De Meern, Vleuten - Veldhuizen, De Balije

< Rijksmonumenten
Versie door RCEbot (overleg | bijdragen) op 28 nov 2023 om 03:00

(531057) monumentenregisterMonumentnummer: 531057

Introductie

Het Romeins landschap van De Balije met de weg, kadebeschoeiïngen, het scheepswrak De Meern 4 en resten van een wachttoren is een van de ca. 1500 archeologische rijksmonumenten in Nederland. Het rijksmonument maakt deel uit van de Neder-Germaanse Limes die sinds juli 2021 Unesco werelderfgoed is.

Kenmerken

  • Datering: Romeins
  • Rijksmonument sinds: 8 april 2011
  • Uitbreiding bescherming: 21 januari 2021


Verhaal over dit rijksmonument

Dat er ten noorden van het dorp De Meern merkwaardige zaken van hoge ouderdom in de grond zaten, was al in de zestiende eeuw bekend. Op een terrein dat 'De Hoge Woerd' werd genoemd, kwamen onder andere Romeinse munten naar boven. Opgravingen in de twintigste eeuw maakten duidelijk dat hier de resten van een Romeins fort in de bodem lagen. Toen vanaf 1997 de Utrechtse satellietstad Leidsche Rijn werd aangelegd, waren de archeologen dan ook goed voorbereid op wat ze zouden kunnen vinden. Al snel overtroffen de resultaten hun stoutste verwachtingen. De opgravingen in Leidsche Rijn hebben in korte tijd onze kennis over de aanwezigheid van het Romeinse leger in Nederland en over de versterkte grenslinie langs de (Oude) Rijn – de limes – enorm uitgebreid. Het is het best onderzochte stuk van de limes in Nederland.

Een goed voorbeeld zijn de vondsten die in de wijken De Balije en Veldhuizen en bij de Zandweg zijn gedaan. Daar zijn delen onderzocht van een 2,5 kilometer lang stuk van de befaamde ‘limesweg', de brede, verharde weg die het leger aan het eind van de eerste eeuw aanlegde op de zuidelijke oever van de rivier en die de achttien forten tussen Katwijk en Lobith met elkaar verbond. Ten westen van Utrecht volgde deze weg een bochtige, oude riviertak die rond het begin van de jaartelling weer water was gaan voeren. Eeuwenlang vormde deze stroom tot aan Harmelen de hoofdader van de Rijn. De ingenieurs van het leger stonden voor een uitdaging. De beste ondergrond voor zo'n weg was de stevige oeverwal van de rivier, maar die maakte heel veel bochten. De ingenieurs waren juist gewend om de wegen zo recht mogelijk te laten lopen. Daarom kozen de planners ervoor om die bochten af te steken en de weg over de lagere, drassiger gronden daartussen te laten lopen. Daar moest de weg ook vaak oude geulen oversteken, die waren ontstaan bij overstromingen van de rivier. Die keuze leidde tot allerlei aanpassingen, en in latere jaren tot veel onderhoud en herstel. Het betekende ook dat het castellum van De Meern niet aan de hoofdweg, maar aan een afslag daarvan kwam te liggen.

Met de weg werd een begin gemaakt rond het jaar 90, tijdens de regering van keizer Domitianus. De weg was zo'n 5 meter breed en was voorzien van greppels aan weerszijden. Op een aarden dam werd een dunne laag verharding van grind aangebracht. Waar de weg over de nattere terreinen liep, werd het weglichaam op zijn plaats gehouden door elzenhouten stammetjes. Een paar jaar na de eerste aanleg werd de weg verbeterd. Naast het wegdek kwam aan weerszijden een brede berm te liggen, afgegrensd door afwateringsgreppels. Ook deze ingrepen voorkwamen niet dat de rivier met grote regelmaat de weg aantastte.

Rond het jaar 100 gaf de pas aangetreden keizer Trajanus opdracht om de weg van zijn voorganger nog meer te verduurzamen. Zo vond men een oplossing voor de plek waar de weg een oude geul kruiste, waarlangs in de winter en het voorjaar veel water wegstroomde. Dat spoelde over de weg en beschadigde het wegdek en het talud. Het leger bouwde er een 20 meter lange houten brug, waar het water onderdoor kon stromen. Op andere plaatsen werd het talud waarop het wegdek was aangebracht, verstevigd met zware beschoeiingen van eikenhout of blokken basalt. Die stenen werden met lange, platbodemschepen uit Duitsland aangevoerd. Eén daarvan werd als oeverversteviging afgezonken.

Van het scheepswrak, 'De Meern 4' genoemd, is een deel onderzocht; het grootste deel wordt ter plaatse in de grond bewaard. Bij de Zandweg zit waarschijnlijk nog zo'n schip in de bodem verborgen. Ook Trajanus' weg bleek niet onkwetsbaar. Onder zijn opvolger Hadrianus werd de weg een stuk naar het zuiden verlegd. Duizenden eikenhouten stammen, gekapt in de jaren 124/125 werden ingeheid om het talud te verstevigen. De aanleg was een ongekend logistiek en technisch hoogstandje. Ook van de weg van Hadrianus zijn grote delen in de bodem bewaard.

Voordat de weg werd aangelegd, werden de limesforten alleen door paden langs de oever met elkaar verbonden, en door de rivier zelf natuurlijk. Op strategische plekken, namelijk in bochten van waaruit grote delen van de rivier konden worden overzien, richtte het leger houten wachttorens op. Van daaruit konden wachtposten onraad signaleren en per koerier of met lichtsignalen berichten doorgeven aan de garnizoenen van de omliggende forten. Resten van zulke wachttorens zijn opgegraven langs de Zandweg en in De Balije en op het Groot Zandveld. Het zijn voor Nederland unieke ontdekkingen. Tussen De Balije en Veldhuizen heeft waarschijnlijk ook zo'n wachttoren gestaan, waarvan de restanten nog in de bodem zitten. De torens hebben de Bataafse Opstand van 69-70 niet overleefd en zijn daarna niet meer opgebouwd.

Uitbreiding bescherming (2020)

Dit onderdeel van de Romeinse Limes is al beschermd als rijksmonument. De gegevens in het register zijn verder verfijnd met een bijbescherming. Basis hiervoor is het aanwijzingsprogramma “Romeinse Limes”, vastgesteld op 2 juni 2020.[1]

De bijbescherming betreft twee afzonderlijke delen die een waardevolle aanvulling vormen, omdat daarin resten van de limesweg, schepen en wachttorens zijn aangetroffen. Ten westen van Utrecht bevinden zich de uitzonderlijk goed onderzochte resten van diverse Romeinse versterkingen en daarmee samenhangende infrastructuur, waaronder wachttorens, schepen, een castellum, grafvelden en de limesweg.

Een deel van de limesweg is in 2011 rijksmonument geworden. Het rijksmonument omvat bovendien een scheepswrak en wachttorens. Het deels op een verhoogd talud gelegen wegtracé is 10 meter breed, waarvan 5 meter door het wegdek wordt ingenomen.

Bronnen en verwijzingen

Meer informatie
Meer over het monumentenregister en de pagina's in deze kennisbank is te vinden in Monumenten - Rijksmonumentenregister.
Meer over wat er is beschermd is te vinden in de leeswijzer.

Vragen, verbeteringen of opmerkingen?
U kunt op deze kennisbank reageren via het reactieformulier.

  1. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Aanwijzingsprogramma 'Romeinse Limes'. Geraadpleegd: 12 december 2022.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 28 nov 2023 om 03:00.