Hout - insectenaantasting - schadelijke insecten

Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 10 mei 2022 om 03:00 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{#element: |Paginanaam=Hout - insectenaantasting en -bestrijding - tabellen |Elementtype=Artikel |Status=Publiceren |Voorkeurslabel=Hout - insectenaantasting - sch...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Introductie[bewerken]

Sommige insecten tasten niet alleen hout aan, maar blijven er ook in leven. Dit zijn de soorten die we moeten bestrijden. Deze tabel toont de meest voorkomende aantastingslocaties van de belangrijkste insecten.

Deze tabel hoort bij het artikel Hout - insectenaantasting en -bestrijding.

Schadelijke insecten (bestrijding nodig)

Soort insect Kenmerken insect Kenmerken schade Belangrijkheid schade
Volwassen insect Larve Boormeel Boorgangen Uitvliegopeningen Aantastbare houtsoorten Meest gangbare locaties Hardnekkigheid Tegenmaatregelen
Gewone houtwormkever (of kleine houtwormkever of meubelkever) (Anobium punctatum) 3–5 mm lang; donkerbruin; rijen van puntjes (onder loep) op dekschilden tot 6 mm lang; geelachtig wit; licht gekromd (c-vorm) crèmekleurig; enigszins korrelig gevoel; met sigaarvormige deeltjes (onder loep) talrijk; opeen cirkelvormig; ø 1–2 mm (bij oude aantastingen vaak ook openingen kleiner dan 1 mm van vijanden van de gewone houtwormkever) loof- en naaldhoutsoorten; alleen in spinthout van soorten met gekleurde kern (eiken en grenen); ook in kernhout bij schimmelaantasting en bij soorten zonder gekleurde kern (vuren) meubels; beeldsnijwerk; sommige triplexsoorten; constructiehout, vooral dat tegen muren of waarop vocht condenseert (bijvoorbeeld onder trappen en in kapvoeten) langdurig, behalve bij zeer lage houtvochtgehalten behandeling met vloeibare bestrijdings-middelen of gas (constructiehout) of lage zuurstof-concentraties (interieuronderdelen en voorwerpen)
Bonte knaagkever (of grote houtwormkever) (Xestobium rufovillosum) 6–8 mm lang; donkerbruin met geelgrijze vlekken (onder loep) op dekschilden tot 11 mm lang; geelachtig wit; licht gekromd (c-vorm) crèmekleurig; korrelig gevoel; met lensvormige deeltjes (onder loep) talrijk; opeen cirkelvormig; ø 2–3,5 mm meestal in eiken, een enkele keer ook in andere houtsoorten; vaak in kernhout (wat alleen mogelijk is bij schimmel-aantasting) constructiehout in oude gebouwen (vaak kerken) met vochtproblemen; vooral balkkoppen, muurplaten, ingelaten muurstijlen en zwaar balkhout langdurig, behalve bij zeer lage houtvochtgehalten behandeling met vloeibare bestrijdings-middelen, gas of hoge temperaturen (constructiehout) of lage zuurstof-concentraties (interieuronderdelen en voorwerpen)
Huisboktor (Hylotrupes bajulus) 10–20 mm lang; zwartbruin met twee grijzige vlekken op dekschilden; dikke dijen; lange voelsprieten tot 30 mm lang; geelachtig wit; recht crèmekleurig; korrelig gevoel; met cilindrische deeltjes (onder loep) talrijk, vaak verenigd tot één poederachtige massa onder het houtoppervlak ovaalvormig; vaak gerafelde rand; grootste middellijn 6–10 mm uitsluitend in naaldhoutsoorten, zolang niet te oud; alleen in spinthout van soorten met gekleurde kern (grenen); ook in kernhout van soorten zonder gekleurde kern (vuren) constructiehout in warmere gebouwdelen (zoals kappen); zeldzaam in triplex uit naaldhout-soorten kan doorgaan tot er niets meer over is van het spinthout behandeling met vloeibare bestrijdings-middelen, gas of hoge temperaturen
Spinthoutkevers (Lyctus spp.) 4–7 mm lang; roodachtig bruin tot zwart; afgeplat borststuk; slank, langgerekt lichaam tot 6 mm lang; geelachtig wit; licht gekromd (c-vorm) crèmekleurig; fijn, talkachtig gevoel talrijk; opeen cirkelvormig; ø 1–2 mm jong, nog zetmeelrijk spint van enkele loofhoutsoorten (zoals eiken, iepen en essen); niet in naaldhoutsoorten veelal meubels, parketvloeren, panelen en omlijstingen; ook in fineer, triplex en meubelplaat kan doorgaan tot er niets meer over is van het spinthout behandeling met vloeibare bestrijdings-middelen, gas of hoge temperaturen
Gekamde houtwormkever (Ptilinus pectinicornis) 4–6 mm lang; borststuk zwart tot bruin; dekschilden roodachtig bruin, waarin puntjes (onder loep); opvallende voelsprieten in de vorm van een veer (vrouwtjes) of kam (mannetjes) tot 6 mm lang; geelachtig wit; licht gekromd (c-vorm) crèmekleurig; fijn, talkachtig gevoel; vast opeengepakt; zit goed vast in de boorgangen talrijk; opeen cirkelvormig; ø 1–2 mm enkele loofhoutsoorten (veelal beuken, iepen, haagbeuken en esdoorn); vrijwel niet in naaldhoutsoorten veelal in meubels, beeldsnijwerk en trappen langdurig, behalve bij zeer lage houtvochtgehalten behandeling met vloeibare bestrijdings-middelen

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 mei 2022 om 11:50.