Hertenkampen - herten

Introductie[bewerken]

In de Nederlandse hertenkampen leven vele duizenden herten. Voor het grootste deel zijn dat damherten. Slechts in een enkel geval worden er edelherten gehouden, die groter zijn dan damherten. Reeën zijn juist kleiner, maar ongeschikt voor hertenkampen. Zij leven veelal solitair of in kleine groepjes in de vrije natuur, trekken door de bossen en velden en hebben een uiterst fijn afgesteld voedselpatroon. Reeën worden dan ook niet in hertenkampen gehouden.

Een litho uit 1850 van een hertenkamp. Het kamp wordt omringd met een schuin houten hek. Daarnaast is een pad waar mensen wandelen. De vrouwen dragen lange jurken. De mannen dragen een kostuum met een hoed. Op het veld lopen, rennen en grazen herten. In de achtergrond staan statige gebouwen.
Litho uit 1850 van de hertenkamp in het Haagse Bos. Litho Haags gemeentearchief H.W. Last.
Een ingekleurde ansichtkaart uit ongeveer 1910 van een hertenkamp. Aan het water ligt een grasveld waar herten op lopen en grazen. Een hertenhuisje en bomen in bloei staan op de achtergrond.
Ingekleurde ansichtkaart uit ongeveer 1910 van de hertenkamp in Alkmaar. De kamp, inclusief het hertenhuisje, is een ontwerp uit 1901 van tuinarchitect Leonard Springer.
Een man en een vrouw staan met hun fietsen naast een hertenkamp. De vrouw heeft een kind voorop in een fietszitje. Zij kijken naar de dieren op de hertenkamp. Er lopen herten, een klein paard en kippen.
De hertenkamp uit 1929 in Bloemendaal is ontworpen door Leonard Springer

Damherten

Damherten leven vanaf de late middeleeuwen in Nederland, zo tonen archeologische vondsten aan. In die tijd introduceerde de adel ze hier voor de jacht in de bossen en wildparken. Zo liet prins Maurits in 1593 honderd damherten uit Engeland overkomen en uitzetten in het Haagse Bos. Vandaag de dag leven damherten in Nederland niet alleen in hertenkampen, maar ook in het wild, zoals in verschillende natuurgebieden aan de kust. Damherten zijn te herkennen aan hun geschulpte geweien en hun gevlekte, bruin-witte vacht. Er komen ook donkere varianten voor. Het zijn gemakkelijke dieren om te houden. Ze stellen geen hoge eisen aan hun voedsel en hun leefomgeving. Bovendien planten zij zich binnen een hertenkamp goed voort. Hun nieuwsgierige aard, hun vacht en hun gedrag, zoals het weghuppen met vier poten tegelijk, maken damherten aantrekkelijk voor bezoekers. De ervaring leert dat damherten die regelmatig met mensen in aanraking komen minder schuw zijn, minder schrikachtig reageren en zelfs uit de hand eten.

Edelherten

Edelherten zijn groot. Eigenlijk te groot voor een hertenkamp. Om ze een goed leefklimaat te kunnen bieden, moet het terrein dan ook zeer groot zijn. Edelherten komen daarom beter tot hun recht in een natuurgebied als de Hoge Veluwe.

Andere herten

In onze dierentuinen vinden we bijzondere hertensoorten zoals het Pater-Davidshert, Chinese muntjak, axishert en sikahert. Deze laatste twee hertensoorten lijken sterk op het damhert maar zijn wat kleiner en hebben een schoffelvormig gewei. Bij uitzondering komen ze in hertenkampen voor.

Overtollige dieren

Om het hertenbestand in een kamp gezond te houden moeten er elk jaar dieren worden afgevoerd. De opbrengst rekenden de eigenaren van de buitenplaatsen tot hun inkomsten. Om die reden werden de aantallen herten op vaste momenten keurig geadministreerd. In de archieven van bijvoorbeeld Kasteel Twickel in Overijssel is dat nog precies na te gaan. Overigens werd het verfijnde hertenvlees op buitenplaatsen zeer gewaardeerd. Ook tegenwoordig worden de overtollige dieren via de handel afgevoerd.

Meer informatie[bewerken]

Zie ook


Hoort bij


Specialist(en)


    Contact

    Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 30 sep 2022 om 02:01.