatologische maatregelen getroffen hoeven te worden (Tilburg Loc Hal). Slim en locatie-specifiek toepassen van maatregelen zorgt voor een beperkter gebruik. Het gaat in essentie immers om het verwarmen van mensen en niet om het verwarmen van de stenen. Of neem de bewuste keuze voor natuurvriendelijke materialen die steeds vaker gemaakt wordt zoals in de Nicolaaskerk in Kloosterburen of bij het gemeentehuis van Voorst.

Innovaties worden ook gezocht in de vormgeving van materialen. Zo worden bio-based bouwmaterialen gebruikt en zijn er bijvoorbeeld zonnepanelen in de vorm van oud-Hollandse dakpannen. Dakpannen waar half Nederland mee vol ligt. Ook zijn er zonnepanelen in de vorm van ‘kevers’ en ‘schapen’ die opgaan in het landschap, zich visueel ‘verschuilen’ en zo de bestaande ruimtelijke kwaliteit niet aantasten. Daarnaast wordt steeds vaker geëxperimenteerd met de vormgeving van windmolens: kleinere windmolens, deels van hout of zonder storende wieken.

Duurzaamheid koppelen met waarden

Tegelijkertijd zijn er voorbeelden waar niet zozeer de techniek centraal staat maar waarbij duurzaamheid bijvoorbeeld verbonden wordt met leefbaarheid (Energiek Nagele) of waar sprake is van circulaire gebiedsontwikkeling met oog voor het sociaal kapitaal van de bewoners (Super Local Kerkrade). Het is een beweging die ingezet wordt waarbij je zou kunnen stellen dat niet langer alleen de techniek leidend is, maar de kwaliteit van samenleven.

Denken vanuit kwaliteit

Ook de bestaande kwaliteit van een gebouw kan leidend zijn. Zo is vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in samenwerking met de Rijksbouwmeester het project Sublieme Schoonheid - Sublieme Duurzaamheid uitgevoerd waarbij de kwaliteit van 9 monumentale kerkgebouwen leidend was voor de te nemen duurzaamheidsmaatregelen. De kwaliteit van deze iconische gebouwen legt de lat op een dusdanig niveau dat van de uit te voeren duurzaamheidsmaatregelen eenzelfde hoog kwaliteitsniveau verwacht wordt. De projecten wachten nog op uitvoering, maar bieden een interessante blik op het kwaliteitsdenken van de toekomst. Zo presenteert de Rijksbouwmeester deze ontwerpen inmiddels als Nederlands voorbeeld van het Europese Bauhaus; ontwerpen met kwaliteit als vertrekpunt.

Erfgoed voorbeeldstellend

Opvallend is dat juist bij monumenten die verduurzaming zo breed opgepakt wordt. Vormen monumenten niet juist een categorie gebouwen waarvan sommigen zeggen: kan niks/mag niks? Blijkbaar zou je het kunnen omdraaien en stellen dat als verduurzaming van een monument kan, dit ook goed mogelijk moet zijn voor andere gebouwen. If you can make it here, you can make it everywhere. Juist monumenteneigenaren voelen blijkbaar verantwoordelijkheid voor hun gebouw, de omgeving en zelfs de planeet. Anderen zien zichzelf als rentmeester van een kunstwerk dat duurzaam naar de toekomst toe doorgedragen moet worden. In veel interviews met eigenaren klinken dit soort argumenten door. Maar uiteraard wegen ook pragmatische argumenten mee zoals het besparen op energiekosten of het verhogen van het comfort. Uit de monitor Verduurzaming Monumenten 2021 bleek dat 90% van de monumenteigenaren duurzaamheidsmaatregelen heeft genomen en dat vrijwel elke eigenaar het gedrag aanpast om het energieverbruik te verlagen. Voor de eigenaren die nog niet zo ver zijn heeft de sector een routekaart verduurzaming monumenten geformuleerd. Met andere woorden: zowel de eigenaren als de monumentale gebouwen en gebieden die verduurzaamd worden, blijken voorbeeldstellend te kunnen zijn voor de verduurzaming van de rest van de bestaande gebouwde omgeving.

Energieuitwisseling

Een andere ontwikkeling waarbij sprake is van next level is dat niet langer alleen nagedacht wordt over een enkelvoudig gebouw maar steeds vaker over complexen van gebouwen die met elkaar verbonden worden. Een interessant voorbeeld is de ondergrondse verbinding tussen de Hortus in Amsterdam die energie nodig heeft, en het voormalige Hermitage museum -tegenwoordig H’ART Museum- dat warmte kwijt wilde. Het voorbeeld maakt indruk omdat men de verbinding onder de metro van de Noord-Zuidlijn heeft moeten aanleggen. Op een grotere schaal is het Mijnwaterproject in Heerlen interessant waarbij warm grondwater uit voormalige mijnschachten wordt gebruikt om woningen en kantoren te verwarmen en/of te koelen.

Zo wordt op verschillende plekken in Nederland nagedacht over netwerkvorming waarbij bestaande infrastructuur van bijvoorbeeld rioleringen of waterlopen ingezet wordt om energie uitwisseling- en opslag mogelijk te maken. Reeds uitgevoerde projecten zijn er bijvoorbeeld op gebiedsniveau (Industriepark Kleefse Waard), op het niveau van een wijk (Zeeburgereiland Amsterdam) en zelfs op het niveau van een heel dorp (Nagele). Binnen een wijk of dorp kan de overtollige warmte van een koeling van bijvoorbeeld een slagerij of supermarkt gekoppeld worden aan de energievraag van woningen. Of er kunnen buurtbatterijen worden gerealiseerd voor de opslag van stroom. Dat maakt ook dat de verduurzaming van afzonderlijke (monumentale) gebouwen in een breder kader bezien kan worden.

Een volgend niveau is het denken vanuit het netwerk van een hele stad. Van de stad, waar steeds meer mensen naar toe trekken, wordt veel verwacht. De stad kent vele duurzaamheidsproblemen, maar juist de dichtheid van de bestaande bebouwing kan ook schaalvoordelen opleveren. Sommige mensen zien daarbij heil in toekomstscenario’s gebouwd op technologie (smart cities), terwijl het voor anderen vooral van belang lijkt om op de korte termijn te werken aan een meer geïntegreerde stadsregionale planning van de gebouwde omgeving in combinatie met energievoorziening, het transportnetwerk, het waterbeheer en de voedselproductie. De mens is hier de verbindende factor. Dit betekent dat de kans gegrepen kan worden om vanuit een menselijk perspectief meer levendige steden te creëren. Want steden zijn geen machines waar in geleefd wordt, maar een culturele omgeving waar mensen samenkomen en vorm aan geven. Het gesprek over duurzaamheid is uiteindelijk dan ook een gesprek over de waarden die wij met elkaar delen en hoe die waarden zich vertalen naar onze leefomgeving. Juist in die gedeelde waarden zit een bestendig duurzaamheidsperspectief. En het erfgoeddomein biedt bij uitstek een arena voor een gesprek over waarden.

Energieopwekking

Uiteraard gaat het bij duurzaamheid niet alleen over energiebesparing of circulair bouwen, maar ook over energie opwekken. En dan gaat het met name over zon en wind op land. Centrale vraag daarbij is of de kwaliteiten van het landschap c.q. de kwaliteit van gebouwen richting kunnen geven aan het ontwerp voor de energieopwekking. Een voor de hand liggende keuze hierbij lijkt om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij bestaande historische structuren of dominante infrastructuur zoals snelwegen. Een sprekend voorbeeld hiervan waren de eerste generatie windmolens van het windmolenpark Irene Vorrink bij de Ketelbrug langs de A6 in Flevoland. Deze windmolens volgen de lijnen in het landschap. Maar inmiddels zijn de 28 oudere molens vervangen door 24 grotere molens die veel efficiënter zijn. Drie van de nieuwe molens leveren samen al meer stroom op dan alle oude molens bij elkaar. Ruimtelijk is het de vraag hoe de nieuwe schaalverhoudingen van molen en weg zich tot elkaar verhouden. Tegenover molens die aansluiten bij een structuur staan windmolens die bijvoorbeeld elders in Flevoland of in Friesland als hagelslag over het landschap lijken te zijn uitgestrooid.

Ook voor zonneparken speelt de vraag of en hoe deze ‘parken’ in het landschap vormgegeven kunnen worden. In de Puttershoek, onderdeel van de Hoeksche Waard, werd bijvoorbeeld al een aantal jaren geleden hard gewerkt om het ontwerp voor de zonnepanelen terughoudend vorm te geven zodat de historische kwaliteit van het landschap niet aangetast zou worden. En ook nu spelen dit soort inpassingsvragen. Bijvoorbeeld rond de inrichting van de A37 als ‘zonneweg’ in Drenthe waarbij zonnepanelen zo onopvallend mogelijk geplaatst worden. Ook rondom de A9 in Noord-Holland en de A27 nabij Groenekan wordt hierover nagedacht. En het project Zomereiken bij Groenlo, waarbij de opwekking van zonnestroom gekoppeld wordt aan de reconstructie van een voormalige redoute en de wallen van de historische Grolsche Linie, is al in een vergevorderd stadium.

Landschap van Verlangen

Tegelijkertijd kan de vraag gesteld worden of het denken in het voorkomen van aantasting omgezet zou kunnen worden in een benadering waarbij het toevoegen van kwaliteit voorop staat. In een ontwerpend onderzoek van het Utrechtse architectuurcentrum Aorta voor het Groene Hart werd dat geformuleerd als het omdenken van een Landschap van Acceptatie, waarbij inpassing voorop staat, naar een Landschap van Verlangen. Een landschap waarbij goed ontwerp van energieopwekking juist de kwaliteit van een gebied kan versterken. Waarbij in een historische omgeving slimme combinaties worden gemaakt tussen de kwaliteiten van het landschap, energieopwekking en zaken als waterbeheer, circulaire landbouw en natuurontwikkeling. Een benadering vergelijkbaar als bij het eerdergenoemde project Sublieme Schoonheid-Sublieme Duurzaamheid op het niveau van een (kerk)gebouw.

Van RES naar ROS

In de uitwerking van de regionale energiestrategieën die voor het hele land zijn opgesteld is de plaatsing en het ontwerp van energieopwekkers een belangrijk issue. Vanuit erfgoed, landschap en ontwerp zijn hiervoor inmiddels talloze handreikingen opgesteld en ontwerpschetsen gemaakt. Zo zijn bijvoorbeeld voor de gemeente Hof van Twente verschillende scenario’s ontwikkeld. Het huidige landschap in Hof van Twente is de economische drager van landbouw, recreatie en toerisme. Bewoners en bezoekers hebben veel te verliezen bij een ondoordachte energietransitie. Tegelijkertijd kan die energietransitie ook kansen bieden als het wordt gebruikt voor bijvoorbeeld het herstel van het karakteristieke Kampen-landschap en de versterking van de biodiversiteit. Ook kan bijdragen aan de verarming van de ruimtelijke diversiteit als gevolg van schaalvergroting bij monofunctionele agrarische bedrijven. Feitelijk wordt een Regionale Energiestrategie zo een Regionale Ontwikkelingstrategie.

Of en hoe dit soort scenario’s en ontwerpen daadwerkelijk vorm krijgen is afhankelijk van de wijze waarop regie genomen wordt. De uitkomst zal namelijk bepaald worden door de soort technologie, de omvang van de installatie en de locatie. Een complex samenspel. Het is daarom van belang om in dit soort gevallen met behulp van ontwerpend onderzoek de consequenties te visualiseren. Hierdoor wordt het gesprek mogelijk over de vraag hoe het toekomstig landschap eruit komt te zien. Een landschap waarin niet alleen de energietransitie vorm krijgt, maar waar mensen ook graag willen werken en wonen. De ervaring leert dat abstracte en kwantitatieve discussies zonder visualisatie kunnen leiden tot weerstand en NIMBY-gedrag. Niet voor niets bepleit het College van Rijksadviseurs om bij de invulling van de regionale energiestrategieën de ontwerpende dialoog centraal te stellen en daarbij de energiedoelstellingen te verbinden met andere doelen in het gebied. Energieopbrengst kan zo middel worden in plaats van enkelvoudig doel.

Het lezen van het landschap geeft richting

Door inrichtingsprincipes te formuleren kan erfgoed hierbij de hand reiken. Inrichtingsprincipes die van toepassing zijn bij gebieden waar transformatie welkom is en waar energie, landschap, erfgoed en andere doelen gekoppeld kunnen worden. Maar ook inrichtingsprincipes voor gebieden die kwetsbaar zijn. Zoals bijvoorbeeld voor gebieden met een status als Werelderfgoed zoals Kinderdijk waar uiterste zorgvuldigheid geboden is. Hiervoor zijn er bij de RCE landschapskarakteristieken voor heel Nederland opgesteld. Karakteristieken die richting kunnen geven aan de wijze waarop wind of zon op land passend in een Regionale Energiestrategie kan worden vormgegeven. Daarbij geldt niet wat er niet mag, maar wordt vooral aangegeven wat passend is.

Lessen uit oude energielandschappen

Een les uit de geschiedenis is dat we soms pas met terugwerkende kracht een energielandschap lijken te waarderen. Denk bijvoorbeeld aan wind als vorm van energie. Ooit telde Nederland zo’n 9.000 windmolens waarvan nu nog zo’n 1.200 historische molens in bedrijf zijn. Molens die breed gewaardeerd worden en nu gezien worden als deel van de Nederlandse identiteit. Een klein aantal historische molens is inmiddels omgebouwd om stroom te leveren. Ook worden er nieuwe molens in de vorm van historische windmolens gebouwd die elektriciteit leveren zoals de Noletmolen in Schiedam. En in Zaanstad wordt de ooit afgebroken molen de Zaadzaaijer nu herbouwd als elektriciteitsopwekker. Zij moet stroom gaan leveren aan een nieuw te bouwen woonwijk met tiny houses.

Als restanten van het energielandschap veen treffen we laagveenplassen aan in Midden-Nederland en het veenkoloniale landschap van Groningen en Drenthe. Inmiddels zijn ook delen van de Veenkoloniën werelderfgoed en worden natuurgebieden die het gevolg zijn van de veenafgravingen breed gewaardeerd, zoals bijvoorbeeld de plassen in Loosdrecht of het Fochtelooerveen in Drenthe.

Het energielandschap van de steenkool in Zuid-Limburg is grotendeels gesloopt. En daar heeft men spijt van. Vergelijkbare mijnen in het Duitse Ruhrgebied zijn bijvoorbeeld uitgeroepen tot werelderfgoed (Zeche Zollverein Essen). En aan de andere kant van de grens in België doen de voormalige mijnen van Genk dienst als cultuurcentra (C-Mine). Spijt is er echter vooral omdat met de sloop van de mijnen belangrijke identiteitsdragers verdwenen zijn. Alsof uit een familiealbum de foto’s van verschillende generaties gescheurd zijn. Het zien van de kwaliteit van een energielandschap vergt blijkbaar tijd. Ook omdat andere sentimenten hierbij een rol kunnen spelen. Zo beschrijft Gert de Roo de veenafgravingen als een vorm van ‘regionaal kolonisme, gedreven door economisch gewin’. Een beschrijving die in Groningen de nodige herkenning zal opleveren. Daarom is het de vraag of wanneer men het energielandschap van de olie en het gas in Groningen op haar waarde zal weten te schatten. De schade door aardbevingen zal hier ongetwijfeld een schaduw op werpen. In Schoonebeek is al wel een ja-knikker beschermd als rijksmonument. Maar hij staat in het monumentenregister geregistreerd onder ‘boerderijen, molens en industrie’. Van een bredere waardering van het olie en gas-energielandschap lijkt dus nog geen sprake. De toekomst zal uitwijzen hoe de energielandschappen voor wind en zon vorm krijgen en hoe we straks tegen de culturele waarde hiervan aan zullen kijken. Er zijn inmiddels al actiegroepen opgestaan die pleiten voor het behoud van de oudste generaties windmolens.

Een belangrijke les uit de energielandschappen van het verleden is wel dat als een energielandschap met onvoldoende oog voor leefbaarheid wordt ingericht, de pijn hiervan generaties lang gevoeld kan worden. Zowel de Veenkoloniën als de Mijnstreek kampen nog steeds met de naweeën van de inrichting en vervolgens bruuske afbouw van hun energielandschap. En in Groningen is de schade door de aardbevingen het gesprek van de dag. Het is echter een pijn die verder reikt dan alleen het aangetaste landschap of de gebouwen, maar die ook het sociale weefsel van de regio raakt. Die voormalige energielandschappen vormen dan ook een tastbaar pleidooi voor een meer holistisch ontwerp met oog voor de kwaliteit en de leefbaarheid voor de inwoners.

Praktijkvoorbeelden

Hortus-H’ART Museum - Amsterdam

Sinds 2016 delen het voormalige museum Hermitage en de Hortus Botanicus dezelfde warmte-koudeopslag (WKO). Door middel van ondergrondse buizen wisselen de twee instellingen warmte en kou uit. Het museum voert restwarmte af (het museum moet constant 20 graden zijn met een luchtvochtigheid tussen de 45 en 55 procent) waarmee de tropische kassen worden verwarmd. Vice versa levert de Hortus kou aan het museum. Het is de eerste keer dat in Nederland een dergelijke verbinding tot stand werd gebracht. Voor beide instellingen resulteert dit in een fikse besparing. De energiebesparing van het museum komt neer op het totaalverbruik van 60 huishoudens. De Hortus Botanicus bespaart flink op gasgebruik, vergelijkbaar met zo’n 54 huishoudens. Om de verbinding tot stand te brengen was een behoorlijke tunnel nodig: 425 lang en 26 meter diep. Niet eerder werd in Nederland een dergelijke tunnel geboord. De boor deed er ruim twee dagen over en ging zowel onder de drukke Weesperstraat als onder de metrotunnel door. Door middel van deze verbinding zijn de twee rijksmonumenten nu ondergronds met elkaar verbonden.

Zeeburgereiland - Amsterdam

Op het Zeeburgereiland zijn 19 stadswoningen ontwikkeld door zes verschillende architecten. Zij verwerkten oude bouwmaterialen in hun ontwerp die door de kopers werden aangedragen. De gebiedsontwikkelaar BDP gaf daartoe alle kopers een cheque van €12.000 om te besteden bij een specialist in oude bouwmaterialen. Denk bijvoorbeeld aan glas-in-loodramen, oude luiken en klassieke wenteltrappen. Over het stimuleren van gebruik van oude bouwmaterialen verklaarde de ontwikkelaar: 'We willen onze planeet voor de toekomst zo goed mogelijk achterlaten. Dit betekent ook zuinig zijn met materiaal. De bouwindustrie wereldwijd is verantwoordelijk voor ongeveer 40% van het gebruik van de grondstoffenvoorraad. Het is van belang om te kijken of we dit kunnen verminderen, onder meer door hergebruik te stimuleren.'

Industrie Park Kleefse Waard - Arnhem

Als voormalig terrein van de AKU (Algemene Kunstzijde Unie) en later AkzoNobel zit duurzaamheid in de vezels van dit bedrijventerrein. Dit wordt op verschillende manieren uitgedragen: het zit in de thematiek van de partijen die zich hier vestigen (de huurders) en in hoe de plek zelf wordt ingericht (de bebouwde omgeving die voor een deel monumentaal is) en de programmering. Op het gebied van energie, afval, gebouwen, mobiliteit en mensen geeft IPKW invulling aan de circulaire economie. Het is de ambitie om in 2025 het meest duurzame bedrijventerrein van Nederland te zijn.

Ja-knikker Schoonebeek - Emmen

Een van de drie resterende ja-knikkers in Schoonebeek is als beschermd rijksmonument opgenomen in de zogenaamde lijst met honderd topmonumenten uit de wederopbouwperiode tussen 1940 en 1958. Ooit werden er tussen 1943 en 1996 door de Nederlandse Aardolie Maatschappij zo’n 600 ja-knikkers ingezet om olie te winnen in Zuidoost-Drenthe.

Zonnepark Puttershoek - Hoeksche Waard

Op het voormalige Suikerunie-terrein zijn 67.000 zonnepanelen ingepast in het landschap waarbij de kwaliteiten van het terrein leidend waren, enkele industriële relicten gespaard zijn en nieuwe ontwerpen terughoudend zijn vormgegeven. En daarop een terrein met bedrijfscategorie 4. Het zonnepark bestaat uit een grote zonneweide van bijna 7 hectare en 6 kleinere zonneweides van samen in totaal meer dan 10 hectare.

Nicolaaskerk Kloosterburen - Het Hogeland

Ook als er geld is, zijn duurzame keuzes bij een kerk niet altijd eenvoudig. Zo kreeg de Nicolaaskerk in Kloosterburen in 2015 van het Ministerie van OCW geld voor energiebesparende maatregelen. De verduurzaming van de Nicolaaskerk, een middeleeuwse, hervormde kerk, viel samen met de herbestemming. De kerk moest geschikt worden voor gebruik door de gemeenschap voor feesten en bijeenkomsten en de hulppost van de ambulante zorg moest er een werkplek krijgen. Het gebouw, dat nog werd verwarmd door op gasgestookte gevelkachels, had een hoge energierekening en was desondanks koud en vochtig. Belangrijk doel van de verbouwing van de Nicolaaskerk was om de energierekening fors omlaag te brengen en een comfortabel binnenklimaat te krijgen. In gebruik moest het een multifunctioneler gebouw worden. Uiteindelijk is voor de isolatie gekozen voor blokken van samengeperste kalk en hennep. Dit gaf bij doorrekening een goede dampspanning in de gehele gevel. Dat betekent dat er geen condens ontstaat, erg belangrijk voor het behoud van het gebouw. De hele kerk kreeg daarmee een goed geïsoleerde ‘schil’ aan de binnenzijde. Daarnaast kwamen er voorzetramen, voorzien van HR++-glas, een nieuwe geïsoleerde betonvloer met vloerverwarming, gebalanceerde ventilatie en een warmtepomp. Architect is Reinier de Gooijer.

Meester van der Heijdengroeve - Hulst

In de Meester van der Heijdengroeve komen miljoenen jaren oude afzettingen uit het plioceen aan de oppervlakte, en er zijn archeologische resten uit de bronstijd te vinden. De wanden van de groeve hebben echter te lijden onder wind, water en vorst en jaarlijks verdwijnen er stukjes van het zachte sediment. De provincie Zeeland en Staatsbosbeheer maakten daarom een plan om de erosie te stoppen, waarbij zonnepanelen de groeve overkappen en beschermen. Het project dat gesteund is vanuit de Erfgoed Deal, beoogt ook een katalysator te zijn voor een omslag in denken. De zonnepanelen kunnen bewoners van het dorp Nieuw-Namen hopelijk niet alleen geestelijk verbinden met deze plek, maar hen ook letterlijk laten profiteren van een nieuwe energiebron. Tegelijkertijd wordt de groeve zo verder ontwikkeld tot uniek cultureel erfgoed en toeristische trekpleister.

Super Local - Kerkrade

Circulaire stedenbouw gaat verder dan industrialisatie en hergebruik van materialen, maar moet ook over esthetische zaken gaan. De eerste generatie duurzame plannen laat zien dat circulair bouwen mogelijk is, maar het moet meer zijn dan symboliek of verborgen techniek. Het moet daadwerkelijk iets opleveren voor de bewoners die het anders immers niet eens zullen zien. In de wijk Bleijerheide van Kerkrade zijn in 1967 vier losstaande Wilma-flats ontwikkeld. Het complex bestaat uit vierhonderd identieke, zogenoemde systeemwoningen voor gezinnen, keurig verdeeld over de vier gebouwen. Het hechte sociale netwerk van verenigingen en cafés zorgde voor goede onderlinge banden tussen de flatbewoners. Van dit sociale netwerk bleef door het sluiten van de mijnen weinig over. Nabijgelegen winkels kwamen leeg te staan en dat gold ook voor de flats, onder meer vanwege hun slechte bouwtechnische staat. De eerste flat werd in 2012 gesloopt. Dat maakte herinneringen bij de bewoners los en de woningbouwvereniging ontwikkelde een nieuwe aanpak, gericht op behoud van sociale en materiële waarden en materialen. Zo kwam in 2014 het project Superlocal tot stand. Maurer United Architects verving de uitgangspunten van fast, more & global door die van slow, less & local. Uit een van de flats zijn drie woningen gezaagd die vervolgens op de grond tot expopaviljoen zijn samengevoegd. Het paviljoen is van honderd procent gerecycled materiaal gemaakt. Al het bouwmateriaal werd op locatie opgeslagen, klaar voor hergebruik. Met behulp van deze materialen zijn drie experimentele woningen gebouwd, naar een ontwerp van SeC Architecten. Het beton werd vergruisd en is verwerkt in de funderingen en de bestrating van het park. In het park, een ontwerp van Ziegler Branderhorst, zijn de footprints van de flats zichtbaar gemaakt. De ene footprint is gethematiseerd met een waterzuiveringsinstallatie, de andere footprint als stiltetuin. Het water wordt via verharde paden verzameld in een buffer, waarbij is uitgegaan van een volledig gesloten watercirculatie en gescheiden watersystemen. De laatste flat wordt voor de helft gesloopt. Tegen het deel met 50 gerenoveerde woningen dat is blijven staan, is een nieuwe helft aangebouwd met 63 nieuwe woningen. Naast het fysieke gedeelte is in Superlocal ook veel aandacht besteed aan het sociale kapitaal. Zo zijn voormalige en toekomstige bewoners betrokken bij het project en zijn hun ervaringen te boek gesteld. Ook werd nieuwe bewoners gevraagd naar hun motivatie om duurzaam te wonen. Hierdoor ontstaat een nieuw soort betrokkenheid en sociale verbondenheid bij de flats.

Irene Vorrink Windpark - Lelystad

Ze is mooi. Haar ranke lijnen, de manier waarop ze haar grijze lokken in de wind slingert, haar rug hol tegen de IJsselmeerdijk. Zo opende een artikel in het AD de beschrijving van het iconische windpark aan de A6 bij de Ketelbrug. Voor veel mensen vormen de 28 windmolens langs de dijk en snelweg een iconisch beeld waarbij energieopwekking en de schoonheid van het landschap samenvallen. De windmolens gaan echter vervangen worden door 24 grotere, meer efficiënte molens. De top van de wieken zullen nog te zien zijn, maar de vraag is of de ervaring van het landschap voor menigeen nog hetzelfde zal zijn.

Berkeloord - Lochem

Leden van de Lochemse Belangenvereniging Beschermd Stadsgezicht Berkeloord onderzochten in 2018 of zij hun monumentale huizen, die onderdeel uitmaken van een beschermd stadsgezicht, geschikt konden maken voor waterstofgas, in plaats van aardgas. Netbeheerder Alliander had wel oren naar het idee omdat zij geïnteresseerd waren in de vraag of het bestaande aardgasnet geschikt is voor transport van waterstofgas. Eind 2022 werd het eerste huis in Berkeloord via het bestaande leidingnetwerk aangesloten op waterstofgas. Een wereldprimeur. Inmiddels zijn 12 woningen aangesloten en is er in de gemeente Apeldoorn een waterstofhuis (Hydrogen Experience Centre) opgericht om de opgedane ervaring te bestuderen.

Aardgasvrij Nagele - Noordoostpolder

In 2018 ontstond het idee om Nagele te transformeren tot het eerste aardgasvrije dorp van Neder­land. Via een landelijke proeftuin krijgt Nagele een innovatief systeem om via warmteopwekking op de platte daken en seizoensberging onder de grond gasloos de toekomst in te gaan. Hiermee wordt verbin­ding gemaakt met hoe Nagele is ontstaan: als modernste dorp van Nederland. Coöperatie Energiek Nagele is inmiddels gestart met de uit­voering van het eerste pilotproject: het aardgasvrij maken van acht wo­ningen aan De Ring en het voormalig schoolgebouw De Acht. Daarna wordt opgeschaald naar de andere woonhoven in het dorp. Woningcorporatie Mercatus stelt een vrijkomend huis aan Energiek Nagele beschikbaar als modelwoning. Dit project biedt Nagele de kans zich te profileren als voorloper op het gebied van verduurzaming, maar dient ook om de demografische krimp en de daaraan gekoppelde teruggang in voorzieningen en leefbaarheid te keren. De hoop is dat dit project als onderdeel van een pakket aan maatregelen weer nieuwe bewoners en ondernemers trekt.

Zomereiken Groenlo - Oost-Gelre

In Groenlo is bij de opstelling van het plan Zonnepark Zomereiken, naast een goede landschappelijke inpassing, aandacht besteed aan de ligging van de Grolse Linie waarvan na bodemonderzoek duidelijk werd dat deze op het terrein lag. Besloten werd dat het zichtbaar maken van dit stukje cultuurhistorie van toegevoegde waarde voor het plan zou zijn. Er is gekozen om de dubbele linie en een redoute uit 1627 met eigentijdse middelen zichtbaar te maken en deze bovendien toegankelijk te maken voor bezoekers. Op informatieborden wordt verteld over de historie van de linie. De consequentie van het zichtbaar maken van de Grolse linie was echter dat er minder zonnepanelen geplaatst konden worden. Om het verlies van opbrengst te compenseren, is besloten om de zonnepanelen volledig op het zuiden te richten in plaats van aan te sluiten op de kavelinrichting zoals oorspronkelijk de bedoeling was.

LocHal - Tilburg

In de enorme LocHal van Tilburg was het uitgangspunt om niet het hele gebouw ter verwarmen, maar de mensen comfort te geven. Het gebouw is in vijf compartimenten verdeeld, elk met een eigen verwarmingsniveau. In de koelere publieksruimten worden de verblijfsplekken met bescheiden installaties bijgestookt.

Gemeentehuis - Voorst

Het gemeentehuis van de gemeente Voorst, gebouwd in de jaren ’80, was verouderd en moest worden vervangen. Er is voor gekozen om het gemeentehuis niet te slopen, maar de constructieve betonstructuur her te gebruiken. Als gevelmateriaal is door architectenbureau de Twee Snoeken gekozen voor een materiaal dat niet eerder op deze schaal is toegepast; kalkhennep. Het werkt ademend en is daardoor een efficiënte thermische isolator en vochtregulator. Het gebruikte hennephout is lokaal gezaaid en geoogst. Warmte en koude wordt opgewekt middels een ijsbuffer en het gebouw heeft energiezuinige, gasloze installaties. Afgezien van de betonstructuur is het hele gebouw circulair gesloopt. Hierbij is er eerst een bouwstoffeninventarisatie gemaakt. Vervolgens zijn oude kozijnen gebruikt als niet-dragende gevelelementen en houten lattenplafonds opnieuw ingezet als decoratie. Betonnen kanaalplaatvloeren zijn hergebruikt als aanvulling op het casco. Akoestische panelen in de raadzaal en kantooromgeving zijn gemaakt van gerecyclede PET-flessen. De bladen van de publieksbalie bestaan uit gesmolten yoghurtverpakkingen. Eind 2022 ontving het project de ARC22 innovatie-award.

Verder lezen

  • Landscape Inclusieve Energy Transition, Dirk Oudes, 2022.
  • Monument en duurzaamheid; magazine ter gelegenheid van Open Monumentendag 2022.
  • Transities; 129x ontwerpend onderzoek, Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, 2022.
  • Routekaart Verduurzaming Monumenten, zie www.duurzaamerfgoed.nl.
  • Advies voor RES 2.0, College van Rijksadviseurs, 2021.
  • Naar een betere afweging; advies werkgroep Energie, Natuur en Landschap NP RES, 2021.
  • Niets is zo duurzaam als een monument, Paul Meurs, 2021.
  • Panorama RES; landschapskarakteristieken per RES-regio, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2020.
  • L/E/E/S (landschap, erfgoed, energie, scenario’s), De Transformator, 2019.
  • KEER (Klimaatadaptatie, Energietransitie, Erfgoed, Ruimte), Vereniging Deltametropool, 2018.
  • De energietransitie: een nieuwe dimensie in ons landschap, position paper van ECN en WUR, Martine Uyterlinde ea, 2017.
  • Energie en ruimte. Een nationaal perspectief, Dirk Sijmons, 2017.
  • Verbindend Landschap, Raad voor de Leefomgeving, 2016.
  • Handreiking energie, erfgoed en ruimte, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016.
  • Derde generatie energielandschappen, Gert de Roo in het vakblad Geografie, 2011.

Zie ook

ArtikelenHoort bij deze thema's Trefwoorden

cultureel erfgoed, ruimte, energie, duurzame transitie, verduurzaming, energiebesparing, energieuitwisseling, energieopwekking, circulaire economie, ruimtelijk beleid

Specialist(en)

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 8 nov 2023 om 12:02.