Middelburg - Seisbolwerk bij 15
Monumentnummer: 29477
Introductie
Begraafplaats Hoogduitse Joden, geopend in 1704, bevat een groot aantal hardstenen stèles.
Historie
Middelburg is al een heel oude stad, waarschijnlijk gesticht ergens in de 9de eeuw. In de 15de eeuw wordt een aantal keren melding gemaakt van bekeerde Joden. In de 16de eeuw zijn er verhalen van Joden met een Spaanse achtergrond, die de calvinisten ondersteunen. Sommige van die Spaanse Joden waren bekeerd tot het calvinisme, maar dat was waarschijnlijk onder dwang van de omstandigheden. Begin 17de eeuw ontwikkelde Middelburg zich, mede door de blokkade van Antwerpen, tot een belangrijke stad die een groot belang had in de West Indische Compagnie (WIC). Toen in 1654 de kolonie in Brazilië door de Portugezen veroverd werd, vertrokken vele Spaanse en Portugese Joden uit die kolonie naar Nederland. In eerste instantie vestigden velen zich in Middelburg. Ondanks protesten van de Hervormde kerk juichte het stadsbestuur de komst van deze Joden toe. Ze namen immers ook hun handel en netwerk mee, wat Middelburg veel voordelen gaf.
Deze Sefardische Joden kregen in 1655 toestemming voor de aanleg van een eigen begraafplaats, gelegen buiten de Seispoort. Ook Joden uit Antwerpen maakten gebruik van deze begraafplaats. Eind 17de eeuw kwam de groei van de Sefardische gemeente tot een halt, maar de Askenasische of Hoogduitse gemeente begon toen juist te bloeien. In 1704 werd hen een eigen begraafplaats toegewezen, gelegen op de stadswallen nabij de Seispoort. De Joodse gemeente van Middelburg beleefde begin 19de eeuw zijn hoogtepunt, maar nadat het economische slechter ging met Middelburg vertrokken veel Joden naar elders. De begraafplaats werd verschillende malen uitgebreid zodat uiteindelijk een lange smalle begraafplaats tot stand kwam van bijna 3.000 m2. Aan het Seisplein, was eerst al een dienstwoning gebouwd. Hiernaast, op de hoek, werd in 1900 een metaheerhuisje gebouwd. Hier vond de rituele reiniging van de overledene plaats.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam slechts een klein aantal Joden terug naar Middelburg. De meeste waren in 1942 ‘geëvacueerd’ naar Amsterdam en vandaar gedeporteerd en vermoord in Duitse vernietigingskampen. In 1954 is aan de Walensingel, bij de begraafplaats een monument opgericht voor alle uit Zeeland gedeporteerde en vermoorde Joden.
In 1998 werd voor de restauratie van de Joodse begraafplaatsen in Middelburg de Stichting tot beheer en behoud van de Joodse begraafplaatsen in Zeeland opgericht.
Rijksmonument
De Joodse begraafplaatsen van Middelburg werden beide in 1966 aangewezen als rijksmonument. Die van de Sefardische Joden is een van de oudere Joodse begraafplaatsen in Nederland en de Hoogduitse is de oudste in Zeeland, dat in totaal 6 Joodse begraafplaatsen telt. De andere Joodse begraafplaatsen zijn niet beschermd, noch van rijkswege, noch van gemeentewege.
In 1997 werd pas het metaheerhuis beschermd, onder nummer 508330. In 2002 is het huisje geheel gerestaureerd en in 2007-2008 is met advies van de specialist natuursteen Gerard Overeem een restauratie van de grafmonumenten uitgevoerd.
Huidige situatie
Vanaf het metaheerhuisje tot het eind van de begraafplaats, langs de Walensingel, is over een afstand van zo’n 120 meter een smeedijzeren hekwerk geplaatst. De gietijzeren penanten die het hekwerk overeind houden zijn geplaatst op hardstenen blokken. Aan het eind, waar de begraafplaats eind 19de eeuw voor het laatst werd uitgebreid is een toegangshek geplaatst met daarop het jaartal 1880. Een aantal ornamenten op het toegangshek mist, maar de davidsterren en de omlaag gerichte toortsen aan weerszijden maken voldoende duidelijk wat erachter ligt.
Achter het hek loopt over de volle lengte een grindpad dat door een heg wordt afgesloten van de eigenlijke begraafplaats. Hoge kastanjebomen en taxus onttrekken de begraafplaats voor het grootste deel aan het oog, met name vanaf de lente tot de late herfst. Het pad is speciaal bedoeld voor de kohaniem, de priesters, die de begraafplaats zelf niet mogen betreden.
Op een groot aantal grafmonumenten zijn namen te lezen die heel Nederlands aandoen. Drielsma, Van Wittene, De Groot en Van Dam bijvoorbeeld. Er zijn ook namen te vinden die verwijzen naar verre oorden en zelfs een Sefardische oorsprong, zoals de naam Spanjaard. Andere namen klinken ook bekend, zoals Cohen, Van Tijn en Meijer. Opvallend is dat in veel gevallen aan de ene zijde van het grafmonument een geheel Hebreeuwse tekst is aangebracht, terwijl aan de andere kant een Nederlandse tekst staat. Daar is ook de naam vermeld zoals bekend bij de burgerlijke stand. Aan de andere zijde staat de naam van de overledene zoals deze gebruikt werd in de synagoge. De meest voorkomende naam op de begraafplaats is de naam Boasson. Deze naam werd door verschillende Joodse families gedragen, maar ze is nu definitief geschiedenis geworden. Het gelijknamige bankiershuis bestaat al lang niet meer en de textielwinkel in Middelburg overleefde de oorlog niet. Tot 1940 was de textielhandelaar Boasson wethouder van Middelburg, maar hij werd gedood in een Duits vernietigingskamp.
De oudste stèle geeft een begrafenis aan in het jaar 1759. In totaal zijn er ruim 350 grafmonumenten te vinden op de begraafplaats, maar het aantal hier begraven Joden is waarschijnlijk nog een fractie groter. De begraafplaats wordt nog steeds gebruikt. Een aantal jongere grafmonumenten zijn van graniet, niet te onderscheiden van die op andere begraafplaatsen, behalve dan dat deze soms een Hebreeuwse tekst bevatten.
Op veel stèles zijn symbolen aangebracht die al dan niet verwijzen naar het Joodse geloof. Davidsterren, gespreide handen, waterkannen zijn typerend voor Joodse begraafplaatsen, maar ook zandlopers, geknakte bloemen of takken komen hier voor. Deze laatste symbolen zeggen wellicht iets over de mate waarin de joden waren ingebed in de Nederlandse cultuur.
Op de begraafplaats zelf vinden we alleen stenen en gras, zoals dat op een Joodse begraafplaats gebruikelijk is. De randen van de begraafplaats zijn wel geheel begroeid met bomen en struiken. Aan de kant waar de begraafplaats tegen de stadswal ligt, is een modern stalen hek geplaatst. Vanaf het wandelpad dat over de wal loopt, ontneemt een dichte haag van planten, struiken en enkele bomen het zicht op de begraafplaats. De glooiingen op de begraafplaats zijn enerzijds van de oude stadswallen, anderzijds van ophogingen uit de voorgaande eeuwen. Op een ophoging, dicht bij het metaheerhuisje, staan de meest recente grafmonumenten.
Hoewel in de omschrijving wordt gesproken van zerken is dat niet het geval, want alle grafmonumenten betreft een staande steen, oftewel stèle. Zerken vinden we met name op de Portugese begraafplaats terug.
Deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met stichting Dodenakkers.
Bronnen en verwijzingen
- Geschiedenis van de Joodse monumenten in Middelburg.
- Michman, Jozeph, Beem, Hartog en Michman, Dan; Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Amsterdam 1985
- Project Het Stenen Archief
- Vos, A., De Joodse begraafplaats aan de Walensingel te Middelburg, in: Walacria, een kroniek van Walcheren, deel 6, 1994
Zie ook
ArtikelenHoort bij deze thema's Specialist(en)Meer informatie Meer over het monumentenregister en het rechtsgevolg van de aanwijzing tot rijksmonument is te vinden op cultureelerfgoed.nl/monumenten.
Meer over de omvang en reikwijdte van de bescherming van specifiek dit monument is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister en de leeswijzer.
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 4 apr 2024 om 02:02.